⚖️ LegalLink Citaties

Bronvermelding voor gebruikte wetsartikelen en jurisprudentie

Gegenereerd op 02-06-2026 om 19:57

In het antwoord zijn 13 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.

3
WETSARTIKEL 3: - Wet: Burgelijk Wetboek 7 (BW 7) - Titel: Titel 10. Arbeidsovereenkomst - Afdeling: Afdeling 5. Enkele bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst - Artikel: Artikel 653 - Gegevens: lid 1: Een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, is slechts geldig indien: lid 1 a.: de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan; en lid 1 b.: de werkgever dit beding schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer. lid 2: In afwijking van lid 1, aanhef, en onderdeel a, kan een beding als bedoeld in lid 1 worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, indien uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. lid 3: De rechter kan een beding als bedoeld in lid 1 en lid 2: lid 3 a.: geheel vernietigen indien het beding, bedoeld in lid 2, niet noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen; of lid 3 b.: geheel of gedeeltelijk vernietigen indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. lid 4: Aan een beding als bedoeld in lid 1 of lid 2 kan de werkgever geen rechten ontlenen, indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. lid 5: Indien een beding als bedoeld in lid 1 of lid 2 de werknemer in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn, kan de rechter steeds bepalen dat de werkgever voor de duur van de beperking aan de werknemer een vergoeding moet betalen. De rechter stelt de hoogte van deze vergoeding met het oog op de omstandigheden van het geval naar billijkheid vast. De vergoeding is niet verschuldigd, indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. - Relevantie score: 0.647
10
WETSARTIKEL 10: - Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6) - Titel: Titel 3. Onrechtmatige daad - Afdeling: Afdeling 1. Algemene bepalingen - Artikel: Artikel 162 - Gegevens: lid 1: Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. lid 3: Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. - Relevantie score: 0.616
24
WETSARTIKEL 24: - Wet: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - Titel: Titel 15a. Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen - Afdeling: nan - Artikel: Artikel 1019id - Gegevens: De rechter kan op vordering van degene die is getroffen door een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen gelasten dat degene die om deze maatregel heeft gevraagd de door deze maatregel toegebrachte schade op passende wijze vergoedt: lid 3 a.: wanneer de maatregel zijn kracht verliest krachtens artikel 1019ic, derde lid; lid 3 b.: wanneer de maatregel vervalt als gevolg van enig handelen of nalaten van eiser; of lid 3 c.: indien wordt vastgesteld dat er geen sprake was van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim of dreiging daarvan. - Relevantie score: 0.596
38
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBMNE:2025:2712 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBMNE:2025:2712 - Instantie: Rechtbank Midden-Nederland - Datum uitspraak: 2025-06-11 - Datum publicatie: 2025-06-04 - Datum aangepast: 2025-07-01 - Zaaknummer: 11646618 \ UV EXPL 25-100 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2712 INHOUDSINDICATIE: De werkgever verwijt de werknemer dat hij het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding heeft overtreden. De werkgever vordert in deze procedure dat het de werknemer wordt verboden om zijn werkzaamheden bij de concurrent voort te zetten. Ook vordert de werkgever betaling door de werknemer van boetes en schadevergoeding. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de werkgever af. Het in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd opgenomen concurrentiebeding voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen. Voorshands is ook niet aannemelijk geworden dat de werknemer het geheimhoudingsbeding heeft geschonden. De vordering van de werknemer tot schorsing van het concurrentie- en relatiebeding wordt toegewezen. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; VAAN-AR-Updates.nl 2025-0776; AR-Updates.nl 2025-0776 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBMNE:2025:2712 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rb (Rechtbank Midden-Nederland), kanton/voorzieningenrechter Datum uitspraak 11 juni 2025 FORMELE RELATIES LEGALLINK: (n.v.t.; geen hoger beroep genoemd) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiseres] B.V. (werkgever; onderneming in privacybescherming en informatiebeveiliging) Naam of typering gedaagde [gedaagde] (werknemer / opdrachtnemer) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Werkgever vordert verbod op werkzaamheden werknemer bij concurrent, boetes en schadevergoeding wegens vermeende overtreding van concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding; werknemer vordert schorsing van concurrentie-, relatie- en boetebedingen en recht om bij concurrent te werken. Kernpunten: geldigheid van beperkende bedingen (arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met motiveringsvereiste voor concurrentiebeding), vermeende download van vertrouwelijke bestanden [rdrs 1-?; hele vonnis]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) - Verbod aan [gedaagde] zijn werkzaamheden bij [bedrijf] voort te zetten (op straffe van dwangsom); - Betaling van €25.000 (voorschot boete) wegens overtreding concurrentiebeding; - Betaling van €25.000 (voorschot boete) wegens overtreding geheimhoudingsbeding; - Betaling van €25.000 (voorschot schadevergoeding) wegens onrechtmatig handelen. [rdrs vorderingsoverzicht] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) - 7:653 BW (concurrentiebeding en motiveringsvereiste in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) [4.3–4.4] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [gedaagde] trad in dienst 22-1-2024, arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (verlengd 21-5-2024) met concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding plus boetebeding; tevens overeenkomst van opdracht met gelijke werkzaamheden zonder concurrentiebeding maar met relatie- en geheimhoudingsbeding en boete [feiten arbeidsrelatie] [rdrs feiten]. - [gedaagde] trad op 10-3-2025 in dienst bij [bedrijf] (concurrent) en hield contact met relaties van [eiseres] [stell. eiseres] [rdrs feiten]. - [eiseres] constateerde grote downloads van vertrouwelijke bestanden (4261 bestanden, 137 templates) in nov–dec 2024 en legt beslag; vermoedt gebruik bij [bedrijf] [stell. eiseres] [rdrs feiten]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Dat partijen zowel een arbeidsovereenkomst als een overeenkomst van opdracht met elkaar sloten en dat werkzaamheden deels onder beide overeenkomsten vielen [erkend door beide partijen] [rdrs feiten]. - Dat [gedaagde] op 10 maart 2025 bij [bedrijf] in dienst trad [erkend door beide partijen] [rdrs feiten]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Betwisting rechtsgeldigheid concurrentie- en relatiebeding (niet voldaan aan motiveringsvereiste van 7:653 BW); - Verweer dat bedingen onbillijk benadelen gelet op belangenafweging; - Betwisting dat geheimhoudingsbeding is overtreden (synchronisatieprobleem, onbedoeld downloaden). Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:653 BW (motiveringsverplichting bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) [4.3–4.4] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Ontkenning dat hij bewust duizenden bestanden naar zichzelf heeft gestuurd; verklaring dat synchronisatieproblemen leidden tot onbedoelde downloads; betwist dat vertrouwelijke gegevens onrechtmatig zijn ontvreemd of verspreid [verweer geheimhouding] [rdrs geheimhouding]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen concreet aanbod tot herstel of vergoeding in het vonnis vermeld. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Toetsing of bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd het concurrentie- en relatiebeding schriftelijk is gemotiveerd conform 7:653 lid 2 BW; hoge eisen aan concreetheid en maatwerk (functie, specifieke belangen) [4.3–4.4]. - Aangezien motivering in artikel 13.2 (concurrentie) en 14.3 (relatie) algemeen en niet toegesneden op functie/werkzaamheden van [gedaagde] is, is voorshands aannemelijk dat bodemrechter de bedingen zal vernietigen; daarom schorst voorzieningenrechter die bedingen (vanaf 1-1-2025) [4.4–4.9]. - Voor het geheimhoudingsbeding oordeelt voorzieningenrechter dat het niet voorshands aannemelijk is dat [gedaagde] vertrouwelijke informatie zich daadwerkelijk heeft toegeëigend of verspreid; bewijs ontbreekt (geen proces-verbaal inbeslagname, onduidelijkheid over bestanden op privé-dragers) [geheimhouding beoordeling] [rdrs geheimhouding]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Motiveringstekst in de arbeidsovereenkomst onvoldoende concreet; algemene opsomming van bedrijfsbelangen volstaat niet; geen specificatie van functie/werkzaamheden van [gedaagde]; ook relevante constructie (gedeelde werkzaamheden via opdracht) niet meegenomen; daarom onvoldoende bescherming van werknemer tegen beperking van arbeidsvrijheid en onvoldoende rechtvaardiging voor bedingen [4.4–4.9]. - Ten aanzien van geheimhouding: gebrek aan overtuigend voorlopig bewijs dat [gedaagde] bestanden heeft toegeëigend of verspreid; belang werkgever onvoldoende aangetoond voor onmiddellijke voorzieningen zoals dwangsommen/boetes [geheimhouding beoordeling] [rdrs geheimhouding]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - In conventie: vorderingen [eiseres] worden afgewezen. [vonnis conventie] - In reconventie: schorsing van concurrentiebeding en relatiebeding in arbeidsovereenkomst, en schorsing van boetebeding voor zover samenhangt met die bedingen, met ingang van 1 januari 2025 tot onherroepelijke beslissing in bodemprocedure; verder wijst voorzieningenrechter meer/anders gevorderde in reconventie af. [vonnis reconventie] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Conventie: vorderingen van [eiseres] tot verbod tot werken bij [bedrijf], betaling boetes en schadevergoeding worden afgewezen. [vonnis conventie] - Reconventie: vordering van [gedaagde] tot schorsing van concurrentie- en relatiebeding en gerelateerd boetebeding toegewezen vanaf 1-1-2025 tot onherroepelijk bodemvonnis; overige reconventionele vorderingen afgewezen. [vonnis reconventie] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [eiseres] veroordeeld in proceskosten in conventie ten behoeve van [gedaagde]: € 928 (waarvan € 793 salaris gemachtigde en € 135 nakosten), te voldoen binnen 14 dagen; uitvoerbaar bij voorraad. [proceskostenconventie] - In reconventie kostenbegroting voor [gedaagde] nihil; [eiseres] veroordeeld in proceskosten in reconventie tot nihil; vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad. [proceskostenreconventie] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Ja; kostenveroordelingen en de reconventionele voorzieningen verklaard uitvoerbaar bij voorraad. [slotbepalingen] RECHTER:
van Steenbeek, D.A.: voorzieningenrechter
Vanwersch, Y.M.: in het openbaar uitgesproken en griffier aanwezig
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:653 BW: ['7:653 lid 1-2 BW', 'concurrentie- en relatiebedingen bij arbeidsovereenkomst (motiveringsvereiste bij bepaalde tijd)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBMNE:2025:2712: Rb Midden-Nederland 11 juni 2025
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-04 03:06:22.605260 ============================================================
39
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2025:264 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2025:264 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2025-02-14 - Datum publicatie: 2025-02-13 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: 24/00509 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Verbintenissenrecht - Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:264 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1396; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:9613 INHOUDSINDICATIE: Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Geschil over onrechtmatige concurrentie door voormalige werknemers. O.m. klachten tegen onrechtmatigheidsoordeel. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2025/285 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: PARTIJEN: Gezamenlijk: [verweerders] [rnr: procespartijen] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat Geschil over vermeende onrechtmatige daad / onrechtmatige concurrentie door voormalige werknemers en hun vennootschap jegens Agib; Agib bestreed oordeel hof dat hun klachten onvoldoende waren om het arrest te vernietigen; Agib stelde cassatieklachten tegen hofarrest van 14 nov. 2023; Hoge Raad beoordeelt of cassatieklachten vernietiging rechtvaardigen en past art. 81 lid 1 RO toe [rnr: feiten en procesverloop samengevat]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Bij eerdere instanties: erkenning onrechtmatige daad/concurrentie en rechterlijke veroordelingen en vergoeding (inhoud eerdere vorderingen niet in uitspraak nader gespecificeerd) [rnr: verwijzing naar lagere instanties] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Verbintenissenrecht / onrechtmatige daad; geen concrete BW‑artikelen expliciet in arrest vermeld in cassatiemotivering; art. 81 lid 1 Wet RO toegepast inzake motiveringsplicht Hoge Raad [rnr: toepassing art.81 lid1 WRO] Feitelijke stellingen ter onderbouwing Agib heeft aangevoerd dat [verweerders] onrechtmatig hebben gehandeld door concurrentieactiviteiten na dienstverband; concrete feitelijke stellingen zijn opgenomen in vonnissen en hofarrest (verwezen door HR) [rnr: procesdossier verwezen] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” Erkende/onbetwiste feiten niet expliciet vermeld in het arrest; geen specifieke vaststellingen in cassatiebeslissing genoteerd als “erkend door beide partijen” in de geciteerde tekst [rnr: geen expliciete erkenning in HR‑arrest]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) Verweerders hebben verweer gevoerd in cassatieschrift; inhoudelijke verweren betreffen bestreden oordeel hof dat onvoldoende grond bestond voor vernietiging — details zijn in het verweerschrift, niet uitgewerkt in het arrest [rnr: processtukken verwezen]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Geen specifieke wetsartikelen of voorwaarden door HR in arrest expliciet vermeld behalve verwijzing naar art. 81 lid 1 WRO m.b.t. motiveringsplicht [rnr: art.81 lid1 WRO aangehaald]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? Verweerders bestreden dat de door Agib ingestelde cassatieklachten tot vernietiging konden leiden; zij handhaafden het hofarrest en verzochten verwerping cassatieberoep [rnr: verwering cassatie]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding genoemd in het arrest [rnr: niet vermeld]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. Hoge Raad beoordeelt de cassatieklachten tegen het hofarrest. Hij oordeelt dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest en dat motivering van dat oordeel niet vereist is omdat beantwoording van de daarin opgeworpen vragen niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht (toepassing van art. 81 lid 1 Wet RO) [rnr: motivering toepassing art.81 lid1 WRO in cassatie]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? Dragende motieven: onvoldoende grond in de cassatieklachten om het hofarrest te vernietigen; beantwoording van de klachten zou geen bijdrage leveren aan rechtsontwikkeling of rechtsvorming, zodat HR zijn motiveringsplicht kan beperken overeenkomstig art. 81 lid 1 WRO [rnr: kernmotivering in arrest]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Agib [rnr: dispositief]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Het beroep wordt verworpen. Agib wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen voldaan [rnr: kostenveroordeling dispositief]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten Kostenveroordeling zoals hierboven; geen nadere proces- of buitengerechtelijke kosten genoemd [rnr: dispositief]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet expliciet vermeld in arrest; standaardveroordeling in kosten zonder uitdrukkelijke uitvoerbaar bij voorraad verklaring in tekst [rnr: niet vermeld]. RECHTER:
Kroeze, M.J.: Vice-president en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
ter Heide, A.E.B.: raadsheer (uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 lid 1 WRO: motiveringsplicht / toepassing in cassatie
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2023:9613: gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden 21 febr. 2023 / 14 nov. 2023
ECLI not known: rechtbank Gelderland vonnissen 22 dec. 2021 en 11 mei 2022
ECLI:NL:PHR:2024:1396: conclusie AG 2024
AANTAL REFERENTIES: {} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:45:35.411000 ============================================================
40
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2024:1396 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2024:1396 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2024-12-20 - Datum publicatie: 2024-12-18 - Datum aangepast: 2025-02-15 - Zaaknummer: 24/00509 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2024:1396 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:264 INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Onrechtmatige daad. Is sprake van onrechtmatige concurrentie door ex-werknemers die niet gebonden zijn aan een concurrentie- of relatiebeding? VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: CASUS: Kortheidshalve: Agib vordert dat [verweerders] onrechtmatig hebben gehandeld door concurrentie na uitdiensttreding en door (alleged) gebruik van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en door schadelijke/verwarrende mededelingen; [sr.] en [jr.] richtten [verweerster 1] op en verkopen vergelijkbare producten vanuit als-winkel ingerichte vrachtauto’s; geen concurrentie- of relatiebedingen in arbeidsovereenkomsten van ex-werknemers. [Rbr en hof wezen vorderingen af; cassatie verworpen door A-G.] [rov. samengevat uit arrest hof rov.3.3-3.24; vonnis Rb. rov.2.1-2.9] [rvnrs. in bestreden arresten zoals vermeld] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (i) Verklaring voor recht dat [verweerders] onrechtmatig handelen en aansprakelijk zijn; (ii) hoofdelijkheid schadevergoeding en voorschot €404.000; (iii) relatieverbod voor twee jaar onder dwangsom (rayons Noord‑Holland en Gelderland/Utrecht); (iv) rectificatie aan klanten/leveranciers onder dwangsom. [inleidende dagvaarding 16-09-2021; eisvermeerdering; specificatie rov.2 e.v.] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) [rov.4.5 e.v.]; verwijzingen naar art.7:653 BW (concurrentiebeding) en Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb) [rov.4 en verdere toelichting]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Agib heeft duurzaam klantenbestand in rayon Noord‑Holland opgebouwd (van 200 naar 450 klanten; omzetgroei 2004→2019) en vaste bezoekcyclus elke ~7 weken; software met historische verkoopgegevens; klantcontact vooraf per e-mail; efficiënte routes; vertrouwelijke condities met leveranciers; substantiële omzetdaling ~50% in 2021 in rayon Noord‑Holland. [hof rov.3.10-3.13; rb. rov.2.x] - [sr.] en [jr.] richtten per 10-11-2020 [verweerster 1] op; vanaf 1-1-2021 bezochten zij klanten met als-winkel vrachtauto’s; prijzen en assortiment grotendeels vergelijkbaar; [sr.] was gezicht van Agib in rayon. [rov.2.5-2.6; 3.13] - Agib stelt gebruik van vertrouwelijke bedrijfsgegevens en stelselmatig en substantieel afbreken van bedrijfsdebiet. [rov.3.8; 3.13] Vaststellingen: erkend / bewezen / onweersproken - [sr.] en [jr.] waren werknemers van Agib en niet gebonden aan concurrentie-/relatiebeding [erkend door beide partijen] [rov.3.7]. - [sr.] opzeggingsdatum en beëindiging 1-1-2021; oprichting [verweerster 1] 10-11-2020 [erkend door beide partijen] [rb. rov.2; hof rov.3.7]. - Agib heeft klanten per e-mail geïnformeerd over vertrek [sr.] (23-12-2020) en nadere e-mail 21-01-2021 waarin zij meedeelt dat [sr.] voor zichzelf is begonnen [erkend door beide partijen] [rov.2.5-2.6]. - Omzetdaling in rayon Noord‑Holland is door Agib aangevoerd en onderbouwd met accountantsrapport; hof neemt omzetdaling ter kennis [erkend/door Agib gesteld; hof ging daar van uit] [rov.3.12-3.13]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - In beginsel vrij om te concurreren zonder concurrentie- of relatiebeding; alleen bijkomende omstandigheden (zoals stelselmatig en substantieel afbreken van duurzaam debiet met gebruik van vertrouwelijke hulpmiddelen) kunnen onrechtmatigheid doen ontstaan [rov.3.7]. - Betwisting van gebruik van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en van stelselmatig afbreken bedrijfsdebiet; betwisting concrete omvang gerichtheid op rayon Noord‑Holland; geen bewijs dat klantgegevens of bedrijfssoftware zijn gebruikt; klantencontactgegevens openbaar; routes/ervaring behoren tot kennis/vaardigheden [rov.3.14-3.16]. - Betwisting dat schadelijke mededelingen van aard zijn die onrechtmatig zouden zijn; verwarringsgevaar onvoldoende onderbouwd en deels door Agib zelf weggenomen via e-mail van 21-01-2021 [rov.3.20-3.22]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - Art. 7:653 BW (concurrentiebeding) ter achtergrond; art. 6:162 BW als grondslag vordering; Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb) relevant voor begripsvorming bedrijfsgeheim. [rov.4 e.v.] Feitelijke betwistingen vanuit gedaagdeperspectief - Geen aantoonbaar gebruik van vertrouwelijke bedrijfsgegevens of software; geen overname klantenlijsten; geen inkoopcondities bekend; [sr.] leverde telefoon in; [verweerders] levert via eigen leveranciers en kon aanvankelijk niet dezelfde merken inkopen. [rov.3.15] - Werkwijze [verweerders] was deels willekeurig / “de eerste en beste” bedrijven rijden; niet uitsluitend gericht op Noord‑Holland; omzetverdeling niet voldoende uiteengezet door Agib. [proces-verbaal en hofrov.3.14-3.13] - Aangeboden herstel/compensatie: [verweerders] vorderde in reconventie opheffing conservatoir beslag en betaling €22.717,50 bruto voor niet opgenomen vakantiedagen; rechtbank veroordeelde Agib daartoe en hof bekrachtigde. [rb. eindvonnis 11-05-2022; hof bekrachtiging; rov. eindvonnis en reconventie] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - In reconventie vordering door [verweerders] en rechtbank kende Agib betaling €22.717,50 bruto toe aan [sr.] voor niet opgenomen verlof; partijen bereikten eerder overeenstemming over bruto €22.717,50 uit te betalen maar betaling niet gerealiseerd. [rov.2.6; rb. eindvonnis] OORDEEL RECHTER: Rechtsvraagbeoordeling en uitleg relevante wetsartikelen/jurisprudentie - Toetspunt: ex-werknemers niet aan concurrentie-/relatiebeding? Dan uitgangspunt vrije concurrentie; onrechtmatige werknemersconcurrentie alleen indien bijkomende omstandigheden; veelal toegepast via Vesta-criterium: (i) stelselmatig en substantieel afbreken; (ii) van duurzaam debiet dat werknemer mede heeft opgebouwd; (iii) met hulpmiddelen die vertrouwelijk ter beschikking zijn gesteld. [Vesta-arrest HR 9-12-1955; hof rov.3.7; A-G bespreekt Vesta en literatuur rov.4 e.v.] - Hof en A-G oordelen dat Agib onvoldoende bewijs heeft geleverd dat [verweerders] vertrouwelijke bedrijfsinformatie (in Wbb‑zin of Vesta‑zin) hebben gebruikt of dat sprake is van de vereiste stelselmatigheid/substantialiteit die onrechtmatigheid oplevert. Hof motiveert dat veel van de betwiste gegevens alledaags zijn of in het hoofd van verkopers berusten (ervaring/relaties) en dus zonder contractuele beperking benut mogen worden; klanten geen contractuele band; geen aanwijzing tot gebruik van bedrijfssoftware of overname klantbestand; routes/organisatie niet als bedrijfsgeheim aangemerkt; vergelijkbare prijzen verklaarbaar door marges leveranciers. [hof rov.3.15-3.17] - Verder oordeelt hof dat vermeende schadelijke uitlatingen en verwarring onvoldoende deugdelijk onderbouwd en in context van beëindiging te plaatsen zijn; Agib creëerde zelf duidelijkheid via e-mail 21-01-2021. [rov.3.20-3.22] - Bewijsaanbod en motiveringsklachten door Agib faalden: hof heeft bewijsaanbiedingen als niet ter zake dienend of reeds beoordeeld beschouwd; grief 8 wel behandeld. [rov. onder 3 van A-G] Dragende motieven - Beginselplicht vrije arbeidskeuze vs. beschermingsbelang werkgever; zonder contractuele beperking vereist zwaar bewijs van misbruik vertrouwelijke informatie en stelselmatig afbreken bedrijfsdebiet; feitelijke vaststellingen van hof (erkenningen, getuigenverklaringen, proces-verbaal, accountantsrapport) wegen, maar onvoldoende om te concluderen tot onrechtmatige werknemersconcurrentie. Hof benadrukt procesordelijke aspecten (gebrek aan concrete aanwijzingen dat vertrouwelijke systemen/gegevens zijn gebruikt; klantgegevens openbaar; werknemer leverde telefoongegevens in). [rov.3.16-3.18; 3.24] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Procureur‑Generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep; behoudt oordeel hof dat vorderingen van Agib niet toewijsbaar zijn; rechtbankvonnis bekrachtigd door hof blijft staan. (Conclusie A-G strekt tot verwerping cassatie) [slotconclusie] Toe- of afwijzing vorderingen (exact) - Vorderingen Agib in conventie: afgewezen (rechtbank en hof) — cassatie niet wordt ondersteund door A-G; cassatieberoep dient te worden verworpen. [rb.11-05-2022 afgewezen; hof 14-11-2023 bekrachtigd; A-G concludeert verwerping cassatie] [rov. samenvatting] - Reconventie: rechtbank veroordeelde Agib tot betaling €22.717,50 bruto aan [verweerders]/[sr.]; dat vonnis is door hof bekrachtigd. [rb. eindvonnis; hof bekrachtiging; rov.3.x] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Conclusie A-G vermeldt geen exacte proceskostenveroordeling in cassatieprocedure. In eerste aanleg veroordeelde rechtbank Agib tot betaling bruto €22.717,50 (reconventie). Verder geen specifieke proces‑ of nakostenbedragen door A-G vermeld in deze conclusie. [rb. eindvonnis; rov. reconventie; A-G conclusie bevat geen kostenveroordeling cassatie] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet door A-G vermeld; conclusie betreft verwerping cassatie; uitvoerbaarheid niet gespecificeerd in conclusie. [conclusie tekst] RECHTER:
De Bock, R. H.: Procureur‑Generaal bij de Hoge Raad (conclusie)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (maatschappelijke zorgvuldigheid)']
7:653 BW: ['7:653 BW', 'concurrentiebeding/relatiebeding in arbeidsovereenkomst']
1 Wbb: ['1 Wbb', 'definitie bedrijfsgeheim']
2 Wbb: ['2 Wbb', 'onrechtmatig gebruiken bedrijfsgeheim']
5 Wbb: ['5 Wbb', 'rechterlijke voorzieningen bij onrechtmatig gebruik bedrijfsgeheim']
6 Wbb: ['6 Wbb', 'maatregelen en rechtsmiddelen bij onrechtmatig gebruik bedrijfsgeheim']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2023:9613: Hof Arnhem‑Leeuwarden 14-11-2023
ECLI not known: Rb. Gelderland 11-05-2022
ECLI:NL:HR:1955:47: HR 9-12-1955 (Vesta)
ECLI:NL:HR:1997:ZC2521: HR 5-12-1997 (Triple P/…)
ECLI:NL:HR:2004:AO7817: HR 9-7-2004 (OZ/…)
ECLI:NL:HR:2022:894: HR 17-6-2022 (Meijndert Trucking)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:37:53.278770 ============================================================
41
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBMNE:2024:4622 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBMNE:2024:4622 - Instantie: Rechtbank Midden-Nederland - Datum uitspraak: 2024-06-18 - Datum publicatie: 2024-07-26 - Datum aangepast: 2024-10-10 - Zaaknummer: C/16/572972 / KL ZA 24-82 BW 31650 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Kort geding - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:4622 INHOUDSINDICATIE: KG, voormalig werknemers zijn een concurrerend bedrijf begonnen, geen concurrentie- of relatiebeding, het geheimhoudingsbeding is niet overtreden, geen sprake van onrechtmatige concurrentie VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2024-0961; VAAN-AR-Updates.nl 2024-0961 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBMNE:2024:4622 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rb Datum uitspraak 18-06-2024 FORMELE RELATIES LEGALLINK: (n.v.t. — geen hoger beroepgegevens vermeld) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiseres] B.V. (besloten vennootschap; werkgever) Naam of typering gedaagde [gedaagde sub 1] c.s. (voormalige werknemers; ondernemers) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Voormalige werknemers [gedaagde sub 1] c.s. begonnen eigen concurrerende onderneming “[onderneming]” en hebben zakelijk contact met klanten/leveranciers van [eiseres]. [eiseres] vordert nakoming van een geheimhoudingsbeding, dwangsommen, verbod op benaderen van relaties en verstrekking van klant- en omzetgegevens. [gedaagde sub 1] c.s. betwisten schending en onrechtmatige concurrentie. De voorzieningenrechter moet in kort geding bepalen of voorlopige voorzieningen toewijsbaar zijn. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) a. Nakoming geheimhoudingsbeding en oplegging dwangsom €25.000 per overtreding; b. Verbod benaderen relaties van [eiseres] op straffe van dwangsom; c–e. Afgifte/verstrekking van omzet- en klantgegevens. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Verwees naar geheimhoudingsbeding in arbeidsovereenkomsten; verwijzing naar leerstukken onrechtmatige concurrentie/Hr-jurisprudentie (onder meer criteria Hoge Raad m.b.t. onrechtmatige concurrentie) [r.o.4.9 e.v.]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [gedaagde sub 1] c.s. hebben in januari 2024 “ [onderneming] ” gestart en leveren vis aan (onder meer) Aziatische restaurants [r.o. feitelijk overzicht]. - [gedaagde sub 1] c.s. hebben privételefoons gebruikt bij [eiseres] en daarin contactgegevens van klanten/leveranciers bewaard en gebruikt voor [onderneming] [r.o. feitelijke stellingen]. - Diverse klanten zijn volgens [eiseres] overgegaan naar [gedaagde sub 1] c.s.; [eiseres] lijdt daardoor omzetverlies (geschat 10–15% per week) [r.o. bewijsaanbod en mondelinge toelichting]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - [gedaagde sub 1] c.s. hebben bij [eiseres] gewerkt en zijn in januari 2024 hun eigen bedrijf begonnen [erkend door beide partijen] [r.o. feiten]. - Tussen partijen geldt een geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomsten [erkend door beide partijen] [r.o. beschrijving beding]. - [gedaagde sub 1] c.s. verkopen soortgelijke producten en concurreren commercieel met [eiseres] (feit van concurrentie) [erkend door beide partijen] [r.o. beoordeling]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Geen sprake van schending geheimhoudingsbeding; geen onthulling van geheimen [r.o. beoordeling]. - Geen onrechtmatige concurrentie omdat geen relatie- of concurrentiebeding geldt en geen bijkomende omstandigheden zijn aangetoond [r.o.4.9 e.v.]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Verwijzing naar leerstukken en criteria Hoge Raad omtrent onrechtmatige concurrentie (drie vereisten) [r.o.4.9]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Betwist dat volledige klantenbestand in telefoons staat en dat zij alle relaties stelselmatig hebben benaderd; stelt ca. 100 klanten, circa tien overlappen met [eiseres]; deels zelf benaderd, deels benaderd door klanten [r.o. feitelijke weerleggingen]. - Betwist dat klant- of leveranciersgegevens als vertrouwelijke geheimen in de zin van het beding kwalificeren [r.o. beoordeling]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in uitspraak. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Toetsing in kort geding: inschatting of bodemrechter waarschijnlijk toewijst; spoedeisend belang vereist [r.o.4.1 e.v.]. - Strekking geheimhoudingsbeding gelezen zoals geformuleerd: verbod op mededelingen over kennis met betrekking tot zaken en belangen van werkgever, klanten of relaties; geen verkapt relatiebeding; dus geen algemeen verbod relaties te benaderen [r.o.4.4–4.6]. - Voor onrechtmatige concurrentie toepassing HR-criteria: (a) stelselmatig en substantieel afbreken van (b) duurzaam bedrijfsdebiet dat werknemer mede heeft opgebouwd (c) met vertrouwelijk ter beschikking gestelde hulpmiddelen [r.o.4.9]. - Toepassing op feiten: [eiseres] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van schending van geheimhoudingsbeding of van stelselmatige/substantiële afbraak van bedrijfsdebiet met vertrouwelijke hulpmiddelen; gepresenteerd bewijs (selectielijst, enkele berichten, subjectieve omzetinschatting) is onvoldoende concreet/onderbouwd [r.o.4.7–4.14]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belang [eiseres] bij bescherming tegen onrechtmatige concurrentie en geheimhouding versus vrijheid ex-werknemers om te werken en te concurreren; zonder relationeel beding en zonder voldoende bewijs van geheimhoudingschending of bijzondere omstandigheden moet de concurrentievrijheid prevaleren; kort geding vereist overtuigende voorlopige bewijsvoering die ontbreekt [r.o.4.6–4.14]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) Vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. (Nakoming geheimhoudingsbeding, oplegging dwangsommen, verbod benaderen relaties en afgifte klant-/omzetgegevens: afgewezen) [slotbepaling]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? [eiseres] veroordeeld in proceskosten van [gedaagde sub 1] c.s. totaal €1.605,00 (griffierecht €320,00; salaris gemachtigde €1.107,00; nakosten €178,00) plus kosten van betekening indien niet tijdig betaald; bij verzuim extra €92,00 [eindbeslissing]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet expliciet vermeld; standaard kort gedingbeslissing met betalingstermijn veertien dagen (dwangsom bij niet-betaling bij betekening) [betalingstermijn en executiegegevens r.o. slot]. RECHTER:
Schoenaker, M.M.J.: voorzieningsrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
boeknummer:artikel BW: ['boeknummer:artikel BW', 'onderwerp']
(Opmerking: in de uitspraak zijn geen specifieke artikelen uit het BW met artikelnummer genoemd; aangehaalde rechtsregels betreffen geheimhoudingsbeding in arbeidsovereenkomst en Hoge Raad-criteria voor onrechtmatige concurrentie. Daarom geen concrete BW-artikelnummers vermeld in de uitspraak.) GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBMNE:2024:4622: Rb Midden-Nederland 18-06-2024
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-03 20:53:54.425997 ============================================================
42
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHAMS:2024:155 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:GHAMS:2024:155 - Instantie: Gerechtshof Amsterdam - Datum uitspraak: 2024-01-23 - Datum publicatie: 2024-01-23 - Datum aangepast: 2024-10-02 - Zaaknummer: 200.309.292/01 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Hoger beroep - URL: https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:155 INHOUDSINDICATIE: schending geheimhoudingsbeding oud werknemers; uitleg beding ter bepaling van de verbeurde boetes; tevens onrechtmatig handelen bedoelde werknemers en van concurrent door met gebruikmaking van bedrijfsgegevens oud werkgever en ronselen van werknemers van oud werkgever nieuwe concurrerende onderneming op te zetten; schadebegroting deels op de voet van artikel 6:97 BW en met inachtneming onzeker causaal verband; VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; VAAN-AR-Updates.nl 2024-0533; AR-Updates.nl 2024-0533 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:GHAMS:2024:155 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Gerechtshof Amsterdam (meervoudige burgerlijke kamer, afdeling civiel recht en belastingrecht, team I) Datum uitspraak 23 januari 2024 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Eerder vonnis rechtbank: ECLI not known: kantonrechter rechtbank Noord-Holland, vonnis 3 november 2021 [rnr 2.1-2.37] Zowel principaal appel (Elof Hansson) als incidenteel appel (Cellmark c.s.) tegen dat vonnis; geen hoger beroep bij HR in dossier vermeld. (conclusie parket HR niet van toepassing) [rnr 1 inleiding; slot] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Elof Hansson Fiber B.V. (appellante, incidenteel geïntimeerde) — handelsmaatschappij in pulp, oud papier en gerecyclede materialen [rnr 2 feiten] Naam of typering gedaagde 1) [geïntimeerde 1] (voormalig managing director Elof Hansson) [rnr 2 feiten] 2) [geïntimeerde 2] (voormalig vice-president) [rnr 2 feiten] 3) Cellmark Netherlands B.V. (concurrent, onderdeel Cellmark Groep) [rnr 2 feiten] 4) Cellmark Aktiebolag (Zweedse rechtspersoon) [rnr 2 feiten] 5) Cellmark Inc (Amerikaanse rechtspersoon) [rnr 2 feiten] (Gezamenlijk: Cellmark c.s.) [rnr inleiding] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Geschil over schending van contractueel geheimhoudingsbeding door twee ex-werknemers ([geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2]) door meenemen en delen van bedrijfsgegevens en niet-teruggave daarvan; uitleg van boetebeding (per document/ e-mail) en matiging van boetes; daarnaast onrechtmatig handelen van Cellmark c.s. door gebruik van die vertrouwelijke gegevens en ronselen van personeel waardoor Elof Hansson ernstige bedrijfs-schade leed en uiteindelijk (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging; vorderingen tot verbeurde boetes, schadevergoeding, teruggave/vernietiging informatie, terugbetaling onverschuldigde betalingen, en kostenvergoeding; hoger beroep en incidenteel appel [rnr samenvatting feiten en vorderingen]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) I. Verklaring voor recht dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] non‑disclosure verplichtingen hebben geschonden; veroordeling tot betaling boetes primair €1.110.000 resp. €100.000 subsidiair lagere bedragen en €500 per dag voortduren; gebod tot retourneren/vernietigen van vertrouwelijke informatie; rente vanaf 29 mei 2020. [rnr ad I] II. Verklaring voor recht dat Cellmark c.s. onrechtmatig hebben gehandeld en hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding (per saldo aanvankelijk €12.416.912,60, later in hoger beroep opgevoerd tot €14.951.912,60) met rente vanaf 30 aug 2019. [rnr ad II] III. Terugvordering onverschuldigde onkostenvergoeding door [geïntimeerde 1] €34.000 (eindvordering €26.314 uiteindelijk). [rnr ad III] IV. Vergoeding kosten bewijsbeslag €25.554,97. [rnr ad IV] Overige: kosten, nakosten, rente. [petitum] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) - Contractuele boetebeding (Annex 3 van arbeidsovereenkomst) [rnr 2 feiten; 3.3 uitleg beding] - Onrechtmatige daad (onrechtmatig handelen) — algemene onrechtmatigheidsnormen en aansprakelijkheid (rechtsbeginselen; hof past causale toets en kansschatting toe) [rnr ad II] - Schadebegroting op basis van 6:97 BW (schatting in gevallen van onzeker causaal verband) en 6:96 lid 1 BW voor kosten onderzoek [rnr ad II; kostenonderzoek] - Terugvordering kosten beslag: 706 Rv [rnr ad IV] - Rente en vergoedingen volgens toepasselijke wettelijke bepalingen (rente vanaf data genoemd) [rnr uitspraken] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Beding in Annex 2/3 met boetebedingen van €10.000 per breach en €500 per dag bij voortduren; verplichting tot teruggave bij beëindiging [beding geciteerd] [rnr 2 feiten; beding tekst]. - Uit FRA-onderzoek en bewijsbeslag: overzichten e-mails en documenten (producties 64, 119, 120) die vertrouwelijke klant-, prijs-, leveranciers-, salaris- en andere bedrijfsinformatie bevatten en die door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zijn meegenomen, gedeeld en/of niet teruggegeven [rnr ad I; bewijsproducties]. - Communicatie (agendavoorstellen, WhatsApp, e-mails) tussen [geïntimeerde 1]/[geïntimeerde 2] en Cellmark c.s. waarbij personeelsgegevens en salarisgegevens zijn besproken en ronseling van medewerkers en klanten wordt voorbereid [rnr feiten: Norwalk, 30-31 juli 2019; berichten juli‑nov 2019]. - Vertrek per 1 oktober 2019 van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] en van daarna circa tien andere medewerkers naar Cellmark; bedrijfsbeëindiging Elof Hansson per 31 mei 2020 [rnr feiten]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Feiten vastgesteld door kantonrechter onder 2.1–2.37 zijn ongestreden in hoger beroep; het hof neemt deze feiten als uitgangspunt [erkend door beide partijen] [rnr inleiding; 2.1–2.37]. - Tekst en gelding van het geheimhoudingsbeding (Annex) en daarin opgenomen boetebeding zijn contractueel vastgelegd [erkend door beide partijen] [rnr beding tekst]. - Overdracht van werknemers naar Cellmark en communicatie tussen partijen (vertrek per 1 oktober 2019 en daaropvolgende overstap van circa tien medewerkers) [erkend door beide partijen] [rnr feiten]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Aanspraak op uitleg beding beperkt te moeten zijn: kantonrechter/hof plaatste discussie over wijze van telling schendingen; geïntimeerden stelden onderwerp‑indeling moet bepalen aantal schendingen (kantonrechter volgde dat eerst) [rnr ad I]. - Stelling dat schending cumulatief vereist dat informatie vertrouwelijk is, bewust na einde dienstverband is bewaard en met Cellmark is gedeeld; aldus geen schending in casu (incidenteel appel) [rnr ad I]. - Betwisting dat downloaden en bezit van specifieke documenten door [geïntimeerde 1] heeft plaatsgehad; betoog dat FRA-rapporten alleen melding maken van mappen op USB-sticks en niet van alle genoemde documenten [rnr ad I]. - Voor Cellmark c.s.: verweer dat causaal verband tussen onrechtmatig handelen en bedrijfsbeëindiging niet is vastgesteld; alternatieve oorzaken mogelijk; bewijsvoering onvoldoende [rnr ad II]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - Artikel 6:97 BW (schatting bij onzeker causaal verband) gehanteerd door hof; artikel 6:96 lid 1 BW voor toewijzing kosten onderzoek genoemd; 706 Rv voor kosten bewijsbeslag; verwijzing naar DCC art.7:650 in Annex (vermelding in beding) [rnr ad II; ad III; ad IV; bedingtekst verwijzing]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Niet eens met berekening aantal schendingen op grond van onderwerpindeling (zij wilden onderwerp‑indeling juist toepassen) en dat veel gedownloade documenten aan hen toerekenbaar zijn; betwisten delen/terughoudendheid en tijdstip (niet altijd “upon termination”) [rnr ad I]. - Betwisten causaal verband tussen handelen Cellmark c.s. en bedrijfssluiting; betogen dat werknemers mogelijk eigen beweging hadden en dat andere oorzaken tot sluiting hebben geleid [rnr ad II]. - Bij [geïntimeerde 1] betwisting omvang onkosten declaraties; stelt verantwoording en afspraken omtrent autokosten [rnr ad III]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - [geïntimeerde 2] heeft genoemde reiskosten naar Norwalk (€4.708,40) inmiddels vrijwillig terugbetaald aan Elof Hansson; vordering ingetrokken [rnr ad III]. - Geen ander specifiek aanbod tot herstel of schadevergoeding in processtukken vermeld in arrest [rnr niet vermeld]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Uitleg boetebeding: hof leest beding letterlijk en oordeelt dat elke afzonderlijke e-mail/ document/ bescheid dat met schending wordt meegenomen, gedeeld of niet wordt teruggegeven een afzonderlijke overtreding en daarmee een boete van €10.000 per document oplevert; de kantonrechter had onjuist via onderwerp‑indeling geteld; daardoor slaagt principaal appel inzake uitleg beding [rnr ad I]. - Vervolg: toepassing matigingsgrondslag van redelijkheid en billijkheid (middelen van overeenkomst, salaris van [geïntimeerde 1]) leidt tot gematiging van het totaalbedrag voor [geïntimeerde 1] naar €400.000; voor [geïntimeerde 2] geen matiging behalve correctie voor dubbeltellingen en download door derde, totaal €130.000. Hof past dus redelijkheidstoets op boetetoekenning toe [rnr ad I]. - Onrechtmatig handelen Cellmark c.s.: hof onderschrijft kantonrechter en oordeelt dat uit communicatie en handelwijze (ronselen met salarisgegevens en benaderen klanten/leveranciers) onrechtmatigheid volgt; hof stelt causaal verband tussen dat handelen en bedrijfsbeëindiging voldoende vast en past kansschatting (30% kans dat zonder onrechtmatig handelen de onderneming toch stilgevallen zou zijn) in de schadeberekening toe op grond van artikel 6:97 BW en algemene bewijsrechtelijke overwegingen [rnr ad II]. - Schadepositie: hof berekent toegewezen posten; sommige posten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing (o.a. post 8: kosten bedrijfsadviseurs; post 9: oninbare vordering EU Paper Trade te ver verwijfdcausaal verband) [rnr ad II]. - Kosten van FRA-onderzoek: toegewezen tot €91.534,92 (artikel 6:96 lid 1 BW), meergevorderde kosten deels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of betrekking op vermoedelijke fraudeverdenkingen [rnr ad II,7]. - Toepassing 706 Rv: kosten bewijsbeslag kunnen op grond daarvan worden verhaald; hof handhaaft toewijzing [rnr ad IV]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Tekstbeding legt per document boete op; redelijke uitleg vereist; kantonrechter had te abstract geteld; hof corrigeert in letterlijke richting maar matigt om extreem en onevenwichtig resultaat voor [geïntimeerde 1] te voorkomen gelet op salaris en dubbele aansprakelijkheid (boetes + schade) [rnr ad I]. - Onrechtmatig handelen bewezen door e-mails/WhatsApp/agendavoorstellen en concrete acties (overstappen en ronselen) die direct leidden tot verlies traders en netwerk; bewijsnood en onvolledigheid van alternatieve oorzaakverisimilitudes vereisen kansafweging (30%) bij schadebegroting [rnr ad II]. - Redelijkheid en billijkheid, bewijsverhoudingen en toereikendheid van onderbouwing wegen mee bij toewijzing of afwijzing van specifieke schadeposten [rnr ad II onderdelen]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) Het hof vernietigt het bestreden vonnis en beslist deels opnieuw: Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Verklaart voor recht dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hun non‑disclosure verplichtingen hebben geschonden. [dictum] - Veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling aan Elof Hansson van €400.000 aan verbeurde boetes wegens schending non‑disclosure, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 mei 2020. [dictum] - Veroordeelt [geïntimeerde 2] tot betaling aan Elof Hansson van €130.000 aan verbeurde boetes wegens schending non‑disclosure, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 mei 2020. [dictum] - Verklaart voor recht dat [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], Cellmark Netherlands, Cellmark Aktiebolag en Cellmark Inc. jegens Elof Hansson onrechtmatig hebben gehandeld. [dictum] - Veroordeelt genoemde partijen hoofdelijk tot betaling van €4.603.627,70 aan schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2019. (schade na correctie 30% kans) [dictum] - Veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling aan Elof Hansson van €26.314 aan onverschuldigd betaalde onkostenvergoedingen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 mei 2020. [dictum] - Veroordeelt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hoofdelijk tot betaling van de kosten van het bewijsbeslag van €25.554,97, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening vonnis in eerste aanleg. [dictum] - Bepaalt verrekening: Elof Hansson mag netto equivalent van bruto €41.664,60 (vakantiedagen aan [geïntimeerde 1]) verrekenen met bedragen die [geïntimeerde 1] verschuldigd is. [dictum] - Veroordeelt partijen hoofdelijk in proceskosten: toewijzing gedetailleerd begroot (bedragen griffie, salaris, dagvaarding e.d.); uitvoerbaar bij voorraad verklaard; meer of anders gevorderde afgewezen; kosten van eerste aanleg in reconventie gecompenseerd. [dictum] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Kosten eerste aanleg (conventie) ten laste van [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], Cellmark c.s. hoofdelijk: o.a. €83,88 kosten dagvaarding, €4.131 griffiegeld, €11.997 salaris (eerste aanleg), en voor principaal appel €103,33 dagvaarding, €11.379 griffiegeld, €24.236 salaris, incidenteel appel €6.474 salaris + nasalarissen en kosten betekeningsexploot; exacte specificatie in dictum (zie arrest) [dictum]. Kosten van eerste aanleg in reconventie: gecompenseerd (ieder draagt eigen kosten). Kosten conservatoire beslagen buiten beschouwing (geen onderbouwde kostenopgave). [rnr slotsom; dictum] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Ja, de veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [dictum] RECHTER:
A.S.: voorzitter
G.C. Boot: raadsheer
S. Tamboer: raadsheer
rolraadsheer: rolraadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:97 BW: ['6:97 BW', 'schatting van schade bij onzeker causaal verband']
6:96 BW: ['6:96 lid 1 BW', 'vergoedbaarheid van redelijke kosten onderzoek en bewijsverlening']
706 Rv: ['706 Rv', 'kosten bewijsbeslag/toerekening']
7:650 DCC: ['7:650 DCC', 'vermelding in beding – afwijking genoemd (DCC verwijzing)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2024:155: Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2024
ECLI not known: Rechtbank Noord-Holland (kantonrechter) 3 november 2021
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-01 16:52:58.518869 ============================================================
43
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2022:894 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2022:894 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2022-06-17 - Datum publicatie: 2022-06-17 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 20/03561 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2022:894 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1082, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:7033, Bekrachtiging/bevestiging INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Concurrentiebeding. Art. 7:653 lid 3 onder b BW. Belang werkgever om werknemer nog een zekere tijd in dienst te houden. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2022-0679; NJB 2022/1520; JAR 2022/178 met annotatie van Helstone, A.M.; NJ 2022/226; RvdW 2022/605; Prg. 2022/258; RAR 2022/124; JIN 2022/119 met annotatie van Mohamed, R.A.M.; Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2022/262; VAAN-AR-Updates.nl 2022-0679; Brightmine 2022-20008061 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2022:894 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR (Hoge Raad) Datum uitspraak 17 juni 2022 FORMELE RELATIES LEGALLINK: - Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden: ECLI:NL:GHARL:2020:7033, arrest 8 september 2020 (bekrachtigd/bevestigd in cassatieprocedure als formele relatie) [rov.1; voetnoot 2] - Rechtbank Gelderland: ECLI:NL:RBGEL:2020:2575, vonnis voorzieningenrechter 8 mei 2020 [rov.1; voetnoot 1] - Conclusie advocaat‑generaal: ECLI:NL:PHR:2021:1082, conclusie gevolgd [procesverloop] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Meijndert Trucking B.V. (werkgever / eiseres in cassatie) Naam of typering gedaagde [Werknemer] (internationaal chauffeur / verweerder in cassatie) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Gezondheidszaak over handhaving van een concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst; kort geding door werkgever tegen werknemer die per 1 maart 2020 bij concurrent in dienst trad; geschil of voorzieningenrechter/surrogaatrechter het concurrentiebeding (gedeeltelijk) mag schorsen of handhaven op grond van art. 7:653 lid 3 onder b BW, en of bij belangenafweging het werkgeversbelang om werknemer tijdelijk gebonden te houden (zodat vervanging kan worden gezocht) meeweegt. [feitelijke inleiding; rov.3.1.3–3.1.4; 5.11] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) (i) Verbod (staken/verbod) ten aanzien van werkzaamheden voor de concurrent gedurende resterende looptijd concurrentiebeding; (ii) betaling contractuele boete; (iii) onverkorte nakoming van het concurrentiebeding. [procesverloop; 3.1.2] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) art. 7:653 lid 3 aanhef en onder b BW (vernietiging/schorsing bij onbillijke benadeling) [rov.3.1.1–3.1.3] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Werknemer in dienst bij Meijndert Trucking sinds 2015 tot eind febr. 2020 als internationaal chauffeur [in cassatie aangenomen (i)]. - In arbeidsovereenkomst schriftelijk concurrentiebeding opgenomen met verboden en boete (€500 per dag) en relatiebeding (duur in tekst variërend: eerste zin 1 jaar, tweede zin 2 jaar) [in cassatie weergegeven tekst (ii)]. - Werknemer trad op 1 maart 2020 in dienst bij directe concurrent [in cassatie (iii)]. Vaststellingen: erkend door beide partijen: dienstverband 2015–febr.2020; inwerking van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst; indiensttreding werknemer bij concurrent op 1 maart 2020. [procesverloop; facts (i)-(iii)] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Primair: vernietiging van het concurrentiebeding of schorsing van dat beding met ingang van 1 maart 2020 totdat in bodemprocedure definitief beslist. (rekonventionele vordering) [procesverloop; 3.1.2] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden art. 7:653 lid 3 aanhef en onder b BW (onbillijke benadeling) [rov.3.1.1–3.1.3] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - De toepassing van het concurrentiebeding leidt tot onbillijke benadeling van de werknemer; voor kort geding is schorsing toegestaan; voorshands aannemelijk dat bodemrechter het beding zal vernietigen. [hoi, 5.11] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Eerste toets: vernietiging/vordering tot gehele of gedeeltelijke vernietiging op grond van art. 7:653 lid 3 onder b BW is niet toewijsbaar in kort geding; wel kan voorzieningenrechter schorsing toewijzen, op grond van een voorlopige belangenafweging. [rov.3.1.1–3.1.2; voetnoot 3] - Centrale rechtsregel: bij de belangenafweging op grond van art. 7:653 lid 3 onder b BW hoort niet te worden meegewogen het belang van de werkgever om de werknemer nog een zekere tijd in dienst te houden (bijv. om in krappe arbeidsmarkt vervanging te vinden). Dat belang is geen zelfstandig te beschermen belang in de zin van art. 7:653 lid 3 onder b BW. [rov.3.1.3] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Doel van concurrentiebeding is bescherming van het bedrijfsdebiet (knowhow, goodwill), niet het binden van werknemers; het belang van tijdelijke binding ten behoeve van continuïteit/vervanging raakt niet het beschermingsdoel en mag daarom niet meewegen in de belangenafweging. Het hof heeft daarom terecht voorshands geoordeeld dat het werknemersbelang zwaarder woog en het beding geschorst (voorshands vernietiging aannemelijk). Het principaal middel faalt omdat de klacht dat dat werkgeversbelang wel meegewogen moet worden, niet terecht is. [rov.5.11; 3.1.3–3.1.4] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Principaal cassatieberoep verwerpt; het arrest van het hof blijft in stand. (Het Hof heeft het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd, vorderingen van Meijndert Trucking afgewezen en het concurrentiebeding geschorst met ingang van 1 maart 2020 totdat in de bodemprocedure over rechtskracht is beslist.) [slotbeslissing; rov.5.11] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Principaal beroep: verworpen. (Hof-arrest gehandhaafd: vorderingen Meijndert Trucking in conventie afgewezen; vordering werknemer in reconventie tot schorsing toegekend, met ingang 1 maart 2020 tot uitspraak bodemrechter.) [eindbeslissing] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Meijndert Trucking wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: aan de zijde van de werknemer begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; overige proceskosten niet vermeld. [slot] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet expliciet vermeld; geen aanwijzing dat anders. RECHTER:
du Perron, C.E.: voorzitter
Wattendorff, H.M.: raadsheer en openbaar uitgesproken
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
Teuben, K.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:653 BW: ['7:653 lid 3 BW', 'concurrentiebeding; vernietiging of gedeeltelijke vernietiging bij onbillijke benadeling; belangenafweging in kort geding (schorsing)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2020:7033: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 september 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:2575: Rechtbank Gelderland 8 mei 2020
ECLI:NL:HR:1966:AC4650: HR 29 april 1966
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:41.810926 ============================================================
49
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHSHE:2018:68 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:GHSHE:2018:68 - Instantie: Gerechtshof 's-Hertogenbosch - Datum uitspraak: 2018-01-09 - Datum publicatie: 2018-01-11 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 200.224.059_01 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:68 FORMELE RELATIES: Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:313, Bekrachtiging/bevestiging INHOUDSINDICATIE: WWZ-zaak. Kort Geding. Rechtsgeldigheid van een relatie- en non-concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Stelplicht en bewijslast in een bodemprocedure. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR 2018/183; AR-Updates.nl 2018-0087; NJ 2019/159; VAAN-AR-Updates.nl 2018-0087; Brightmine 2018-20001163 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:GHSHE:2018:68 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Hof) Datum uitspraak 9 januari 2018 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:313, HR (bekrachtiging/bevestiging) [r.o. slot; publicatiegegevens] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [de vennootschap] (werkgever, appellante) [processtuk opening hoger beroep] Naam of typering gedaagde [geïntimeerde] (werknemer, geïntimeerde/eiser in conventie) [processtukken eerste aanleg en hoger beroep] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Geschil over de rechtsgeldigheid en uitvoerbaarheid van een relatiebeding en een non-concurrentiebeding opgenomen in een schriftelijke geheimhoudingsovereenkomst die onderdeel uitmaakt van een tijdelijke arbeidsovereenkomst; werknemer treedt na opzegging bij IMCD in dienst; werkgever vordert naleving en dwangsommen/boete; werknemer vordert schorsing van de bedingen en subsidiair betaling van een vergoeding gedurende de bedingstermijn. [r.o. feitenoverzicht en vorderingen] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Primair: schorsing van concurrentie-, relatie- en boetebeding zodat [geïntimeerde] zijn werkzaamheden voor IMCD mag starten/voortzetten; subsidiair: maandelijkse vergoeding van € 3.195 bruto gedurende de duur van de bedingen. [dagvaarding en eis in conventie; r.o. feiten] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:653 BW (formulier en toelating van relatie-/non-concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) [r.o. toepasselijkheid en uitleg] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Arbeidsovereenkomst tijdelijk; bedingen zijn opgenomen maar wettelijk in principe niet toegestaan bij bepaalde tijd; werkgever heeft motivering gegeven die volgens werknemer onvoldoende concreet is. [r.o. feiten en stellingen partijen] - IMCD voert andere activiteiten; functie bij IMCD is commercieel en verschilt van eerdere technische functie; geen overlap in producten; werknemer krijgt betere arbeidsvoorwaarden. [r.o. stellingen geïntimeerde] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Partijen sloten schriftelijke geheimhoudingsovereenkomst die integraal onderdeel is van de arbeidsovereenkomst en bevat relatie-, non-concurrentie- en boetebeding; bedingen schriftelijk en werknemer meerderjarig bij aanvang. [erkend door beide partijen; r.o. 2.2–2.7 & overwegingen] - Werknemer heeft per 1 juli 2017 opgezegd en wil bij IMCD in dienst treden; werkgever heeft opzegging geaccepteerd en bezorgdheid geuit over overtreding bedingen. [erkend door beide partijen; feitenoverzicht] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Werkgever: bedingen formeel juist tot stand gekomen; materieel noodzakelijk; IMCD is distributeur van marktleider [firma], waardoor belangen van werkgever worden geschaad; vordering tot naleving bedingen, beëindiging werkzaamheden, verbeurte dwangsom en voorschot op boete. [r.o. verweer en reconventie] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:653 BW (art. betreft beperking van bedingen bij bepaalde tijd en schriftelijke motivering) [r.o. wetsuitleg] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Werknemer betwist de aantoonbaarheid en de noodzaak van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die het opnemen van relatie- en non-concurrentiebeding in een tijdelijke contract rechtvaardigen; betwist dat IMCD concurrent is of dat functie/productoverlap bestaat; benadrukt betere arbeidsvoorwaarden en onduidelijkheid van werkgever over verlenging contract. [r.o. betwisting door geïntimeerde] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen structureel aanbod tot herstel; werknemer heeft toezeggingen gedaan over geografische en productportfolio-omvang ten aanzien van IMCD maar geen bindend aanbod van werkgever tot vergoeding vermeld in hoger beroep. [r.o. correspondentie en stellingen] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Hof volgt uitgangspunt dat voorlopige voorziening alleen moet worden gegeven bij sterke aanwijzingen dat eiser in bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk gelijk zal krijgen. [r.o. overwegingen] - Toetst formele vereisten: bedingen schriftelijk overeengekomen en werknemer meerderjarig; dus formeel voldaan. [r.o. toets] - Materieelrechtelijk: volgens 7:653 BW lid 1 zijn dergelijke bedingen in beginsel niet toegestaan bij bepaalde tijd; lid 2 maakt uitzondering mogelijk mits schriftelijke motivering en noodzaak wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen bij aangaan en op het moment van beroep op beding. Hof oordeelt dat in kort geding niet volledigheid van bewijs over die zwaarwegende belangen kan worden vastgesteld; dat is aangelegenheid van bodemrechter. [r.o. uitleg 7:653 BW en verwijzing Memorie van Toelichting; r.o. 3.4 e.v.] - Hof acht ontbrekend dat werkgever in dit kort geding zodanige sterke aanwijzingen heeft geleverd dat sprake is van blijvende noodzaak; evenmin voldoende concreet bewijs van (dreigende) vermogensschade door indiensttreding bij IMCD. Hof maakt een belangenafweging voor zover kort geding dat toelaat en weegt het feit dat werknemer substantiële verbeterde arbeidsvoorwaarden en onduidelijkheid over verlenging had tegen de belangen van werkgever. [r.o. bewijs- en belangenafweging] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belangrijkste motieven: 1) wettelijke regeling 7:653 BW vereist zwaarwegende belangen en schriftelijke motivering; 2) de bewijs- en stelplicht voor werkgever in een bodemprocedure; 3) in kort geding is geen ruimte voor uitvoerige bewijslevering; 4) werkgever heeft onvoldoende concreet gesteld/onderbouwd dat noodzaak en (dreigende) schade aanwezig zijn; 5) werknemer heeft aantoonbaar financieel belang bij overstap en dossierrechtvaardigt onzekerheid over contractverlenging. Daarom onvoldoende sterke aanwijzingen voor succes in bodem en geen toewijzing voorlopige verplichting tot naleving. [r.o. motivering en afweging] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep. [slotarrest] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Grieven 1–3 (inhoudelijk verweer van werkgever) falen; daarmee ook grief 4 (proceskosten) faalt. Het primair door [geïntimeerde] gevorderde: schorsing van de bedingen is gehandhaafd (kantonrechter had relatie- en non-concurrentiebeding geschorst); het boetebeding bleef buiten schorsing en is niet langer in hoger beroep bestreden. [r.o. conclusies en bekrachtiging] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [de vennootschap] veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde]: griffierecht € 313,= en salaris advocaat € 894,= (totaal begroot tot heden). [slotarrest] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Het vonnis waarvan beroep was uitvoerbaar bij voorraad; het hof bekrachtigt dat vonnis (waaronder uitvoerbaarheid van de eerdere voorziening). [r.o. uitvoerbaarheid; slot] RECHTER:
Keizer, I.B.N.: raadsheer
Stienissen, M.G.W.M.: raadsheer
Cremers, R.J.M.: raadsheer
rolraadsheer: uitspraak in het openbaar gedaan
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:653 BW: ['7:653 lid 1 en lid 2 BW', 'regeling relatie- en non-concurrentiebedingen bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en schriftelijke motivering/ noodzakelijkheid vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2019:313: HR 2019 (cassatie)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-03 23:36:51.359935 ============================================================
52
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHDHA:2017:1685 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:GHDHA:2017:1685 - Instantie: Gerechtshof Den Haag - Datum uitspraak: 2017-02-21 - Datum publicatie: 2017-06-15 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 200.166.402/01 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Hoger beroep - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:1685 INHOUDSINDICATIE: vordering tot schadevergoeding op grond van schending geheimhoudingsbeding werknemer VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR 2017/6311; AR-Updates.nl 2017-1435; VAAN-AR-Updates.nl 2017-1435 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:GHDHA:2017:1685 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 21 februari 2017 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Geen hoger beroep waarvan sprake in deze uitspraak. (Geen aanvullende ECLI-gegevens genoemd voor hoger beroep of HR-conclusie) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [X B.V.] (appellante; voormalige werkgever/onderneming) Naam of typering gedaagde [geïntimeerde] (geïntimeerde; voormalige werknemer) CASUS: Staking van de vordering wegens vermeende schending door de werknemer van een schriftelijk geheimhoudingsbeding uit de arbeidsovereenkomst (art. 8 lid 1 overeenkomst, geheimhoudingsbeding) en/of schending van de arbeidsovereenkomstsplicht ex 7:611 BW door het afgeven van een schriftelijke verklaring ten behoeve van een voormalige cliënte ([cliënte]) in een civiele procedure, met vordering tot verklaring voor recht van schending en schadevergoeding (schadestaat). VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Verklaring voor recht dat [geïntimeerde] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en/of heeft gehandeld in strijd met 7:611 BW; aansprakelijkheid voor door die schending geleden en nog te lijden schade; schadevergoeding nader op te maken bij staat; veroordeling in proceskosten. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:611 BW; 612 Rv (verwijzing naar schadestaatprocedure) [rnr. hof overwegingen inzake schadestaat en art. 612 Rv] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [geïntimeerde] heeft op 17 oktober 2013 een schriftelijke verklaring opgesteld voor [cliënte] over declaratiewijze van [X B.V.]. [rnr. feitenvaststelling] - Die verklaring zou hebben bijgedragen aan afwijzing van vordering tegen [cliënte] en tot financiële en imagoschade bij [X B.V.] hebben geleid, onder meer invloed op verkoop klantenportefeuille in 2013. [rnr. vorderingsgrond en schadestelling] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - De feitenvaststelling van de kantonrechter is in hoger beroep niet bestreden en wordt door het hof als uitgangspunt genomen (o.a. indiensttreding 2000, arbeidsovereenkomst 17-12-2003 met geheimhoudingsbeding, ontslag 1-8-2013, verklaring 17-10-2013). [rnr. 2.6 e.a.; grief 1 toelichting] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Betwisting dat geheimhoudingsbeding nog geldt na wisselingen werkgeverszijde (rechtbankoverweging, door gedaagde aangevoerd). [kantonrechteroverwegingen; in hoger beroep niet door hof overgenomen als beslissend feit omdat hof veronderstellenderwijs uitgangspunt neemt dat beding geldt voor grief 4-behandeling] [rnr. kantonrechter en hof] - Verweer dat onder de gegeven omstandigheden de werknemer in redelijkheid mocht verklaren in de procedure van [cliënte] (geen schending 7:611 BW). [kantonrechteroverweging] - Betwisting causaliteit en bewijs van geleden of te lijden schade door [X B.V.]; onvoldoende concrete onderbouwing van imagoschade en invloed op verkoop; verklaring niet doorslaggevend in appelzaken. [hof overwegingen 7.x] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - Artikel 7:611 BW (verplichting zorgvuldigheid in arbeidsovereenkomst). [rnr. hof] - Artikel 612 Rv (begroting/verwijzing naar schadestaat). [rnr. hof] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Niet eens dat het geheimhoudingsbeding nog (ononderbroken) geldt (kantonrechter aanneming); niet eens dat er een schending van 7:611 BW plaatsvond; niet eens dat er causaal verband en voldoende aannemelijkheid is dat de verklaring schade (financieel of imago) heeft veroorzaakt. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in de uitspraak. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Het hof neemt de door de kantonrechter vastgestelde feiten als niet bestreden uitgangspunt. Voor grief 4 gaat het hof veronderstellenderwijs ervan uit dat het geheimhoudingsbeding geldt en dat schending heeft plaatsgevonden, doch onderzoekt of de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk is voor verwijzing naar schadestaat ingevolge 612 Rv. [rnr. hof over schadestaat toetsing] - Het hof beoordeelt causaliteit en toereikende onderbouwing: uit de appelarresten tussen [X B.V.] en [cliënte] volgt dat veel facturen niet toewijsbaar waren en dat de verklaring van [geïntimeerde] geen aantoonbare betekenis had voor hofbeslissing; [X B.V.] heeft onvoldoende concrete gegevens over imagoschade en verband met verkoop; tijdsverloop (verklaring 17-10-2013 vs. eerdere constatering onverkoopbaarheid 28-3-2013 bij UWV) ondermijnt causaliteit. [rnr. hof 7.x] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Motieven: onvoldoende aannemelijkheid van zowel financiële schade (geen causaal verband en arresten tonen gebrek aan invloed verklaring) als imagoschade (gebrek aan concreetheid en causaliteit; eerdere signalen onverkoopbaarheid). Belangenafweging: bescherming vertrouwelijke bedrijfsinformatie en werknemerstoezeggingsnormen spelen mee, maar primaire grond om vordering af te wijzen is ontbreken van voldoende aannemelijkheid van schade en causaliteit vereist voor verwijzing naar schadestaat. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 29 oktober 2014 (vordering afgewezen). Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Hoger beroep van [X B.V.] wordt door het hof afgewezen; het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter d.d. 29 oktober 2014 wordt bekrachtigd. (Grief 4 verworpen; griefs 2-3 niet succesvol; grief 5 behoeft geen bespreking.) [slotarrest] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [X B.V.] veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 311 aan griffierecht en € 1.788 (2 punten à tarief II) aan advocaatkosten. [slotvonnis] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld; geen aanwijzing van uitvoerbaar bij voorraad. RECHTER:
Aarts, D.: plaatsvervangend raadsheer
Frikkee, C.J.: raadsheer
Joustra, C.A.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:611 BW: ['7:611 BW', 'zorgvuldigheidsplicht in de arbeidsovereenkomst']
612 Rv: ['612 Rv', 'begroting/verwijzing naar schadevergoeding op te maken bij staat']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2017:1685: Gerechtshof Den Haag 21 februari 2017
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-04 00:56:41.451289 ============================================================
70
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:1955:47 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:1955:47 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 1955-12-09 - Datum publicatie: 2018-07-13 - Datum aangepast: 2025-09-19 - Zaaknummer: 8914 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:1955:47 INHOUDSINDICATIE: Samenloop van wanprestatie en onrechtmatige daad. Conclusie niet voorhanden. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; NJ 1956/157 met annotatie van L.E.H. Rutten SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:1955:47 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 1955-12-09 FORMELE RELATIES LEGALLINK: ECLI-nummer: ECLI:NL:GHDAM:1955: (arrest Hof te Amsterdam) Rechterlijke instantie: Hof te Amsterdam Datum uitspraak: 1955-05-26 (Conclusie parket HR niet beschikbaar) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiser] (gewezen werknemer / inspecteur) Naam of typering gedaagde Vesta, Maatschappij van Levensverzekering N.V. (werkgever/verzekeraar) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Na beëindiging van zijn dienstbetrekking bij Vesta zou [eiser] voormalige bij Vesta lopende verzekeringsposten hebben "uitgespannen" door verzekerden over te halen hun polis op te zeggen en bij andere maatschappijen onder te brengen. Vesta vordert verbod en dwangsom wegens misbruik van kennis en gegevens verkregen in dienst en wegens onrechtmatige daad/oneerlijke concurrentie. President wijst toe; Hof beperkt en wijzigt verbod en dwangsom; HR behandelt cassatie over samenloop wanprestatie/onrechtmatige daad en bevoegdheid kort geding. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) (Eiser = cassant) verwerping van het arrest; primair vernietiging van Hofs veroordeling; subsidiair termijn of beperking op verbod in kort geding. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Voornamelijk: 1401 BW [rnr Hof en HR overwegingen], 1637x BW [betwisting contractuele beperking]; procedurele verwijzingen naar WVBR artikelen in middelen [midden rnr]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [eiser] was aanvankelijk inspecteur bij Hollandia, later in dienst van Vesta vanaf circa 1-2-1953 [rnr Hof]. - Na vrijwillig vertrek circa 1-1-1954 zou hij Vesta-posts hebben uitgespannen en geprobeerd deze bij anderen onder te brengen [rnr Hof]. - Vesta stelt dat gebruik is gemaakt van kennis en gegevens verkregen tijdens dienstbetrekking [rnr Hof]. Vaststellingen: erkend door beide partijen - Dat [eiser] in dienst is geweest bij Hollandia en vervolgens Vesta (overname) en later de dienst verliet [rnr Hof]. - Dat [eiser] kennis en gegevens had verkregen in dienst van Vesta (niet door hem weersproken) [rnr Hof]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) Vesta vordert verbod en dwangsom; steunt primair op contractuele verboden voortvloeiend uit arbeidsovereenkomst (artikel 1637x BW), subsidiair op onrechtmatige daad/oneerlijke concurrentie (artikel 1401 BW). Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 1637x BW [Hof en HR bespreken ongeldigheidsvereiste schriftelijk beding], 1401 BW [onrechtmatige daad] [rnr Hof/HR]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? Vesta bestrijdt dat de handelwijze van [eiser] rechtmatig is; stelt dat gebruik van interne kennis en het actief overhalen van verzekerden onrechtmatig is en haar schade berokkent; voorts stelt Vesta dat er arbeidsovereenkomst of gebruikelijke voorwaarden bestonden die dergelijke handelingen verboden, al betoogt zij subsidiair. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. Het Hof oordeelt dat een contractuele beperkende bepaling op grond van 1637x BW niet is aangetoond (schriftelijke bedinging ontbreekt) en verwerpt primair beroep daarop. Het Hof stelt echter subsidiair vast dat [eiser] onrechtmatig handelde jegens Vesta door, na vergoeding en duurzaam karakter van de opgebouwde posten, met gebruikmaking van kennis en gegevens verzekerden weg te halen, in strijd met zorgvuldigheid in het maatschappelijk verkeer (toepassing van 1401 BW) [rnr Hof]. HR bevestigt deze kwalificatie en overweegt dat onrechtmatige daad onafhankelijk van contractuele beperking staat; 1637x BW raakt niet aan de reikwijdte van onrechtmatige daden volgens 1401 BW. HR oordeelt tevens dat in kort geding een algemeen verbod zonder tijdslimiet toelaatbaar is indien de gedraging onrechtmatig blijft [rnr HR]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Gewicht toegekend aan aard van de dienstbetrekking: [eiser] had tegen beloning duurzame posten bij Vesta geworven; dat verleden weegt mee bij beoordeling van zorgvuldigheid [rnr Hof/HR]. - Gebruik van interne kennis en gegevens vormt een zwaarwegende omstandigheid die de gedraging onrechtmatig maakt jegens voormalige werkgever [rnr Hof]. - Artikel 1637x BW reguleert uitsluitend contractuele beperking na einde dienst; het belet vordering wegens onrechtmatige daad niet [rnr HR]. - Belang Vesta bij bescherming van clientèle en duurzame bedrijfswaarde weegt zwaarder dan oude werknemervrijheid in dit geval; kort geding kan een algeheel verbod opleggen zolang de gedraging per definitie onrechtmatig blijft [rnr HR]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) Het beroep in cassatie wordt verworpen; het arrest van het Hof blijft in stand. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Cassatieberoep van [eiser] verworpen; vernietiging van het hofarrest niet toegewezen. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? [eiser] veroordeeld in de daarop gevallen kosten. Aan de zijde van Vesta tot op uitspraak van dit arrest begroot op f. 37,50 voor verschotten en f. 600,- voor salaris [slot uitspraak]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet expliciet vermeld; standaard uitvoerbaar bij voorraad niet vermeld in arrest. RECHTER:
Donner,: President
van der Meulen,: Raad
Hijink,: Raad
Smits,: Raad
Boltjes,: Raad
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1401 BW: ['1401 BW', 'onrechtmatige daad; zorgvuldigheid in het maatschappelijk verkeer']
1637x BW: ['1637x BW', 'contractuele beperking werknemer na einde dienst; schriftelijk beding vereist']
3:11:14 WAB: niet van toepassing als key volgens instructie niet gebruikt
(Opmerking: alleen in het arrest expliciet besproken: 1401 BW en 1637x BW; overige in middelen aangehaalde artikelen zijn procedureel genoemd maar niet substantieel door HR toegepast) [rnr HR overwegingen] GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1955:47: HR 9 december 1955
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 19:06:48.724000 ============================================================
ai
General AI knowledge advisable to further investigate and verify.