⚖️ LegalLink Citaties

Bronvermelding voor gebruikte wetsartikelen en jurisprudentie

Gegenereerd op 16-08-2026 om 12:07

In het antwoord zijn 12 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.

3
WETSARTIKEL 3: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid - Afdeling: Afdeling 5. Het bestuur van de vennootschap en het toezicht op het bestuur - Artikel: Artikel 248 - Gegevens: lid 1: In geval van faillissement van de vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. lid 2: Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen. lid 3: Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. lid 4: De rechter kan het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld. De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als zodanig in functie is geweest in de periode waarin de onbehoorlijke taakvervulling plaats vond. lid 5: Is de omvang van het tekort nog niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. lid 6: De vordering kan slechts worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de vordering niet in de weg. De bestuurder is niet bevoegd tot verrekening met een vordering op de vennootschap. lid 7: Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen een door de rechter benoemde bewindvoerder of een door de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam aangestelde bestuurder als bedoeld in artikel 356, onder c. lid 8: Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van artikel 9. lid 9: Indien een bestuurder ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing. lid 10: Artikel 138 lid 10 is van toepassing. - Relevantie score: 0.612
7
WETSARTIKEL 7: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar - Artikel: Artikel 213ma - Gegevens: lid 1: De curator vraagt de rechter-commissaris toestemming voor het doen van tussentijdse periodieke uitkeringen onderscheidenlijk een eenmalige uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling, op opeisbare vorderingen: lid 1 a.: betreffende uitkeringen, ontstaan krachtens overeenkomsten van levensverzekering; lid 1 b.: ontstaan krachtens overeenkomsten van schadeverzekering betreffende uitkeringen ter zake van letsel, ziekte of overlijden van natuurlijke personen; lid 1 c.: betreffende reeds vervallen termijnen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden; lid 1 d.: ontstaan krachtens overeenkomsten van verzekering anders dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, indien deze het bedrag van € 12.500 te boven gaan, en indien het verzekerde risico zich heeft verwezenlijkt voorafgaand aan de negentigste dag na de faillietverklaring. lid 2: Onder een vordering als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een vordering die een begunstigde heeft doordat hij voorafgaand aan de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt van zijn recht de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar te doen afkopen. lid 3: De curator doet het verzoek, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot vorderingen die reeds voor de dag van de faillietverklaring opeisbaar zijn geworden, uiterlijk op de negentigste dag na de faillietverklaring. lid 4: De curator vraagt de rechter-commissaris op verzoek van de begunstigde of de verzekeringnemer tevens toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling op een vordering die een schuldeiser heeft doordat degene die het recht heeft de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar af te doen kopen van dat recht na de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt, indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben. lid 5: Indien het risico zich na de faillietverklaring heeft verwezenlijkt, vraagt de curator slechts toestemming indien de vordering ter verificatie is ingediend. lid 6: De curator vraagt tevens toestemming met betrekking tot de hoogte, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan. - Relevantie score: 0.602
17
WETSARTIKEL 17: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Derde afdeling. Van het bestuur over de failliete boedel - Artikel: Artikel 68 - Gegevens: lid 1: De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. lid 2: De curator: lid 2 a.: beziet bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel of er sprake is van onregelmatigheden die het faillissement, althans mede, hebben veroorzaakt, de vereffening van de failliete boedel bemoeilijken of het tekort in het faillissement hebben vergroot; lid 2 b.: informeert hierover de rechter-commissaris vertrouwelijk; en lid 2 c.: doet, zo hij of de rechter-commissaris dit nodig acht, melding of aangifte van onregelmatigheden bij de bevoegde instanties. lid 3: Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de artikelen 37, 39, 40, 58, tweede lid, 60, tweede en derde lid, en 60a, eerste lid, behoeft de curator machtiging van de rechter-commissaris. lid 4: Ingeval in Nederland geen secundaire insolventieprocedure is geopend, wordt de machtiging tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten, bedoeld in artikel 13 van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening op verzoek van de insolventiefunctionaris in de hoofdinsolventieprocedure verleend door de rechter-commissaris van de rechtbank, aangewezen in artikel 2. De rechtbank benoemt de rechter-commissaris binnen vijf werkdagen na ontvangst van dit machtigingsverzoek. - Relevantie score: 0.588
36
WETSARTIKEL 36: - Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6) - Titel: Titel 1. Verbintenissen in het algemeen - Afdeling: Afdeling 2. Pluraliteit van schuldenaren en hoofdelijke verbondenheid - Artikel: Artikel 12 - Gegevens: lid 1: Wordt de schuld ten laste van een hoofdelijke schuldenaar gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat, dan gaan de rechten van de schuldeiser jegens de medeschuldenaren en jegens derden krachtens subrogatie voor dit meerdere op die schuldenaar over, telkens tot ten hoogste het gedeelte dat de medeschuldenaar of de derde aangaat in zijn verhouding tot die schuldenaar. lid 2: Door de subrogatie wordt de vordering, indien zij een andere prestatie dan geld betrof, omgezet in een geldvordering van gelijke waarde. - Relevantie score: 0.497
37
WETSARTIKEL 37: - Wet: Burgelijk Wetboek 3 (BW 3) - Titel: Titel 11. Rechtsvorderingen - Afdeling: nan - Artikel: Artikel 296 - Gegevens: lid 1: Tenzij uit de wet, uit de aard der verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld. lid 2: Hij die onder een voorwaarde of een tijdsbepaling tot iets is gehouden, kan onder die voorwaarde of tijdsbepaling worden veroordeeld. - Relevantie score: 0.493
47
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2016:77 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2016:77 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2016-03-04 - Datum publicatie: 2016-03-08 - Datum aangepast: 2023-06-04 - Zaaknummer: 15/03666 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2016:77 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:1294, Contrair INHOUDSINDICATIE: Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOR 2016/290 met annotatie van Prof. Mr. J.J. van Hees SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:PHR:2016:77 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 04-03-2016 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Arrest Hoge Raad waarop wordt gerefereerd: ECLI:NL:HR:2014:3464, HR, 28-11-2014 (conclusie P-G vermeld) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) 1) [verzoekster 1] in liquidatie (gefailleerde / verzoekster) 2) [verzoekster 2] (schuldeiser) 3) [verzoeker 3] (schuldeiser) Naam of typering gedaagde Curator in het tweede faillissement van [verzoekster 1] (verweerder in cassatie) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Geschil omtrent bevoegdheid van de gefailleerde en twee schuldeisers om krachtens art. 69 Fw de rechter-commissaris te verzoeken de curator te bevelen zich jegens rentevorderingen, die tijdens het eerste faillissement zijn ontstaan maar ingevolge art. 128 Fw niet voor verificatie in aanmerking kwamen, op verjaring te beroepen; en of die rentevorderingen gedurende het eerste faillissement verjaarden (aanvang opeisbaarheid/verjaring) dan wel pas na afloop van dat faillissement. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Verzoek aan rechter-commissaris (art. 69 Fw) om de curator te bevelen: I) mededeling aan bekende schuldeisers dat gefailleerde zich op verjaring beroept; II) vorderingen voorlopig alleen te erkennen nadat is nagegaan of wettelijke/contractuele rente was bedongen/aangezaagd; III) zich op verjaring te beroepen en slechts voorlopig erkenning te verlenen voor enkelvoudige rente over de vijf jaren voorafgaand aan de opeisbaarheid tot datum uitbetaling uit het eerste faillissement. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Art. 69 Fw; art. 67 Fw; art. 128 Fw; art. 36 Fw; art. 26 Fw; art. 122 Fw; art. 126 Fw; 3:307 BW; 3:308 BW; artikel 3:316 BW (stuiting) wordt besproken. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Rentevorderingen die tijdens het eerste faillissement vervielen konden ingevolge art. 128 Fw niet worden geverifieerd [rov. 1.1(i), 2.6; rrs. aangegeven]. - Die rentevorderingen zijn ten opzichte van de gefailleerde opeisbaar gebleven en verjaarden na vijf jaar vanaf opeisbaarheid (3:307/308 BW) tenzij gestuit [brieven en beroepschrift, rov. 1.2; rrs. aangegeven]. - Artikel 36 Fw ziet niet op deze rentevorderingen omdat die niet tot vorderingen behoren die voldoening uit de boedel beogen (art. 26 Fw) [rov. 1.2; rrs.]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Het eerste faillissement liep van 10-03-1987 tot 17-09-2011; slotuitdelingslijst bindend; 100% uitkering; restboedel €1.599.049,49; tweede faillissement uitgesproken 27-05-2013 [erkend door beide partijen; rov. 1.1(i)-(iii)]. - Rente die na faillietverklaring vervalt kon ingevolge art. 128 Fw niet geverifieerd worden (zonder zekerheid) [erkend door beide partijen; rov. 2.6]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Rentevorderingen waren gedurende het eerste faillissement niet opeisbaar tegenover de gefailleerde; verjaring begint pas na einde faillissement [curatorstandpunt; rov. 2.4–2.8]. - Beroep op redelijkheid en billijkheid staat tegen verjaringsberoep in de weg. - Alternatieve procedure: gefailleerde en schuldeisers hebben andere rechtsgangen (art. 122, 126 Fw) om betwisting te voeren; art. 69 Fw is niet de juiste route. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Art. 128 Fw; art. 36 Fw; art. 26 Fw; art. 24 Fw; art. 68 Fw; art. 64 Fw; art. 122 Fw; art. 126 Fw; 3:307 BW; 3:308 BW; 3:316 BW. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Gedaagde betwist dat rentevorderingen tijdens faillissement opeisbaar waren en dus dat verjaring gedurende faillissement kon lopen [rov. 2.4–2.8]. - Betwist dat artikel 69 Fw gebruikt kan worden om curator te verplichten beleid te voeren t.a.v. verjaring in plaats van verificatieprocedure [rov. 1.3; 2.6]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Niet vermeld in het dossier. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Beoordeling prealabel verweer (belang): aanvangsstandpunt curator dat rentevorderingen pas opeisbaar zouden zijn na einde faillissement faalt. Hoge Raad analyseert artikelen Fw en BW: rentevordering die na faillietverklaring vervalt valt niet onder art. 26 Fw (geen voldoening uit boedel), dus niet onder art. 36 Fw; verjaringregels van BW (3:307, 3:308 BW) zijn van toepassing; opeisbaarheid is het moment waarop nakoming van de verplichting kan worden gevorderd (in principe moment van vervallen van rente) en hangt niet af van de aanwezigheid van activa bij schuldenaar [rov. 2.4–2.8]. - Conclusie: verjaring van deze rentevorderingen kan ook gedurende het faillissement gaan lopen; curator kan niet zonder meer stellen dat verjaring pas begint na afloop van faillissement [rov. 2.8]. - Analoge toepassing van art. 36 Fw wordt verworpen wegens specifiek karakter artikel en terughoudendheid voor analogie in dit domein [rov. 2.9–2.10]. - Over art. 69/67 Fw: artikel 69 Fw geeft gefailleerde en schuldeisers ruime bevoegdheid om handelingen van curator bij rechter-commissaris aan de orde te stellen; het wettelijk stelsel van verificatie (art. 122/126/196/197 Fw) sluit toepassing van art. 69 Fw niet uit per definitie. Afweging belangen: artikelen 126/197 Fw bieden onvoldoende bescherming voor belangen van gefailleerde in casu; praktische bezwaren (aantal schuldeisers, moeilijkheden terugvordering, beperkte curatoraansprakelijkheid) pleiten voor toegang via art. 69/67 Fw [rov. 2.12–2.15]. - Voor schuldeisers geldt dat doorgaans de weg via art. 119 lid 1 en 122 Fw de voorkeur heeft, maar art. 69 Fw is niet categorisch uitgesloten voor schuldeisers; alleen in normale gevallen is renvooiprocedure uitgangspunt. In casu is geen gesteld feitelijk bewijs dat vroegtijdig ingrijpen noodzakelijk is voor deze schuldeisers; daarom geen belang voor hen om art. 69/67 te gebruiken [rov. 2.16–2.17]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Wetstechnische motieven: rentevorderingen die geen voldoening uit de boedel beogen vallen niet onder art. 36 Fw; BW-verjaringsregels gelden; opeisbaarheid ziet op vervaltermijn, niet op boedelsituatie [rov. 2.4–2.8]. - Beschermingsmotieven: artikel 69 Fw is ingevoerd juist ter bescherming van belangen van gefailleerde en schuldeisers en geeft de gefailleerde voldoende grond om beleidskeuzes curator aan de rechter-commissaris voor te leggen; art. 126/197 Fw bieden in casu geen adequate bescherming voor gefailleerde (praktische bezwaren herstel na uitkering) [rov. 2.12–2.15]. - Evenwicht: voor gefailleerde is toegang tot art. 69/67 Fw gerechtvaardigd; voor normale schuldeisers blijft verificatie/renvooi hoofdroute, maar art. 69/67 Fw niet absoluut uitgesloten; in casu faalt belang van de twee schuldeisers. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Het primaire prealabele verweer van de curator (gebrek aan belang omdat verjaring pas na einde faillissement zou lopen) wordt verworpen [rov. 2.8]. - De rechtbank Rotterdam beschikking van 27-07-2015 wordt vernietigd voor zover deze beschikking onderdelen 2 en 3 van onderdeel 1 (clausen betreffende ontvankelijkheid van de gefailleerde) betreffen; de klachten 2 en 3 van onderdeel 1 worden gegrond verklaard [slot overwegingen; rov. eindbeslissing]. - De overige beroepen van gefailleerde en schuldeisers die betrekking hebben op ontvankelijkheid van de twee schuldeisers (onderdeel 2) worden verworpen; onderdeel 2 faalt [rov. 2.16–2.17]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Primair verweer curator afgewezen. - Vernietiging beschikking rechtbank dd. 27-07-2015 voor zover deze met klachten 2 en 3 in onderdeel 1 bestreden is (dus: gefailleerde wel ontvankelijk in haar hoger beroep tegen beschikking d.d. 13-02-2015). - Klachten gericht op ontvankelijkheid van de twee schuldeisers worden verworpen (dus: twee schuldeisers blijven niet-ontvankelijk). Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Niet vermeld in de conclusie. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld. RECHTER:
Wuisman, M.: conclusie-gever, naam vermeld in zaakgegevens
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
3:307 BW: verjaring nakoming/betaling
3:308 BW: verjaringstermijn opeisbaarheid
3:316 BW: stuiting van verjaring
3:320 BW: verlenging verjaringstermijn (parl. hist.)
2:23a lid 4 BW: verzoek tot hernieuwd uitspreken faillissement/vereffenaar
20 Fw: omvang faillissementsboedel
21 Fw: activa buiten boedel
22 Fw: activa buiten boedel
24 Fw: beheer en beschikking over boedel
26 Fw: vorderingen die voldoening uit boedel beogen
36 Fw: verlenging verjaringstermijn voor vorderingen binnen faillissement
64 Fw: toezicht rechter-commissaris
67 Fw: beroep tegen beschikking rc
68 Fw: taken curator (beheer/verevening)
69 Fw: bevoegdheid belanghebbenden jegens curator/rc
110 Fw: indiening ter verificatie
119 lid 1 Fw: verzet/regeling verificatie
122 Fw: renvooiprocedure
126 Fw: verzet door gefailleerde
128 Fw: interesten niet verifieerbaar na faillissement
196 Fw: gevolg erkenning t.a.v. gefailleerde
197 Fw: gevolg na verificatie/processen
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2014:3464: HR 28-11-2014
AANTAL REFERENTIES: {"2016": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:42:45.669000 ============================================================
49
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2015:831 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2015:831 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2015-04-03 - Datum publicatie: 2015-04-02 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 14/00380 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2015:831 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:4, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2013:4267, Bekrachtiging/bevestiging INHOUDSINDICATIE: Beroepsaansprakelijkheid notaris. Ministerieplicht (art. 21 lid 1 Wna). Functie notaris in het rechtsverkeer (HR 15 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1801, NJ 1996/629). Zorgplicht notaris ingeval van vermoeden dat rechten van derden beletsel vormen voor levering of bezwaring; bekendheid verkrijger met wanprestatie van vervreemder (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:740, NJ 2014/194). Geheimhoudingsplicht notaris (art. 22 Wna), kenbare feiten. Wanneer dient notaris ministerie te weigeren? Betekenis oordeel tuchtrechter voor aansprakelijkheidsprocedure (HR 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2080, NJ 2008/528 (Vie d'Or)). Voorrang oudste recht op levering (art. 3:298 BW)? VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2015/476; NJB 2015/746; JWB 2015/137; RAV 2015/63; NJ 2015/479 met annotatie van S. Perrick; AA20150691 met annotatie van B.C.M. Waaijer; JA 2015/73 met annotatie van mr. H.J. Delhaas; JIN 2015/89 met annotatie van G.J. de Bock; JOR 2015/189 met annotatie van Prof. Mr. J.J. van Hees; NTHR 2015, afl. 3, p. 143 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2015:831 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 03-04-2015 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie Parket: ECLI:NL:PHR:2015:4 (gevolgd) [conclusie advocaat-generaal; rooster en parafering; r.o. met verwijzing] [randnrs niet gegeven] In cassatie ingesteld tegen arrest Gerechtshof ’s-Hertogenbosch: ECLI:NL:GHSHE:2013:4267 (bekrachtiging door HR) [zie aanhef en rov. verwijzing] [rov. 1 e.v.] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiseres] (enige erfgename van [betrokkene 1]) — eisster in cassatie; vorderende partij in bodemprocedure (schadevergoeding wegens onrechtmatige daad/notariële zorgplicht) Naam of typering gedaagde De Novitaris c.s. (RIBAMA B.V. voorheen De Novitaris B.V.; erfgenamen van [De Novitaris]) — verweerders, notariskantoor en betrokken notaris CASUS: Verkoop/levering van een pand door zonen ([betrokkene 2 + 3]) aan derde ([betrokkene 4]) terwijl in oorspronkelijke leveringsakte (1988) een aanbiedingsplicht jegens [betrokkene 1] bestond. Notariskantoor (De Novitaris) passeert transportakte 30-06-2008 ten behoeve van [betrokkene 4]. [eiseres] vordert schadevergoeding van De Novitaris wegens schending van zorgplicht/ministerieplicht door notaris; tuchtrechtelijke waarschuwing was opgelegd aan kandidaat-notaris mr. Rutten. Hof wees vorderingen af; HR verwerpt cassatie. [inleiding en feiten 3.1-3.4] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Hoofdelijke veroordeling van De Novitaris tot betaling van € 195.630,56 plus rente (schadevergoeding) — primaire vordering: vergoeding van door [betrokkene 1] geleden schade, geobjectiveerd via boetebeding bedrag ƒ 200.000,-- (omgerekend € 90.756,04) [rov. feiten en eis] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Onrechtmatige daad / zorgvuldigheidsnorm jegens derden; materiële verwijzingen naar: - 21 lid 1 en lid 2 Wna (ministerieplicht / weigering) [rov. toepassingen] - 22 Wna (geheimhoudingsplicht) [rov. 3.4.x] - 3:298 BW (oudste recht / voorrang verkrijger) [rov. hof en HR] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - De aanbiedingsplicht besteond in leveringsakte 29-02-1988; boetebeding ƒ100.000,-- per nalaten vermeld [feit (iii)]. - [betrokkene 2 + 3] boden op 7-9-2006 het pand aan [betrokkene 1] voor € 395.000,--; later mededeling d.d. 10-10-2006 dat termijn verstreken was; verkoop aan derde tot stand gekomen en ingeschreven 13-3-2008; transport gepasseerd 30-6-2008 door kandidaat-notaris mr. Rutten namens De Novitaris [feiten (v)-(xiii)]. - Klacht bij KvT door [betrokkene 1]; KvT legde waarschuwing op aan mr. Rutten 8-6-2010 [feit (xiv)]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Erkend door beide partijen: de aanbiedingsplicht en boetebeding staan opgenomen in de leveringsakte van 29-02-1988; overdracht aan [betrokkene 4] is gepasseerd op 30-06-2008; KvT heeft waarschuwing opgelegd aan mr. Rutten 08-06-2010. [rov. feiten; processtukken] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Notaris heeft niet tekortgeschoten: zorgplicht reikt niet zover dat hij zelfstandig moest oordelen of vervreemders tekort schoten in nakoming aanbiedingsplicht en moest weigeren (ministerieplicht niet verplichtend) [rov. 3.5 e.v.]. - Reikwijdte geheimhoudingsplicht beperkt onderzoek; notaris kan slechts globaal oordeel vormen [rov. juridische uitleg]. - Het recht van de verkrijger ([betrokkene 4]) ging in beginsel voor op de vordering van [betrokkene 1] op grond van 3:298 BW; geen leveringsrecht van [betrokkene 1] als bedoeld in 3:298 BW [rov. hof en HR]. - Het tuchtrechtelijke oordeel impliceert niet automatisch civielrechtelijke aansprakelijkheid [rov. HR 13-10-2006 referentie]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 21 Wna (lid 1 en lid 2) [rov. 3.4.x] - 22 Wna [rov. 3.4.x] - 3:298 BW [rov. analyse] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - Gedaagde betwist dat zij gehouden was tot diepgaand onderzoek of tot weigering van ministerie; stelt dat omstandigheden (mededelingen partijen, verstrijken termijn, inschrijving, belangen van derde) meebrengen dat medewerking niet onzorgvuldig was [rov. 3.5]. - Betwist dat bekendheid met mogelijke wanprestatie doorslaggevend maakt voor weigering; stelt dat vóórleggen aan partijen, mogelijkheid tot maatregelen door [betrokkene 1] en positie verkrijger relevant waren [rov. 3.5 - 3.5 bullets]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest. OORDEEL RECHTER: Beoordeling maatstaf zorgplicht en ministerieplicht notaris - Art. 21 lid 1 en lid 2 Wna verplicht tot verrichten diensten, maar weigering vereist redelijke overtuiging of vermoeden van strijd met recht of openbare orde of gerede twijfel aan goede bedoelingen; bij gerede twijfel dienen weigering of nader onderzoek te volgen. [rov. 3.4.1-3.4.2; wetscitaten] - Notarisfunctie vereist onder bijzondere omstandigheden zorg voor belangen van derden; bij vermoeden van derdenrechten op het goed behoort notaris met partijen te overleggen en zo nodig nader onderzoek te doen; notaris kan slechts een globaal oordeel vormen vanwege geheimhoudingsplicht (22 Wna). Indien kenbare feiten recht van derde tot beletsel maken of aanleiding geven tot gerede twijfel, dient notaris te weigeren, tenzij derde geen bezwaar maakt. [rov. 3.4.2-3.4.4] Toepassing op casus - De Novitaris wist van aanbiedingsplicht en van betrokkenheid van [betrokkene 1]; geen uitsluitsel of aanbiedingsplicht door vervreemdende zonen was nagekomen; hof heeft juiste maatstaf gehanteerd door af te wegen of notaris kon oordelen dat het recht van [betrokkene 1] geen beletsel vormde. [rov. 3.4.5-3.4.6] - Hof mocht concluderen dat het niet onzorgvuldig was om medewerking te verlenen gezien feiten: mededelingen van vervreemdende zonen (brief 10-10-2006) dat zij meenden plicht vervallen, periode van ongeveer anderhalf jaar waarin [betrokkene 1] maatregelen had kunnen nemen, belangenafweging tussen derden (verkrijger) en voorrang volgens 3:298 BW. [rov. 3.5 en bullets] - Tuchtrechtelijk oordeel (waarschuwing KvT) is relevant maar niet doorslaggevend voor civiele aansprakelijkheid; burgerlijke rechter staat vrij eigen beoordeling te geven (vgl. HR Vie d'Or). [rov. 3.4.x] Dragende motieven - Balans van belangen: positie verkrijger en inschrijving/overwegingen wegen mee; notaris kan niet verplicht worden tot diepgaand feitenonderzoek buiten hetgeen partijen verstrekken wegens geheimhoudingsplicht en beperkte instrumentarium; bij kenbare feiten die een beletsel vormen of gerede twijfel bestaat, is weigering vereist, maar dat was hier niet het geval gelet op concrete feiten en het verloop. [rov. 3.4-3.5] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie. [slotsom] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Het beroep in cassatie van [eiseres] wordt verworpen. (dus geen wijziging van hofbeslissing: vorderingen afgewezen). Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van De Novitaris c.s. begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; ingaande bij deze uitspraak. [slotvonnis] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld; standaard uitvoerbaarheid niet genoemd in arrest (geen vermelding), dus geen uitvoerbaar bij voorraad-uitspraak in tekst. RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Streefkerk, C.A.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (uitsprekend)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
21 Wna: ['21 lid 1 en lid 2 Wna', 'plicht tot verrichten werkzaamheden; weigering bij strijd met recht/openbare orde of gerede twijfel aan goede bedoelingen']
22 Wna: ['22 Wna', 'geheimhoudingsplicht notaris; beperking direct contact derde']
3:298 BW: ['3:298 BW', 'voorrang van oudste recht/verkrijger in beginsel bij levering/bezwaringsgeschil']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2015:4: Conclusie A-G bij HR 2015
ECLI:NL:GHSHE:2013:4267: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 17-09-2013
ECLI:NL:HR:2014:740: HR 28-03-2014 (referentie)
ECLI:NL:HR:2006:AW2080: HR 13-10-2006 (Vie d'Or)
ECLI:NL:HR:1995:ZC1801: HR 15-09-1995 (Curatoren THB)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:43:10.332000 ============================================================
57
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2011:BQ7302 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2011:BQ7302 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2011-07-08 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 10/00741 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2011:BQ7302 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ7302 INHOUDSINDICATIE: Art. 81 RO. Faillissement. Beroep op rechter-commissaris op de voet van art. 67 F.; afwijzing verzoeken gefailleerde. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2011/982 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2011:BQ7302 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 8 juli 2011 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie van het parket: ECLI:NL:PHR:2011:BQ7302, Hoge Raad, 2011-07-08 PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [Verzoeker] (geïntimeerde / gefailleerde, verzoeker tot cassatie) Naam of typering gedaagde Curator (mr. F.J.H. Somers) in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker] CASUS: Kortheidshalve: cassatie tegen beschikking van de rechtbank en rechter-commissaris betreffende verzoeken van gefailleerde gericht aan de rechter-commissaris op grond van art. 67 F. (verzoeken van gefailleerde afgewezen). [r.o.1–2; aansluitende stukken: beschikking rc 8-1-2010; beschikking rechtbank 15-2-2010] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Herroeping of vernietiging van de uitspraken van de rechter-commissaris en rechtbank; toewijzing van de door verzoeker ingediende verzoeken (indirect uit cassatieverzoek) [cassatiekreet; ingekomen stukken]. Juridische grondslag Faillissementswet — met name verwijzing naar verzoeken van gefailleerde op grond van art. 67 F. (faillissementswet) en art. 81 RO voor cassatiebeoordeling [r.o.1; r.o.3]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing Stellingen in cassatie opgenomen in cassatierekest en aanvullend cassatierekest (onder meer stellingen tegen afwijzing door rc en rechtbank). Specifieke feitelijke stellingen ontbreken in de beschikking; verwijzing naar aanhef stukken. [r.o.1–2] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” Erkend door beide partijen: dat beschikking van rc d.d. 8-1-2010 en beschikking rechtbank d.d. 15-2-2010 deel uitmaken van het geding in feitelijke instanties en zijn overgelegd aan de Hoge Raad [r.o.1]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren Stilzwijgend verweer door curator: geen verweerschrift in cassatie ingediend. Parket-AG concludeert tot verwerping van het cassatieberoep. [r.o.2] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Art. 81 RO (beperking motivering cassatie), verwijzing naar art. 67 F. in feitelijke instanties. [r.o.1; r.o.3] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief van gedaagde Geen specifiek feitelijk betwisting in cassatieadres; curator heeft geen verweerschrift ingediend. [r.o.2] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Niet vermeld in uitspraak. OORDEEL RECHTER: Beoordeling cassatie: de in de middelen aangevoerde klachten leiden niet tot cassatie; gelet op art. 81 RO behoeft geen nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Beslissing volgt uitsluitend op procesrechtelijke toetsing; inhoudelijke behandeling van middelen achterwege gebleven. [r.o.3] Dragende motieven - De klachten konden geen cassatoir belang ontlenen in de zin van art. 81 RO (geen beantwoording van relevante rechtsvragen voor rechtseenheid/rechtsontwikkeling). [r.o.3] - Procesverloop: reactie advocaat na termijn art. 44 lid 3 Rv. terzijde gelegd; geen verweerschrift door curator; AG concludeert tot verwerping. Deze feiten spelen mee in procedurele behandeling maar niet in motivering van inhoudelijke klachten. [r.o.2–3] Afweging tussen belangen Geen nadere afweging nodig gelet op toepassing art. 81 RO; belang van rechtsontwikkeling/eenheid ontbrak. [r.o.3] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? Het beroep in cassatie wordt verworpen. [r.o.4] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Het beroep van [verzoeker] in cassatie wordt verworpen. [r.o.4] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Niet vermeld in de beschikking. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld. RECHTER:
van Buchem-Spapens, A.M.J.: voorzitter
van Oven, J.C.: raadsheer
van Schendel, W.A.M.: raadsheer
Numann, E.J.: in het openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: beperking motivering cassatie
67 F.: verzoeken gefailleerde in faillissement
44 lid 3 Rv.: termijnreactie op conclusie AG
GENOEMDE RECHTZAKEN: {'ECLI:NL:PHR:2011:BQ7302':'Conclusie Advocaat-Generaal J. Wuisman, 2011-07-08', 'ECLI not known (beschikking rc)':'Rechter-commissaris te 's-Gravenhage 8-1-2010', 'ECLI not known (beschikking rechtbank)':'Rechtbank 's-Gravenhage 15-2-2010'} AANTAL REFERENTIES: {"2011": 2, "2018": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:38:04.018000 ============================================================
60
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2009:BI5912 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2009:BI5912 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2009-09-18 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: 07/12792 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2009:BI5912 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI5912 INHOUDSINDICATIE: Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Vermindering aansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 4 BW; hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder in geval van faillissement wegens onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW is geen aansprakelijkheid jegens de gefailleerde vennootschap maar een aansprakelijkheid jegens de boedel; bestuurder kan zijn vordering op failliete vennootschappen niet ex art. 53 F. verrekenen met vordering van curator op bestuurder. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2009, 1046; RN 2009, 98; NJ 2009, 438; RAV 2009, 106; RO 2009, 75; RI 2009, 88; NJB 2009, 1720; JRV 2009, 733; JWB 2009/326; JOR 2010/29 met annotatie van prof. mr. S.C.J.J. Kortmann, prof. mr. N.E.D. Faber SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2009:BI5912 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 18-09-2009 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2009:BI5912 [conclusie 1] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [Eiseres] (eiseres tot cassatie) — aandeelhouder en (kortstondig) bestuurder van Simoca Director Ltd. Naam of typering gedaagde Curator mr. A. van den End handelend als curator in faillissementen Simoca-groep CASUS: Kern: curator vordert uit hoofde van artikel 2:248 BW hoofdelijke aansprakelijkheid van (onder meer) [eiseres] voor tekorten in faillissementen van entiteiten uit de Simoca-groep; rechtbank en hof wijzen vordering grotendeels toe en verminderen aansprakelijkheid van [eiseres] op grond van 2:248 lid 4 BW tot max €200.000; [eiseres] stelt tegenverrekening van de curatorvordering met een vermeende eigen vordering op gefailleerde vennootschappen; hof verwerpt verrekening; cassatie klaagt tegen dit oordeel. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Verwerping vordering curator of, subsidiair, verrekening van curatorvordering met vordering van [eiseres] op gefailleerde vennootschappen; vermindering aansprakelijkheid tot €200.000 reeds door rechtbank toegewezen en bevestigd door hof. [rov.2.2-2.3; 3.2] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 2:248 BW [3.2]; 2:248 lid 4 BW (vermindering aansprakelijkheid) [3.2]; verwijzing naar 53 Fw (verrekening in faillissement) [3.2-3.3]; ook genoemd: 2:138 BW, 2:9 BW, 6:162 BW in pleitnotities [3.3-3.4] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [Eiseres] stelt aanspraak te hebben op een vordering op de Simoca-groep die zij wil verrekenen met de vordering van de curator [3.2-3.3]. - Feiten rondom bestuursschapsperiodes, geldoverdrachten naar privé-rekeningen en gebrekkige boekhouding als onderbouwing van curatorvordering [3.1(iv)-(v)]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Gefailleerde vennootschappen behoorden tot Simoca Groep en zijn failliet verklaard (erkend) [3.1(i)-(ii)]. - Tekort in faillissementen circa €11–12 miljoen (vaststelling hof/rechtbank) [3.1(v)]. - [Eiseres] was korte periode bestuurder; moeder had volmacht; betalingen naar privé-rekeningen plaatsgevonden (door hof/rechtbank vastgesteld) [3.1(iii)-(iv)]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Verrekening uitgesloten op grond van artikel 53 Fw; curatorvordering is vordering van boedel/gezamenlijke crediteuren, niet een vordering van de gefailleerde vennootschap zelf [3.2]. - Aansprakelijkheid bestuurder krachtens 2:138/2:248 BW is jegens de boedel, niet jegens de vennootschap; daarom ontbreken de voor verrekening vereiste wederkerigheid en tijdstipvereisten onder 53 Fw [3.4]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 2:248 BW; 2:248 lid 4 BW; 2:138 BW; 2:9 BW; 53 Fw; verwijzing naar HR 14 januari 1983 NJ 1983/597 in hofsvonnis [3.2-3.3-3.4]. Feitelijke betwistingen vanuit perspectief van gedaagde - Gedaagde betwist dat de door [eiseres] gestelde vordering een wederkerige vordering is die in verrekening kan treden; betwist dat aansprakelijkheid bestuurder jegens gefailleerde vennootschap bestaat in de zin die verrekening mogelijk maakt [3.2-3.4]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel vermeld. OORDEEL RECHTER: Beoordeling - Hoge Raad bevestigt hof: aansprakelijkheid bestuurders ingevolge 2:138 en 2:248 BW is aansprakelijkheid jegens de boedel, niet jegens de gefailleerde vennootschap; bestuurder is geen schuldenaar van de gefailleerde in die zin dat vereist is voor verrekening onder 53 Fw; schuld is niet vóór faillietverklaring ontstaan of vloeit niet voort uit handelingen vóór faillietverklaring zoals voor 53 Fw vereist [3.4]. Dragende motieven - Ontvankelijkheid van verrekening hangt af van wederkerigheid en tijdstip (53 Fw); doel en aard van 2:248-aansprakelijkheid maken die vordering boedelschuld en niet vennootschappelijke schuld; daarom geen wederkerigheid en dus verrekening uitgesloten. Hoflijke verwijzing naar HR 14 jan 1983 onderbouwt uitsluiting [3.2-3.4]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Beroep in cassatie verworpen; arrest hof bekrachtigd [4]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Het beroep van [eiseres] wordt verworpen; de door de curator ingestelde vordering blijft gehandhaafd zoals door rechtbank en hof vastgesteld (vermindering aansprakelijkheid van [eiseres] tot max €200.000 door rechtbank en bevestigd door hof) [3.2; 4]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [Eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: aan de zijde van de curator begroot op €5.987,34 aan verschotten en €2.200,-- salaris (totaal vermeld) [4]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld; standaarduitspraak HR bevat geen uitvoerbaar bij voorraad-aanduiding in dit arrest. RECHTER:
Fleers, J.B.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Numann, E.J.: raadsheer (uitsprekend)
van Oven, J.C.: raadsheer
Streefkerk, C.A.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement
2:248 lid 4 BW: vermindering aansprakelijkheid bestuurder
2:138 BW: bestuurdersaansprakelijkheid
2:9 BW: vertegenwoordiging/aansprakelijkheid vennootschap
53 Fw: verrekening in faillissement
6:162 BW: onrechtmatige daad (genoemd in pleitstandpunten)
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2009:BI5912: HR 18-09-2009 (zaak 07/12792)
ECLI:NL:HR:1983:: HR 14-01-1983 NJ 1983/597
AANTAL REFERENTIES: {"2009": 3, "2014": 1, "2016": 2, "2017": 1, "2018": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:36:05.221000 ============================================================
64
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBROT:2008:BD9533 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBROT:2008:BD9533 - Instantie: Rechtbank Rotterdam - Datum uitspraak: 2008-06-18 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 151985 / HA ZA 01-0438 (hoofdzaak), 176382 / HA ZA 02-1071 (vrijwaring), - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2008:BD9533 INHOUDSINDICATIE: Een bestuurder is op grond van art. 2:248 BW alleen aansprakelijk jegens de boedel voor schulden die tegen de boedel ingeroepen kunnen worden. Voorzover de vordering van de ontvanger op de failliet gebaseerd is op een aansprakelijkheidstelling ex art. 49 Inv en niet op een belastingaanslag in de zin van art 19 Inv. is hiervoor verificatie (al dan niet langs de route van artikel 186 Fw) vereist (r.o. 2.8 onder b). VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JRV 2008, 779 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBROT:2008:BD9533 [titelregel] Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rechtbank Rotterdam, sector civiel recht [titelregel] Datum uitspraak 18 juni 2008 [titelregel] FORMELE RELATIES LEGALLINK: Geen hogereberoepen of eerdere beslissingen opgenomen in de zaakgegevens. [gegevens] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Curator in het faillissement van de besloten vennootschap [eiser] (eiser in hoofdzaak) [titelregel; r.o. invoer] Naam of typering gedaagde [gedaagde1] (gedaagde in hoofdzaak; eiser in vrijwaringszaken) [titelregel; r.o. invoer] Overige betrokkenen in vrijwaring [gedaagde2] (gedaagde in vrijwaring) en Stichting Investeringsfonds Omega (gedaagde in vrijwaring) [titelregel; r.o. invoer] CASUS: Curator vordert aansprakelijkheid van voormalig bestuurder [gedaagde1] op grond van 2:248 BW voor het tekort van de boedel, waarbij het tekort grotendeels bestaat uit fiscale schulden waarvan deels omzetbelasting van de failliet zelf en deels omzetbelasting van andere lichamen binnen de fiscale eenheid (aansprakelijkstelling ex 49 Inv) deel uitmaakt. [2.3][inhoudsindicatie] Gedaagde1 betwist dat deze fiscale schulden materieel pas na zijn vertrek zijn ontstaan en verlangt inzage/verificatie van belastingaangiften, ambtshalve aanslagen en onderliggende stukken; curator voert aan dat veel schulden betrekking hebben op periode tot 22 mei 1999 en dat hij niet over de administratie beschikt. [2.3][2.4][2.9] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Vordering tot aansprakelijkstelling van [gedaagde1] jegens de boedel voor tekort van de boedel (betaling/vergoeding ten behoeve van crediteuren). [2.3] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 2:248 BW (aansprakelijkheid van bestuurders jegens de boedel). [2.8 a/b] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - De schuldenlast van de boedel bestaat voor het overgrote deel uit fiscale schulden, deels omzetbelasting van de gefailleerde zelf en deels omzetbelasting van derden binnen de fiscale eenheid. [2.3] - De curator stelt dat veel van deze fiscale schulden betrekking hebben op de periode tot 22 mei 1999. [2.4] - De curator beschikt niet over (alle) administratie die de fiscale schulden onderbouwt. [1.1][2.4][2.9] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” Geen expliciete vermelding in het vonnis van door beide partijen erkende feiten; geen stellingen als “erkend door beide partijen” aangegeven in de beslissing. [procesgang] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Betwist dat de fiscale schulden materieel na zijn vertrek zijn ontstaan; tijdstip van formalisering (datum aanslag) is niet beslissend. [2.5] - Stelt dat ontvanger hem niet op grond van artikel 36 Inv aansprakelijk kan stellen (betwist bevoegdheid van ontvanger), en voert aan dat fiscale vorderingen niet of onvoldoende geverifieerd zijn zodat verhaal op hem niet mogelijk zou zijn zonder verificatie. [2.8 a/b] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 36 Inv, 49 Inv, 19 Inv, 2:248 BW, 843a Rv; verzoek tot verificatie via 186 Fw wordt besproken. [2.5][2.8 b/c] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Gedaagde1 betwist dat de fiscale schuld materieel tijdens zijn bestuursperiode is ontstaan; hij wijst op nalaten van opvolgend bestuur (niet doen aangiftes, geen bezwaar) als oorzaak van waardestijging van de schuld na zijn vertrek. [2.3][2.6] - Betwist dat curator belang heeft bij inzage in stukken indien schulden slechts geformaliseerd zijn na vertrek; betwist de rechtmatigheid van directe verhaal zonder verificatie. [2.5][2.8 b/c] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het vonnis. [processtukken] OORDEEL RECHTER: - Toepassing 2:248 BW: aansprakelijkheid van bestuurders ziet alleen op schulden die tegenover de boedel ingeroepen kunnen worden; bestuurders zijn niet jegens de boedel aansprakelijk voor schulden die niet (meer) tegen de boedel kunnen worden ingeroepen. [2.8 b] - Belang van onderscheiden van fiscale vorderingen die op grond van 19 Inv uit boedelmiddelen kunnen worden voldaan (geen verificatie nodig) en vorderingen waarvoor slechts een aansprakelijkstelling ex 49 Inv bestaat (vereisen verificatie tegen de boedel, bijv. via 186 Fw). [2.8 b/c] - Een belastingaanslag formaliseert doorgaans een reeds bestaande materiële belastingschuld; datum van formalisering is niet doorslaggevend voor het ontstaan van de schuld. [2.5] - Gevolg: het enkele feit dat aanslagen pas na vertrek van de bestuurder zijn geformaliseerd leidt niet automatisch tot ontslag van aansprakelijkheid, maar fiscale ontwikkelingen na vertrek kunnen wel van belang zijn voor oorzaak van faillissement en voor een beroep op matiging. [2.5][2.6] - Procesmaatregelen: comparitie gelast om nadere informatie over fiscale schuldenlast te verkrijgen, mogelijkheden tot schikking te beproeven en te informeren of bezwaar/vergelijkbare procedures mogelijk zijn; verzoek dat vertegenwoordiger van belastingdienst aanwezig is. [2.7][2.8 d] - Voor het gedeelte van fiscale schulden dat uitsluitend via verificatie tegen de boedel ingeroepen kan worden, is de rechtbank voornemens bij een eventuele veroordeling geen voorschot op te leggen; verificatie (bijv. verzet tegen uitdelingslijst / 186 Fw-procedure) behoort in procedure met de ontvanger te worden beoordeeld. [2.8 c] Dragende motieven - Bescherming van zowel belang van curator (aantonen boedeltekort) als rechten gedaagde ten aanzien van onverifieerde fiscale vorderingen; voorkomen van onrechtmatige voorschotten voor vorderingen die alleen via verificatie kunnen worden vastgesteld. [2.7][2.8 b/c] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Geen eindvonnis omtrent aansprakelijkheid in hoofdzaak; comparitie bevolen en nadere bewijslevering bevolen. [3] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Beveelt partijen in persoon en met raadslieden te verschijnen op 17 juli 2008 13:30–15:00 voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking. [3 (beslissing)] - Bepaalt dat bescheiden die nog niet zijn overgelegd uiterlijk twee weken vóór de comparitie aan de rechtbank en wederpartij moeten worden toegezonden. [3 (beslissing)] - Beslissingen in vrijwaringszaken worden aangehouden. [2.12][3 (beslissing)] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Geen dispositieve uitspraak over proces- of kostenveroordeling in dit vonnis. [uitspraak] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet bepaalt; maatregelen procedeerordening en comparitie zonder onmiddellijke executoriale veroordeling. [2.8 c][3] RECHTER:
Doorduijn, N.: rechter en voorzitter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 BW', 'aansprakelijkheid van (voormalige) bestuurders jegens de boedel bij kennelijk onbehoorlijke taakvervulling']
49 Inv: ['49 Inv', 'aansprakelijkstelling ex Invorderingswet (aansprakelijkheid voor omzetbelasting van fiscale eenheid)']
19 Inv: ['19 Inv', 'verplichting curator tot betaling uit onder zich gehouden gelden voor belastingschulden van de failliet']
36 Inv: ['36 Inv', 'regeling betreffende bevoegdheden van de ontvanger (betwist in feiten)']
7 Wet op de Omzetbelasting: ['7 Wet op de Omzetbelasting', 'materiële aansprakelijkheid voor omzetbelasting']
843a Rv: ['843a Rv', 'vordering tot inzage/onderzoek ter bewijslevering']
186 Fw: ['186 Fw', 'procedure ter verificatie/verzet tegen uitdelingslijst (verificatie van vorderingen tegen de boedel)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBROT:2008:BD9533: Rechtbank Rotterdam, zaaksnrs 151985 / HA ZA 01-0438 (hoofdzaak); 176382 / HA ZA 02-1071 (vrijwaring); 175200 / HA ZA 02-0902 (vrijwaring); 18 juni 2008
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-07-02 04:37:31.256584 ============================================================
ai
General AI knowledge advisable to further investigate and verify.