⚖️ LegalLink Citaties

Bronvermelding voor gebruikte wetsartikelen en jurisprudentie

Gegenereerd op 16-08-2026 om 12:07

In het antwoord zijn 17 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.

3
WETSARTIKEL 3: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Derde afdeling. Van het bestuur over de failliete boedel - Artikel: Artikel 72 - Gegevens: lid 1: Het ontbreken van de machtiging van de rechter-commissaris, waar die vereist is, of de niet-inachtneming van de bepalingen vervat in de artikelen 78 en 79, heeft, voor zoveel derden betreft, geen invloed op de geldigheid van de door de curator verrichte handeling. De curator is deswege alleen jegens de gefailleerde en de schuldeisers aansprakelijk. lid 2: In afwijking van het eerste lid is de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de curator zonder dat de rechter-commissaris daarvoor de machtiging, bedoeld in artikel 68, derde lid, heeft gegeven, vernietigbaar. Daarnaast is de curator jegens de gefailleerde en de werknemer aansprakelijk. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende vijf dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd. - Relevantie score: 0.628
7
WETSARTIKEL 7: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Vierde afdeling. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators - Artikel: Artikel 98 - Gegevens: De curator is bevoegd het bedrijf van de gefailleerde voort te zetten. Indien er geen schuldeiserscommissie is benoemd, heeft hij daartoe de machtiging van de rechter-commissaris nodig. - Relevantie score: 0.620
17
WETSARTIKEL 17: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Zevende afdeling. Van de vereffening des boedels - Artikel: Artikel 173c - Gegevens: lid 1: Indien binnen acht dagen, nadat de homologatie van een akkoord definitief is geweigerd, de curator of een schuldeiser bij de rechter-commissaris een voorstel indient tot voortzetting van het bedrijf van de gefailleerde, zal de rechter-commissaris op door hem terstond te bepalen dag, uur, plaats en, overeenkomstig artikel 80a, wijze waarop een vergadering van schuldeisers beleggen ten einde over het voorstel te doen beraadslagen en beslissen. lid 2: De curator roept de schuldeisers schriftelijk en ten minste tien dagen vóór de vergadering op. De oproeping bevat het ingediende voorstel en wijst de schuldeisers op het bepaalde in artikel 114. lid 3: Artikel 173a, tweede lid, alsmede artikel 173b zijn van toepassing. - Relevantie score: 0.606
36
WETSARTIKEL 36: - Wet: Burgelijk Wetboek 7 (BW 7) - Titel: Titel 1. Koop en ruil - Afdeling: Afdeling 8. Recht van reclame - Artikel: Artikel 39 - Gegevens: lid 1: De verkoper van een roerende, aan de koper afgeleverde zaak die niet een registergoed is, kan, indien de prijs niet betaald is en in verband daarmee aan de vereisten voor een ontbinding als bedoeld in artikel 265 van Boek 6 is voldaan, de zaak door een tot de koper gerichte schriftelijke verklaring terugvorderen. Door deze verklaring wordt de koop ontbonden en eindigt het recht van de koper of zijn rechtsverkrijger; de artikelen 271, 273, 275 en 276 van Boek 6 zijn van overeenkomstige toepassing. lid 2: Is slechts de prijs van een bepaald deel van het afgeleverde niet betaald, dan kan de verkoper slechts dat deel terugvorderen. Is ten aanzien van het geheel een deel van de prijs niet betaald, dan kan de verkoper een daaraan evenredig deel van het afgeleverde terugvorderen indien het afgeleverde voor een zodanige verdeling vatbaar is. In beide gevallen wordt de koop slechts voor het teruggevorderde deel van het afgeleverde ontbonden. lid 3: In alle andere gevallen van gedeeltelijke betaling van de prijs kan de verkoper slechts het afgeleverde in zijn geheel terugvorderen tegen teruggave van het reeds betaalde. - Relevantie score: 0.536
37
WETSARTIKEL 37: - Wet: Burgelijk Wetboek 3 (BW 3) - Titel: Titel 4. Verkrijging en verlies van goederen - Afdeling: Afdeling 2. Overdracht van goederen en afstand van beperkte rechten - Artikel: Artikel 92 - Gegevens: lid 1: Heeft een overeenkomst de strekking dat de een zich de eigendom van een zaak die in de macht van de ander wordt gebracht, voorbehoudt totdat een door de ander verschuldigde prestatie is voldaan, dan wordt hij vermoed zich te verbinden tot overdracht van de zaak aan de ander onder opschortende voorwaarde van voldoening van die prestatie. lid 2: Een eigendomsvoorbehoud kan slechts geldig worden bedongen ter zake van vorderingen betreffende de tegenprestatie voor door de vervreemder aan de verkrijger krachtens overeenkomst geleverde of te leveren zaken of krachtens een zodanige overeenkomst tevens ten behoeve van de verkrijger verrichte of te verrichten werkzaamheden, alsmede ter zake van de vorderingen wegens tekortschieten in de nakoming van zodanige overeenkomsten. Voor zover een voorwaarde op deze grond nietig is, wordt zij voor ongeschreven gehouden. lid 3: Een voorwaarde als in lid 1 bedoeld wordt voor vervuld gehouden, wanneer de vervreemder op enige andere wijze dan door voldoening van de tegenprestatie wordt bevredigd, wanneer de verkrijger van zijn verplichting daartoe wordt bevrijd uit hoofde van artikel 60 van Boek 6, of wanneer de verjaring van de rechtsvordering ter zake van de tegenprestatie is voltooid. Behoudens afwijkend beding, geldt hetzelfde bij afstand van het recht op de tegenprestatie. - Relevantie score: 0.532
41
WETSARTIKEL 41: - Wet: Burgelijk Wetboek 7 (BW 7) - Titel: Titel 1. Koop en ruil - Afdeling: Afdeling 8. Recht van reclame - Artikel: Artikel 41 - Gegevens: De bevoegdheid tot terugvordering kan slechts worden uitgeoefend voor zover het afgeleverde zich nog in dezelfde staat bevindt als waarin het werd afgeleverd. - Relevantie score: 0.505
42
WETSARTIKEL 42: - Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6) - Titel: Titel 3. Onrechtmatige daad - Afdeling: Afdeling 1. Algemene bepalingen - Artikel: Artikel 162 - Gegevens: lid 1: Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. lid 3: Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. - Relevantie score: 0.490
44
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBAMS:2025:1141 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBAMS:2025:1141 - Instantie: Rechtbank Amsterdam - Datum uitspraak: 2025-02-26 - Datum publicatie: 2025-02-24 - Datum aangepast: 2025-05-14 - Zaaknummer: 750242 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht - Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1141 INHOUDSINDICATIE: curatoren niet aansprakelijk voor niet-gestand doen overeenkomsten en ook niet voor verkoop voorraad aan doorstarters VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; INS-Updates.nl 2025-0044; JOR 2025/123 met annotatie van mr. S.A.C.R. Wahlbrinck; RI 2025/40 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer: ECLI:NL:RBAMS:2025:1141 Rechterlijke instantie: Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak: 26 februari 2025 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Niet van toepassing; eerste aanleg. PARTIJEN: Eisers: Zes Turkse rechtspersonen, kledingfabrikanten (Pele, Giyim, Suglobal, Metraco, Fashion Point, Yilteks) Gedaagde: Twee curatoren (mr. [gedaagde 1] en mr. [gedaagde 2]) in het faillissement van Scotch & Soda B.V. en Scotch & Soda Export B.V. CASUS: Eisers vorderen schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van curatoren bij afwikkeling faillissement Scotch & Soda. Eisers stellen dat curatoren onterecht eigendomsvoorbehoud en recht van reclame hebben afgewezen en voorraden niet apart hielden, en dat curatoren niet tijdig hebben gereageerd op vraag over gestanddoening van openstaande bestellingen, waardoor eisers schade leden. VORDERING (EISER): - Rechtsgevolg: verklaring voor recht onrechtmatig handelen curatoren; schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en gedeeltelijke ontbinding van overeenkomsten; betaling proceskosten. - Juridische grondslag: artikel 110 Faillissementswet (Fw), artikel 7:39 BW (recht van reclame), artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), artikel 6:83 juncto 6:265 BW (ontbinding), artikel 37 Fw (gestanddoening overeenkomsten). - Feitelijke stellingen: curatoren hebben eigendomsvoorbehoud en recht van reclame onterecht afgewezen; voorraden niet apart gehouden; niet tijdig gereageerd op vraag gestanddoening bestellingen; eisers leden daardoor schade. - Vaststellingen: erkend dat FMA’s tussen eisers en Scotch & Soda bestaan; artikel 8.9 FMA sluit eigendomsvoorbehoud en recht van reclame uit; curatoren verkochten voorraad aan doorstarters met respect voor rechten derden; eisers hebben openstaande facturen en bestellingen; eisers hebben niet schriftelijk wijziging FMA’s afgedwongen; curatoren hebben niet gereageerd op verzoek gestanddoening bestellingen. VERWEER (GEDAAGDE): - Juridische verweren: geen onrechtmatig handelen; artikel 8.9 FMA sluit eigendomsvoorbehoud en recht van reclame uit; curatoren niet verplicht gestand te doen; eisers kunnen schadevorderingen slechts als concurrente schuldeisers indienen; geen persoonlijke aansprakelijkheid curatoren. - Betwistingen: eisers kunnen zich niet beroepen op eigendomsvoorbehoud of recht van reclame; geen onzorgvuldig handelen curatoren; geen aansprakelijkheid voor niet-gestanddoening bestellingen. - Aanbod: geen herstel of vergoeding aangeboden. OORDEEL RECHTER: - Rechtsvraag: of curatoren onrechtmatig hebben gehandeld door eigendomsvoorbehoud en recht van reclame af te wijzen en voorraden niet apart te houden; of curatoren onrechtmatig hebben gehandeld door niet tijdig te reageren op vraag gestanddoening bestellingen. - Toepassing wetsartikelen: artikel 110 Fw (curatorstaak), artikel 7:39 BW (recht van reclame), artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), artikel 6:233 BW (vernietiging onredelijk bezwarend beding), artikel 6:83 juncto 6:265 BW (ontbinding), artikel 37 Fw (gestanddoening). - Motieven: artikel 8.9 FMA sluit eigendomsvoorbehoud en recht van reclame uit; geen schriftelijke wijziging FMA; curatoren hebben rechten derden gerespecteerd; curatoren niet verplicht gestand te doen; eisers kunnen schadevorderingen niet rechtstreeks tegen curatoren instellen; geen persoonlijke verwijtbaarheid curatoren; geen misbruik procesrecht door eisers. UITSPRAAK SAMENVATTING: - Vordering afgewezen: alle vorderingen van eisers worden afgewezen. - Proceskosten: eisers worden hoofdelijk veroordeeld in dubbele proceskosten van € 23.036,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten bij niet-tijdige betaling. - Uitvoerbaar bij voorraad verklaard. RECHTER:
Falger, Q.R.M.: voorzitter
Jongeneel, R.H.C.: rechter
de Heer, G.C.: rechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
110 Fw: ['110 Fw', 'curatorstaak bij faillissement']
7:39 BW: ['7:39 BW', 'recht van reclame']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
6:233 BW: ['6:233 BW', 'vernietiging onredelijk bezwarend beding']
6:236 BW: ['6:236 BW', 'zwarte lijst onredelijke bedingen']
6:83 BW: ['6:83 BW', 'ontbinding van overeenkomst']
6:265 BW: ['6:265 BW', 'ontbinding wegens tekortkoming']
37 Fw: ['37 Fw', 'gestanddoening van overeenkomsten door curator']
37a Fw: ['37a Fw', 'rangorde van schuldeisers bij ontbinding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
METADATA: - Created at: 2025-07-23 14:56:51.792000 - Last modified: 2025-08-03 18:18:04.401000 ============================================================
47
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2016:873 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2016:873 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2016-09-02 - Datum publicatie: 2016-09-08 - Datum aangepast: 2023-06-04 - Zaaknummer: 15/04198 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2016:873 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:2577, Gevolgd INHOUDSINDICATIE: Faillissementsrecht. Vernietiging van faillietverklaring in hoger beroep. Zijn handelingen van curator na de vernietiging, maar voor de in art. 15 Fw vermelde aankondiging, verbindend voor de schuldenaar? Art. 13 lid 1 Fw. Terughoudendheid bij aanwending bevoegdheden door curator. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOR 2017/52 met annotatie van mr. J.O. Bijloo SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:PHR:2016:873 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Parket bij de Hoge Raad (conclusie A-G) Datum uitspraak 02-09-2016 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:2577, Hoge Raad, 06-03-2015 (conclusie P-G voorafgaand aan dat arrest is niet in dossier opgenomen) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiseres] (gedaagde in het oorspronkelijke faillissementsverzoek; partij die vordering tot afgifte instelt) Naam of typering gedaagde [verweerder] c.s. (kopers / verkrijgers van boedelbestanddelen), curator van de boedel, aanvragers faillissement ([verweerster 1], [betrokkene]) CASUS: Kernvraag: zijn beschikkingshandelingen van de curator, verricht na vernietiging van de faillietverklaring maar vóór de in kracht van gewijsde gaan van die vernietiging (door verwerping cassatieberoep), verbindend voor de schuldenaar? Feiten: rechtbank sprak faillissement uit (20-08-2014); hof vernietigde faillietverklaring (09-10-2014); tegen dat arrest werd cassatie ingesteld en verworpen door HR (06-03-2015). Tussen vernietiging en onherroepelijkheid verkocht de curator (onder goedkeuring rc) boedelbestanddelen aan derden; [eiseres] vordert in kort geding afgifte van haar eigendommen; rechtbank niet-ontvankelijk, hof wijst vordering af; cassatie gericht tegen het oordeel dat faillissementstoestand voortduurt totdat vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan. [rov.4.1-4.9] [rov.4.4] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Afgifte van eigendommen (voorraden, inventaris, computerserver) en dwangsom; proceskosten. [feiten onder 2.6; dagvaarding 07-11-2014] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Faillissementswet: 4 lid 5 Fw; 13 lid 1 en lid 2 Fw; 15 Fw; (ook 23 Fw, 25 lid 2 Fw genoemd) [rov.4.7, 4.12-4.16] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [eiseres] stelt gerechtigde eigenaar te zijn van vermogensbestanddelen die niet door curator verkocht hadden mogen worden; zij is na vernietiging weer begonnen met bedrijfsvoering; toegang tot gehuurde en eigendommen geweigerd en goederen door derden gehouden/ verkocht. [rov.3.1-3.6; feiten 4.6] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Het hof heeft feiten in rov. 3.1–3.5 vastgesteld; die feiten zijn in cassatie onbestreden gebleven (“erkend door beide partijen” voor zover door hof vastgesteld). [rov.3.1-3.5] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Vordering is boedelvordering; eisende partij niet-ontvankelijk zolang faillissementstoestand voortduurt (beroep op art. 25 lid 2 Fw / bevoegdheid curator). [rov.4.4] - Handelingen van curator na vernietiging maar vóór onherroepelijkheid zijn geldig op grond van art.13 jo.15 Fw; daarom zijn overdrachten verbindend jegens [eiseres]. [rov.4.7-4.9] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Art. 4 lid 5 Fw; art. 13 lid 1 en lid 2 Fw; art. 15 Fw; art. 23 Fw; art. 25 lid 2 Fw. [rov.4.7, 4.12-4.16] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - Betwist wordt dat vernietiging onmiddellijk alle gevolgen heeft; betoog dat faillissementstoestand blijft bestaan totdat vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan en dat curator bevoegd was te handelen; betwist eigendomsgeschil of onvoldoende aannemelijk gemaakt door [eiseres] in kort geding. [rov.4.4] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - In het geding geen concreet aanbod tot herstel of schadevergoeding door gedaagde weergegeven; wel goedkeuring rechter-commissaris voor verkoop aan [C]. [rov.4.6] OORDEEL RECHTER: Beoordeling rechtsvraag en uitleg wetsartikelen/jurisprudentie - Art. 4 lid 5 Fw: faillietverklaring is bij voorraad uitvoerbaar; faillissementstoestand treedt in bij uitspraak en blijft bestaan na ingesteld rechtsmiddel totdat vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan. [rov.4.7, 4.12-4.13; HR 22-10-1940 geciteerd] - Art. 13 lid 1 Fw moet samen gelezen worden met art. 15 Fw: indien vernietiging plaatsvindt blijven geldig en verbindend de handelingen van curator verricht vóór of op de dag waarop aan art.15 is voldaan; art.15 regelt aankondiging door griffier zodra vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan; daarmee bepaalt art.13 het einde van de mogelijkheid om curatorhandelingen jegens schuldenaar tegen te werpen. [rov.4.11-4.16] - Conclusie A-G: hof heeft niet van onjuiste rechtsopvatting uitgegaan door vast te stellen dat handelingen van curator in periode tussen vernietiging en kracht van gewijsde op grond van art.13 Fw verbindend zijn; hof had strikter kunnen verwijzen naar samenspel art.13 en art.15, maar materieel juist resultaat. [rov.4.17-4.26] Dragende motieven - Belang van rechtszekerheid en bescherming van schuldeisers; stelsel Fw vereist dat curatorhandelingen verbindend blijven tot aankondiging per art.15; wetgever wilde terughoudendheid van curator maar creëerde regeling om rechtsverkeer te beschermen; risico van aanspraak op curator als bevoegdheden worden overschreden blijft open (aansprakelijkheid). [rov.4.12-4.16, 4.23-4.26] - Toetsing aan art.1 Eerste Protocol EVRM: stelsel vormt inmenging in eigendom maar is gerechtvaardigd; wettelijke basis, legitiem algemeen belang (betaling schuldeisers), en evenredigheid gegeven terughoudendheidsnorm en toezicht rc. [rov.4.27-4.36] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Conclusie A-G: cassatiemiddel faalt; voorgestelde klachten slagen niet; conclusie strekt tot verwerping. [eindsom] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Als P-G-conclusie: middel wordt verworpen; bestreden arrest van het hof blijft in stand. (geen directe dispositieve einduitspraak door A-G). [slotconclusie] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Niet aan de orde in de conclusie van de Procureur-Generaal. (geen kostenbeslissing opgenomen) Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet van toepassing in A-G-conclusie; in aanleg vordering gevraagd uitvoerbaar bij voorraad, doch beslissingen in eerste aanleg en hof betroffen ontvankelijkheid en inhoudelijke afwijzing. [feiten kort geding] RECHTER:
Strikt, P.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (conclusie)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
4 lid 5 Fw: uitvoerbaarheid van de faillietverklaring
13 lid 1 Fw: geldigheid handelingen curator bij vernietiging
13 lid 2 Fw: beperking raadpleging akkoord/verevening pendente lite
15 Fw: aankondiging vernietiging en gevolgen
23 Fw: algemeen faillissementsbeslag (terugwerkende kracht)
25 lid 2 Fw: ontvankelijkheid boedelvordering
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2016:2577: HR 06-03-2015
ECLI:NL:PHR:2016:873: Parket bij de Hoge Raad 02-09-2016
ECLI:NL:HR:1940:??: HR 22-10-1940 (NJ 1941/431)
ECLI:NL:HR:1983:??: HR 11-06-1982 (NJ 1983/11)
ECLI:NL:GHSHE:2010:BO4344: Hof 's-Hertogenbosch 16-11-2010
AANTAL REFERENTIES: {"2016": 1, "2020": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:38:27.082000 ============================================================
49
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2016:286 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2016:286 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2016-02-19 - Datum publicatie: 2016-02-18 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 15/04029 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2016:286 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2308, Contrair INHOUDSINDICATIE: Faillissementsrecht. Verzoek van gefailleerde die in verzekerde bewaring is gesteld om afgifte van proces-verbaal van getuigenverhoor (art. 66 Fw). Uitleg van HR 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8295, NJ 2010/184. Afweging van belangen (HR 22 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1819, NJ 1997/339); indien gefailleerde mede op grond van de verklaring van de getuige van zijn vrijheid is beroofd, komt groot gewicht toe aan zijn belang bij afgifte van het proces-verbaal; uitzonderingen. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR 2016/471; JWB 2016/79; RvdW 2016/307; NJB 2016/453; RI 2016/43; RBP 2016/26; NJ 2016/200 met annotatie van F.M.J. Verstijlen; JOR 2016/282 met annotatie van Mr. C. Rijckenberg; INS-Updates.nl 2016-0093; UDH:TvCu/12783 met annotatie van prof. mr. A.W. Jongbloed SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2016:286 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 19 februari 2016 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2308 (Conclusie AG) [rnr niet gegeven] Contrair (geen nadere Rb/Hof ECLI in dossier vermeld) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (gefailleerde) [rov. 3.1 e.v.] Naam of typering gedaagde Curator (mr. J.A.A. Boers) en rechter-commissaris (betrokken bij besluit tot afgifte proces-verbaal) [rov. 3.1(ii)-(iv)] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Verzoeker, in staat van faillissement en in verzekerde bewaring gesteld, verzocht om afgifte van proces-verbaal van getuigenverhoor op grond van art. 66 Fw; rechter-commissaris weigerde; rechtbank bekrachtigde weigering en verlengde inbewaringstelling mede op grond van die verklaring; HR beoordeelt of de rechtbank misbruik heeft gemaakt van die verklaring en of gefailleerde aanspraak heeft op het proces-verbaal en welke belangenafweging geldt [rov. 3.1-3.4]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Afgifte/toezending van een afschrift van het proces-verbaal van het op grond van art. 66 Fw gehouden getuigenverhoor. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) boek66 BW (art. 66 Fw) [3.3.1]; boek69 BW (art. 69 Fw) [3.2.1]; verwijzing naar art. 362 lid 2 Fw (geen proces-verbaal nodig) [rov. 3.2.1]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Proces-verbaal is opgemaakt van verhoor van getuige [getuige] door rechter-commissaris [3.1(iii)]. - Verzoeker heeft het proces-verbaal verzocht om zich te verdedigen tegen verlenging van inbewaringstelling [3.1(iv)]. - De rechtbank baseerde verlenging van bewaring mede op verklaring van [getuige] (proces-verbaal) [3.2.1 rov.2.7]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - [verzoeker] is in staat van faillissement verklaard en onder bewaring gesteld (erkend door beide partijen) [3.1(i)-(ii)]. - Proces-verbaal van verhoor [getuige] bestaat en is gebruikt bij verlenging bewaring (erkend door beide partijen) [3.2.1 rov.2.7]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Het getuigenverhoor op grond van art. 66 Fw is niet gericht op bewijsvoering in een civiele procedure; art. 6 EVRM is niet van toepassing op het verzoek tot afgifte. [3.2.1] - Proces-verbaal bevat vertrouwelijke informatie; curator heeft belang bij terughoudendheid en eerst afronding onderzoek voordat delen worden verstrekt. [3.2.1] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden boek66 Fw, boek69 Fw, boek362 lid2 Fw, verwijzingen naar art. 6 EVRM (wel vermeld als niet toepasbaar) [rov. 3.2.1 e.v.]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Gedaagde bestrijdt dat verweer van verzoeker zodanig belang heeft dat afgifte van het proces-verbaal noodzakelijk is; meent dat verstrekking de belangen van de boedel of onderzoek schaadt en dat terughoudendheid geboden is. [3.2.1] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Curator heeft gesteld eerst onderzoek te willen afronden alvorens informatie te verstrekken; geen concreet aanbod tot onmiddellijke inzage of beperkte inzage genoemd [rov. 3.2.1]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - HR herhaalt uitgangspunten uit eerdere rechtspraak: art. 66 Fw geeft brede bevoegdheid rechter-commissaris (HR 17 mei 2013) en verhoor betreft niet openbaar voorlopige getuigenverhoor (HR 6 okt. 2006) zodat derden in beginsel geen recht op afschrift hebben, doch beoordeling moet geschieden door belangenafweging volgens HR 22 sept. 1995. [3.3.1-3.3.5] - HR oordeelt dat de rechtbank heeft miskend dat de verklaring van [getuige] mede heeft geleid tot vrijheidsberoving van verzoeker; daarom weegt het belang van verzoeker zwaar bij de belangenafweging omtrent afgifte van het proces-verbaal (inbreuk art. 5 lid 1 EVRM). [3.4.3] - HR wijst op mogelijke opties van de rechtover bewaring indien afgifte wordt geweigerd (a, b, c), en dat rechtbank deze afweging had moeten maken en had moeten motiveren. [3.4.4] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belang van gefailleerde om verweer te voeren tegen vrijheidsberoving weegt zwaar omdat bewaring inbreuk maakt op art. 5 EVRM; tegenover dit belang staat belang van boedel/curator bij beperking van kennisneming wegens risico op beïnvloeding getuigen of vernietiging bewijs en privacy van derden. De rechtbank heeft onvoldoende gewogen en gemotiveerd dat het belang van verzoeker niet zwaarder is. [3.4.3-3.4.4] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 20 augustus 2015 en verwijst de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. [Slot beschikking] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Het cassatiemiddel van verzoeker wordt gegrond bevonden voor zover het ziet op het oordeel omtrent afschrift/inzage proces-verbaal; de beschikking wordt vernietigd en verwezen. (Geen definitieve beslissing over afgifte genomen). [slot] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Geen primaire kostenveroordeling of bedragen in de beschikking genoemd. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet vermeld. RECHTER:
de Groot, G.: raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
Bakels, F.B.: vice-president en voorzitter
Streefkerk, C.A.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
66 Fw: getuigenverhoor door rechter-commissaris
69 Fw: bevoegdheid tot informatieverstrekking/maatstaf belangenafweging
362 lid 2 Fw: proces-verbaal niet noodzakelijk indien belangen dat niet vergen
5 lid 1 EVRM: recht op persoonlijke vrijheid
6 EVRM: toepasselijkheid besproken en verworpen in context art.66 Fw
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2016:286: HR 19 februari 2016
ECLI:NL:HR:2006:AX8295: HR 6 oktober 2006
ECLI:NL:HR:1995:ZC1819: HR 22 september 1995
ECLI:NL:HR:2013:BZ3645: HR 17 mei 2013
ECLI:NL:HR:2006:AV7032: HR 6 oktober 2006
AANTAL REFERENTIES: {"2015": 1, "2016": 1, "2017": 1, "2019": 1, "2022": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:36:32.522000 ============================================================
51
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHAMS:2015:4031 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:GHAMS:2015:4031 - Instantie: Gerechtshof Amsterdam - Datum uitspraak: 2015-09-29 - Datum publicatie: 2015-10-01 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 200.158.419/01 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Hoger beroep - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:4031 INHOUDSINDICATIE: Aansprakelijkheid curator pro se. Onvoldoende onderzoek door curator naar hogere biedingen op het actief? Verkoop door curator van mogelijk onder eigendomsvoorbehoud geleverde goederen. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR 2015/1877; AR 2016/211; JOR 2016/19 met annotatie van mr. D.M. van Geel; JA 2015/161 met annotatie van mr. dr. R.R. Verkerk; INS-Updates.nl 2015-0280 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:GHAMS:2015:4031 [titelregel; slot] Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Hof (Gerechtshof Amsterdam) [titelregel; slot] Datum uitspraak 29 september 2015 [titelregel; slot] FORMELE RELATIES LEGALLINK: Hoger beroep tegen vonnis rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2014; zaaknummer rechtbank: C/14/148660/HA ZA 13-266; ECLI lagere instantie niet vermeld (ECLI not known) [inleidende feiten; r.o. 1 e.v.]. PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [X] Holding B.V., appellante, enig aandeelhouder van failliete vennootschap [Y] N.V. [partijomschrijving; r.o. 2.2–2.3] Naam of typering gedaagde Mr. Guido Antonie de Wit, curator in het faillissement van [Y] N.V., geïntimeerde (pro se) [partijomschrijving; r.o. 1 e.v., 2.1]. CASUS: Geschil over persoonlijke aansprakelijkheid van curator voor (i) verkoop van activa van failliete [Y] voor een naar oordeel van [X] te laag bedrag en (ii) niet respecteren van een mogelijk eigendomsvoorbehoud van leverancier [Z], waarvan de vordering aan [X] is gecedeerd. [samenhangende casusomschrijving; r.o. 1–3, 2.7–2.16]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Vernietiging vonnis rechtbank en in reconventie: voor recht verklaren dat curator niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig curator mocht worden verlangd en persoonlijk aansprakelijk is; veroordeling tot betaling van €185.000,- (verkoop activa) en €34.286,- (niet respecteren eigendomsvoorbehoud), vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten; uitvoerbaar bij voorraad gelast. [eis en concrete bedragen; r.o. 1 e.v., memorie van grieven]. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Niet expliciet genoemd in het arrest; vordering steunt op verbintenissenrechtelijke onrechtmatigheid en persoonlijke aansprakelijkheid van curator (jurisprudentiële norm zoals in r.o. 3.3 beschreven). [procesrechtelijke en inhoudelijke grondslag; r.o. 3.3]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Curator heeft activa verkocht aan [E] voor €215.000,-; slechts één concreet bod van [E] aanwezig. [feiten; r.o. 2.8–2.9, 4.13] - Kort vóór verkoop zou een door [A] aangedragen derde (financier / investeerder [D]) een hoger bod kunnen hebben gedaan; curator heeft dat niet of onvoldoende onderzocht. [stelling eis; r.o. 2.6–2.16] - Leverancier [Z] claimde eigendomsvoorbehoud en zond e-mail met facturen en algemene voorwaarden op 7 oktober 2012; goederen zouden desondanks zijn geleverd aan [E]. [stelling eis; r.o. 2.11–2.12, 2.15] Vaststellingen: erkend / bewezen / onweersproken - Faillietverklaring [Y] d.d. 18 september 2012 en benoeming curator [De Wit]. [erkend door beide partijen; r.o. 2.1] - [X] Holding was enig aandeelhouder van [Y]; [A] bestuurder. [erkend door beide partijen; r.o. 2.2–2.3] - Bod van [E] gespecificeerd en rechter-commissaris verleende toestemming tot verkoop voor €215.000,-. [erkend door beide partijen; r.o. 2.8–2.9] - [Z] zond op 7 oktober 2012 mededeling van vordering en beroep op eigendomsvoorbehoud. [erkend door beide partijen; r.o. 2.11] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Curator heeft gehandeld binnen de ruime beoordelingsvrijheid die curatoren toekomt; persoonlijke aansprakelijkheid vereist ernstig verwijt (strikte toets met terughoudendheid). [verweer norm; r.o. 3.3] - Curator heeft derdenrechten in het verkoopmemorandum vermeld en in koopovereenkomst voorbehoud gemaakt ten aanzien van niet tot de boedel behorende zaken; [E] werd hierover geïnformeerd. [juridisch verweer feitelijk; r.o. 2.5, 2.13–2.14] - Ten aanzien van het eigendomsvoorbehoud had curator na ontvangst van bericht van [Z] op 7 oktober 2012 nog voldoende zorgvuldigheid betracht door [E] te berichten dat eigendomsvoorbehoud gerespecteerd moest worden. [juridisch verweer en feiten; r.o. 3.6] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - Geen concrete wetsartikelen genoemd in het arrest; curator wijst op algemeen geldende normen voor curatoren en precontractuele goede trouw (in bespreking). [r.o. 2.7, 3.3] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - Betwist dat curator wist van de garantstelling van [X] jegens [Z] of dat daarvan zodanige consequenties konden worden afgeleid dat dat persoonlijk verwijtbaar was. [feitenbetwisting; r.o. 3.5] - Betwist dat op dat moment een concreet hoger bod van [D] bestond of dat voldoende gelegenheid bestond om een concurrent biedingsproces te voeren. [feitenbetwisting; r.o. 4.13–4.16] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest. [procesfeit; r.o. geheel dossier] OORDEEL RECHTER: Toetsnorm - Hof herhaalt dat curator een ruime beoordelingsvrijheid heeft; persoonlijke aansprakelijkheid aan de curator wordt slechts toegekend indien hij niet heeft gehandeld als een curator met voldoende inzicht en ervaring die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht; deze norm wordt met terughoudendheid toegepast. [norm; r.o. 3.3] Beoordeling eigendomsvoorbehoud - Curator had in verkoopmemorandum en koopovereenkomst derdenrechten gerespecteerd en heeft [E] vooraf geïnformeerd over eigendomsvoorbehoud; na ontvangst 7 oktober 2012 had curator nog een redelijk opzicht van zorg betracht door [E] op 11 oktober te berichten. [motivering; r.o. 3.6] - Hoewel het wenselijk zou zijn geweest dat curator bij uitlevering op 15 oktober zelf aanwezig was, vormt het ontbreken daarvan onvoldoende grond voor persoonlijke aansprakelijkheid jegens [X] of [Z]. [afweging belangen; r.o. 3.6–3.8] Beoordeling verkoop tegen (vermeend) te laag bod - Alleen [E] had een concreet bod; curator had reeds weken onderhandeld en mocht, gelet op risico van terugtrekking, de transactie spoedig willen afronden; verzoek van [X] om extra korte onderzoekstermijn had op haar weg gelegen. [motivering; r.o. 4.13–4.16] - Gecombineerd weegt het hof dat curator overeenkomstig de met terughoudendheid toe te passen norm heeft gehandeld; geen persoonlijk ernstig verwijt. [conclusie; r.o. 4.17] Algemene afweging - Hof erkent dat curator meer aandacht had kunnen besteden (één bedrijfsbezoek, afwezigheid bij een bespreking, niet aanwezig bij uitlevering), maar deze feiten leiden niet tot het overschrijden van de norm voor persoonlijke aansprakelijkheid. [afweging en conclusie; r.o. 4.18–4.19] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank van 16 juli 2014; de vorderingen van [X] Holding worden afgewezen. [uitspraak; slotarrest] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Vordering van [X] Holding tot erkenning van persoonlijke aansprakelijkheid van de curator en tot betaling van €185.000,- en €34.286,- (plus wettelijke rente) wordt afgewezen; het vonnis waarvan beroep wordt bekrachtigd. [exacte conclusie; slotarrest] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [X] Holding wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de curator begroot op €5.114,- aan verschotten en €9.789,- voor salaris; deze proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [kostenveroordeling en bedragen; slotarrest] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Ja; de proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [slotarrest] RECHTER:
Melissen, W.A.H.: voorzieningenrechter/raadsheer-plaatsvervanger?
Aalders, J.F.: raadsheer
Visser, G.J.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2015:4031: Gerechtshof Amsterdam 29 september 2015
ECLI not known: Rb Noord-Holland 16 juli 2014 C/14/148660/HA ZA 13-266
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-28 11:14:39.569018 ============================================================
57
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5371 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5371 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2013-05-03 - Datum publicatie: 2013-04-08 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 12/04243 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2013:BZ5371 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ5371 INHOUDSINDICATIE: Faillissement. Pauliana; art. 42 en 47 Fw. Onrechtmatige daad. Beroep curator op nietigheid verkoop onderneming vóór faillissement. Causaal verband tussen onrechtmatig in bezit houden onderneming en door curator gestelde schade? VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; NJB 2013/1311; JWB 2013/256; JOR 2014/208 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:PHR:2013:BZ5371 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 03-05-2013 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Arrest Hoge Raad waarop het betrekking heeft: ECLI:NL:HR:2013:BZ5371; Rechterlijke instantie: HR; Datum uitspraak: 03-05-2013 (Conclusie van de A-G bij de Hoge Raad; geen hogere beslissing vermeld) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [Eiser] — eiser tot cassatie (koper/exploitant van onderneming) Naam of typering gedaagde Mr. H.J. Bakker, opvolgend curator in het faillissement van [betrokkene 1] — curator van gefailleerde CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Betreft geschil over verkoop/levering van horecazakenonderneming ("A") tussen gefailleerde [betrokkene 1] en [eiser]; curator vernietigde buitenrechtelijk de koop (29-8-2003). Geschilpunten: rechtmatigheid van bezit door [eiser] ná faillissement, bevoegdheid curator tot vernietiging (art. 42 en 47 Fw) en aansprakelijkheid [eiser] voor onrechtmatige daad jegens boedel wegens het niet ter beschikking stellen / sluiten huurovereenkomst; door hof veroordeelde [eiser] tot schadevergoeding; cassatie tegen arresten hof. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) In reconventie primair: verklaring dat omstandigheden art. 42 en 47 Fw niet van toepassing waren; verklaring dat curator onrechtmatig handelde door vernietiging; schadevergoeding van curator aan [eiser]. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Art. 42 Fw; art. 47 Fw; art. 6:83 BW; art. 6:97 BW; (ook betoog omtrent art. 51 Fw vermeld in tussenarrest) [tussenarrest r.o. 8; eindarrest r.o. 1] . Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Koopovereenkomst gedateerd 1-8-2003; levering/sleuteloverdracht kort na die datum [r.o.1.3-1.6]. [tussenarrest r.o.2] - [Eiser] exploiteerde onderneming vanaf datum faillissement [r.o.1.6]. - [Eiser] stelde dat curator akkoord was met behoud onderneming; dat indien direct teruggeleverd de onderneming vanwege huuropzegging waardeloos zou zijn geworden; dat causaal verband tussen bezit en schade ontbreekt; bewijsaanbod dat onderneming niets waard was [r.o.3.2; 3.6-3.9]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Gefailleerde op eigen verzoek failliet verklaard 13-08-2003; benoeming curator Overvliet [erkend door beide partijen; r.o.1.4]. - Buitengerechtelijke vernietiging door curator 29-08-2003 [erkend door beide partijen; r.o.3.1]. - [Eiser] exploiteerde onderneming vanaf datum faillissement en sloot later huurovereenkomst met verhuurder [erkend door beide partijen; r.o.1.6]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Curator stelt vernietiging op grond van art. 42 Fw (fraude/benadeling crediteuren) en art. 47 Fw (preferente handelingen/levering met wetenschap van faillissementsaanvraag) [procesverloop r.o.2.2]. - Primair: bezit door [eiser] vond plaats na faillissementsdatum en levering niet geldig; weigering tot teruggave vormt onrechtmatig handelen. - Subsidiair: vordering tot betaling koopprijs / marktwaarde van onderneming aan boedel. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Art. 42 Fw; art. 47 Fw; art. 51 Fw (bedoeling bij teruggave/verrekening genoemd); art. 6:83 BW (mededeling opschorting/brief 4-9-2003); art. 6:97 BW; art. 6:1 e.v. BW relevante schadebepaling [tussenarrest r.o.8; eindarrest r.o.1]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - [Eiser] had geen recht of titel tot bezit na faillissement; zijn opschorting van teruggave was onrechtmatig; hij heeft geweigerd onverwijld teruggave te doen [r.o.3.1-3.3]. - Betwist dat curator akkoord was met behoud; betwist dat teruggave de boedel geen voordeel meer zou opleveren. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Curator vorderde terugbetaling/vergoeding en stelde veroordeling tot betaling koopsom of marktwaarde; geen rechtstreeks aanbod tot herstel door curator vermeld (curator gebruikte vernietiging en vorderingen). OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. A-G concludeert dat veel klachten van cassatie falen, maar dat het hof ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan betwisting van causaal verband tussen bezit en schade; het hof had gemotiveerd moeten ingaan op stelling dat huuropzegging de onderneming waardeloos maakte en op het specifieke, toereikende bewijsaanbod van [eiser] dat de onderneming geen waarde had. Het hof had tevens niet zonder nadere motivering het aanbod om deskundige te horen mogen verwerpen. Toepassing en uitleg van art. 6:83 BW (mededeling tot opschorting) en art. 6:97 BW (begroting schade / art. 612 Rv) worden als uitgangspunt gehanteerd; vaste jurisprudentie over verwijzing naar staat en bewijsaanbod aangehaald [r.o.3.3-3.11]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belang van juiste bewijsvoering en causale toerekenbaarheid van schade aan het onrechtmatig bezit; bij gebleken plausibele stelling dat huuropzegging onderneming waardeloos maakte, kon boedel geen schade lijden door het bezit zelf — dus hof had deze stelling gemotiveerd moeten onderzoeken. - Bewijsaanbod was voldoende gespecificeerd; goede procesorde en tijdig aanbod door partijen wegen mee maar mogen niet leiden tot onbehandeld laten van doorslaggevende bewijsmiddelen; art. 6:97 BW en art. 612 Rv bij schadebepaling wegen mee [r.o.3.4-3.10]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) A-G concludeert tot vernietiging en verwijzing van het bestreden arrest(en) naar ander Hof. (Conclusie strekt tot vernietiging en verwijzing) [slot conclusie]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Niet toepasselijk in conclusie; A-G adviseert vernietiging van het hofarrest en verwijzing voor verdere beslissing. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Niet aan de orde in de conclusie; geen kostenveroordeling in A-G-conclusie vermeld. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld in de conclusie. RECHTER:
Timmerman, L.: Procureur-Generaal (concludent)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
42 Fw: faillissementsfraude/vernietiging
47 Fw: preferente rechtshandelingen/vernietiging
51 Fw: gevolg van vernietiging (verrekening/positie crediteur)
6:83 BW: mededeling opschorting nakoming/bericht
6:97 BW: begroting van schade en verbintenis tot schadevergoeding
612 Rv: verwijzing naar schadestaatprocedures
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2013:BZ5371: PG-conclusie 03-05-2013 (zaak 12/04243)
AANTAL REFERENTIES: {"2013": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:42:08.125000 ============================================================
60
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8450 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8450 - Instantie: Rechtbank Rotterdam - Datum uitspraak: 2009-08-21 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2023-06-05 - Zaaknummer: 06/574F - Rechtsgebieden: Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8450 INHOUDSINDICATIE: Artikelen 67, 69 en 73 Fw en (...) Rv. Ontvankelijkheid hoger beroep. Bevel tot handelen curator afgewezen; criterium. Verzoek ontslag curator afgewezen. Wraking RC. Bij de verdere beoordeling moet vooropgesteld worden dat de procedure van artikel 69 Fw een schuldeiser uitsluitend de mogelijkheid biedt op te komen voor zijn belangen die hij in zijn hoedanigheid van schuldeiser heeft bij de wijze waarop het beheer en de vereffening van de boedel plaatsvinden. Bij de beoordeling van de vraag of het boedel- en/of crediteurenbelang wordt geschaad door niet te bewilligen in de wens van de verzoekers, die wel behoren tot de kring van degenen die zich op de voet van artikel 69 Fw tot de rechter-commissaris kunnen wenden, om de gestelde huurovereenkomst over te dragen aan T. Rutteman en een consortium van crediteuren, geldt het volgende als uitgangspunt. De afweging hoe activa het beste kunnen worden uitgewonnen betreft het beheer van de boedel, een taak waarmee bij uitstek de curator is belast. Hij behoort bij de uitoefening daarvan te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Richtsnoer daarbij is dat de curator alle bij de boedel betrokken belangen gelijkmatig behartigt overeenkomstig ieders recht en aanspraak en dat hij dat doet op een wijze die voor de boedel het meeste voordeel oplevert. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOR 2010/80 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8450 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rb Datum uitspraak 21 augustus 2009 FORMELE RELATIES LEGALLINK: 3: geen hoger beroep vermeld PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Mudde c.s. (verzoekers): [verzoeker 1], [verzoeker 2], [verzoeker 3], College Zorgverzekeringen, UWV, [verzoeker 6] (o.a. Mudde en haar zoon) — gezamenlijk schuldeisers/belanghebbenden volgens eigen stelling Naam of typering gedaagde Gefailleerde: HORECA HILLEGERSBERG B.V.; Rechter-commissaris mr. E.I. Batelaan-Boomsma; Curator mr. J.G. Princen (verweerders/betrokken functionarissen) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Verzoekers vorderen vernietiging van RC-beschikking van 30 juni 2009 (art. 67 Fw), ontslag van de curator (art. 73 Fw) en vervanging van de RC (wraking). Kerngeschil: verzoekers willen dat curator (de rechten uit) een door hen gestelde huurovereenkomst tussen Mudde en de gefailleerde overdraagt aan [verzoeker 6] en een consortium; curator weigert wegens betwisting van het bestaan van die huurovereenkomst en vanwege beperkt boedelbelang. Tevens klacht over niet opnemen fiscale vordering. [rnr 1.1–2.7; 3.2–3.6; 4.3–4.6; 5.2] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) - Vernietiging beschikking RC 30 juni 2009 en alsnog bevel aan curator tot overdracht van (rechten uit) de gestelde huurovereenkomst aan [verzoeker 6] en consortium (art. 67 Fw). [rnr 1.1; 3.2] - Ontslag van curator en benoeming andere curator (art. 73 Fw). [rnr 1.1; 4.1] - Vervanging van RC (wraking). [rnr 1.1; 5.1] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) - 67 Fw, 69 Fw, 73 Fw; procesrechtelijke verwijzingen Rv voor wraking; algemene curatornormen zoals in jurisprudentie en faillissementsregelgeving. [rnr inhoudsindicatie; 3.5; 4.1; 5.4] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Mudde bewoont sinds 1974 appartement dat eigendom werd van Dennenborgh; stelt huurovereenkomst te hebben met gefailleerde. [rnr 2.3] - Verzoekers bod op overdracht van (rechten uit) die huurovereenkomst aan [verzoeker 6] en consortium; curator heeft dit niet aanvaard. [rnr 2.5–2.6] - Curator weigert faillissement voort te laten duren tot uitbetaling uit huuropbrengst. [rnr 3.2] - Curator zou belangen van Dennenborgh boven crediteuren laten prevaleren; niet opnemen Belastingdienstvordering in verslagen. [rnr 4.3; 5.2] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Gefailleerde is op 18 juli 2006 in faillissement verklaard; rechter-commissaris en curator benoemd. [erkend door beide partijen] [rnr 2.1] - Mudde verwierf na faillissement alle aandelen in gefailleerde. [erkend door beide partijen] [rnr 2.2] - Dennenborgh is juridisch eigenaar van het appartement; procedure tussen Dennenborgh en Mudde is aanhangig/had vonnissen; hoger beroep tegen vonnis Breda/Brielle loopt nog. [erkend door beide partijen voor zover vermeld] [rnr 2.3–2.4] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Niet-ontvankelijkheid: Mudde en [verzoeker 6] zijn geen (pre-faillissements)schuldeisers en hebben geen rechtsbelang op grond van 69 Fw; daarom geen partij voor artikel 69 Fw-procedure. [rnr 3.3–3.4] - Geen huurovereenkomst tussen gefailleerde en Mudde; dus geen rechten om over te dragen. [rnr 2.6; 3.3; 3.9] - Boedelbelang vereist; boedelomvang beperkt, voortzetting faillissement niet in boedelbelang. [rnr 3.3; 3.9] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 69 Fw (inzake bezwaar door schuldeisers), 67 Fw (herroeping/beschikking RC), 73 Fw (ontslag curator). [rnr 3.5; 4.1] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Bestaat niet vast dat tussen gefailleerde en Mudde een huurovereenkomst bestaat; eerdere uitspraken in andere zaken geven geen gezag tegen de boedel; het ene vonnis (Brielle 20-1-2009) is nog in hoger beroep. [rnr 3.8] - Geen aanspraak van [verzoeker 6]/consortium op overdracht van rechten jegens boedel. [rnr 3.7] - Curator heeft gehandeld binnen de normen van zijn taak; pogingen tot regeling tussen Mudde en Dennenborgh zijn boedelvoordelig. [rnr 4.5–4.6] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Curator gaf voorkeur de kwestie buiten de boedel te laten en faillissement op korte termijn op te heffen; geen specifiek aanbod van overdracht. [rnr 2.6; 4.5] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Ontvankelijkheid: Mudde en [verzoeker 6] geen pre-faillissementscrediteuren → geen hoedanigheid als schuldeiser onder 69 Fw → niet-ontvankelijk voor verzoeken ex 69 Fw en voor ontslag curator en wraking. [rnr 3.3–3.4; 4.2; 5.4] - Beoordeling overdracht huurrechten: beslissing over uitwinning activa behoort tot beheer boedel en primair aan curator; rechter toetst of curator handelen in redelijkheid en in boedelbelang; verzoekers moeten aantonen dat boedel-/crediteurenbelang wordt geschaad door weigering overdracht. [rnr 3.5–3.6] - Vaststelling feiten: niet voldoende aannemelijk dat huurovereenkomst bestaat; eerdere vonnissen hebben geen gezag van gewijsde tegen boedel of zijn in hoger beroep; daarom geen grond curator te instrueren overdracht. [rnr 3.8–3.9] - Subsidiere klacht (faillissement niet voortzetten tot voldoening uit huuropbrengst) faalt omdat het bestaan van huurovereenkomst onvoldoende aannemelijk is; procedure niet geschikt voor verdergaand onderzoek naar bestaan huurovereenkomst. [rnr 3.10] - Ontslag curator: geen feiten die ontslag rechtvaardigen; curator heeft naar oordeel rechtbank zich behoorlijk van taak gekweten; ontbreken fiscale vordering in verslagen toegelicht en niet overtuigend als verwijt. [rnr 4.5–4.7] - Wraking: RC krijgt vermoeden van onpartijdigheid; beslissing tot instemming met curatorvorming is niet zodanig onbegrijpelijk dat schijn van partijdigheid volgt; eerdere kritiek op advocaat verzoekers staat niet in verband met deze insolventie. [rnr 5.5–5.10] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Bescherming procedure 69 Fw beperkt tot schuldeisers; daarom geen ontvankelijkheid van niet-schuldeisers (Mudde/[verzoeker 6]). [rnr 3.5; 3.4] - Beheer van de boedel is primair taak van curator; rechter instrueert alleen indien curatorhandeling onredelijk of niet in boedelbelang is. Afwezigheid voldoende bewijs van huurovereenkomst en redelijke grond voor curatorstandpunt rechtvaardigen bekrachtiging RC-beschikking. [rnr 3.6–3.9] - Voor ontslag/wraking zijn zwaardere feiten nodig; die ontbreken. [rnr 4.5–4.7; 5.5–5.10] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Beschikking RC 30 juni 2009 vernietigd voor zover deze betrekking had op ontvankelijkheid van Mudde en [verzoeker 6]; rechtbank verklaart Mudde en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk ex 69 Fw. [rnr 3.12; 6] - Voor het overige bekrachtigt rechtbank de beschikking van de RC van 30 juni 2009. [rnr 3.11; 6] - Mudde en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk in verzoek tot ontslag curator; verzoek tot ontslag verder afgewezen. [rnr 4.8; 6] - Mudde en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek; overige wrakingsverzoek afgewezen. [rnr 5.11; 6] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Vernietiging beschikking RC 30 juni 2009: vernietigd voor zover betreffende ontvankelijkheid Mudde en [verzoeker 6]; opnieuw recht doende: Mudde en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk ex 69 Fw. [rnr 6] - Beschikking RC van 30 juni 2009 voor het overige bekrachtigd. [rnr 6] - Verzoek tot ontslag curator: Mudde en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk; verder afgewezen. [rnr 6] - Verzoek tot wraking RC: Mudde en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk; verder afgewezen. [rnr 6] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - In de beschikking wordt geen toewijzing of specificatie van proces- of nakosten vermeld. [rnr volledige beschikking bevat geen kostenveroordeling] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld; geen uitvoerbaar-bij-voorraadindicatie in beschikkingstekst. [rnr beslissing] RECHTER:
Vogels, H.W.: rechter
van Essen, A.J.P.: rechter
van Schouwenburg-Laan, P.A.M.: rechter
Hoogenraad, M.E.: griffier
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
67 Fw: ['67 Fw', 'herroeping/beschikking rechter-commissaris']
69 Fw: ['69 Fw', 'recht van schuldeiser om zich te verweren tegen wijze van beheer/verevening boedel']
73 Fw: ['73 Fw', 'ontslag en vervanging curator']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8450: Rb Rotterdam 21 augustus 2009 (zaaknummer 06/574F)
ECLI not known: vonnissen kantonrechter Utrecht 1 maart 2006; kantonrechter Brielle 29 augustus 2006; kantonrechter Brielle 20 januari 2009 (hoger beroep aanhangig)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-06 21:59:25.748560 ============================================================
64
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2005:AT7799 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2005:AT7799 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2005-08-12 - Datum publicatie: 2013-04-04 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: C04/144HR - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2005:AT7799 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT7799 INHOUDSINDICATIE: 12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/144HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, t e g e n DIRECTORS CAST & CREW PAYROLL SERVICES B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties... VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOL 2005, 439; NJ 2006, 230 met annotatie van P. van Schilfgaarde; RvdW 2005, 92; TvI 2006, 22 met annotatie van C.M. Harmsen; Ondernemingsrecht 2005, 184 met annotatie van S-J. Spanjaard; V-N 2005/45.15 met annotatie van Redactie; JWB 2005/279; JOR 2005/257 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2005:AT7799 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 12-08-2005 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT7799 (Advocaat-Generaal L. Timmerman) [rov.2] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiser] (ondernemer; voormalig eigenaar Hectic Illusions) [3.1(i)-(ii)] Naam of typering gedaagde DIRECTORS CAST & CREW PAYROLL SERVICES B.V. (concurrente schuldeiser; "Payroll") [3.1(iii)] CASUS: Kort geding over verzoek van [eiser] om Payroll te bevelen akkoord te gaan met een buitengerechtelijk aanbod van 6,99% van haar vordering (€ 67,88) tegen finale kwijting, ter bevordering van een minnelijke schuldsaneringsregeling; Payroll weigerde, vroeg daarop faillissement aan (later vernietigd) en ontving uitbetalingen; voorzieningenrechter en hof wezen verzoek af; cassatie tegen het arrest van het hof. [inz. 1; 3.1(iii)-(v); 3.2] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Bevel aan Payroll om akkoord te gaan met betaling van 6,99% van haar vordering (eventueel ander door de rechtbank te bepalen bedrag), onder dwangsom; veroordeling in proces- en buitengerechtelijke kosten. [1] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Misbruik van bevoegdheid / redelijkheid naar maatstaf van art. 3:13 BW en algemene regels van verbintenissenrecht; toepassing van verbintenissenrecht op buitengerechtelijk akkoord; toetsing aan misbruik van bevoegdheid [3.5.2–3.5.4]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [eiser] bood alle schuldeisers een percentage aan via Bureau Zuidweg & Partners; 51 van 66 crediteuren hadden ingestemd; 10 niet akkoord; 5 geen reactie [3.1(ii)]. - Payroll is concurrente schuldeiser met vordering € 971,04 en weigerde het aanbod van 6,99% [3.1(iii)]. - Door weigering zou het minnelijke akkoord worden gefrustreerd, waarmee faillissement (en lagere of geen uitkering voor andere schuldeisers) zou volgen; daarom spoedeisend belang bij bevel [3.2; 3.3.1]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Aantal schuldeisers en bedragen schuldenlast: partijen gaven verschillende bedragen; curator en eiseropgaven vermeld (geen expliciete wederpartij-erkentenis vermeld) [3.1(i)]. - 51 crediteuren hadden ingestemd ten tijde van behandeling eerste aanleg; Payroll weigerde; Payroll vroeg faillissement aan; betaling aan Payroll op 1-9-2003 geschied [3.1(ii)-(iv)] — feitelijk vastgesteld door hof/rechtbank en niet bestreden in cassatie [3.6.2]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) Payroll betwist de verplichting tot medewerking aan een buitengerechtelijk akkoord; uitoefening van bevoegdheid tot weigering is in beginsel toegestaan; geen sprake van misbruik van bevoegdheid [1; 3.5.2]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Art. 3:13 BW (misbruik van bevoegdheid) en algemene regels van verbintenissenrecht toegepast op buitengerechtelijke akkoorden [3.5.2–3.5.3]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Payroll betwist dat het in redelijkheid aanvaard had moeten worden akkoord te gaan met 6,99% en stelt dat weigering geen misbruik is; verder betwist zij dat door haar weigering het akkoord op zodanige wijze is gefrustreerd dat onmiddellijke voorziening gerechtvaardigd was [3.5.2–3.5.4]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen specifiek herstelaanbod van Payroll vermeld; wel betaling aan Payroll op 1-9-2003 door [eiser] (naleving van aangeboden percentage voorafgaand aan faillietverklaring) [3.1(iv)]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - De Hoge Raad geeft juridische kaders: een schuldeiser mag in beginsel een buitengerechtelijk akkoord weigeren; alleen bij misbruik van bevoegdheid (3:13 BW) kan rechter bevelen tot medewerking; toets vereist zeer bijzondere omstandigheden en strenge maatstaf. [3.5.2–3.5.4] - Hof oordeelde dat [eiser] onvoldoende (spoedeisend) belang had bij de gevorderde voorziening; hiervoor blijkt geen onjuiste rechtsopvatting of gebrek aan motivering. Hoge Raad bevestigt terughoudendheid en instemming met hofs afwijzing wegens gebrek aan voldoende belang. [3.6.2; 3.5.4] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belang van individuele schuldeiser bij voldoening weegt doorgaans zwaarder dan belang van schuldenaar bij voorkomen faillissement; waarborgen van Faillissementswet ontbreken bij buitengerechtelijk akkoord; eis tot medewerking schaars toewijsbaar; eiser diende specifieke feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen dat schuldeiser naar redelijkheid niet tot weigering kon komen. Gegeven dat het belang bij voorkomen faillissement op aanvraag van Payroll al was weggevallen en betalingen reeds waren gedaan aan instemmende schuldeisers, acht het hof het belang niet zodanig spoedeisend dat voorziening bij voorraad vereist was. [3.5.3–3.6.2] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep; bekrachtigt het arrest van het hof (impliciet) door afwijzing cassatie. [4] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Beroep in cassatie: verworpen. (De door [eiser] in kort geding en hoger beroep gevorderde voorziening om Payroll te bevelen akkoord te gaan met 6,99% is daarmee in stand afgewezen.) [4; 3.6.2] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Hoge Raad veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van Payroll begroot op nihil. Exact bedrag niet opgegeven. [4] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld; geen aanwijzing voor uitvoerbaarheid bij voorraad in arrest. RECHTER:
Neleman, P.: Vice-president en voorzitter
Aaftink, H.A.M.: Raadsheer
de Savornin Lohman, O.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer
van Schendel, W.A.M.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
3:13 BW: ['3:13 BW', 'misbruik van bevoegdheid / redelijkheid bij uitoefening van bevoegdheden']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2005:AT7799: HR 12-08-2005
ECLI:NL:PHR:2005:AT7799: Conclusie A-G L. Timmerman
ECLI:NL:HR:2004:bsomething not specified in text: HR 06-02-2004 (verwerping cassatie Payroll tegen hof-arrest)
ECLI not known: Gerechtshof Amsterdam arrest 14-10-2003 (vernietiging faillietverklaring)
ECLI not known (Rb Amsterdam): Vonnis Rb Amsterdam 02-09-2003 (faillietverklaring)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:43:20.552000 ============================================================
68
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2003:AN7817 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2003:AN7817 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2003-12-19 - Datum publicatie: 2013-04-04 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: C02/196HR - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2003:AN7817 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AN7817 INHOUDSINDICATIE: 19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/196HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. Mr. Sebastiaan Maarten Marie VAN DOOREN, 2. Mr. Jan Johan DINGEMANS, beiden wonende te Vught, beiden in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van Mobell B.V., EISERS tot cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen, t e g e n B.V. INTERPLAN IMPORT-EXPORT WOONTEXTIEL, gevestigd te Velp, gemeente Rheden, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J. Wuisman. 1. Het geding in feitelijke instanties... VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOL 2003, 689; NJ 2004, 293 met annotatie van P. van Schilfgaarde; RvdW 2004, 8; JWB 2003/479; RV 2014/133 met annotatie van prof. mr. S.E. Bartels, mr. A.J. van der Lely, prof. mr. A.I.M. van Mierlo SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2003:AN7817 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR (Hoge Raad) Datum uitspraak 19-12-2003 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AN7817 (Conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad) [rov. 2; datum arrest] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Eisers tot cassatie: curatoren in het faillissement van Mobell B.V. (Sebastiaan M.M. van Dooren en Jan J. Dingemans) [inleidende gegevens] Naam of typering gedaagde Verweerster in cassatie: B.V. Interplan Import-Export Woonttextiel (separatist/eigenaresse van geleverde voorraden) [inleidende gegevens] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Curatoren verkochten/liquideerden tijdens faillissement van Mobell B.V. de voorraden, waaronder zaken die Interplan onder eigendomsvoorbehoud had geleverd, door aan UTB en brachten die zaken in feitelijke macht van UTB zonder voorafgaande toestemming van Interplan; Interplan vorderde vergoeding wegens onrechtmatige daad; hof oordeelde curatoren aansprakelijk; curatoren stelden cassatie in tegen dat arrest van het hof [rov. 3.1–3.2]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Interplan vorderde verklaring voor recht dat curatoren onrechtmatig hebben gehandeld en veroordeling tot schadevergoeding te vereffenen volgens de wet (nadere specificatie bij staat) [inleidende partijstelling; rov. 1]. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Aansprakelijkheid van curatoren getoetst naar maatstaven van 6:162 BW [rov. 3.3]. Tevens betrokken: art. 63a Faillissementswet (F) omtrent afkoelingsperiode [rov. 3.1(ii), 3.4.4]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Mobell op 25-6-1997 failliet; curatoren aangesteld [rov. 3.1(i)]. - Afkoelingsperiode als bedoeld in 63a F gelast voor 1 maand vanaf faillissementsdatum [rov. 3.1(ii)]. - Grote voorraad met rollen textiel geleverd door Interplan onder eigendomsvoorbehoud; openstaande facturen ƒ 74.183,28 incl. BTW [rov. 3.1(iii)]. - Curatoren informeerden crediteuren en ontvingen verificatievordering van Interplan op 1-7-1997; verzoek tot berichtgeving wanneer haar eigendommen konden worden opgehaald [rov. 3.1(iv)-(v)]. - Curatoren besloten tot liquidatie en sloten op 15-7-1997 overeenkomst met UTB voor verkoop van voorraden "voor zover geen eigendom van derden" [rov. 3.1(vi)]. - Curatoren brachten feitelijke macht over alle voorraden, inclusief die van derden, aan UTB; bedongen dat UTB rechten van derden zou respecteren en afwikkelen; wezen Interplan naar UTB voor afwikkeling [rov. 3.1(vii)-(viii)]. - UTB begon uitverkoop op 17-7-1997; Interplan-vertegenwoordiger bezocht UTB op 23-7-1997 en haalde geen goederen weg [rov. 3.1(ix)-(x)]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Faillissement Mobell en aanstelling curatoren; afkoelingsperiode; verificatie en vordering Interplan; overeenkomst curatoren–UTB; UTB start uitverkoop; Interplan verwijzing naar UTB en bezoek 23-7-1997 zijn door hof vastgesteld en niet als betwist aangemerkt door partijen in cassatie. (erkend door beide partijen) [rov. 3.1 en 3.2]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) Curatoren voerden onder meer aan: hun overeenkomst met UTB bevatte voldoende waarborgen voor de belangen van Interplan; bij wijze van beheren en vereffenen kunnen ook andere belangen (zoals doelmatige afwikkeling en gezamenlijke schuldeisers) zwaarder wegen; de afkoelingsperiode en voornemen tot verkoop zouden handelen rechtvaardigen; zij mochten in redelijkheid vertrouwen op UTB; bewijsaanbod dat nog goederen aanwezig waren op 23-7-1997 [rov. 3.4–3.7]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 63a F (afkoelingsperiode); toetsing op grond van 6:162 BW (onrechtmatige daad) [rov. 3.3–3.4.4]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Curatoren betwistten dat louter het in feitelijke macht brengen van goederen zonder meer onrechtmatig is; stelden dat hun regeling met UTB belangen van Interplan voldoende waarborgde; voerden aan dat het beheer/verevening van de boedel andere, mede zwaarwegende belangen diende te dienen; stelden dat afkoelingsperiode haar betekenis verloor door besluit tot liquidatie; boden bewijs aan dat nog goederen aanwezig waren op 23-7-1997 [rov. 3.4.1–3.7]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Interplan werd naar UTB verwezen en gelegenheid tot teruggave geboden, maar Interplan heeft zaken niet opgehaald bij bezoek op 23-7-1997; curatoren boden in hoger beroep bewijs aan omtrent aanwezigheid goederen op 23-7-1997 (bewijsaanbod) [rov. 3.1(viii)-(x), 3.7.1]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. De Hoge Raad beoordeelt het beroep en de vorderingen aan de hand van de feiten zoals door het hof vastgesteld en toetst het handelen van curatoren aan 6:162 BW. Het hof had geoordeeld dat curatoren in beginsel onrechtmatig handelden doordat zij zonder voorafgaande toestemming Interplans onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken in de feitelijke macht van UTB brachten [rov. 3.2–3.5]. Het hof overwoog dat slechts bij bijzondere, maatschappelijk-afwegingsgrondslagen (HR 19-4-1996, NJ 1996, 727) voorrang kon worden gegeven aan andere belangen en dat die hier niet zijn gesteld of gebleken [rov. 3.4.4, 3.5.2]. Het hof concludeerde dat de curatoren verantwoordelijk bleven voor teruggave bij gebrek aan toestemming en dat de afkoelingsperiode/beding met UTB dit niet rechtvaardigde [rov. 3.4.4, 3.5.2–3.6]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? Dragende motieven: bescherming van separatisrechteigenaar tegen ongevraagde onttrekking van haar zaken; curatoren moesten vooraf toestemming vragen aan Interplan of anderszins zekerstellen dat Interplan niet benadeeld werd; algemene belangen van efficiënte vereffening en gezamenlijke schuldeisers vormen in het algemeen geen zodanig zwaarwegend maatschappelijk belang dat zij zonder nadere stellingname boven separatisbelangen mogen prevaleren; afkoelingsperiode was irrelevant nu curatoren hadden besloten tot liquidatie [rov. 3.5.2–3.5.2 laatste zin, 3.4.4]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie van de curatoren en bevestigt daarmee het arrest van het hof dat curatoren onrechtmatig hebben gehandeld en aansprakelijk zijn voor de door Interplan geleden schade [beslissing slot; rov. 4 (Beslissing)]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Beroep in cassatie: verworpen. (Exact: “verwerpt het beroep”) [Beslissing]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Curatoren veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: verschotten € 301,34 en salaris advocaat € 1.365,00 aan de zijde van Interplan [Beslissing]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet expliciet vermeld; Hoge Raad veroordeelt in kosten maar vermeldt geen uitvoerbaar-bij-voorraadclausule voor hoofdvordering in dit arrest [Beslissing gehele tekst]. RECHTER:
Herrmann, R.: Vice-president en voorzitter
Aaftink, H.A.M.: Raadsheer
Beukenhorst, D.H.: Raadsheer
Kop, P.C.: Raadsheer
Numann, E.J.: Raadsheer
Bakels, F.B.: In het openbaar uitgesproken door de raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / aansprakelijkheid']
63a F: ['63a F', 'afkoelingsperiode (Faillissementswet)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1996:1585: HR 19 april 1996 (NJ 1996, 727)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:36:05.806000 ============================================================
69
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2003:AN7817 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2003:AN7817 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2003-12-19 - Datum publicatie: 2013-04-04 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: C02/196HR - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2003:AN7817 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2003:AN7817 INHOUDSINDICATIE: 19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/196HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. Mr. Sebastiaan Maarten Marie VAN DOOREN, 2. Mr. Jan Johan DINGEMANS, beiden wonende te Vught, beiden in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van Mobell B.V., EISERS tot cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen, t e g e n B.V. INTERPLAN IMPORT-EXPORT WOONTEXTIEL, gevestigd te Velp, gemeente Rheden, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J. Wuisman. 1. Het geding in feitelijke instanties... VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOL 2003, 689; NJ 2004, 293 met annotatie van P. van Schilfgaarde; RvdW 2004, 8; JWB 2003/479; JOR 2004/61 met annotatie van Mr. J.J. van Hees SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:PHR:2003:AN7817 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Parket bij de Hoge Raad (A-G conclusie in cassatie) Datum uitspraak 19-12-2003 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Arrest waar cassatie betrekking op heeft: ECLI:NL:HR:2003:AN7817, Rechterlijke instantie: Hof (Gerechtshof te Den Bosch), Datum uitspraak: 19-03-2002 (Vermeld als formele relatie hetgeen in de cassatieprocedure centraal staat: het hofarrest van 19 maart 2002.) (Conclusie van het parket bij de Hoge Raad is opgesteld d.d. 19-12-2003) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Eisers in cassatie: Curatoren in faillissement van Mobell B.V. (mr. S.M.M. van Dooren q.q. en mr. J.J. Dingemans q.q.) — appellanten in cassatie Naam of typering gedaagde Verweerder in cassatie: B.V. Interplan Import-Export Woonttextiel (crediteur, separatist met eigendomsvoorbehoud) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Curatoren verkochten en gaven de feitelijke macht over de voorraad van gefailleerde Mobell B.V. aan UTB tijdens een afkoelingsperiode; deze voorraad omvatte goederen die onder eigendomsvoorbehoud door Interplan waren geleverd. Interplan vordert (en kreeg in hoger beroep) veroordeling van de curatoren wegens onrechtmatig handelen wegens het in de feitelijke macht brengen van die goederen zonder voorafgaande toestemming en wegens onvoldoende toezicht op UTB, met vergoeding van de schade. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Verklaring voor recht dat curatoren onrechtmatig hebben gehandeld; schadevergoeding (nader op te maken) Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Onrechtmatige daad: 6:162 BW [rov. 2.1 e.v.] ; toepasselijkheid en strekking art. 63a Fw besproken [rov. 2.9-2.13] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Mobell op 25-06-1997 failliet; curatoren aangesteld [rov. 1.1(a)]. - Afkoelingsperiode art. 63a Fw gelast voor één maand vanaf faillissementsdatum [rov. 1.1(b)]. - Interplan had onder eigendomsvoorbehoud geleverd; openstaande facturen ƒ74.183,28 [rov. 1.1(c)]. - Interplan verzocht retour van haar eigendommen en diende verificatievordering in (1-7-1997) [rov. 1.1(e)]. - Curatoren sloten op 15-7-1997 overeenkomst met UTB tot verkoop/levering van voorraden "voor zover deze zaken geen eigendom zijn van derden" en gaven feitelijke macht over gehele voorraad aan UTB; UTB verbindende verplichting derdenrechten te respecteren [rov. 1.1(f)-(g)]. - Interplan verwezen naar UTB voor afwikkeling; UTB startte uitverkoop 17-7-1997; Interplan haalde bij bezoek van 23-7-1997 geen (meer) goederen terug [rov. 1.1(h)-(j)]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Mobell failliet en curatoren aangesteld: erkend door beide partijen [rov. 1.1(a)]. - Afkoelingsperiode gelast: erkend door beide partijen [rov. 1.1(b)]. - Interplan leverde onder eigendomsvoorbehoud en diende vordering in: erkend door beide partijen [rov. 1.1(c),(e)]. - Curatoren sloten overeenkomst met UTB en gaven feitelijke macht over voorraden aan UTB: erkend door beide partijen (curatoren erkennen dat hierdoor eigendommen van derden in UTB’s macht raakten) [rov. 1.1(f)-(g); 2.34]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) Curatoren (in cassatie): verweer dat handelen niet onzorgvuldig was; stelling dat overdracht/verkopen geschiedden binnen doel van boedelbeheer en afwikkeling; beroep op afkoelingsperiode en op contractuele waarborgen dat UTB derdenrechten zou respecteren; aanbod tot bewijs dat op 23-7-1997 nog veel goederen aanwezig waren (bewijsaanbod) [rov. 1.4; 2.26; 2.33-2.34]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Art. 6:162 BW [rov. 2.1 e.v.], art. 63a Fw (afkoelingsperiode) [rov. 2.9-2.13]; jurisprudentie HR (o.a. HR 19-04-1996, NJ 1996, 727; HR 24-02-1995, NJ 1996, 472) als maatstaf voor curatorpositie en maatschappelijk belang [rov. 2.5-2.6]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Curatoren betwisten onzorgvuldigheid en stellen dat overdracht noodzakelijk was voor doelmatige afwikkeling/verkoop en dat UTB rechten van derden zou respecteren; voorts dat (gedeeltelijke) verkoop in normale bedrijfsuitoefening viel en dat afkoelingsperiode en praktische overwegingen rechtvaardiging boden [rov. 2.26-2.31; 2.27]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel; curatoren hebben bewijs aangeboden betreffende hoeveelheid nog aanwezige goederen (bewijsaanbod) [rov. 2.33-2.34]. UTB door curatoren in vrijwaring geroepen (incidenteel) maar dat aspect speelt in cassatie geen rol [noot 6]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Toetsingskader: aansprakelijkheid van curator q.q. beoordeeld naar gewone onrechtmatige daadsvereisten van 6:162 BW, met inachtneming van bijzondere taak/positie curator en Maclou-norm (gedragsnorm voor curatoren) [rov. 2.1-2.6]. - Bij goederen onder eigendomsvoorbehoud rust op curator zorgplicht om eigendomsrecht niet aan te tasten; uitzondering mogelijk indien zwaarwegende maatschappelijke belangen (o.m. voortzetting bedrijf/werkgelegenheid) dit vereisen (HR-jurisprudentie) [rov. 2.6-2.7]. - Afkoelingsperiode (63a Fw) beoogt tijdelijke bescherming van separatisten; in beginsel verlies van rechten niet beoogd; curator kan tijdens afkoelingsperiode beschikken voor normale bedrijfsuitoefening indien noodzakelijk voor doorstart en indien zekerheid over vergoeding boedelwaarde bestaat [rov. 2.9-2.13]. - Feitenvaststelling: curatoren hadden snel afgezien van doorstart en gingen tot liquidatie; daarom speelde afkoelingsperiode feitelijk geen betekenis meer en kon niet worden gesteld dat zwaarwegende maatschappelijke belangen verontschuldigden dat rechten van Interplan werden gepasseerd [rov. 2.13; 2.23]. - Hof (19-03-2002) oordeelde dat curatoren in de gegeven omstandigheden voorafgaand toestemming van Interplan hadden moeten vragen alvorens de zaken in feitelijke macht van UTB te brengen en dat curatoren bij gebrek aan die toestemming verantwoordelijk bleven voor teruggave; het hof verwierp het beroep op contractuele waarborgen met UTB en op afkoelingsperiode als rechtvaardiging [rov. 1.6; 2.26]. - Procureur-Generaal concludeert tot verwerping van cassatieberoep; beargumenteert dat hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en voldoende heeft gemotiveerd waarom curatoren onzorgvuldig hebben gehandeld en waarom stellingen van curatoren ontoereikend waren om maatschappelijk belang aan te tonen [rov. 2.15-2.35; slotconclusie sectie 3]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belang afwikkeling boedel versus bescherming eigendomsrechten derden; curator moet beide belangen afwegen. Hier woog het ontbreken van concrete aanwijzingen voor zwaarwegende maatschappelijke belangen, de vroegtijdige liquidatie (geen doorstart), en het feit dat Interplan heeft laten weten haar goederen terug te willen, zwaar in het nadeel van curatoren. Contractuele waarborgen tegenover UTB boden volgens hof en A-G geen substituut voor voorafgaande toestemming en lieten de curator niet onberoerd voor risico van verlies van derdenrechten [rov. 2.6; 2.13; 2.26]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Procureur-Generaal (A-G) concludeert dat het cassatieberoep van de curatoren moet worden verworpen (conclusie tot verwerping) [slot; sectie 3]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - In cassatie staat A-G: verwerping cassatieberoep (geen toewijzing van middelen tegen hofarrest dat curatoren q.q. onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeeld tot schadevergoeding) [rov. 3 / slotconclusie]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - In de conclusie van de A-G geen uitspraak over proceskosten of uitvoerbaarheid bij voorraad; geen concrete kostenbedragen of toewijzingsopdrachten opgenomen in deze conclusie. (Geen nadere kostenmaatregelen in de conclusie vermeld.) Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet vermeld in de conclusie van de A-G. RECHTER:
Timmerman, mr. L: A-G-conclusie (Procureur-Generaal bij de Hoge Raad)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/zorgvuldigheidsnorm']
63a Fw: ['63a Fw', 'afkoelingsperiode/separatistenbescherming']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1996:BV727: HR 19 april 1996
ECLI:NL:HR:1995:AJ472: HR 24 februari 1995
ECLI:NL:HR:1998:BV896: HR 16 oktober 1998
ECLI:NL:PHR:2003:AN7817: Parket bij de Hoge Raad 19-12-2003
ECLI not known: Gerechtshof te Den Bosch arrest 19-03-2002 (zaaknummer in arrest vermeld)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 23:45:24.009000 ============================================================
ai
General AI knowledge advisable to further investigate and verify.