⚖️ LegalLink Citaties

Bronvermelding voor gebruikte wetsartikelen en jurisprudentie

Gegenereerd op 16-08-2026 om 12:14

In het antwoord zijn 8 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.

1
WETSARTIKEL 1: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Derde afdeling. Van het bestuur over de failliete boedel - Artikel: Artikel 69 - Gegevens: lid 1: Iedere schuldeiser, de schuldeiserscommissie en ook de gefailleerde kunnen door het indienen van een verzoek tegen elke handeling van de curator bij de rechter-commissaris opkomen, of van deze een bevel uitlokken, dat de curator een bepaalde handeling verrichte of een voorgenomen handeling nalate. Niettemin staat geen beroep open tegen de beslissing van de curator om al dan niet melding of aangifte van onregelmatigheden te doen, als bedoeld in artikel 68, tweede lid, onder c. lid 2: De rechter-commissaris beslist, na de curator gehoord te hebben, binnen drie dagen. - Relevantie score: 0.630
3
WETSARTIKEL 3: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid - Afdeling: Afdeling 5. Het bestuur van de vennootschap en het toezicht op het bestuur - Artikel: Artikel 248 - Gegevens: lid 1: In geval van faillissement van de vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. lid 2: Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen. lid 3: Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. lid 4: De rechter kan het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld. De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als zodanig in functie is geweest in de periode waarin de onbehoorlijke taakvervulling plaats vond. lid 5: Is de omvang van het tekort nog niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. lid 6: De vordering kan slechts worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de vordering niet in de weg. De bestuurder is niet bevoegd tot verrekening met een vordering op de vennootschap. lid 7: Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen een door de rechter benoemde bewindvoerder of een door de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam aangestelde bestuurder als bedoeld in artikel 356, onder c. lid 8: Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van artikel 9. lid 9: Indien een bestuurder ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing. lid 10: Artikel 138 lid 10 is van toepassing. - Relevantie score: 0.612
17
WETSARTIKEL 17: - Wet: Faillissementswet - Titel: Titel I. Van faillissement - Afdeling: Derde afdeling. Van het bestuur over de failliete boedel - Artikel: Artikel 68 - Gegevens: lid 1: De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. lid 2: De curator: lid 2 a.: beziet bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel of er sprake is van onregelmatigheden die het faillissement, althans mede, hebben veroorzaakt, de vereffening van de failliete boedel bemoeilijken of het tekort in het faillissement hebben vergroot; lid 2 b.: informeert hierover de rechter-commissaris vertrouwelijk; en lid 2 c.: doet, zo hij of de rechter-commissaris dit nodig acht, melding of aangifte van onregelmatigheden bij de bevoegde instanties. lid 3: Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de artikelen 37, 39, 40, 58, tweede lid, 60, tweede en derde lid, en 60a, eerste lid, behoeft de curator machtiging van de rechter-commissaris. lid 4: Ingeval in Nederland geen secundaire insolventieprocedure is geopend, wordt de machtiging tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten, bedoeld in artikel 13 van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening op verzoek van de insolventiefunctionaris in de hoofdinsolventieprocedure verleend door de rechter-commissaris van de rechtbank, aangewezen in artikel 2. De rechtbank benoemt de rechter-commissaris binnen vijf werkdagen na ontvangst van dit machtigingsverzoek. - Relevantie score: 0.588
44
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2015:4 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2015:4 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2015-01-09 - Datum publicatie: 2015-01-14 - Datum aangepast: 2023-06-03 - Zaaknummer: 14/00380 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2015:4 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:831, Gevolgd INHOUDSINDICATIE: Beroepsaansprakelijkheid notaris. Ministerieplicht (art. 21 lid 1 Wna). Functie notaris in het rechtsverkeer (HR 15 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1801, NJ 1996/629). Zorgplicht notaris ingeval van vermoeden dat rechten van derden beletsel vormen voor levering of bezwaring; bekendheid verkrijger met wanprestatie van vervreemder (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:740, NJ 2014/194). Geheimhoudingsplicht notaris (art. 22 Wna), kenbare feiten. Wanneer dient notaris ministerie te weigeren? Betekenis oordeel tuchtrechter voor aansprakelijkheidsprocedure (HR 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2080, NJ 2008/528 (Vie d'Or)). Voorrang oudste recht op levering (art. 3:298 BW)? VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JIN 2015/89 met annotatie van G.J. de Bock; JOR 2015/189 met annotatie van Prof. Mr. J.J. van Hees SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiseres] (voormalige echtgenote en enig erfgename van [betrokkene 1]) — eiseres tot cassatie Naam of typering gedaagde CASUS: Kort: vordering van [eiseres] wegens vermeende beroepsaansprakelijkheid notaris voor passeren leveringsakte (30-06-2008) terwijl vervreemders (zoons) een aanbiedingsplicht jegens [betrokkene 1] niet zouden zijn nagekomen; tuchtrechtelijk oordeel gegrond (waarschuwing); civielrechtelijke procedure vordering schadevergoeding. Centrale rechtsvraag: in welke omstandigheden moet notaris verifiëren nakoming aanbiedingsplicht en eventueel ministerie weigeren? VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Betaling schadevergoeding van € 195.630,56 (verschil verkoopprijs €300.000 en aanbiedingsprijs €104.369,44) plus rente; in eerste aanleg gemaximeerd tot boetebedrag fl.200.000 (gereduceerd door rechtbank tot €90.756,04). Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Onrechtmatige daad / schending zorgplicht notaris; art. 6:162 BW (algemene onrechtmatige daad) en relevante notariële normen [17 Wna, 21 lid 1 en 2 Wna, 22 Wna], THB-arresten (HR jurisprudentie) en art. 3:298 BW genoemd in verhouding tussen rechten. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Aanbiedingsplicht opgenomen in leveringsakte 29-02-1988 [rov. facts; prod.3] [rov.2.1-2.2]. [rov.2.1] - Verkopers (zoons) bod d.d. 7-9-2006 aan [betrokkene 1] (vraagprijs €395.000) en correspondentie nadien; telefoonnote 20-6-2007: “Zoons willen niet meer in discussie ... nemen boetebeding op de koop toe.” [prod.5, prod.11] [rov.2.1-2.2] - Notaris (De Novitaris / mr. Rutten) passeert transportakte 30-06-2008 ten behoeve van koper [betrokkene 4] (koopprijs €300.000). [prod.2] [rov.2.1-k] - Klacht bij KvT (10-07-2009) gegrond; tuchtrechter: notaris had niet mogen volstaan met mededeling, had schriftelijke verklaring van derde moeten verlangen; waarschuwing opgelegd (8-6-2010). [prod.12] [rov.4.1] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Erkend door beide partijen: aanbiedingsplicht aanwezig in akte van 29-02-1988 [rov.2.1]. [rov.2.1] - Erkend door beide partijen: inschrijving koopovereenkomst en passeren transportakte op genoemde data; koper en prijs zoals vermeld [prod.5, prod.2]. [rov.2.1-k] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Geen schending van zorgplicht (notaris mocht erop vertrouwen dat aanbiedingsplicht was uitgewerkt). [rov.3.5] - Meewerken aan wanprestatie niet onrechtmatig jegens [betrokkene 1]; geen zelfstandige onderzoeksplicht zover geen aanwijzingen dat voorkeursrecht het passeren in de weg stond. [rov.3.5 e.v.] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - art. 21 Wna (ministerieplicht; lid 2 weigeringsgrond), art. 17 Wna (zorgvuldigheid), art. 22 Wna (geheimhouding). [2.7 sectie] Feitelijke betwistingen vanuit gedaagdeperspectief - Gedaagde betwist dat notaris gehouden was een zelfstandig oordeel te vormen over nakoming aanbiedingsverplichting en/of haar medewerking mocht weigeren; wijst op conflicterende belangen koper vs voorkeursgerechtigde en op gedragingen (brief 10-10-2006, stilte [betrokkene 1]) die vertrouwen gaven. [rov.3.3-3.5] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel vermeld in dossier/conclusie. OORDEEL RECHTER: Beoordeling juridisch - Parket (A-G) behandelt vragen cassatie; constateert dat hof oordelen (i)-(iv) onbestreden en dat centraal staat of onder de concrete omstandigheden notaris gehouden was tot nader onderzoek en (in afwijking van ministerieplicht) ministerieverlening te weigeren. [rov. samenvatting] - Toegepaste maatstaven: tuchtrechtelijke normen (Wna art.17,21,93) versus civielrechtelijke maatstaf voor aansprakelijkheid (THB-arresten); verhouding tuchtrechtelijk oordeel en civielrechtelijke aansprakelijkheid (Vie d’Or). [2.17-2.24] Dragende motieven - Hof achtte dat notaris niet gehouden was zelfstandig te beoordelen of verkopers tekortschoten en dat zij onder de gegeven omstandigheden (A) indruk gewekt door verkopers dat verkoop mogelijk was; (B) bestaande rechtsverhouding tussen koper en voorkeursgerechtigde waarbij recht van koper in beginsel voorligt (art. 3:298 BW; inschrijving 7:3 BW) en (C) gedrag van voorkeursgerechtigde (stilzitten na 10-10-2006) meebrachten dat ministerieverlening niet in strijd was met zorgplicht. [rov.3.3-3.5] - Parket bevestigt evenwichtsbeschouwing: notaris moet inventariseren of er aanwijzingen bestaan dat voorkeursrecht een civielrechtelijk beletsel vormt; bij aanwijzingen of gerede twijfel dient weigering en verwijzing naar rechter te volgen; ontbreken van dergelijke aanwijzingen rechtvaardigt verlening ministerie. [2.28-2.30] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Parket concludeert tot verwerping van het cassatieberoep (conclusie strekt tot verwerping). (In procedure: het hof vernietigde rechtbankvonnis en wees vordering af; cassatie bij HR verworpen zou dit bestendigen — conclusie parket steunt verwerping.) Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Hof: vordering van [eiseres] afgewezen (17-09-2013). rechtbank had eerder De Novitaris c.s. hoofdelijk veroordeeld tot € 90.756,04; dit vonnis door hof vernietigd. Parket adviseert verwerping cassatie; dus geen toewijzing schadevergoeding. [rov. uitspraken] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Conclusie vermeldt geen specificatie proceskosten in cassatie; lagere rechter rekende schade en rente; geen nadere kostenveroordeling in conclusie. (geen bedrag in A-G) Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet vermeld in conclusie. RECHTER:
Rank-Berenschot, E.B.: Procureur-Generaal (conclusie A-G)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
17 Wna: ['17 lid 1 Wna', 'zorgvuldigheid notaris']
21 Wna: ['21 lid 1-2 Wna', 'ministerieplicht en weigering']
22 Wna: ['22 Wna', 'geheimhoudingsplicht notaris']
93 Wna: ['93 lid 1 Wna', 'tuchtrecht norm']
3:298 BW: ['3:298 BW', 'voorrang oudste recht op levering']
3:277 BW: ['3:277 BW', 'paritas creditorum (even sterke persoonlijke rechten)']
7:3 BW: ['7:3 BW', 'inschrijving en werking tegen derden']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
6:103 BW: ['6:103 BW', 'rectificatie in natura / overdracht als schadevergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN: {'ECLI:NL:GHSHE:2013:4267':'Hof ’s‑Hertogenbosch 17-09-2013', 'ECLI:NL:HR:2015:831':'HR 2015 (cassatie arrest, verband met conclusie)', 'ECLI:NL:HR:2014:740':'HR 28-03-2014 (Joba/X)', 'ECLI:NL:HR:2006:AW2080':'HR 13-10-2006 (Vie d'Or)', 'ECLI:NL:HR:1995:ZC1801':'HR 15-09-1995 (THB-arresten)'} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 22:33:39.941000 ============================================================
59
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2007:BB9091 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2007:BB9091 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2007-11-30 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: R07/033HR - Rechtsgebieden: Civiel recht; Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2007:BB9091 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB9091 INHOUDSINDICATIE: Faillissementsrecht; zie ook R07/091. Ontvankelijkheid van door schuldeiser pro sé en namens schuldeiserscommissie aan rechter-commissaris gedaan verzoek ex art. 69 F. tot het geven van bevelen aan curator (81 RO). VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOL 2007, 797; RvdW 2007, 1039; RI 2008, 9; JWB 2007/413; JOR 2008/59 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: CASUS: Verzoeker deed op grond van art. 69 Fw. bij de rechter-commissaris verzoeken om de curator bevelen te geven; verzoeken ingediend zowel namens de schuldeiserscommissie als pro se als schuldeiser. Rechter-commissaris verklaarde het commissie-verzoek niet-ontvankelijk en wees het pro se-verzoek af; rechtbank bekrachtigde niet-ontvankelijkheid voor commissie en verklaarde het pro se-beroep ongegrond; hiertegen cassatie ingesteld door verzoeker. [r.o.1] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Dat de rechter-commissaris (en rechtbank) beslissing herroept en de curator bevelen opgelegd worden conform het art. 69 Fw.-verzoek (concrete bevelen uit verzoekschrift) [verzoekschrift 17-11-2006; r.o.1] Juridische grondslag artikel 69 Faillissementswet (69 Fw.) — verzoeken aan rechter-commissaris om bevelen aan curator te geven [inhoudsindicatie] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Verzoeker trad op als vertegenwoordiger van de schuldeiserscommissie en als schuldeiser; diende verzoek op 17-11-2006 in [r.o.1]. - Curator en derde partijen bevochten ontvankelijkheid en inhoud van verzoek [r.o.1–2]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Ingediende verzoeken en procedurale stappen (datum verzoek, reactie curator 29-11-2006, zitting 7-12-2006, beschikking RC 14-12-2006, beschikking rechtbank 9-2-2007) — erkend door beide partijen [r.o.1–2] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Niet-ontvankelijkheid van verzoeker voor zover namens de schuldeiserscommissie ingediend [RC-beschikking 14-12-2006; rechtbank 9-2-2007]. - Inhoudelijk gemotiveerd verweer tegen toewijzing van het pro se-verzoek (rechtbank: ongegrond) [rechtbank 9-2-2007]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - artikel 69 Fw. (grondslag verzoek) [inhoudsindicatie]. Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - Dat verzoeker niet ontvankelijk was om namens de schuldeiserscommissie op te treden; betwisting van bevoegdheid/vertegenwoordigingsgrondslag [RC en rechtbankbeslissingen]. - Betwisting van de gegrondheid van het pro se-verzoek (curator en derden bestreden inhoudelijke gronden) [rechtbank 9-2-2007]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding in het geding vermeld [procesdossier; r.o.1–2]. OORDEEL RECHTER: Beoordeling rechtsvraag De Hoge Raad beoordeelt de in cassatie aangevoerde klachten en oordeelt dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Toelichting: de klachten roepen geen vragen op die beantwoording in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisen, zodat toepassing van art. 81 RO volstaat om zonder nadere motivering het cassatieberoep te verwerpen [r.o.3]. Dragende motieven van het oordeel - Inhoudelijke beoordeling van de klachten laat geen cassatiegronden zien die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling; onvoldoende aanleiding tot nadere motivering of doorbreking van lagere beslissingen [r.o.3]. - Conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping; geen redenen om daarvan af te wijken [r.o.2–3]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? Het beroep in cassatie wordt verworpen; beschikking van de rechtbank blijft in stand [beslissing r.o.4]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen. (Geen toewijzing van cassatiegrond) [r.o.4]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Geen uitspraak over proces- of nakosten opgenomen in de beschikking; geen specificatie van kosten in het dispositief [beschikking compleet]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld. RECHTER:
Fleers, J.B.: voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Numann, E.J.: raadsheer (uitgesproken)
van Oven, J.C.: raadsheer
Asser, W.D.H.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
69 Fw: verzoeken aan rechter-commissaris om bevelen aan curator te geven
81 RO: cassatieprocedure; motivering niet vereist als geen belang voor rechtseenheid/ontwikkeling
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2007:BB9091: Conclusie A-G J. Wuisman (30-11-2007)
AANTAL REFERENTIES: {"2007": 2} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:39:19.070000 ============================================================
62
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2004:AO3873 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2004:AO3873 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2004-02-20 - Datum publicatie: 2013-04-04 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: R03/055HR - Rechtsgebieden: Civiel recht; Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2004:AO3873 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO3873 INHOUDSINDICATIE: 20 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/055HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei, t e g e n Mr. Otto Evert DE WITT WIJNEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Delcon Nederland B.V. kantoor houdende te Rotterdam, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.A. Knijff. 1. Het geding in feitelijke instanties... VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOL 2004, 88; NJ 2004, 252; Ondernemingsrecht 2004, 82; JWB 2004/69; JOR 2004/121 met annotatie van A. van Hees SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2004:AO3873 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 20-02-2004 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO3873 (Conclusie van de A-G) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (voormalig enig bestuurder en via Beheermaatschappij Wero B.V. enig aandeelhouder van Delcon Nederland B.V.) Naam of typering gedaagde Curator in het faillissement van Delcon Nederland B.V. (Mr. Otto Evert de Witt Wijnen) CASUS: Verzoeker verzocht de rechter-commissaris krachtens art. 69 F Fw bevelen aan de curator op te leggen tot het verrichten van bepaalde handelingen (onder meer verzoek tot ambtshalve vermindering naheffingsaanslagen en verhaal van nageheven loonbelasting). Rechter-commissaris verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk; rechtbank bekrachtigde. Verzoeker cassatieberoep. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg - Ontvankelijkverklaring en toewijzing van het verzoek ex art. 69 F Fw (opdracht aan curator tot verrichten van in verzoek omschreven handelingen) [rov.1 e.v.; conclusie A-G randnummers samengevat in rov.3.1.1] (rnr. in uitspraak: 1–3). Juridische grondslag - art. 69 F Fw (verzoek aan rechter-commissaris tot bevel jegens curator) [rov.1; rov.3.1.2] - art. 2:248 BW (bestuurdersaansprakelijkheid) (feitelijke context) [rov.3.1.1–3.1.2] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Verzoeker was tot 27-08-1999 enig bestuurder en via Wero enig aandeelhouder van Delcon; Delcon ging failliet 29-02-2000; Wero is schuldeiser; curator stelde verzoeker aansprakelijk ex art. 2:248 BW bij brief 19-03-2001; verzoeker verzocht R-C om bevelen op 05-02-2003 [rov.3.1.1–3.1.2]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Delcon in staat van faillissement verklaard 29-02-2000 [rov.3.1.1] — erkend door beide partijen. - Verzoeker was bestuurder en via Wero aandeelhouder tot 27-08-1999 [rov.3.1.1] — erkend door beide partijen. - Curator stelde verzoeker aansprakelijk ex art. 2:248 BW bij brief 19-03-2001 [rov.3.1.1] — erkend door beide partijen. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Niet-ontvankelijkheid van verzoeker in zijn verzoek en in cassatieberoep (procedureel verweer) [rov.1–3]. - Indien relevant: betoog dat Wero haar positie als schuldeiser misbruikt en geen eigen belang aantoont bij de gevraagde bevelen [rov.3.3; rov.3.2.2–3.3]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - art. 69 F Fw (procedurele grondslag van het verzoek) [rov.1; rov.3.1.2] - art. 2:248 BW (context van aansprakelijkheid bestuurder) [rov.3.1.1; rov.3.2.2] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief van de gedaagde - Verzoeker ontbeert eigen belang bij het ingeroepen verzoek; feit dat Wero als schuldeiser optreedt duidt op misbruik van positie en dientengevolge is verzoeker niet-ontvankelijk/geen rechtsgang toekomend [rov.3.3]. - Verweer dat bestuurder door betaling aan boedel geen voorwaardelijke schuldeiser van de boedel wordt (betwist concept uit middel 1) [rov.3.2.2]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in de uitspraak. OORDEEL RECHTER: Beoordeling rechtsvraag inclusief uitleg relevante wetsartikelen/jurisprudentie - Middel 1 (stelling dat bestuurder die aansprakelijk is ex 2:248 BW crediteur van de boedel wordt) wordt verworpen: betaling door bestuurder aan boedel geeft geen regresrecht op de boedel en maakt hem niet (voorwaardelijk) schuldeiser; dat is onverenigbaar met aard van de verplichting ex 2:248 BW en zou boedeltekort in stand houden [rov.3.2.1–3.2.2]. - Middel 2 (stelling dat Wero niet misbruik maakt en verzoeker wél belang heeft) faalt: rechtbank mocht oordelen dat Wero haar positie als schuldeiser misbruikte en niet aannemelijk maakte dat zij een eigen belang had; oordeel is niet onbegrijpelijk en behoeft geen nadere motivering [rov.3.3]. - Gevolg: verzoeker ontbreekt belang; verdere middelen behoeven geen behandeling [rov.3.4]. Dragende motieven - Beleidsrechtvaardiging dat toezegging van regresrecht aan bestuurder strijdig is met doel en aard van art. 2:248 BW en niet toelaatbaar omdat dat boedeltekort in stand zou houden [rov.3.2.2]. - Rechtstroeve ten aanzien van procedurele toegang tot art. 69 F: een schuldeiser moet een eigen belang hebben; misbruik van positie door Wero maakt verzoek onverbindend/ontvankelijkheidsbeletsel [rov.3.3]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Het cassatieberoep wordt verworpen. (verwerpt het beroep) [Beslissing sectie] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Beroep van [verzoeker] wordt verworpen. [Beslissing sectie] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [verzoeker] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: verschotten € 267,69 en salaris curator € 1.135,00. [Beslissing sectie] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet vermeld; geen aanwijzing van uitvoerbaar bij voorraad in beschikking. VOLLEDIGE UITSPRAAK: 20 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/055HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei, t e g e n Mr. Otto Evert DE WITT WIJNEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Delcon Nederland B.V. kantoor houdende te Rotterdam, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.A. Knijff. 1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 5 februari 2003 ter griffie van de rechtbank te Breda op de voet van art. 69 F ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot de rechter-commissaris in die rechtbank en onder meer verzocht een bevel te verkrijgen om op kosten van de boedel aan de Belastingdienst en UWV een ambtshalve vermindering van de naheffingsaanslagen en de correctienota's te verzoeken en de bij de inmiddels gefaillieerde Delcon Nederland B.V. nageheven loonbelasting op haar werknemers te verhalen. Verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - heeft het verzoek bestreden en verzocht [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek. De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 28 februari 2003 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Breda. Bij beschikking van 25 april 2003 heeft de rechtbank voormelde beschikking van de rechter-commissaris bekrachtigd. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatie-rekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De curator heeft verzocht [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep, althans het beroep te verwerpen. [Verzoeker] heeft bij verweerschrift het beroep op niet-ontvankelijkheid bestreden. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 31 december 2003 op die conclusie gereageerd. 3. Beoordeling van de middelen 3.1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten die zijn vermeld onder 1 van de conclusie van de Advocaat-Generaal. Kort samengevat, komen deze feiten op het volgende neer. [Verzoeker] was tot 27 augustus 1999 enig bestuurder en tevens via Beheermaatschappij Wero B.V. enig aandeelhouder van Delcon Nederland B.V. (verder te noemen: Wero onderscheidenlijk Delcon). Delcon is op 29 februari 2000 in staat van faillissement verklaard. Wero is schuldeiseres van Delcon. De curator heeft bij brief van 19 maart 2001 [verzoeker] op de voet van art. 2:248 BW aansprakelijk gesteld. 3.1.2 Op 5 februari 2003 heeft [verzoeker] een verzoek gedaan aan de rechter-commissaris tot het verkrijgen van een bevel om de curator enige, in het verzoek nader omschreven, handelingen te laten verrichten als bedoeld in art. 69 F. De rechter-commissaris heeft [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De rechtbank heeft de beschikking van de rechter-commissaris bekrachtigd. Daartegen keren zich de middelen. 3.2.1 Aan middel 1 ligt de opvatting ten grondslag dat de bestuurder van een vennootschap die op de voet van art. 2:248 BW jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden voorzover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, crediteur is van de (failliete) vennootschap (onder de opschortende voorwaarde van voldoening aan de boedel). 3.2.2 Die opvatting kan echter niet worden aanvaard. De bestuurder die uit hoofde van art. 2:248 een bedrag aan de boedel betaalt teneinde deze in staat te stellen schulden van de vennootschap te betalen voorzover deze niet door vereffening kunnen worden voldaan, krijgt daardoor niet een regresrecht op de boedel en wordt dus door deze betaling ook niet (voorwaardelijk) schuldeiser van de boedel. Het toekennen van een regresrecht valt immers niet te rijmen met de verplichting van de bestuurder om het tekort van de boedel aan te vullen, omdat daardoor het boedeltekort in feite in stand zou blijven. Het is ook niet in overeenstemming met de aard van de aansprakelijkheid die op de bestuurder rust op grond van art. 2:248. Derhalve faalt het middel in zijn beide onderdelen. 3.3 Middel 2 komt op tegen het oordeel van de rechtbank in rov. 3.6. Daarin heeft de rechtbank, samengevat weergegeven, overwogen dat Wero haar positie als schuldeiser misbruikt aangezien zij haar bevoegdheid als schuldeiser in de zin van art. 69 F. slechts uitoefent met het doel door middel van lastgeving aan [verzoeker] een rechtsingang te creëren voor [verzoeker], welke hem krachtens de wet niet toekomt. De rechtbank was kennelijk van oordeel dat Wero niet heeft aangetoond dat zij een eigen belang heeft bij de gevraagde bevelen en dat [verzoeker] uitsluitend zijn eigen belang beoogt te dienen. Dit oordeel is in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Middel 2 faalt derhalve. 3.4 Uit het vorenoverwogene volgt dat [verzoeker] geen belang heeft bij een behandeling van de overige middelen. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 267,69 aan verschotten en € 1.135,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 februari 2004. RECHTER:
Neleman, P.: Vice-president en voorzitter
Aaftink, H.A.M.: Raadsheer
de Savornin Lohman, O.: Raadsheer
Hammerstein, A.: Raadsheer (uitgesproken)
Bakels, F.B.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: bestuurdersaansprakelijkheid
69 F Fw: bevoegdheid rechter-commissaris tot bevel jegens curator
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2004:AO3873: Conclusie A-G L. Timmerman (20-02-2004)
AANTAL REFERENTIES: {"2004": 1, "2006": 1, "2016": 1, "2020": 2} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:36:44.721000 ============================================================
63
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2004:AO3873 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2004:AO3873 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2004-02-20 - Datum publicatie: 2013-04-04 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: R03/055HR - Rechtsgebieden: Civiel recht; Civiel recht; Insolventierecht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2004:AO3873 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2004:AO3873 INHOUDSINDICATIE: 20 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/055HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei, t e g e n Mr. Otto Evert DE WITT WIJNEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Delcon Nederland B.V. kantoor houdende te Rotterdam, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.A. Knijff. 1. Het geding in feitelijke instanties... VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; JOL 2004, 88; NJ 2004, 252; Ondernemingsrecht 2004, 82; JWB 2004/69; JOR 2004/121 met annotatie van A. van Hees SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:PHR:2004:AO3873 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Parket bij de Hoge Raad (conclusie A-G voor HR) Datum uitspraak 20-02-2004 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2004:AO3873 (conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [Verzoeker] — voormalig bestuurder en indirect enig aandeelhouder van Delcon Nederland B.V. Naam of typering gedaagde Mr. O.E. de Witt Wijnen, curator in het faillissement van Delcon Nederland B.V. CASUS: Betreft verzoek ex art. 69 Fw door [verzoeker] tot bevel aan curator om op kosten van de boedel ambtshalve vermindering van naheffingsaanslagen en correctienota's (Belastingdienst en UWV) te bewerkstelligen en navordering op werknemers te verhalen; ontvankelijkheid van [verzoeker] in die procedure uitgevochten na aansprakelijkstelling ex 2:248 BW door curator wegens onbehoorlijk bestuur en groot boedeltekort. [Rolverdeling en feiten rond ontbrekende paspoortkopieën van circa 100 werknemers en navorderingen >ƒ2,2 mln.] [rov.1.3-1.4,1.5] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Bevel ex art. 69 Fw aan curator om op kosten van de boedel vermindering van aanslagen te verzoeken en werknemers te verhalen; vordering gewijzigd ook vergoeding van gemaakte/te maken kosten door [verzoeker]. [1.6,1.13] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 69 Faillissementswet; aansprakelijkheid bestuurder jegens boedel: 2:248 BW; matiging 2:248 lid 4 BW; beleidsvrijheid curator: 68 Fw. [2.3,2.14-2.17] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Curator heeft [verzoeker] op grond van 2:248 BW aansprakelijk gesteld voor boedeltekort ≈ ƒ3.000.000; boedelactief ≈ ƒ100.000. [1.5] - Ontbreken van paspoortkopieën van circa 100 Joegoslavische ex-werknemers; belastingdienst concludeerde onjuiste inhouding loonbelasting. [1.3] - [Verzoeker] stelt dat, indien hij zou betalen op grond van 2:248 BW, hij regresvordering op vennootschap verkrijgt (voorwaardelijke crediteur) en daarom belanghebbende ex 69 Fw is; tevens lastgever van Wero, voorlopig erkend crediteur. [1.8,1.12] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Delcon is gefailleerd en curator is benoemd; [verzoeker] was voormalige bestuurder en via Wero indirect aandeelhouder. [erkend door beide partijen] [1.1-1.2] - Ontbreken van identiteitskopieën en naheffingsaanslagen/nota's >ƒ2,2 mln. [erkend door beide partijen] [1.3-1.4] - Curator heeft [verzoeker] aansprakelijk gesteld ex 2:248 BW. [erkend door beide partijen] [1.5] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] in verzoek ex 69 Fw: art. 69 Fw kent alleen gefailleerde en schuldeisers (incl. commissie) recht van verzoek, niet (voormalig) bestuurder die geen schuldeiser is. [1.9,1.11,2.3-2.5] - Indien ontvankelijk, inhoudelijk afwijzing: curator kon bezwaren tegen aanslagen niet onderbouwen door ontbreken administratie en gebrek aan medewerking van (ex-)bestuurder; curator heeft gemachtigd belastingadviseur die enige vermindering bewerkstelligde. [1.10] - Wero misbruik van recht door lastgeving aan [verzoeker] om hem toegang te verschaffen tot procedure die hem niet toekomt. [1.14-1.15] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 69 Fw; 2:248 BW; 2:138 BW (vergelijking); 68 Fw; 2:248 lid 4 BW (matiging). [2.3,2.7,2.14-2.17] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - [Verzoeker] is geen schuldeiser van de gefailleerde; betaling ex 2:248 BW gaat aan de boedel, niet aan de vennootschap — dus geen regresvordering ontstaat. [1.9,2.8-2.9] - Wero gebruikt haar positie als crediteur om [verzoeker] toegang te verschaffen; dit is misbruik van bevoegdheid. [1.14,2.18-2.19] - Curator heeft voldoende gedaan en had beleidsvrijheid om geen verdere kosten te maken ter verkrijging van paspoortkopieën of om ex-werknemers te verhalen. [1.10,2.31] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Curator heeft gemachtigd dat de belastingadviseur van [verzoeker] buiten bezwaar van de boedel de aanslagen aanvocht, wat tot vermindering leidde; geen aanbodsregeling tot vergoeding vermeld. [1.10] OORDEEL RECHTER: Weging en juridische beoordeling: - Art. 69 Fw is limitatief; alleen schuldeisers, commissie en gefailleerde kunnen op grond van 69 Fw optreden; een (voormalig) bestuurder die aansprakelijk is gesteld ex 2:248 BW kan niet worden aangemerkt als schuldeiser of voorwaardelijk schuldeiser voor toepassing 69 Fw omdat betaling plaatsvindt aan de boedel en niet leidt tot regresvordering op de gefailleerde vennootschap. [2.3-2.9] - Regresrecht van aangesproken bestuurder jegens gefailleerde wordt verworpen: aard van 2:248 BW (aansprakelijkheid jegens boedel; deel van gezamenlijke crediteurenbescherming) en leer dat art.2:248 BW bijzondere regeling van onrechtmatige daad is, verzetten zich tegen regres. [2.7-2.11] - Een aangesproken bestuurder kan wel een beroep doen op matiging ex 2:248 lid 4 BW tegen omvang aansprakelijkheid indien afwikkeling of gedrag van curator daartoe aanleiding geeft; dit is de juiste route voor klachten over curatorbeleid. [2.14-2.17] - Het oordeel dat Wero misbruik van recht maakte bij lastgeving aan [verzoeker] is voldoende gemotiveerd door rechtbank gezien beperkte debatten en doel het creëren van rechtsgang voor [verzoeker]. [2.18-2.19] - De rechtbank is toereikend gemotiveerd in haar beoordeling dat curator niet gehouden was op kosten van de boedel alle mogelijke procedures te starten of ex-werknemers te achterhalen; beleidsvrijheid van curator en feitelijke omstandigheden (geen medewerking ex-bestuurder, beperkte boedel) rechtvaardigen besluiten van curator. [2.21-2.31] - Oordelen over fiscale mogelijkheden (vermindering afhankelijk van aanlevering ontbrekende paspoortkopieën) steunen op brief Ernst & Young (20-11-2001) en waren niet onbegrijpelijk. [2.21-2.24] - Argumenten van [verzoeker] inzake gerealiseerde verlaging achteraf (ƒ600.000) rechtvaardigen niet dat curator destijds verplicht was kosten te maken; achteraf succes maakt besluit destijds niet onredelijk. [2.26-2.27] - Redenen om ex-werknemers niet te verhalen zijn begrijpelijk: geen aannemelijk fiscaal voordeel voor werknemers en bewerkelijkheid voor curator. [2.32-2.36] Dragende motieven - Begrenzing kring van belanghebbenden in art.69 Fw om vlotte afwikkeling faillissement niet te belemmeren; parlementaire geschiedenis en eerdere jurisprudentie leveren steun. [2.4-2.5] - Karakter en strekking van 2:248 BW: vordering jegens bestuurder is ten bate van gezamenlijke crediteuren en wordt voldaan aan de boedel; geen regres en geen schuldeiserstatus richting gefailleerde. Vermijden perpetuum mobile en bescherming boedel. [2.7-2.11] - Behoud van beleidsvrijheid curator (art.68 Fw) en mogelijkheid voor aangesproken bestuurders tot matiging ex 2:248 lid 4 BW als procedurele remedie tegen onverantwoord boedelbeheer. [2.16-2.17] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? Procureur-Generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep; hij acht de klachten tegen de beschikking van rechtbank (bekrachtiging beschikking rechter-commissaris) ongegrond en ondersteunt de motivering van rechtbank dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in verzoek ex 69 Fw en dat Wero misbruik maakte. (Conclusie strekking: verwerping beroep.) [2.39,3] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Het verzoek van [verzoeker] ex art. 69 Fw is door rechter-commissaris en rechtbank niet-ontvankelijk verklaard en die beslissingen blijven gehandhaafd; cassatieberoep dient niet. (Conclusie A-G: verwerping.) [1.11,1.15,2.39] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? In de conclusie worden geen specifieke proces- of nakosten toegewezen of bedragen genoemd. (Niet vermeld in conclusie.) [3] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet van toepassing/geen uitvoerbaar bij voorraad vermeld in conclusie. RECHTER:
Timmerman, L.: Procureur-Generaal (Parket) mr. L. Timmerman, conclusie 19-12-2003
A-G: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
69 Fw: grond voor verzoeken aan rechter-commissaris door schuldeisers/gefailleerde
68 Fw: taak en beleidsvrijheid curator
2:248 BW: aansprakelijkheid bestuurder jegens de boedel
2:248 lid 4 BW: matigingsrecht bestuurder
2:138 BW: vergelijkbare regeling; aansprakelijkheid jegens gezamenlijke crediteuren
6:162 BW: onrechtmatige daad (vergelijking)
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1991:AZ8355 (HR 28 juni 1991, NJ 1991, 727): HR 28 juni 1991
ECLI not known: HR 7 september 1990, NJ 1991, 52
ECLI:NL:PHR:2004:AO3873: Conclusie A-G 20-02-2004, Rek.nr. R03/055HR
AANTAL REFERENTIES: {"2004": 1} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:41:23.370000 ============================================================
68
⚠️ Citatie niet gevonden in context