⚖️ LegalLink Citaties

Bronvermelding voor gebruikte wetsartikelen en jurisprudentie

Gegenereerd op 16-08-2026 om 12:37

In het antwoord zijn 24 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.

3
WETSARTIKEL 3: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid - Afdeling: Afdeling 5. Het bestuur van de vennootschap en het toezicht op het bestuur - Artikel: Artikel 244 - Gegevens: lid 1: Iedere bestuurder kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat bevoegd is tot benoeming. De statuten kunnen bepalen dat een bestuurder eveneens kan worden ontslagen door een ander orgaan, tenzij de benoeming overeenkomstig artikel 272 door de raad van commissarissen geschiedt. Is uitvoering gegeven aan artikel 239a, dan is het bestuur te allen tijde bevoegd tot schorsing van een uitvoerend bestuurder. lid 2: Indien in de statuten is bepaald dat het besluit tot schorsing of ontslag slechts mag worden genomen met een versterkte meerderheid in een algemene vergadering, waarin een bepaald gedeelte van het kapitaal is vertegenwoordigd, mag deze versterkte meerderheid twee derden der uitgebrachte stemmen, welke twee derden meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, niet te boven gaan. lid 3: Een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen vennootschap en bestuurder kan door de rechter niet worden uitgesproken. lid 4: De statuten bevatten voorschriften omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders. De statuten kunnen deze voorschriften bevatten voor het geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders. In de statuten kan nader worden bepaald wanneer sprake is van belet. Degene die bij ontstentenis of belet van bestuurders ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met een bestuurder gelijkgesteld. - Relevantie score: 0.661
9
WETSARTIKEL 9: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid - Afdeling: Afdeling 5. Het bestuur van de vennootschap en het toezicht op het bestuur - Artikel: Artikel 239 - Gegevens: lid 1: Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vennootschap. lid 2: De statuten kunnen bepalen dat een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen. lid 3: Besluiten van het bestuur kunnen bij of krachtens de statuten slechts worden onderworpen aan de goedkeuring van een ander orgaan van de vennootschap. lid 4: De statuten kunnen bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een ander orgaan van de vennootschap. Het bestuur is gehouden de aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. lid 5: Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. lid 6: Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in lid 5. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Bij ontbreken van een raad van commissarissen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen. - Relevantie score: 0.615
14
WETSARTIKEL 14: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 1. Algemene bepalingen - Afdeling: nan - Artikel: Artikel 15 - Gegevens: lid 1: Een besluit van een orgaan van een rechtspersoon is, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar: lid 1 a.: wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen; lid 1 b.: wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden geëist; lid 1 c.: wegens strijd met een reglement. lid 2: Tot de bepalingen als bedoeld in het vorige lid onder a, behoren niet die welke de voorschriften bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt gedoeld. lid 3: Vernietiging geschiedt door een uitspraak van de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon: lid 3 a.: op een vordering tegen de rechtspersoon van iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, of lid 3 b.: op vordering van de rechtspersoon zelf, ingesteld krachtens bestuursbesluit tegen degene die door de voorzieningenrechter van de rechtbank is aangewezen op een daartoe gedaan verzoek van de rechtspersoon; in dat geval worden de kosten van het geding door de rechtspersoon gedragen. lid 4: Indien een bestuurder in eigen naam de vordering instelt, verzoekt de rechtspersoon de voorzieningenrechter van de rechtbank iemand aan te wijzen, die terzake van het geding in de plaats van het bestuur treedt. lid 5: De bevoegdheid om vernietiging van het besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd. lid 6: Een besluit dat vernietigbaar is op grond van lid 1 onder a, kan door een daartoe strekkend besluit worden bevestigd; voor dit besluit gelden de zelfde vereisten als voor het te bevestigen besluit. De bevestiging werkt niet zolang een tevoren ingestelde vordering tot vernietiging aanhangig is. Indien de vordering wordt toegewezen, geldt het vernietigde besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit. - Relevantie score: 0.608
34
WETSARTIKEL 34: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 1. Algemene bepalingen - Afdeling: nan - Artikel: Artikel 9 - Gegevens: lid 1: Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. lid 2: Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden. - Relevantie score: 0.591
36
WETSARTIKEL 36: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 1. Algemene bepalingen - Afdeling: nan - Artikel: Artikel 14 - Gegevens: lid 1: Een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. lid 2: Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging. lid 3: Bekrachtiging is niet meer mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de wederpartij tot wie het was gericht. - Relevantie score: 0.523
37
WETSARTIKEL 37: - Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2) - Titel: Titel 1. Algemene bepalingen - Afdeling: nan - Artikel: Artikel 8 - Gegevens: lid 1: Een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, moeten zich als zodanig jegens elkander gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. lid 2: Een tussen hen krachtens wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel is niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. - Relevantie score: 0.517
40
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBROT:2025:12637 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBROT:2025:12637 - Instantie: Rechtbank Rotterdam - Datum uitspraak: 2025-10-22 - Datum publicatie: 2025-10-28 - Datum aangepast: 2026-02-24 - Zaaknummer: 702871 HA RK 25-656 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Beschikking - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12637 INHOUDSINDICATIE: Ontslag statutair bestuurder, geen redelijke grond, billijke vergoeding VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2025-1382; VAAN-AR-Updates.nl 2025-1382; PR-Updates.nl 2025-0190; RO 2026/7; JONDR 2026/83 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBROT:2025:12637 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rb Datum uitspraak 22 oktober 2025 PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (statutair bestuurder / werknemer) Naam of typering gedaagde [verweerster] B.V. (aandeelhouder en werkgever) CASUS: Geef samenvatting waar de casus over gaat. Geschil over opzegging van de arbeidsovereenkomst van statutair bestuurder [verzoeker] door [verweerster] na verdenking van betrokkenheid bij fraude rond commissiebetalingen; vorderingen betreffen vaststelling geen redelijke grond, billijke vergoeding, transitievergoeding, betaling eindafrekening, vergoeding strafrechtelijke juridische kosten en nietigheid/werking concurrentiebeding. [r.o. 1 e.v.; samenvatting oordeel] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) - Verklaring voor recht dat opzegging geen redelijke grond bevatte; toekenning billijke vergoeding. - Betaling billijke vergoeding € 1.457.287,16 (gevorderd; rechtbank: lager). - Betaling gemaakte strafrechtelijke juridische kosten. - Betaling eindafrekening € 20.800,34 netto. - Toekenning transitievergoeding € 24.425,35 bruto. - Primair: verklaring dat concurrentiebeding geen werking toekomt; subsidiair vernietiging of matiging beding. [vorderingsoverzicht; r.o. processtukken en conclusies] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:669 BW; 7:682 lid 3 BW; 7:673 BW; 7:653 lid 4 BW; 7:625 BW; 6:119 BW; 7:686a BW; 6:136 BW. [meerdere r.o.] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Ontslag besturen en opzegging arbeidsovereenkomst naar aanleiding van verdenking OM inzake commissiebetalingen; FIOD-inval 29-11-2023. [r.o. voorgeschiedenis] - [verzoeker] stelt niet betrokken te zijn bij totstandkoming commissieafspraak en betwist redelijke grond. [r.o. 2.14 e.v.] - Eisen tot betaling vergoedingen en nietigheid concurrentiebeding. [verzoekersvorderingen] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Er heeft op 29 november 2023 een FIOD-inval plaatsgevonden; strafrechtelijk onderzoek is gestart. [erkend door beide partijen; r.o. voorgeschiedenis] - [verweerster] heeft [verzoeker] per 25 november 2024 ontslagen als bestuurder van [verweerster]; arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang 1 juni 2025. [erkend door beide partijen; r.o. voorgeschiedenis] - Salaris en arbeidsovereenkomstgegevens (laatste bruto-maandsalaris € 12.013,- en 8% vakantietoeslag). [erkend door beide partijen; r.o. voorgeschiedenis] - [verzoeker] heeft aanvullende stukken ingediend op 23 september 2025; stukken zijn niet buiten beschouwing gelaten. [erkend door beide partijen; r.o. procedure] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Opzegging gerechtvaardigd: g-grond (verstoorde arbeidsverhouding), h-grond (andere omstandigheden/verschil van inzicht), i-grond (combinatie). [r.o. toelichting verweer] - Betwist ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. - Verweer tegen omvang billijke vergoeding en vergoeding strafrechtelijke kosten. - Stelling dat concurrentiebeding ongewijzigd van kracht is en dat [verzoeker] boete verschuldigd is wegens overtreding. [verweren en stellingen] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 7:669 lid 1,3 BW; 7:682 lid 3 BW; 7:673 BW; 7:653 lid 4 BW; 6:136 BW; 7:625 BW; 6:119 BW. [r.o. toetsingskader en beslissingen] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Betwist dat [verzoeker] niet voldoende onderzoek had moeten doen en betwist dat opzegging zonder redelijke grond was; stelt dat arbeidsverhouding verstoord en verschil van inzicht bestonden en dat OM-bezwaren het onmogelijk maakten door te gaan. [r.o. verweer] - Betwist omvang en toerekenbaarheid van schade- en proceskosten; stelt verrekening met door haar geleden schade mogelijk. [r.o. 2.51 e.v.] - Betwist nietigheid concurrentiebeding; beroept zich op beding en boete. [r.o. concurrentie] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding in het geding gesteld door [verweerster]. [geen aanbod vermeld; r.o.] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Toetsing vindt plaats volgens artikel 7:669 BW (redelijke grond en herplaatsing) en artikel 7:682 lid 3 BW (billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen) in samenhang met vennootschapsrechtelijk ontslag van statutair bestuurder. HR-zaakrechtspraak (Eggenhuizen/Unidek; Bartelink/Ciris) en criteria Hoge Raad voor billijke vergoeding (New Hairstyle; ServiceNow) worden toegepast. [r.o. toetsingskader en voetnoten 1-2] - Rechter onderzoekt eerst betrokkenheid [verzoeker] bij commissieaffaire; concludeert onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij totstandkoming afspraak; [persoon D] heeft eerdere verklaring gecorrigeerd; onvoldoende concrete feiten tegen [verzoeker]. [r.o. 2.14-2.16] - Beoordeling dat [verzoeker] naïef handelde door langdurig goedkeuren van facturen zonder nader onderzoek, maar dat dit geen bewijs is van betrokkenheid vóór 20 mei 2021. [r.o. 2.17-2.18] - Beoordeling g-, h- en i-grond: werkgever heeft onvoldoende aangetoond dat arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord was of dat reële pogingen tot herstel ontbraken; ontslag na OM-standpunt op 5 november 2024 vond plaats te snel; dus geen redelijke grond voor opzegging. [r.o. 2.25-2.40] - Conclusie ernstig verwijtbaar handelen van werkgever wegens ontbreken redelijke grond; toewijzing billijke vergoeding, transitievergoeding en betaling eindafrekening; toepassing 7:653 lid 4 BW op concurrentiebeding. [r.o. 2.41 e.v.] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Onvoldoende bewijs dat [verzoeker] als aanstichter betrokken was; enkel naive instemming met betalingen volstaat niet voor ontslag; werkgever had meer moeten doen om arbeidsverhouding te herstellen en had niet direct moeten volgen wat OM suggereerde; bescherming van bestuursfunctie en arbeidsrechtelijke rechtsbescherming van bestuurder meegewogen. Belangenafweging: bescherming werknemer tegen onzorgvuldige opzegging vs. belangen onderneming en OM; onvoldoende urgentie en onderbouwing door werkgever. [r.o. 2.14-2.40, 2.41] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Verklaart voor recht dat opzegging in strijd is met 7:669 BW en dat [verweerster] een billijke vergoeding verschuldigd is. - Veroordeelt [verweerster] tot betaling: - Billijke vergoeding € 255.000,- bruto, vermeerderd met wettelijke rente (6:119 BW) vanaf 15 dagen na datum beschikking. [slotvonnis] - Transitievergoeding € 24.425,35 bruto met wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 (7:686a BW lid 1). - Bedrag eindafrekening € 20.800,34 netto, vermeerderd met wettelijke verhoging 50% (7:625 BW) en wettelijke rente vanaf 30 juni 2025. - Verklaart voor recht dat [verweerster] op grond van 7:653 lid 4 BW geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding (artikel 13 onder (i) a). - Veroordeelt [verweerster] in proceskosten aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 1.616,- (griffierecht € 331,-; salaris advocaat € 1.107,-; nakosten € 178,-). - Verklaart beschikking uitvoerbaar bij voorraad. - Wijst verder alle overige vorderingen af. [slotbeschikking; eindbeslissingen] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Toewijzing: verklaring voor recht billijke vergoeding wegens strijd met 7:669 BW; betaling billijke vergoeding € 255.000,- bruto + rente; betaling transitievergoeding € 24.425,35 bruto + rente; betaling eindafrekening € 20.800,34 netto + 50% wettelijke verhoging + rente; verklaring voor recht dat concurrentiebeding geen werking toekomt; proceskosten € 1.616,-; uitvoerbaar bij voorraad. - Afwijzing: alle overige en overige gevorderde individuele posten (o.a. volledige vergoeding strafrechtelijke juridische kosten, gevorderd bedrag billijke vergoeding van € 1.457.287,16) afgewezen. [slotbeschikking] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [verweerster] draagt proceskosten aan zijde verzoeker: totaal € 1.616,- (specificatie: griffierecht € 331,-; salaris gemachtigde € 1.107,-; nakosten € 178,-). [r.o. proceskosten] Uitvoerbaar-bij-voorraad? Ja, beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [slot] RECHTER:
Wetzels, W.J.J.: rechter-plaatsvervangend voorzitter/team Handel en Haven
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 1 en lid 3 BW', 'redelijke grond voor opzegging arbeidsovereenkomst']
7:682 BW: ['7:682 lid 3 BW', 'billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:673 BW: ['7:673 lid 1 en lid 7 BW', 'transitievergoeding en voorwaarden']
7:653 BW: ['7:653 lid 4 BW', 'werking concurrentiebeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:625 BW: ['7:625 lid 1 BW', 'wettelijke verhoging bij niet tijdige betaling eindafrekening']
6:119 BW: ['6:119 BW', 'wettelijke rente']
7:686a BW: ['7:686a lid 1 BW', 'rente over transitievergoeding vanaf maand na einde dienstverband']
6:136 BW: ['6:136 BW', 'rechter kan toewijzen ondanks beroep op verrekening als gegrondheid niet eenvoudig vaststelbaar']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2005:AS2030: HR 15 april 2005 (Eggenhuizen/Unidek)
ECLI:NL:HR:2005:AS2713: HR 15 april 2005 (Bartelink/Ciris)
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30 juni 2017 (New Hairstyle)
ECLI:NL:HR:2018:2218: HR 30 november 2018 (ServiceNow)
ECLI:NL:HR:2012:BV7828: HR 6 april 2012
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-03 21:54:02.428171 ============================================================
41
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2021:781 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2021:781 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2021-05-28 - Datum publicatie: 2021-05-27 - Datum aangepast: 2026-01-06 - Zaaknummer: 20/01630 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2021:781 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1210, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:580, Bekrachtiging/bevestiging INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Ontbinding op grond van art. 7:669 lid 3, onder e, BW (verwijtbaar handelen). Klacht dat op die grond ontbinding alleen mogelijk is als laatste redmiddel. Vervolg op HR 25 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:106. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2021-0649; NJB 2021/1648; NJ 2021/208; RvdW 2021/583; JAR 2021/159; JIN 2021/96 met annotatie van Versteeg, J.A.; TRA 2021/68 met annotatie van M.S.A. Vegter; RAR 2021/121; Prg. 2021/187; VAAN-AR-Updates.nl 2021-0649 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2021:781 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR (Hoge Raad) Datum uitspraak 28 mei 2021 FORMELE RELATIES LEGALLINK: ECLI:NL:HR:2019:106, HR, 25-01-2019 (conclusie parket: ECLI:NL:PHR:2020:1210; conclusie van het parket bij Hoge Raad vermeld in casus) [rov.1; voetnoten] ECLI:NL:GHAMS:2020:580, Gerechtshof Amsterdam, 25-02-2020 (gevolgd/bekrachtiging) [rov.1; voetnoten] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Werknemer (eiser), algemeen directeur/voormalig managing director van IIF Holding [inleiding; feiten (i)(ii)] Naam of typering gedaagde IIF Holding B.V. (werkgever / verweerder in cassatie) [inleiding] CASUS: Geschil over rechtmatigheid van beëindiging/ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werkgever vordert ontbinding wegens verwijtbaar handelen van werknemer (art. 7:669 lid 3 onder e BW) wegens belangenconflict en onvoldoende openheid omtrent uitbreiding huur van bedrijfspand waarin werknemer mede-eigenaar is; werknemer vordert vernietiging ontslag en herstel arbeidsovereenkomst of billijke vergoeding. Procedurereeks: kantonrechter ontbond, hof vernietigde vervolgens en later bekrachtigde, Hoge Raad behandelt cassatie over rechtsopvatting e-grond en bewijs [feiten (i)-(iv); rov.3.10-3.11; procesverloop]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Primair: vernietiging van gegeven ontslag en herstel van arbeidsovereenkomst; subsidiair: oordeel dat ontslag onrechtmatig/onregelmatig en toekenning billijke vergoeding [procesverloop]. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Niet expliciet door eiser genoemd in de samenvatting; centraal verweer van IIF en beoordeling betreft art. 7:671b lid 1 i.v.m. 7:669 lid 1 en lid 3 onder e BW [rov. in casus; wettelijke verwijzing]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Werknemer was algemeen directeur met financiële verantwoordelijkheden en had persoonlijk belang bij verhuur van bedrijfspand (mede-eigenaar) [rov.3.10]. - Werknemer stelde dat bestuur reeds op de hoogte was van huurconstructie en dat hij [betrokkene 1] hierover in 2015 had geïnformeerd [rov.3.10]. - Werknemer ontving transitievergoeding bij ontslag als bestuurder van stichting IIF [feiten (iv)]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - IIF Holding heeft onweersproken gesteld dat zij ondanks huurstijging slechts een deel van het pand in gebruik had (“onweersproken gesteld”) [rov.3.10]. - Feit dat werknemer mede-eigenaar is van het bedrijfspand en dat huur werd verhoogd naar €68.000 per jaar is vastgesteld door het hof [rov.3.10]. (geen expliciete vermelding van “erkend door beide partijen” in de beschikking; genoemde “onweersproken” door IIF Holding is aangegeven) [rov.3.10]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:671b lid 1 i.v.m. 7:669 lid 1 en lid 3 onder e BW (verwijtbaar handelen) [procesverloop]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:671b lid 1 BW; 7:669 lid 1 en lid 3 onder e BW [rov. en procesverloop]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - IIF Holding betoogt dat werknemer niet transparant was omtrent belangenconflict en onvoldoende de belangen van de vennootschap heeft behartigd bij uitbreiding van huurovereenkomst, waardoor ontbinding op e-grond gerechtvaardigd is [rov.3.10]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Niet vermeld dat IIF Holding herstel of alternatieve vergoeding heeft aangeboden; hof oordeelde herplaatsing niet in de rede [rov.3.10]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Hoge Raad overweegt uitleg art. 7:669 lid 3 onder e BW: e-grond vereist verwijtbaar handelen of nalaten zodanig dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; wél vereist dat werknemer van tevoren redelijkerwijs kon begrijpen wat toelaatbaar is (behoudens evidente feiten) en eisen redelijk/gangbaar zijn; uit wetsgeschiedenis volgt niet dat ontslag op e-grond slechts mogelijk is als laatste redmiddel [rov.3.4; aanhaling wetsgeschiedenis; voetnoot 4]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Motivatie: tekst en wetsgeschiedenis van art. 7:669 lid 3 sub e BW bevatten geen vereiste dat ontslag het laatste redmiddel moet zijn; het hof had terecht geoordeeld dat werknemer in zijn leiderschapsfunctie duidelijk had moeten zijn dat zijn gebrek aan openheid over belangenconflict en onvoldoende behartigen van vennootschapsbelang onaanvaardbaar was; belangenafweging leunt op verantwoordelijkheid van werknemer als algemeen directeur en bescherming van vennootschapsbelang [rov.3.10; 3.4]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de werknemer; bekrachtigt het oordeel dat klachtonderdeel faalt en dat geen herziening noodzakelijk is [slotbepaling; rov. slot]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Cassatieberoep van [eiser] wordt verworpen. (geen vernietiging van bestreden beslissingen ten gunste van eiser.) [laatste alinea]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [eiser] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van IIF Holding begroot op: € 899,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. [slot]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld; veroordeling in kosten gegeven (gebruikelijke uitvoerbaar bij voorraad niet vermeld) [slot]. RECHTER:
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer (uitspraak in het openbaar uitgesproken door M.J. Kroeze)
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
ter Heide, A.E.B.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 onder e BW', 'verwijtbaar handelen/grond voor ontbinding/ontslagcriteria']
7:669 lid 1 BW: ['7:669 lid 1 BW', 'redelijke grond; herplaatsing niet mogelijk of niet in de rede']
7:671b BW: ['7:671b lid 1 BW', 'ontbinding door kantonrechter (verzoek werkgever)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2019:106: HR 25-01-2019
ECLI:NL:GHAMS:2020:580: Gerechtshof Amsterdam 25-02-2020
ECLI:NL:GHDHA:2017:3782: Gerechtshof Den Haag 21-11-2017
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:46.160644 ============================================================
42
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBNHO:2021:527 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBNHO:2021:527 - Instantie: Rechtbank Noord-Holland - Datum uitspraak: 2021-01-18 - Datum publicatie: 2021-01-25 - Datum aangepast: 2024-10-02 - Zaaknummer: 8862542 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:527 INHOUDSINDICATIE: Arbeidszaak. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer terecht op staande voet is ontslagen en geen recht heeft op een transitievergoeding. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2021-0105; VAAN-AR-Updates.nl 2021-0105 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBNHO:2021:527 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rb Datum uitspraak 18 januari 2021 FORMELE RELATIES LEGALLINK: (n.v.t. — geen hoger beroep of eerdere uitspraak vermeld) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (werknemer / projectbegeleider) Naam of typering gedaagde [verweerster] (werkgever / besloten vennootschap) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Verzoeker verzoekt vernietiging van ontslag op staande voet en loonbetaling na ontslag per 10 september 2020 wegens vermeende fraude, verduistering en plichtsverzuim; werkgever stelde dat werknemer op grote schaal samenwerkte met onderaannemers voor persoonlijk gewin en valse facturatie; werkgever vroeg subsidiar tot ontbinding; kantonrechter beoordeelt rechtsgeldigheid ontslag en vorderingen tot loon en transitievergoeding. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Vernietiging ontslag op staande voet; veroordeling tot doorbetaling loon; verzoek tot transitievergoeding en eindafrekening. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:677 lid 1 BW (dringende reden ontslag op staande voet) [rnr. 4 e.v.] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Ontslag is onterecht; er bestaat geen dringende reden; verklaringen van 4 september zijn niet betrouwbaar wegens gebrek aan hoor en wederhoor en bedrijfscultuur/gedoogpraktijk bij werkgever [rnr. 4, 5.1–5.7]. - Handelwijze was onderdeel van algemene praktijk en gedoogd door leiding [rnr. 5.5–5.6]. - Verzoek om transitievergoeding ook indien ontslag terecht is gegeven (subsidiair) [rnr. 5.10]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - [verzoeker] heeft het gespreksverslag van 4 september 2020 ondertekend en erkent de daarin opgenomen verklaringen [erkend door beide partijen] [rnr. 4.2–4.3]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Ontslag op staande voet is rechtsgeldig wegens dringende reden (fraude, valsheid in geschrifte, plichtsverzuim) [7:677 lid 1 BW] [rnr. 4.1–4.4]. - Subsidiar en voorwaardelijk: verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst en vordering tot schadevergoeding / verrekening [rnr. 3, 5.9]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 7:677 lid 1 BW (dringende reden) [rnr. 4.1–4.4]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Betwist dat er geen dringende reden is; betwist dat verklaringen onbetrouwbaar of gedateerd zijn; stelt dat werknemer heeft erkend op grote schaal te hebben gefraudeerd, geld en goederen te hebben aanvaard en valse/onjuiste facturen te hebben laten opstellen; dit rechtvaardigt onmiddellijke ontslag [rnr. 4.2–4.4]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding (niet vermeld) OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. De kantonrechter past artikel 7:677 lid 1 BW toe en weegt alle omstandigheden. Bekrachtigt de feitelijke inhoud van het ondertekende gespreksverslag; acht de verklaringen voldoende vaststaand om van opzet/ernstige plichtsverzuiming en fraude te spreken; beoordeelt bedrijfscultuur- en gedoogsverweer en vindt geen steun in stukken [rnr. 4.1–4.7]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Erkenning en ondertekening van het verslag betekenen vaststelling van ernstige feiten: aannemen van geld/goederen, gebruikmaking onderaannemers voor privéwerkzaamheden, opstellen of medewerking aan onjuiste/te hoge facturen, en contante betalingen tot ca. €10.000–20.000; vermoede schade €75.000–125.000. De aard, omvang en opzet van het handelen wegen zwaarder dan de nadelige gevolgen voor werknemer; geen bewijs dat werkgever gedrag kende of gedoogde; verklaring collega ondersteunt geen gedoogbeleid [rnr. 4.3–4.8]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Verzoek van [verzoeker] tot vernietiging ontslag op staande voet wordt afgewezen. Vordering tot loonbetaling afgewezen. Verzoek transitievergoeding afgewezen. Verzoek eindafrekening afgewezen. Tegenverzoek van [verweerster] behoeft geen beoordeling (voorwaardelijk). Proceskostenveroordeling zoals hieronder. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Wijst het verzoek af; wijst verzoek tot transitievergoeding af; wijst verzoek tot opmaken eindafrekening af; tegenverzoek niet beoordeeld wegens niet vervulde voorwaarde [slotbeslissing]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [verzoeker] veroordeeld in proceskosten: € 720,00 aan kosten gemachtigde van [verweerster]; nakosten toegewezen tot € 120,00 voor zover daadwerkelijk gemaakt [rnr. 5.2]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard [rnr. slot]. RECHTER:
P.J. Jansen, mr.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:677 BW: ['7:677 lid 1 BW', 'dringende reden/ontslag op staande voet']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBNHO:2021:527: Rb Noord-Holland 18 januari 2021
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-03 22:05:29.092333 ============================================================
44
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBNHO:2020:10751 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBNHO:2020:10751 - Instantie: Rechtbank Noord-Holland - Datum uitspraak: 2020-12-16 - Datum publicatie: 2020-12-16 - Datum aangepast: 2024-10-02 - Zaaknummer: 8551672 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Beschikking - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:10751 INHOUDSINDICATIE: Ontslag op staande voet. Bewijswaardering meedelen ontslag. Eigenmachtig overboeken van EUR 135.000 naar privérekening door CFO/controller levert een dringende reden op. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2020-1568; VAAN-AR-Updates.nl 2020-1568 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBNHO:2020:10751 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rechtbank Noord-Holland, sector Kanton (locatie Alkmaar) Datum uitspraak 16 december 2020 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Geen hoger beroep of verwijzing in deze beschikking bekend uit de uitspraak. [tussenbeschikking; conclusie na zitting] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiser], verzoekende partij (CFO/controller) [inzake ontslag] Naam of typering gedaagde Iribov B.V., verwerende partij (werkgever) [zaakstuk] CASUS: Kort: Betwisting rechtsgeldigheid van ontslag op staande voet wegens eigenmachtige overboeking van €135.000 van bedrijfs- naar privérekening door de CFO/controller; bewijsverificatie van mededeling ontslag en beoordeling of dringende reden aanwezig is. [ontslagbrief 3 april 2020; PV getuigenverhoor 5 okt 2020; conclusie 18 nov 2020] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Niet-toerekenning of vernietiging van ontslag op staande voet; herstel dienstverband (implicit) / verweer tegen rechtsgeldigheid ontslag. [verzoekschrift; zitting] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Algemeen arbeidsrecht, beroep op goede trouw/goed werknemerschap [7:611 BW]. [rov verwijzing naar 7:611 BW] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Stelling dat jaarlijkse premies contractueel zijn vastgelegd en boekhoudkundig blijken; daardoor bevoegdheid tot betaling/overboeking. [eiser stellingen; stukken] - Stelling dat overleg/autorisation vooraf heeft plaatsgehad of dat betalingen geautoriseerd waren via AVA-besluiten. [verweer eiser] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Onbetwist: door Iribov werd op 19 maart 2020 aan [eiser] gevraagd of hij lening van €90.000 vroegtijdig wilde aflossen. [stukken] - Erkend door beide partijen: geen expliciete erkenning in uitspraak dat jaarlijkse premies in boeken als zodanig zijn opgenomen (de rechtbank acht die stelling niet bewezen). [stukken; rov] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Ontslag op staande voet is rechtsgeldig wegens dringende reden (eigenmachtige onrechtmatige overboeking en weigering deze ongedaan te maken). [ontslagbrief 3 april 2020; rov] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:611 BW (plicht tot goed werknemerschap / integriteit). [rov; 7:611 BW] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Iribov betwist dat er vooraf overleg of toestemming heeft plaatsgevonden voor de overboeking van €135.000 en betwist dat de boekstukken onomstotelijk aantonen een post “jaarlijkse premies”. [rov; stukken] - Iribov stelt dat zij heeft gevraagd terugbetaling nadat de overboeking plaatsvond, hetgeen steun geeft aan gebrek aan voorafgaande toestemming. [rov; stukken] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld; Iribov heeft terugbetaling gevraagd die niet heeft plaatsgehad. [rov] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Rechter weegt alle omstandigheden bij dringende reden; benadrukt aard en ernst van gedragingen en bijzondere positie van werknemer als CFO/controller; verwijst naar maatstaf van goed werknemer [7:611 BW] en relevante jurisprudentie (Hema/HR) voor zware weging van aard/ernst. [rov; 7:611 BW; ECLI:NL:HR:2000:AA4436] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - [eiser] had als CFO/controller bijzondere positie en verplichting tot integriteit; eigenmachtige overboeking van groot bedrag (€135.000) zonder voorafgaande toestemming of overleg is ernstig verwijtbaar; bewijs dat overleg of rechtmatigheid bestond is onvoldoende onderbouwd in stukken; persoonlijk omstandigheden en dienstjaren (vier jaar) wegen niet op tegen aard en ernst van de gedraging; daarom sprake van dringende reden en onmiddellijk gegeven ontslag is rechtsgeldig. [rov; PV getuige XX; ontslagbrief 3 april 2020; stukken] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Verzoek van [eiser] wordt afgewezen; ontslag op staande voet is rechtsgeldig. [slotbepaling] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Het verzoek van [eiser] wordt afgewezen. [einde beschikking] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten te gunste van Iribov: salaris gemachtigde vastgesteld op €720,= tot en met heden. [kostenbepaling] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Proceskostenveroordeling verklaard uitvoerbaar bij voorraad. [einde beschikking] RECHTER:
Lips, I.H.: kantonrechter, uitspraak gewezen door en in het openbaar uitgesproken op 16-12-2020
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:611 BW: ['7:611 BW', 'plicht tot goed werknemerschap / integriteit']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2000:AA4436: HR 21 januari 2000
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-22 01:09:33.101875 ============================================================
45
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBNHO:2020:8982 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBNHO:2020:8982 - Instantie: Rechtbank Noord-Holland - Datum uitspraak: 2020-10-26 - Datum publicatie: 2020-11-03 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 8647397 AO VERZ 20-108 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:8982 INHOUDSINDICATIE: Ontslag op staande voet wegens onvoldoende controle op facturen niet rechtsgeldig. Gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding toegekend. Werkgever daarnaast veroordeeld tot het doen van een rehabilitatie-mededeling. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2020-1318; TAR 2020/160; VAAN-AR-Updates.nl 2020-1318 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBNHO:2020:8982 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rb (Rechtbank Noord-Holland), zittingslocatie Haarlem, kantonrechter Datum uitspraak 26 oktober 2020 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Eerdere/naere relaties in hoger beroep niet vermeld in de uitspraak. PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (programmamanager, werknemer) Naam of typering gedaagde Publiekrechtelijke Rechtspersoon Werkorganisatie BUCH (werkgever) CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Geschil over rechtsgeldigheid van ontslag op staande voet d.d. 10 juni 2020 wegens onvoldoende controle op facturen door [verzoeker]; vorderingen: loon over opzegtermijn, billijke vergoeding, rectificatie/rehabilitatie en proceskosten; feiten geven aanleiding tot onderzoek door extern bureau (Hoffmann) naar mogelijk onjuiste/frauduleuze facturatie door externe projectleider en aan hem gelieerde rechtspersonen; [verzoeker] geschorst en ontslagen op staande voet; kantonrechter beoordeelt rechtmatigheid ontslag en toewijst vergoedingen en rehabilitatie. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) - Betaling loon over termijn 10 juni–31 juli 2020: € 10.666,72 bruto; - Billijke vergoeding: € 255.401,08 bruto (gevraagd; later toegewezen € 30.000,- bruto); - Rectificatie/rehabilitatie (publicatie intranet, verzending aan gemeentebesturen, plaatsing in krant gevraagd); - Veroordeling in proces- en nakosten; - Uitvoerbaar bij voorraad gevorderd. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) - 7:677 BW; 7:678 BW; 7:681 lid 1 sub a BW; 7:686a lid 4 sub a BW; 7:671 BW; 6:106 lid 1 BW [zie overwegingen rnr. 5.1-5.12 e.v. en randnummers]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [verzoeker] was intern verantwoordelijk voor Rationalisatie- en Harmonisatieproject en accordeerde/stellte facturen betaalbaar [rnr. rapport Hoffmann samenvatting; 5.3-5.6]. - Hoffmann-onderzoek stelde vast dat controleproces ontoereikend was en dat urenverantwoordingen ontbraken en dat [verzoeker] facturen zonder urenstaten heeft geaccordeerd [rnr. Hoffmann-samenvatting; 5.4]. - Publicatie en aangifte tegen “een ambtenaar” in NH Nieuws na onderzoek [rnr. 4 juni bericht; 5.6]. - Verzoek tot inzage zakelijke gegevens door [verzoeker] geweigerd; ontslag op staande voet gegeven 10 juni 2020 [rnr. 5.6-5.7]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - De werkwijze van facturatie en controle was zodanig ingericht dat externe projectleider uren accordeerde en dat controle door BUCH niet op alle punten functioneerde [erkend door beide partijen; rnr. Hoffmann-samenvatting en partijenverklaringen, 5.4-5.5]. - Hoffmann-rapport is opgesteld en overgelegd aan partijen (rapport met samenvatting en bijlagen) [erkend door beide partijen; rnr. 5.3-5.4]. - [verzoeker] is op 10 juni 2020 op staande voet ontslagen door Buch [erkend door beide partijen; rnr. 5.6-5.7]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Ontslag op staande voet rechtsgeldig; sprake van dringende reden (onzorgvuldigheid in controle, genegeerde signalen, onverantwoord financieel beleid). - Onverwijldheidseis voldaan; subsidiair: billijke vergoeding nihil of beperkt (AOW-leeftijd). - Punitieve en immateriële vergoedingen niet toewijsbaar. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:677 BW, 7:678 BW, 7:671 BW, 7:681 BW (verweermotivering en subsidiariteit) [verweermotivering, rnr. 5.1 e.v.]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Buch betwist dat er geen dringende reden bestond; stelt dat [verzoeker] onvoldoende toezicht hield en facturen onjuist accordeerde; betwist dat procedurele fouten van zodanige aard zijn dat ontslag niet toelaatbaar was; betwist omvang en grond voor billijke vergoeding en rehabilitatie. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding genoemd in uitspraak. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Toetsing of dringende reden voor ontslag op staande voet bestond (7:677, 7:678 BW). Rechter weegt alle omstandigheden (aard ernst gedragingen, duur dienstverband, wijze vervulling, persoonlijke omstandigheden). Werkgever draagt bewijslast. (rnr. 5.1-5.2) - Rechter constateert onvoldoende bewijs dat [verzoeker] wetenschap had van onjuiste facturatie of dat hij willens en wetens handelde; vast staat dat controles tekortschoten maar deze tekortkomingen leveren, gelet op samenhang van feiten en procedurele tekortkomingen door Buch, geen dringende reden op. (rnr. 5.7-5.12) - Procedurele fouten (langdurig onderzoek, gebrekkig wederhoor, publicatie aangifte vóór hoor en vóór ontslag, weigering inzage relevante stukken) wegen mee bij oordeel over onverwijldheid en zorgvuldigheid. (rnr. 5.11-5.12) - Vaststelling onregelmatige opzegging leidt tot vergoeding gelijk aan loon over opzegtermijn [toepassing 7:686a/7:671 BW en bijbehorende rechtsregels; rnr. 6.1-6.3]. - Toekenning billijke vergoeding op basis New Hairstyle en Zinzia criteria; rekening gehouden met mate verwijtbaarheid werkgever, inkomensverlies (verwacht ontbinding 1 nov 2020, derhalve ca. 4,5 maand), geen mindering voor vergoeding wegens onregelmatige opzegging; billijke vergoeding vastgesteld op € 30.000,- bruto. Geen punitieve vergoeding; gevraagde immateriële schadevergoeding afgewezen wegens ontbreken concrete psychiatrische schade. (rnr. 6.4-6.12) Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Belang werkgever in integriteit en financieel beheer versus belang werknemer in zorgvuldige procedure en redelijk bewijs voor dringende reden. Rechter stelt dat tekortkomingen in controlestelsel wel vaststaan maar dat bewijs van opzet/wetenschap of daadwerkelijke financiële schade niet is geleverd; procedurele fouten van Buch (verdenkingen, publicatie, beperkt wederhoor, lange onderzoeksperiode, weigering inzage) zwaarder wegen en maken ontslag niet rechtsgeldig. Tevens meegewogen: functie-inhoud van [verzoeker], eerdere inrichting proces vóór zijn aantreden, en onduidelijkheid over daadwerkelijke schade door Buch. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Ontslag op staande voet door Buch is niet rechtsgeldig; [verzoeker] gerechtigd tot vergoeding en rehabilitatie. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Vordert loon over 10 juni–31 juli 2020: toegewezen: € 10.666,72 bruto. [exact bedrag in beschikking € 10.661,72 genoemd; in overwegingen verschil uitleg; beschikking vermeldt € 10.661,72] (beschikking: € 10.661,72 bruto toegewezen) [slotbeslissing rnr. slot]. - Vordert billijke vergoeding € 255.401,08 bruto: grotendeels afgewezen; toegewezen billijke vergoeding: € 30.000,- bruto. [rnr. 6.4-6.12] - Vordert rectificatie in krant en intranet: recht op rehabilitatie toegewezen voor intranet en verzending aan gemeentebesturen; plaatsing in Noord-Hollands Dagblad afgewezen (naam niet genoemd in artikel) [rnr. 6.13-6.15]. - Vordert proceskosten: Buch veroordeeld in proceskosten aan zijde verzoeker tot nu toe € 803,00 (griffierecht € 83,00; salaris gemachtigde € 720,00) + nakosten voor zover daadwerkelijk gemaakt; verzoeker reeds in incident-kosten toegewezen bij beschikking in incident [slotbeslissing]. - Verklaard uitvoerbaar bij voorraad. Meer- of anders gevorderde afgewezen. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Buch veroordeeld tot betaling proceskosten aan verzoeker: totaal voorlopig vastgesteld € 803,00 (83 + 720) en nakosten voor zover daadwerkelijk gemaakt; nakosten verwijzing naar daadwerkelijke nasalaris. (slotbeschikking) Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Ja, beschikking verklaard uitvoerbaar bij voorraad. RECHTER:
Aardenburg, W.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:677 BW: ['7:677 BW', 'onverwijlde opzegging om dringende reden']
7:678 BW: ['7:678 BW', 'dringende redenen voor ontslag']
7:681 BW: ['7:681 lid 1 sub a BW', 'billijke vergoeding bij onregelmatige opzegging']
7:686a BW: ['7:686a lid 4 sub a BW', 'termijn voor indiening verzoek herstel bij onregelmatige opzegging']
7:671 BW: ['7:671 BW', 'ontbinding/beeindiging arbeidsovereenkomst en vergoeding bij onrechtmatig handelen werkgever']
6:106 BW: ['6:106 lid 1 BW', 'immateriële schadevergoeding bij aantasting persoon']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBAMS:2020:3982: RB Amsterdam 13 augustus 2020
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-04 04:18:05.923847 ============================================================
47
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHAMS:2020:580 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:GHAMS:2020:580 - Instantie: Gerechtshof Amsterdam - Datum uitspraak: 2020-02-25 - Datum publicatie: 2020-02-26 - Datum aangepast: 2024-10-02 - Zaaknummer: 200.260.491/01 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:580 FORMELE RELATIES: Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:781, Bekrachtiging/bevestiging INHOUDSINDICATIE: Beschikking na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:111). Ontbinding e-grond (artikel 7:669 lid 3 sub e BW). Bekrachtiging van de bestreden beschikking, waarbij de arbeidsovereenkomst (voorwaardelijk) is ontbonden wegens verwijtbaar handelen van appellant. Appellant had als verhuurder van het bedrijfspand een persoonlijk belang, en als algemeen directeur het belang van de vennootschap te dienen. Appellant is onvoldoende transparant geweest over het belangenconflict dat hij had bij huuruitbreiding van dit pand en heeft de belangen van de vennootschap onvoldoende behartigd. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2020-0272; VAAN-AR-Updates.nl 2020-0272 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:GHAMS:2020:580 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Gerechtshof Amsterdam (Hof) Datum uitspraak 25 februari 2020 FORMELE RELATIES LEGALLINK: - ECLI:NL:HR:2019:80; Hoge Raad; 25 januari 2019 (verwijzing naar dit hof) [rov. 3.1; rov. 3.5.11-3.5.12]. - ECLI:NL:HR:2021:781; Hoge Raad; cassatie (formele relatie zoals door partijen opgegeven) [formele_relatie metadata]. PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [appellant] — werknemer, algemeen directeur / managing director (IIF Holding) [3.1]. Naam of typering gedaagde INVESTINFUTURE HOLDING B.V. (IIF Holding) — werkgever/vennootschap [3.1]. CASUS: Geschil over (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van [appellant] door belangenconflict als verhuurder van het bedrijfspand en onvoldoende transparantie bij uitbreiding van huur, gevolgd door verwijzing na een Hoge Raad-beschikking en behandeling van vorderingen tot herstel, billijke vergoeding en verklaring over transitievergoeding [7:669 lid 3 sub e BW] [3.1; 3.11; 3.10]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Primair: vernietiging van de bestreden beschikking van 27-2-2017 en afwijzing van ontbinding; herstel van de arbeidsovereenkomst per datum ontbinding. Subsidiair: toekenning billijke vergoeding; vergoeding gemaakte kosten op grond van goed werkgeverschap; verklaring dat transitievergoeding niet onverschuldigd is betaald; proceskostenvergoeding [verzoekschrift na verwijzing] [3.1]. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) - Ontbinding wegens verwijtbaar handelen: [7:669 lid 3 sub e BW] [3.11]. - Billijke vergoeding werkgever bij ernstig verwijtbaar handelen: [7:671b lid 9 sub c BW] [3.11]. - Vergoeding advocaatkosten op grond van goed werkgeverschap: [7:611 BW] [3.11]. - Transitievergoedingregeling (oud recht): [7:673 lid 1 sub a onder 3 BW (oud); 7:673 lid 7 sub c BW] [3.10]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [appellant] was algemeen directeur en verantwoordelijk voor financiële zaken; arbeidsovereenkomst en functiebeschrijving tonen leidinggevende en financieel beheer taken [arbeidsovereenkomst art.2] [3.1; 3.11]. - [appellant] en zijn broer waren eigenaren van het bedrijfspand dat door IIF Holding werd gebruikt; huurprijs steeg naar €68.000,- per jaar vanaf 2014 en lasten werden voor een belangrijk deel door IIF gedragen [MTH-rapport 25-5-2016; productie 9] [3.1; 3.11]. - [appellant] vordert herstel dienstverband en betwist dat hij niet transparant zou zijn geweest en stelt dat bestuur al in 2014 op de hoogte was en dat hij [A] in nov. 2015 heeft geïnformeerd [productie 1; productie 1C] [3.11]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - IIF Holding heeft de transitievergoeding in 2016 aan [appellant] betaald: erkend/bestaat als feit [3.10]. - [appellant] was algemeen directeur met de in de arbeidsovereenkomst omschreven taken: erkend door partijen op basis van productie 1C [3.1]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Ontbinding terecht op grond van verwijtbaar handelen van werknemer [7:669 lid 3 sub e BW]; subsidiair overige ontbindingsgronden [7:669 lid 3 sub g en sub h BW] [3.11]. - Afwijzing herstel en bevestiging bestreden beschikking; subsidiair toekenning billijke vergoeding maximaal €15.000,- indien werknemer geen statutair bestuurder was [verweerschrift na verwijzing] [3.11]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - [7:669 lid 3 sub e BW], [7:669 lid 3 sub g BW], [7:669 lid 3 sub h BW], [7:671b lid 9 sub c BW] [3.11]. Feitelijke betwistingen vanuit gedaagde - [appellant] heeft een persoonlijk belang als verhuurder en gehandeld in een positie van leiding en financieel beheer waarbij een belangenconflict bestond; hij was onvoldoende transparant over uitbreiding van de huur en de daarmee verbonden lasten voor IIF Holding [MTH-rapport; productie 9] [3.11]. - IIF Holding stelt dat huurverhoging en doorbelasting vanaf 2014 hebben plaatsgevonden en dat IIF daarvoor (gedeeltelijk) betalingen deed; [appellant] heeft onvoldoende de risico’s en gevolgen voor IIF uiteengezet [3.11]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - IIF Holding heeft in beginsel een subsidiair verzoek gedaan tot toekenning van een (voorwaardelijke) billijke vergoeding tot maximaal €15.000,- indien relevant; geen concreet aanbod tot herstel als tegemoetkoming [verweerschrift 24-9-2019] [3.11]. OORDEEL RECHTER: Beoordeling rechtsvraag en toepassing wetsartikelen/jurisprudentie - Het hof acht dat in de gegeven positie sprake was van een belangenconflict: [appellant] had persoonlijk belang als verhuurder en als algemeen directeur de plicht de vennootschap financieel te dienen; daarom lag transparantie jegens IIF Holding voor de hand [7:669 lid 3 sub e BW] [3.11]. - [appellant] heeft niet voldoende geïnformeerd over uitbreiding van de huur en de daaraan verbonden lasten en risico’s; dit is verwijtbaar handelen of nalaten dat ontbinding rechtvaardigt omdat van IIF Holding in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren [7:669 lid 3 sub e BW] [3.11]. - Nu de ontbinding het gevolg is van verwijtbaar handelen van de werknemer en niet van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, is toekenning van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:671b lid 9 sub c BW aan werknemer niet gerechtvaardigd [7:671b lid 9 sub c BW] [3.11]. - De oude transitievergoedingsregeling (7:673 BW (oud)) brengt mee dat geen uitzondering op transitievergoeding geldt tenzij sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer; dat is hier niet aangetoond; daarom is transitievergoeding verschuldigd en niet onverschuldigd betaald [7:673 lid 1 sub a onder 3 BW (oud); 7:673 lid 7 sub c BW] [3.10]. - Het hof handelt conform de instructies van de Hoge Raad bij de verwijzing en gaat in zijn oordeel uit van de door de Hoge Raad vermelde feiten en overwegingen [424 Rv; HR-beschikking 25-1-2019] [rov. 3.1; 3.5.11-3.5.12]. Dragende motieven van het oordeel - De combinatie van positie (algemeen directeur met financiële verantwoordelijkheid) en persoonlijk wederkerig belang bij verhuur van het pand maakt het ontbreken van transparantie en onvoldoende belangenbehartiging door [appellant] kwalificerend als verwijtbaar handelen; belangen van vennootschap prevaleren in die rol [3.11]. - Afwezigheid van bewijs van ernstig verwijtbaar handelen van IIF Holding leidt tot afwijzing van verzoek tot billijke vergoeding [3.11]. - Vaststelling dat IIF Holding de transitievergoeding daadwerkelijk heeft betaald en dat de wettelijke uitzondering niet van toepassing is, motiveert de verklaring omtrent de transitievergoeding [3.10]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de kantonrechter (ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van [appellant]) [beslissing slot; 3.11]. - Verklaart voor recht dat de in 2016 door IIF Holding aan [appellant] betaalde transitievergoeding niet onverschuldigd is betaald [7:673 BW (oud)] [3.10]. - Veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van IIF Holding begroot op €716,- voor verschotten en €3.222,- voor salaris [proceskosten uitspraak] [slot]. - De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard [slot]. - Wijst het meer of anders verzochte af (herstel per terugwerkende kracht, billijke vergoeding, vergoeding advocaatkosten, verklaring onverschuldigdheid transitievergoeding) [slot; 3.11]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [appellant] wordt veroordeeld in de proceskosten van IIF Holding in hoger beroep: €716,- (verschotten) en €3.222,- (salaris) [slot]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Ja; de veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard [slot]. RECHTER:
Verscheure, A.M.A.: Raadsheer
Toorman, J.C.: Raadsheer
Haanappel-van der Burg, I.A.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 sub e BW', 'ontbinding wegens verwijtbaar handelen van de werknemer']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 sub c BW', 'billijke vergoeding werkgever bij ernstig verwijtbaar handelen']
7:611 BW: ['7:611 BW', 'goed werkgeverschap/vergoeding kosten']
7:673 BW: ['7:673 lid 1 sub a onder 3 BW (oud)', 'transitievergoeding (oud regime)']
2:241 BW: ['2:241 BW', 'bevoegdheid kantonrechter/vennootschapsrecht']
424 Rv: ['424 Rv', 'verwijzingsbevoegdheid van de Hoge Raad / behandeling na verwijzing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:580: Gerechtshof Amsterdam 25-02-2020 (zaaknummer 200.260.491/01)
ECLI:NL:HR:2019:80: Hoge Raad 25-01-2019 (verwijzing)
ECLI not known: Kantonrechter rechtbank Den Haag beschikking 27-02-2017 (bestreden beschikking)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-21 13:54:34.898607 ============================================================
52
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:2218 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:2218 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2018-11-30 - Datum publicatie: 2018-11-29 - Datum aangepast: 2026-01-06 - Zaaknummer: 18/00373 - Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:2218 FORMELE RELATIES: In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:4337, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1029, Contrair INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3, onder g, BW) wanneer ontbinding wegens disfunctioneren (art. 7:669 lid 3, onder d, BW) wordt afgewezen omdat de werknemer onvoldoende gelegenheid heeft gekregen zich te verbeteren. Toepassing criterium dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; verwijtbaarheid handelen werkgever. Billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever, art. 7:671b lid 8, onder c, BW. Motivering; meewegen te verwachten duur arbeidsovereenkomst zonder de ontbinding. HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle). VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; NJB 2018/2261; RvdW 2018/1294; JAR 2019/15 met annotatie van Vegter, M.S.A.; AR-Updates.nl 2018-1350; Prg. 2019/43; RAR 2019/41; NJ 2019/173 met annotatie van E. Verhulp; VAAN-AR-Updates.nl 2018-1350 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2018:2218 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 2018-11-30 FORMELE RELATIES LEGALLINK: ECLI:NL:GHAMS:2017:4337, Hof Amsterdam, 2017-10-24 (gedeeltelijke vernietiging en verwijzing) ECLI:NL:PHR:2018:1029, Conclusie P-G Hoge Raad, 2018 (contrair) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Werknemer (geboren 1962), Senior Solution Development Manager (eiser tot cassatie) Naam of typering gedaagde ServiceNow Nederland B.V. (werkgever, verweerder in cassatie) CASUS: Dispuut over ontbinding arbeidsovereenkomst. Werkgever vordert ontbinding wegens disfunctioneren (7:669 lid 3 sub d BW); kantonrechter en hof ontbinden uiteindelijk op grond van verstoorde arbeidsverhouding (7:669 lid 3 sub g BW). Geschil over toerekening van de schuld aan werkgever wegens gebrek aan voorafgaande verbeterkansen en over omvang billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever (7:671b lid 8 sub c BW). [rov. 3.1.1; 3.2.2; 3.3.2; 3.4.2] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Ontbinding arbeidsovereenkomst en toekenning billijke vergoeding aan werknemer. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:669 lid 3 BW (ontbinding wegens d: disfunctioneren; g: verstoorde arbeidsverhouding) 7:671b lid 8 sub c BW (billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever) 7:683 lid 3 en lid 4 BW (herstel/geen aanspraak op vergoeding bij herstel) (ook relevante overwegingen New Hairstyle: HR 30-6-2017 ECLI:NL:HR:2017:1187) [rov. 3.2.1; 3.2.2; 3.4.2] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Werknemer in juni 2015 in dienst op onbepaalde tijd; korte dienstbetrekking. [concl. AG 1.1-1.14; rov. 3.2.2] - Vanaf eind 2015/ begin 2016 signalen over onvoldoende functioneren door collega’s/leidinggevende. [concl. AG; rov. 3.2.2] - Op 16 maart 2016 voorstel tot beëindiging; werknemer op non-actief gesteld; verwezen naar advocaat; later gevraagd werkzaamheden te hervatten en PIP voor 2 maanden per 12 mei 2016; werknemer startte traject maar verbetertraject faalde volgens werkgever; op 5 juli 2016 opnieuw beëindigingsvoorstel. [concl. AG i-xiv; rov. 3.2.2] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Werknemer in dienst sinds juni 2015 en functieomschrijving; (erkend door beide partijen) [concl. AG 1.1] - Data van gesprekken, op non-actiefstelling en voorliggende PIP en dat verbetertraject niet volgens werkgever is geslaagd; (erkend door beide partijen) [concl. AG 1.6-1.14; rov. 3.2.2] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Ontbinding gevorderd op grond van disfunctioneren (7:669 lid 3 sub d BW). Hof oordeelt dat d-grond niet is voldaan omdat werkgever werknemer niet tijdig van kritiek op de hoogte stelde en geen voldoende gelegenheid gaf tot verbetering; voert tevens aan dat g-grond wel op haar merites kan slagen ondanks verwijt aan werkgever. [rov. 3.2.2; 3.3.2-3.3.3] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:669 lid 3 BW (d en g), 7:671b lid 8 sub c BW, 7:683 BW; verwijzing naar parlementaire geschiedenis. [rov. 3.3.2; 3.4.2] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Gedaagde stelde disfunctioneren en heeft betoogd dat ontbinding terecht is; hof en kantonrechter hebben ontbinding toegewezen op g-grond ondanks tekortkomingen in procedure door werkgever. ServiceNow vordert verwerping cassatie (zij verdedigt beslissingen in lagere instanties). [rov. 3.2.1-3.2.2; slotbeschikking] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Werkgever heeft in onderhandelingen een vaststellingsovereenkomst voorgesteld; onderhandelingen liepen stuk; geen blijvend herstelaanbod als ter zake genoemde PIP; geen concreet herstelaanbod dat door werknemer is geaccepteerd. (onderhandelingen en voorstel tot vaststellingsovereenkomst genoemd) [concl. AG 1.11; 1.13] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Hoge Raad bevestigt dat g-grond (7:669 lid 3 sub g BW) ook kan leiden tot ontbinding wanneer werkgever de werknemer niet in gelegenheid heeft gesteld zich te verbeteren; wetgever heeft dat bedoeld en werkgever loopt dan risico op betaling van billijke vergoeding als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Rechter moet bij toepassing van g-grond de mate van verwijtbaarheid van de werkgever betrekken en kan daarbij meenemen of werknemer (voldoende) gelegenheid tot verbetering is gegeven. (parl. geschiedenis aangehaald) [rov. 3.3.2] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Motieven: parlementaire geschiedenis laat ruimere toepassing van g-grond toe; het feit dat verstoring (grotendeels) aan werkgever is te wijten sluit ontbinding op g-grond niet uit; echter rechter moet verwijtbaarheid betrekken bij de vraag of van werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd de overeenkomst te laten voortduren. Praktische afweging: ondanks tekortkomingen van werkgever waren leidinggevende/collega’s niet bereid voort te werken met werknemer, waardoor voortzetting onredelijk is. [rov. 3.3.2-3.3.3] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Hoge Raad vernietigt het arrest van Hof Amsterdam d.d. 24-10-2017 en verwijst de zaak naar Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. ServiceNow wordt veroordeeld in cassatiekosten. [slotbeslissing] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Vernietiging beschikking Hof Amsterdam van 24 oktober 2017; verwijzing naar Gerechtshof Den Haag. (vernietigd en verwezen) [slotbeslissing] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - ServiceNow veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: verschotten € 374,38 en salaris € 2.200,-- ten gunste van werknemer. [slotbeslissing] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld; standaard beschikking Hoge Raad zonder uitvoerbaar bij voorraad-aanduiding in slottekst. [slotbeslissing] RECHTER:
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: uitsprekende raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst: gronden d (disfunctioneren) en g (verstoorde arbeidsverhouding)']
7:671b BW: ['7:671b lid 8 BW', 'billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:683 BW: ['7:683 lid 3 en lid 4 BW', 'herstel van de arbeidsovereenkomst en gevolgen voor vergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30 juni 2017 (New Hairstyle)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:35.700618 ============================================================
54
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:484 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:484 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2018-03-30 - Datum publicatie: 2018-03-29 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 17/01642 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:484 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:46; In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:3, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Recht op transitievergoeding bij ontslag op staande voet (onverwijlde opzegging om een dringende reden); art. 7:673 lid 1, onder a, en art. 7:677 lid 1 BW. Dringende reden bij ontbreken van ernstige verwijtbaarheid, HR 29 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7282, NJ 2001/560. Procesrecht. Mondelinge behandeling in meervoudig te beslissen zaak voor raadsheer-commissaris, vereiste mededeling aan partijen, toepassing regels HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; NJB 2018/758; RvdW 2018/444; RAR 2018/85; Prg. 2018/124; TRA 2018/61 met annotatie van F.M. Dekker; RFR 2018/97; NJ 2018/353 met annotatie van W.H.A.C.M. Bouwens; JIN 2018/109 met annotatie van C. Vogel; TvPP 2018, afl. 3, p. 92; JAR 2018/109 met annotatie van mr. J. Dop; AR-Updates.nl 2018-0411; VAAN-AR-Updates.nl 2018-0411; Brightmine 2018-20001317 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2018:484 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 30-03-2018 FORMELE RELATIES LEGALLINK: ECLI:NL:GHDHA:2017:3, Hof Den Haag, 17-01-2017 Conclusie P-G: ECLI:NL:PHR:2018:46 (Rv: gedeeltelijke vernietiging en verwijzing door Hoge Raad) PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (werknemer) Naam of typering gedaagde Dräger Nederland B.V. (werkgever) CASUS: Geschil over rechtsgeldigheid van ontslag op staande voet wegens verschijnselen van alcohol op het werk (ontslag 17-03-2016). [verzoeker] verzoekt vernietiging van de opzegging, loonbetaling, subsidiair transitievergoeding en billijke vergoeding. Kantonrechter en hof wezen vorderingen af; hof behandelde mondeling bij raadsheer-commissaris. [3.1-3.2.2; rov. 3.6.2-3.6.3] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg Vernietiging van de opzegging (ontbinding niet expliciet), doorbetaling van loon; subsidiarisch billijke vergoeding € 40.000,-- en transitievergoeding € 41.215,--. [3.2.1] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:673 lid 1 BW; 7:673 lid 7 onder c BW; 7:673 lid 8 BW; 7:677 lid 1 BW. [rov. 4.3] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [verzoeker] werkte sinds 22-07-1991, 40 uur p.w., laatstelijk €2.745 bruto p.m. [3.(i)] - Dräger hanteert alcohol- en drugsbeleid: niet onder invloed vóór/ tijdens werk. [3.(ii)] - [verzoeker] verscheen op 19-08-2015 ruikend naar alcohol; officiële waarschuwing op 08-09-2015. [3.(iii)] - Op 17-03-2016 op staande voet ontslagen wegens verschijnen onder invloed. [3.(iv)] Vaststellingen: erkend door beide partijen - Dienstverband en salaris [3.(i)] - Bestaan van bedrijfsbeleid [3.(ii)] - Waarschuwing en ontslagdata [3.(iii)-(iv)] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Ontslag op staande voet gegrond wegens dringende reden; sprake van ernstig verwijtbaar handelen. (impliciet; hof en kantonrechter aanvaarden dringende reden en verwijtbaarheid). [3.2.1-3.2.2] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Hof heeft inhoudelijk oordeel bekrachtigd op grond van toepasselijke ontslagregels (vgl. 7:677 lid 1 BW en 7:673 BW-referenties in cassatie). [3.2.1; rov. 4.3] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - Betwist dat ontslag onterechte dringende reden opleverde; betwist verwijtloosheid. (hof en kantonrechter: ernstig verwijtbaar handelen) [3.2.1] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in de uitspraak. OORDEEL RECHTER: Beoordeling procedurele vraag - Het hof heeft de mondelinge behandeling laten plaatsvinden ten overstaan van een raadsheer-commissaris zonder tijdige mededeling aan partijen en zonder hen de mogelijkheid te bieden te verzoeken om behandeling door de meervoudige kamer die de beslissing zou nemen. Dat is in strijd met vereisten zoals uiteengezet in HR 22-12-2017 (ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264). Dit leidt tot vernietiging van de hofbeschikking en hernieuwde behandeling. [rov. 3.6.2-3.6.3; 4.1.2] Beoordeling inhoudelijke rechtsvragen (ten behoeve van toekomstige behandeling) - De Hoge Raad stelt juridisch vast dat het bestaan van een dringende reden voor onverwijlde opzegging (7:677 lid 1 BW) niet zonder meer betekent dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van uitsluiting van transitievergoeding (7:673 lid 7 onder c BW). Voor ernstig verwijtbaarheid is meer vereist dan een dringende reden; de Wwz heeft dit niet veranderd. De rechter moet bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet de aanspraak op transitievergoeding afzonderlijk beoordelen; toekenning kan ondanks dringende reden mogelijk zijn, ook op grond van 7:673 lid 8 BW (redelijkheid en billijkheid). Parlementaire bescheiden steunen deze uitleg. [rov. 4.3.4 e.v.] Dragende motieven - Bescherming van procespositie partijen bij meervoudige behandeling; waarborg dat partijen kunnen verzoeken behandeling door beslissende kamer. [rov. 3.6.2-3.6.3] - Scheiding tussen dringende reden en ernstige verwijtbaarheid voor transitievergoeding volgt uit tekst en parlementaire geschiedenis van Wwz; wetgever heeft niet beoogd automatische uitsluiting van transitievergoeding bij ontslag op staande voet. [rov. 4.3] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Vernietigt beschikking gerechtshof Den Haag van 17-01-2017; verwijst naar Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Veroordeelt Dräger in kosten cassatie ten gunste van [verzoeker] en reserveert kosten beslissing in het incidentele (zie specificatie). [slotbepalingen] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Niet inhoudelijk beslist over hoofdvorderingen; beschikking van hof vernietigd en verwezen voor hernieuwde behandeling. [slotbepalingen] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Dräger veroordeeld in kosten van het geding in cassatie aan zijde van [verzoeker]: verschotten € 392,07 en salaris € 2.200,--. (principaal) - In incidenteel beroep: beslissing omtrent kosten gereserveerd; voorlopige begroting tot uitspraak in cassatie: Dräger zijde: verschotten € 68,07 en salaris € 2.200,-- ; [verzoeker] zijde: verschotten € 68,07 en salaris € 1.800,--. [slotbepalingen] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet vermeld; standaard niet-uitvoerbaar-bij-voorraad in beschikking. RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Polak, M.V.: raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer (openbaar uitgesproken)
du Perron, C.E.: raadsheer
Kroeze, M.J.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:673 BW: ['7:673 lid 1 BW', 'vergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst / transitievergoeding']
7:673 BW c: ['7:673 lid 7 onder c BW', 'uitsluiting transitievergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen van werknemer']
7:673 BW 8: ['7:673 lid 8 BW', 'toekenning transitievergoeding ondanks verwijtbaarheid op grond van redelijkheid en billijkheid']
7:677 BW: ['7:677 lid 1 BW', 'dringende reden voor onverwijlde opzegging (ontslag op staande voet)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:3259: HR 22-12-2017
ECLI:NL:HR:2017:3264: HR 22-12-2017
ECLI:NL:HR:2000:AA7282: HR 29-09-2000
ECLI:NL:PHR:2018:46: Conclusie A-G R.H. de Bock
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 20:15:21.945566 ============================================================
58
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHDHA:2017:3782 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:GHDHA:2017:3782 - Instantie: Gerechtshof Den Haag - Datum uitspraak: 2017-11-21 - Datum publicatie: 2017-12-28 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: 200.215.593 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Hoger beroep - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:3782 FORMELE RELATIES: Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:106, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen INHOUDSINDICATIE: - VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR 2018/240; AR-Updates.nl 2018-0083; VAAN-AR-Updates.nl 2018-0083 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:GHDHA:2017:3782 [r.o. kop] Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Gerechtshof Den Haag (Afdeling civiel recht) [r.o. kop] Datum uitspraak 21-11-2017 [r.o. kop] FORMELE RELATIES LEGALLINK: Beschikking waartegen hoger beroep is gericht: Rechtbank Den Haag, sector kanton, beschikking 27-02-2017 (datum en instantie bekend uit beschikking) [r.o.1] Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:106 (Hoge Raad) — gedeeltelijke vernietiging en verwijzing (datum niet in deze bron gespecificeerd) [formele_relaties metadata] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoeker] (werknemer/directeur) [r.o.1] Naam of typering gedaagde InvestInFuture Holding B.V. (werkgever/verweerster) [r.o. kop/rectificatie] CASUS: Kern: geschil over voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst door IIF Holding BV wegens zogenaamd verwijtbaar handelen van [verzoeker] (met name niet-transparantie omtrent huur/relatie met verhuurder en diverse gedragingen als bestuurder/stichting), en hoger beroep van [verzoeker] tegen kantonrechterlijke beschikking die ontbinding heeft bevolen per 1-4-2017; tevens procedure over juiste tenaamstelling verweerster in hoger beroep. Feiten door kantonrechter vastgesteld niet betwist en gelden als uitgangspunt [r.o.1; r.o.rectificatie]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Primair: vernietiging beschikking kantonrechter en afwijzing van het voorwaardelijk ontbindingsverzoek; herstel dienstverband. Subsidiair: toekenning billijke vergoeding ex 7:681 BW. Proceskostenvergoeding. [r.o.2] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Verzoek van IIF in eerste aanleg tot (voorwaardelijke) ontbinding op grond van verwijtbaar handelen: verwijzing door partijen naar 7:671b lid 1 sub a jo 7:669 lid 1 en primair lid 3 sub e, subsidiair lid 3 sub g, meer subsidiair lid 3 sub h BW (door IIF aangevoerd in eerste aanleg) [7:671b BW][r.o.1] [7:669 BW][r.o.1] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [verzoeker] was werknemer/directeur bij IIF (arbeidsovereenkomst vanaf 12-10-2010, later onbepaalde tijd, laatste 40 uur/week) [erkend door beide partijen][r.o.1]. - IIF stelt dat sprake was van niet-transparantie door [verzoeker] over relatie met verhuurder van kantoorpand (huurverhoging naar €68.000 p.j.), en andere gedragingen (a t/m f — zie 6) die verwijtbaar zijn en ontbinding rechtvaardigen [r.o.5.9–5.11]. - [verzoeker] voert tegen dat de huurverhoging al in 2014 plaatsvond, dat hij de nieuwe bestuurder in nov.2015 heeft geïnformeerd en slechts uitvoering gaf aan bestuursbesluiten, en dat veel verwijten betrekking hebben op zijn hoedanigheid als stichtingsbestuurder, niet als werknemer [r.o.5.9–5.11]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Feiten zoals door kantonrechter vastgesteld niet betwist (o.a. data arbeidsovereenkomsten, functie, arbeidsomvang) — erkend door beide partijen [erkend door beide partijen][r.o.1]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Niet-ontvankelijkheidsverweer: hoger beroep zou niet gericht zijn tegen juiste rechtspersoon (IIF Holding BV vs. IIF BV) [r.o.3–4]. - Substantieel verweer: bewijsvoering onvoldoende; er is geen verwijtbaarheid of zodanige verstoorde arbeidsverhouding dat ontbinding kan worden gerechtvaardigd; devolutieve werking hoger beroep aangevoerd door IIF [r.o.3; r.o.5.11–5.13]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - Verwijzing naar ontbindingsgrond en procedurele aspecten zoals in eerste aanleg aangedragen: 7:669 BW e.a. [7:669 BW][r.o.1]. - Verwijzing naar griffiezaken/procedurele oproepverplichting: 361 Rv in context rectificatie/oproep [361 Rv][r.o.rectificatie]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - IIF stelt dat [verzoeker] informatie heeft achtergehouden over huur/relatie verhuurder en andere gedragingen (punten a–f) en dat dit verwijtbaar handelen oplevert; dat verweer betwist door [verzoeker] (hij zegt tijdig en voldoende te hebben geïnformeerd en handelde als uitvoerend manager) [r.o.5.9–5.11]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Geen aanbod tot herstel of vergoeding in het geding aangetroffen in overgelegde stukken; IIF vordert primair ontbinding en voert subsidiële gronden aan [r.o.1; r.o.3]. OORDEEL RECHTER: Relevante procedurele beslissingen - Rectificatie van tenaamstelling in hoger beroep (foutieve vermelding IIF BV gecorrigeerd naar IIF Holding BV); niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen omdat IIF Holding BV tijdig op de hoogte was en niet geschaad in verdedigingsbelang [r.o.rectificatie]. Juridische beoordeling hoofdvragen - Toetsing ontbindingsgrond: bij verzoek op grond van verwijtbaar handelen geldt norm van 7:669 lid 3 sub e BW: werknemer moet schuld hebben en ontslag moet laatste redmiddel zijn; werkgever moet aantonen ernst en uitzichtloosheid voortzetting [7:669 BW][r.o.5.??][r.o.5.11]. - Hof weegt bewijslast en tijdigheid: feiten rond huur en jaarrekeningen 2014 wezen op kenbaarheid situatie; uit e-mails nov.2015 blijkt dat [verzoeker] de structuur toelichtte en verhuurkwestie besprak met nieuw bestuur; IIF heeft niet tijdig concrete opvolging of aanwijzingen gegeven noch disciplinaire tussenstappen genomen na kennisneming [r.o.5.9–5.13]. - Veel door IIF aangevoerde punten betreffen handelen van [verzoeker] als stichtingsbestuurder, niet als werknemer; bewijsvoering onvoldoende voor verwijtbaarheid jegens arbeidsovereenkomst; ook geen aantoonbare ernstige en duurzame verstoorde arbeidsverhouding voorafgaand aan ontslagdatum 22-9-2016 [r.o.5.11–5.13]. Dragende motieven van het oordeel - Gebrek aan voldoende en tijdig bewijs van schuld en ernst van gedragingen jegens arbeidsrelatie; eerdere kennisbaarheid van huurkwestie en ontbreken van concrete maatregelen door werkgever maken ontbinding niet proportioneel; veel verwijten situeren zich in de rol als bestuurder van de stichting en zijn daarom niet toerekenbaar als werknemerstekortkoming; werkgever heeft niet aangetoond dat minder vergaande maatregelen niet volstaan zouden hebben [r.o.5.9–5.13]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter van 27-02-2017 en wijst het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van IIF af; de arbeidsovereenkomst wordt hersteld met ingang van de datum van deze beschikking (21-11-2017) onder dezelfde voorwaarde als door kantonrechter gesteld [r.o.eindbeslissing]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Vernietigt beschikking kantonrechter van 27 februari 2017. - Herstelt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van datum van deze beschikking onder dezelfde voorwaarde als waaronder kantonrechter ontbond. - Vordert IIF in het ongelijk gesteld; overige vorderingen van partijen worden afgewezen zoals omschreven in beschikking [r.o.eindbeslissing]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - IIF Holding BV veroordeeld in proceskosten in eerste aanleg aan zijde van [verzoeker]: € 904,- (salaris advocaat) [r.o.eindbeslissing]. - IIF Holding BV veroordeeld in proceskosten in hoger beroep aan zijde van [verzoeker]: verschotten € 313,- en salaris advocaat € 1.788,- (tot op heden) [r.o.eindbeslissing]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld in beschikking dat onmiddellijke uitvoering bij voorraad wordt gelaten; herstel is bevolen per datum beschikking (21-11-2017) [r.o.eindbeslissing]. RECHTER:
Filippini, M.L.A.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: raadsheer
Damsteegt-Molier, F.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:671b BW: ['7:671b lid 1 BW', 'procedure bij ontbinding op verzoek werkgever/ontbindingen bij opzegging']
7:669 BW: ['7:669 lid 1 en lid 3 sub e, g, h BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst; ontbindingsgronden waaronder verwijtbaar handelen (lid 3 sub e) en andere omstandigheden (sub h)']
7:681 BW: ['7:681 BW', 'billijke vergoeding bij onregelmatige opzegging/ontbinding']
361 Rv: ['361 Rv', 'griffier oproep van alle in eerste aanleg verschenen partijen / procedurele mededelingen']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2017:3782: Gerechtshof Den Haag 21 november 2017
ECLI not known: Rechtbank Den Haag 27 februari 2017
ECLI:NL:HR:2019:106: HR 2019 (gedeeltelijke vernietiging met verwijzing)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-27 00:06:53.936098 ============================================================
59
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2017:1187 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2017:1187 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2017-06-30 - Datum publicatie: 2017-06-29 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 16/03200 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2017:1187 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:414, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:2601, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht, Wet werk en zekerheid. Billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:681 lid 1, onder a, BW (vernietigbare opzegging). Omvang billijke vergoeding; punitief karakter; gevolgencriterium; verhouding tot transitievergoeding. Vergoeding van eerder gemaakte kosten rechtsbijstand werknemer? Goed werkgeverschap, art. 6:96 BW, art. 7:686a lid 3 BW. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RAR 2017/121; Prg. 2017/228 met annotatie van J.J.M. de Laat; NJ 2017/298 met annotatie van E. Verhulp; AR 2017/6114; NJB 2017/1523; RvdW 2017/764; AR 2017/3360; TRA 2017/92 met annotatie van mr. dr. M.S.A. Vegter; AR 2018/198; JIN 2017/171 met annotatie van I.H. Kersten; TvPP 2017, afl. 4, p. 146; JAR 2017/188 met annotatie van Mr. dr. A. van Zanten-Baris; AR-Updates.nl 2017-0826 met annotatie van P. Kruit; UDH:TvAO/14818 met annotatie van mr. K. Teuben en mr. A.A.T.M. de Jong; Brightmine 2017-20000667 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 30-06-2017 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2017:414 (gevolgd) [conclusie AG R.H. de Bock; rov. vermeld] [r.3.1-3.2] In cassatie op (onderliggende hofsaak): ECLI:NL:GHARL:2016:2601 (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2016) (vernietiging en verwijzing) [slotbeschikking en rov. verwijzingen] [slot] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [verzoekster] (werknemer/kapster sinds 1989) [i), iv)] [feiten] Naam of typering gedaagde HAIRSTYLING 2000 B.V. handelend als New Hairstyle (werkgever) [ii)] [feiten] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Betwist beëindiging van arbeidsovereenkomst door werkgever via opzegging zonder schriftelijke instemming; werknemer vordert op grond van 7:681 lid 1, aanhef en onder a BW toekenning van een billijke vergoeding wegens vernietigbare opzegging; hof kende €4.000 bruto; Hoge Raad vernietigt en verwijst voor nieuwe beoordeling met richtlijnen over omvang billijke vergoeding, punitief karakter, rol van transitievergoeding en vergoeding van kosten rechtsbijstand. [i)-xiii); rov. samenvatting 3.4 e.v.] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Toekenning van een billijke vergoeding ter grootte van €57.699,07 bruto (subsidiair netto equivalent of anderszins billijke vergoeding) op grond van 7:681 lid 1, aanhef en onder a BW. [eis] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:681 lid 1 BW (billijke vergoeding bij vernietigbare opzegging) [rov. 3.4.2-3.4.5]; aanvullend genoemd: 7:673 BW (transitievergoeding) [rov. 3.4.1-3.4.3]; 6:95 e.v. BW (schadevergoedingregels) [rov. 3.4.3]; 7:680a BW (matiging loonvordering) [rov. 3.4.3]; 7:686a lid 3 BW en art. 6:96 BW (goed werkgeverschap, vergoeding kosten rechtsbijstand) [rov. 3.4.4 laatste alinea] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Werkgever wilde van verzoekster af en heeft bewust opgezegd in strijd met wettelijke voorschriften; werkgever nam de gevolgen op de koop toe (“er klaar mee”): door partijen erkend in procesverklaring van werkgever en door hof vastgesteld. [rov. 5.7] - Verzoekster werkte sinds 1989 en had 4,5 uur per week; laatste salaris €224,51 bruto p/m; gezins- en zorgsituatie (gehuwd, vier schoolgaande kinderen, echtgenoot beperkt door bouwvak) [i), iii)] - Werkgever had in januari 2014 vaststellingsovereenkomst zonder vergoeding aangeboden; verzoekster weigerde; daarna gedragsmaatregelen (schoonmaakwerk) en later aanvraag UWV ontslagvergunning geweigerd [v), vi), vii)] - Vakantiegeschil (weigering door werkgever van week 31-32) en werknemer ongewijzigd afwezig; werkgever zette op non-actief en opzeggingsbrief 4-8-2015 [viii)-xii)] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Langdurig dienstverband sinds 1989 en arbeidsovereenkomst 4,5 uur per week, salaris €224,51 bruto p/m: erkend door beide partijen [i)] - Verzoekster was in week 31-32 2015 niet op het werk verschenen; werkgever had geen toestemming gegeven: feitelijk vaststaan in processtukken [xi), ix)] - Werkgever heeft transitievergoeding €1.596,-- bruto betaald: erkend door beide partijen/hof vaststelling [rov. 5.20] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - New Hairstyle heeft betoogd dat beëindiging (opzegging) plaatsvond met inachtneming van wettelijke opzegtermijn (regelmatig) en dat werknemer over periode 4-8-2015 tot 1-12-2015 financieel heeft gekregen waar zij recht op had (7:672 lid 1 en 2 BW). Geen onregelmatige opzegging in de zin van 7:672 lid 9 BW. [rov. 5.22] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:672 lid 1, 2 en lid 9 BW (opzegtermijn en onregelmatige opzegging) [rov. 5.22] - CAO Kappersbedrijf (toestemming en opnemen vakantiedagen) in arbeidsovereenkomst van toepassing (art. 7 CAO) [iv)] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Werkgever stelt dat vakantieopname roostertechnisch niet kon en dat afwezigheid van verzoekster oncollegiaal was; er ontstond onhoudbare situatie en impulsieve beëindigingshandeling; werkgeverszijde meent handelen niet juridisch geëxpliciteerd te hebben maar was “er klaar mee”. [proces-verbaal; rov. 5.7 & feiten] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Werkgever betaalde transitievergoeding €1.596,-- bruto; geen aanbod herstel of aanvullende vergoeding vóór procedure geaccepteerd; vaststellingsovereenkomst in januari 2014 zonder vergoeding aangeboden door werkgever (geen instemming werknemer). [v), rov. 5.20] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Hoge Raad geeft uitleg van art. 7:681 lid 1 BW: billijke vergoeding is mogelijk naast transitievergoeding; rechter moet vergoeding bepalen aansluitend bij uitzonderlijke omstandigheden en motiveren welke omstandigheden leidden tot hoogte. [rov. 3.4.2] - Uitleg over rol van gevolgen van ontslag: uitgangspunt Wwz is dat gevolgen veelal door transitievergoeding worden bestreken, maar bij vernietigbare opzegging (7:681 lid 1 onder a) kunnen de gevolgen van het ontslag voor zover toe te rekenen aan het aan de werkgever te maken verwijt meewegen bij omvang billijke vergoeding; de loonvordering die bij vernietiging zou bestaan kan bij de billijke vergoeding worden betrokken. [rov. 3.4.3] - Over punitief karakter: parlementaire toelichting geeft niet signalen dat wetgever een specifiek punitief karakter wilde toekennen; derhalve mag bij vaststellen van billijke vergoeding geen rekening worden gehouden met een op punitie of afschrikking gericht uitgangspunt. Het doel is compensatie voor ernstig verwijtbaar handelen/nalaten. [rov. 3.4.2-3.4.5] - Over duur dienstverband en gevolgen: hof mocht de duur van het dienstverband en gevolgen van het ontslag niet buiten beschouwing laten; deze factoren kunnen relevant zijn bij begroting van billijke vergoeding omdat strekking Wwz niet uitsluit dat gevolgen worden betrokken indien toerekenbaar aan werkgever. [rov. 3.4.3-3.4.5] - Over kosten rechtsbijstand: advocaatkosten die vóór procedure zijn gemaakt behoren niet tot art. 237 Rv-kosten (niet gemaakt met het oog op deze procedure); vergoeding daarvan kan wel worden gevorderd op grond van goed werkgeverschap (6:96 BW) en 7:686a lid 3 BW. Hof had verzoek daartoe niet mogen passeren; na verwijzing moet dat verzoek worden beoordeeld. [rov. 3.4.4] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Motieven: wils- en stelseloverwegingen van Wwz (beperking transitievergoeding, doelstelling om vaste contracten te bevorderen) maar behoud van rechtsbescherming tegen ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Balans tussen compensatie voor werknemer en vermijden van dubbele punitieve effecten; erkenning dat gevolgen van ontslag al (deels) door transitievergoeding worden bestreken maar niet in alle gevallen volledig, zeker niet bij vernietigbare opzeggingen waar keuze werknemer om vernietiging of vergoeding te vorderen relevant is. Daarom: geen punitief uitgangspunt maar wel rekening houden met toerekenbare gevolgen en met loon dat werknemer zou hebben genoten bij vernietiging. [rov. 3.4.1-3.4.5] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 31-03-2016 en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. [slotbeslissing] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Niet inhoudelijk toegewezen/afgewezen door HR; zaak terugverwezen ter herbeoordeling van omvang billijke vergoeding en verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van 6:96 BW en 7:686a lid 3 BW. [slot; rov. oordeel over onderdelen] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - New Hairstyle veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van verzoekster: verschotten €866,18 en salaris advocaat €2.200,--. [slot] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld in beschikking; geen uitvoerbaar-bij-voorraad-aanduiding in slottekst van HR. [slot] RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (uitspraak in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot)
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:681 BW: ['7:681 lid 1 BW', 'billijke vergoeding/vernietigbare opzegging en keuze werknemer tussen vernietiging en vergoeding']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
6:95 BW: ['6:95 e.v. BW', 'schadevergoedingregels (toepasbaarheid bij elementen van schadevergoeding)']
7:680a BW: ['7:680a BW', 'matiging van loonvordering']
7:672 BW: ['7:672 lid 1 en 2 en lid 9 BW', 'opzegtermijn en onregelmatige opzegging']
6:96 BW: ['6:96 BW', 'goed werkgeverschap/verplichting werkgever']
7:686a BW: ['7:686a lid 3 BW', 'mogelijkheid vergoeding van kosten op grond van goed werkgeverschap in kantonzaken']
237 Rv: ['237 Rv', 'proceskostenveroordeling (kosten gemaakt met het oog op procedure)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2016:2601: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2016
ECLI:NL:PHR:2017:414: Conclusie AG, datum conclusie vermeld in dossier
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30-06-2017
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:22.341000 ============================================================
60
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2017:275 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2017:275 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2017-02-17 - Datum publicatie: 2017-02-17 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: 15/03646 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2017:275 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1224, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:7697, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen INHOUDSINDICATIE: Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad jegens schuldeiser. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Reikwijdte van art. 2:11 BW; mogelijkheid tot disculpatie. Motiveringsklacht over hoogte schadevergoeding. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; Ondernemingsrecht 2017/79 met annotatie van M. Mussche, Y. Borrius; JONDR 2017/241; AR 2017/871; RN 2017/46; V-N Vandaag 2017/429; AR 2017/882; JWB 2017/67; RvdW 2017/253; NJB 2017/479; V-N 2017/21.20 met annotatie van Redactie; AR 2017/1957; RAV 2017/42; RO 2017/37; RI 2017/51; NJ 2017/215 met annotatie van P. van Schilfgaarde; AA20170523 met annotatie van S.M. Bartman, C.E.J.M. Hanegraaf; JIN 2017/51 met annotatie van R.A. Wolf; TvPP 2017, afl. 3, p. 116; JOR 2017/121 met annotatie van mr. A.F.J.A. Leijten; OR-Updates.nl 2017-0078 met annotatie van T.M.C. Arons (annotatie 1); INS-Updates.nl 2017-0070; NTFR 2017/634 met annotatie van mr. R.B.H. Beune SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2017:275 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 17-02-2017 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie PHR: ECLI:NL:PHR:2016:1224 [r.o. vermeldingen] In cassatie op (eerder hof): ECLI:NL:GHARL:2013:7697 [eerste arrest 15-10-2013] (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen: ECLI:NL:GHARL:2015:?? (tweede arrest 07-04-2015) [zie rov. en hechting arresten] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiser] (individuele tweedegraads bestuurder) [r.o. feitelijke inleiding] Naam of typering gedaagde [verweerster] (leverancier/fruitexporteur, schuldeiser) [r.o. feitelijke inleiding] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid van [eiser] als bestuurder van Holding (tweedegraads bestuurder) jegens schuldeiser [verweerster] wegens: (A) valse Out-Turn Statements waardoor lagere opbrengsten en hogere douanekosten werden verantwoord; (B) onttrekking van voor verhaal vatbaar vermogen uit [A] via geantedateerde sale-and-lease-back zodat verhaal op activa werd belemmerd; procedure leidde tot veroordeling van Holding en [betrokkene 1], uiteenlopende uitspraken tegen [eiser], beroep bij hof, vervolgens cassatie over reikwijdte art. 2:11 BW, mogelijkheid van disculpatie en schadevaststelling [i-iii, diverse rov.]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) [eiser] vordert primair verwerping aansprakelijkheid jegens [verweerster]; subsidiair verwerping of vermindering van opgelegde schadevergoeding en afwijzing van persoonlijke aansprakelijkheid. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Aansprakelijkheid op grond van: 6:162 BW (onrechtmatige daad) en toepassing van 2:11 BW (bestuurdersaansprakelijkheid tweedegraads) [rov. eerste en tweede arrest, rov. 3.2 e.v.]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [eiser] stelt niet concreet persoonlijk betrokken te zijn bij de valse OTS-en; betwist persoonlijk ernstig verwijt omtrent OTS-en [rov. eerste arrest]. - [eiser] voert aan dat het faillissement onafwendbaar was en dus geen causaal verband tussen onttrekkingen en schade van [verweerster] bestond; betwist verdeling van activa en omvang schade [rov. tweede arrest]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Erkend door beide partijen: Holding is bestuurder van [A] en was krachtens gewijsde aansprakelijk jegens [verweerster] wegens valse OTS-en (definitieve aansprakelijkheid Holding) [rov. eerste arrest; gewijsde]. - Erkend door beide partijen: [A] verkreeg surseance (03-06-2008) en is failliet verklaard (13-06-2008) [feiten i-vi]. - Erkend door beide partijen: rechtbank heeft vastgesteld dat [A] ten tijde van faillietverklaring voldoende middelen had om andere schuldeisers (excl. [verweerster]) te voldoen; hoger beroep niet aangevallen [rov. tweede arrest r.o.4.6]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) [verweerster] voert geen verweer in cassatie ter afwijzing van aansprakelijkheid van Holding; in incidenteel beroep stelde zij dat art.2:11 BW rechtstreeks hoofdelijkheid schept ten laste van [eiser] zonder aanvullende eis van persoonlijk ernstig verwijt [rov. eerste arrest]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 2:11 BW; 6:162 BW; (verwijzing naar 2:9 en 2:248 BW in wetsgeschiedenis) [rov. eerste arrest en 3.2.2]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? [verweerster] betwist noch de aansprakelijkheid van Holding; zij stelt dat art.2:11 BW ertoe leidt dat ook [eiser] hoofdelijk aansprakelijk is zonder dat hij zelfstandig persoonlijk ernstig verwijt hoeft te dragen. Zij weerspreekt niet de schadestaatberekening die tot 91,2% toewijzing leidde [rov. tweede arrest]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel vermeld in het arrest; geen oordeel over aangeboden herstel [geen aanwijzing in feiten]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. De HR oordeelt dat art. 2:11 BW toepasselijk is op alle gevallen waarin een rechtspersoon als bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet, inclusief aansprakelijkheid uit 6:162 BW; de bepaling legt hoofdelijkheid op iedere die ten tijde van het ontstaan bestuurder is, doch staat de mogelijkheid open voor die bestuurder om zelfstandig te stellen en te bewijzen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt treft (disculpatie) [rov. 3.2.2-3.2.3]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Doel art.2:11 BW is misbruik van rechtspersoonlijkheid voorkomen en verhaalspositie schuldeisers versterken; geen aanwijzing dat toepassing beperkt moet worden tot bepaalde wettelijke grondslagen [rov. 3.2.2]. - Tegelijk vereist de aard van onrechtmatige-daad-aansprakelijkheid (6:162 BW) dat persoonlijke ernstig verwijtbaarheid aan de individuele bestuurder kan worden betwist en bewezen; aldus rechtvaardige bewijslastverdeling en bescherming individuele bestuurder tegen onterecht hoofdelijkheid [rov. 3.2.3]. Daarnaast oordeelt de HR dat het hof bij schadevaststelling (omvang specifiek aan [verweerster] toegebrachte schade) de juiste maatstaf had te hanteren: vergelijking werkelijke situatie en hypothetische situatie zonder onttrekking; het hof heeft dit onjuist toegepast door uit te gaan van verdeling van activa in faillissement zonder juist te vergelijken en daardoor onjuiste gedeeltelijke toewijzing vastgesteld; onderdeel hierover slaagt [rov. 3.5.1-3.5.4]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - In het principale beroep: verwerpt het cassatieberoep van [eiser] [slotbepaling]. - In het incidentele beroep: vernietigt de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15-10-2013 en 07-04-2015 en verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing [slotbepaling]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Principaal: beroep [eiser] verworpen. - Incidenteel: arresten vernietigd; verwijzing naar hof ’s-Hertogenbosch. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - In het principale beroep: [eiser] veroordeeld in kosten van cassatie aan zijde van [verweerster] begroot op verschotten € 6.524,34 en salaris € 2.200,-- [slotbepaling]. - In het incidentele beroep: [eiser] veroordeeld in kosten van cassatie aan zijde van [verweerster] begroot op verschotten € 68,07 en salaris € 2.600,-- [slotbepaling]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet expliciet vermeld; standaarduitspraak HR bevat geen uitvoerbaar bij voorraad aanduiding in deze onderdelen. RECHTER:
Numann, E. J.: Vice-president en voorzitter
Streefkerk, C. A.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M. V.: Raadsheer
Kroeze, M. J.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid tweedegraads / hoofdelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / persoonlijk ernstig verwijt']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (verwijzing wetsgeschiedenis)']
2:248 BW: ['2:248 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (verwijzing wetsgeschiedenis)']
6:96 BW: ['6:96 lid 2 onder b BW', 'vergoeding wettelijke rente en incassokosten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17-02-2017
ECLI:NL:GHARL:2013:7697: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-10-2013
ECLI not known: Rechtbank Gelderland 22-01-2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:54:33.299000 ============================================================
62
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBGEL:2014:6306 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:RBGEL:2014:6306 - Instantie: Rechtbank Gelderland - Datum uitspraak: 2014-09-09 - Datum publicatie: 2014-10-07 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 3217988 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:6306 INHOUDSINDICATIE: Ontbinding arbeidsovereenkomst tussen zorginstelling en directeur wegens diepgaande vertrouwensbreuk. Voldoende aannemelijk dat die vertrouwensbreuk door de directeur zelf is veroorzaakt en dat hem hiervan verwijten kunnen worden gemaakt. Daar staat tegenover dat de Raad van Toezicht van de zorginstelling steken heeft laten vallen rond de uitbetaling van bonussen aan de directeur. Gelet hierop alsook op de grote financiële gevolgen die de beëindiging van het dienstverband voor de directeur heeft, ziet de kantonrechter ondanks de door de zorginstelling terecht aan het adres van de driecteur gerichte verwijten aanleiding een – gelet op zijn inkomen – beperkte vergoeding aan hem toe te kennen van € 45.000,- (bruto). Volledigheidshalve wordt overwogen dat uit het voorgaande voortvloeit dat er geen grond is de contractueel tussen partijen overeengekomen beëindigingsvergoeding van ruim € 328.000,- ex art. 7:685 BW aan de directeur toe te kennen. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; AR 2014/732; Prg. 2014/276; JONDR 2015/51; AR-Updates.nl 2014-0845; VAAN-AR-Updates.nl 2014-0845 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:RBGEL:2014:6306 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Rechtbank Gelderland (Rb) [r.o.v. slotbeschikking] Datum uitspraak 9 september 2014 [slot] FORMELE RELATIES LEGALLINK: Geen hoger beroep/arrest vermeld (niet van toepassing). [processtukken overzicht] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) Stichting Diafaan (zorginstelling), verzoekende partij [inleidende feiten] Naam of typering gedaagde [verwerende partij] (directeur / bestuurder en werknemer van Diafaan) [inleidende feiten] CASUS: Betreft verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder/directeur wegens een diepgaande vertrouwensbreuk die ziet op niet-transparante bonusuitkeringen, onregelmatigheden bij opdrachtverlening/boekingen (Kelsenhof-verbouwing) en mogelijke belangenverstrengeling; naast verwijten ook tekortschieten van de Raad van Toezicht rond bonusuitkeringen en grote financiële gevolgen voor de bestuurder bij beëindiging. [r.o.v. inleidende feiten; r.o.v. conclusies] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Ontbinding arbeidsovereenkomst primair wegens dringende reden, subsidiair wegens veranderde omstandigheden; niet toekennen van contractuele beëindigingsvergoeding ad ruim €328.000,- ex 7:685 BW; toewijzing ontbinding met eventuele vergoeding. [r.o.v. verzoek en slot] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Ontbinding arbeidsovereenkomst en beoordeling beëindigingsvergoeding ex 7:685 BW; toepassing governance- en beloningsregels (Zorgbrede Governance Code; Beloningscode Bestuurders in de Zorg (BBZ); Wopt/Balkenende-norm) als relevante normen voor beoordeling integriteit en beloningspraktijk. [7:685 BW; r.o.v. beoordeling bonussen en integriteit] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - aangepaste arbeidsvoorwaarden/addendum d.d. 9 juli 2010 met bonusregeling en artikel 3 over toekenning; verklaringen ondertekend door voorzitter RvT maar zonder feitelijke RvT-besluiten voor 2010, 2011, 2012; jaarrekeningen 2010–2012 vermelden bonus "0" terwijl betalingen hebben plaatsgevonden; betalingen aan bestuurder in 2010–2013 blijkens administratie (bedragen opgesomd). [r.o.v. 2.3–2.7; producties; jaarrekeningvermelding] - opdracht/goedkeuring aan [Bedrijf A] d.d. 28 april 2011 voor Kelsenhof ter waarde van circa €184.000 ex BTW (acht deelfacturen); onderzoek Hoffmann wijst op antedatering, deels niet uitgevoerde werkzaamheden op Kelsenhof en tegenstrijdige verklaringen van betrokkenen; bestuurder heeft opdrachtbevestiging getekend; onzekerheid of bestuurder bewust was van onjuiste facturatie. [r.o.v. Hoffmann-rapport; producties; verklaringen betrokkenen] - herhaalde opdrachten en uitgaven aan [Bedrijf A]/verwante ondernemingen voor circa €2 miljoen (2008–2013); bestuurder ontving privé-opdrachten van [persoon Y]; schijn van belangenverstrengeling. [r.o.v. producties; Hoffmann-rapport] - bestuurder volgde opleiding ad €10.000,- die hij staakte en niet terugbetaalde conform opleidingsbeleid. [r.o.v. productie vertrouwensbreuk] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - erkend door beide partijen: dat de bestuurder per 1 januari 2003 is benoemd en dat een RvT toezicht hield; dat bestuurder salaris bedroeg €174.207,54 bruto p.j.; dat bestuurdersfunctie niet kan worden hervat. [inleidende feiten; slot] - overige feiten zijn door rechtbank als (on)terecht weersproken of aannemelijk beoordeeld (zie oordeel). VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Verweer dat toekenning van bonussen berustte op machtiging van voorzitter RvT en juiste verwerking in jaarrekening (bonus onderheen bruto salaris) en dat bestuurder mocht vertrouwen op accountantcontrole; betwistingen van omvang of aard van onregelmatigheden; betwisting van wetenschap van valsheid facturen; ontlastende delen Hoffmann-rapport aangevoerd. [r.o.v. verweerstukken; zitting] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - verwijzing naar governance- en beloningscodes ter rechtvaardiging van procedures; geen directe wetsartikelverweren buiten arbeidsrecht en contract (7:685 BW) prominent. [r.o.v. stukken] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - betwist dat er sprake is van opzet of wetenschap omtrent onjuiste verklaringen voor bonusuitkering; betwist dat Kelsenhof-opdracht niet is uitgevoerd (verklaart dat werkzaamheden deels verband hielden met 2008); betwist aantijgingen uit vertrouwenspersoon/anonieme bronnen; stelt dat voorzitter/andere RvT-leden verantwoordelijkheid droegen voor besluitvorming. [r.o.v. verweer; zitting] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - geen concreet herstel- of beëindigingsvoorstel van gedaagde vermeld in uitspraak. [processtukken] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Rekent af op schriftelijke stukken, onbetwiste stellingen en wat aannemelijk is; procedure ongeschikt voor uitgebreid bewijs; beoordeelt of gewichtige redenen/dringende redenen c.q. veranderde omstandigheden bestaan voor ontbinding; betrekt governance- en beloningscodes bij beoordeling integriteit. [r.o.v. procedurele overwegingen; r.o.v. toepassing Governance Code] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Kantontechter oordeelt dat onvoldoende transparantie en onjuiste verklaringen rond bonustoekenning aan bestuurder kennelijk zijn en dat dit ernstig verwijtbaar is; daarnaast voldoende aannemelijk dat bij Kelsenhof facturatie/onregelmatigheden plaatsvonden en dat bestuurder onzorgvuldig handelde; schijn van belangenverstrengeling vastgesteld en regeling inzake nevenfuncties overtreden; deze gedragingen hebben een diepgaande vertrouwensbreuk veroorzaakt die vooral door bestuurder is veroorzaakt. [r.o.v. beoordeling bonussen r.o.v. 2.3–2.7; Kelsenhof en Hoffmann-rapport] - Tegenover deze verwijten stelt rechter vast dat de RvT steken heeft laten vallen bij de bonusuitbetaling en dat beëindiging grote financiële gevolgen voor bestuurder heeft; belangenafweging leidt tot ontbinding maar toekenning van een beperkte vergoeding gezien inkomen en omstandigheden. [r.o.v. conclusies en slot] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Als Diafaan het verzoek niet intrekt: ontbinding arbeidsovereenkomst met ingang van 1 oktober 2014 en toekenning aan [verwerende partij] van een bruto vergoeding van €45.000,- ten laste van Diafaan. [slotbeschikking] - Volledigheidshalve: geen grond om de contractueel overeengekomen beëindigingsvergoeding van ruim €328.000,- ex 7:685 BW aan bestuurder toe te kennen. [7:685 BW; slot] - Indien Diafaan het verzoek vóór 19 september 2014 intrekt: intrekking mogelijk en in dat geval veroordeling Diafaan in proceskosten aan zijde bestuurder begroot op €500,-. [slot] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Verzoek Diafaan tot ontbinding: toegewezen (indien niet ingetrokken) per 1 oktober 2014. [slot] - Verzoek bestuurder tot contractuele beëindigingsvergoeding van ruim €328.000,- ex 7:685 BW: afgewezen. [7:685 BW; slot] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Proceskosten: elke partij draagt eigen kosten; geen uitvoerige kostenveroordeling behalve bij intrekking waarin Diafaan veroordeeld wordt in €500,- aan salaris gemachtigde van bestuurder. [slot] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet expliciet vermeld; beschikking bevat geen termijn voor uitvoerbaarheid-bij-voorraad (geen uitvoerbaarbijvoorraad-aanduiding in slot). [slot] RECHTER:
Engberts, B.J.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:685 BW: ['7:685 BW', 'beëindigingsvergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst']
3.3 Zorgbrede Governance Code: ['3.3 onder 1 Zorgbrede Governance Code', 'integriteit en vermijden schijn van belangenverstrengeling']
BBZ: ['Beloningscode Bestuurders in de Zorg (BBZ)', 'regeling toepassing beloningsregels bij bestuurders']
Wopt/Balkenende-norm: ['Wopt-norm (Balkenende-norm)', 'maximumvergoeding/beloningsruimte voor publieke bestuurders']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBGEL:2014:6306: Rb Gelderland 9 september 2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-28 22:17:27.994441 ============================================================
63
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2014:2628 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2014:2628 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2014-09-05 - Datum publicatie: 2014-09-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 13/03314 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:2628 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:371, Contrair INHOUDSINDICATIE: Vennootschapsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. Overschrijding volmacht. Werd volmacht verleend aan gevolmachtigde in persoon of in hoedanigheid van bestuurder? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877, NJ 1977/521. Hoge drempel bestuurdersaansprakelijkheid (HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21). Onderscheid met geval dat betrokkene niet optreedt bij zijn taakvervulling als bestuurder, maar als deskundig bemiddelaar (dienstverlener); HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, NJ 2013/302 (Spaanse Villa). Strekt de (beweerdelijk) geschonden norm tot bescherming volmachtgever? VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2014/1014; RI 2014/91; NJB 2014/1636; JWB 2014/327; RO 2014/75; JONDR 2014/1024; NJ 2015/21 met annotatie van P. van Schilfgaarde; Bb 2015/2.1; AA20140933 met annotatie van M.J.G.C. Raaijmakers; NTHR 2014, afl. 6, p. 292; TvPP 2014, afl. 5, p. 156; JOR 2014/296 met annotatie van prof. dr. M.J. Kroeze; OR-Updates.nl 2014-0415 met annotatie van M. Mussche; PS-Updates.nl 2019-0305 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2014:2628 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 05-09-2014 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie parket: ECLI:NL:PHR:2014:371 (Contrair) [rov. vooraf; processtukken; bij conclusie AG] [r.o. geïndiceerd] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuuurder, aannemer) [eiseres] (vennootschap/partij gevestigd in VS) — EISERES tot cassatie [processtukken; geding] Naam of typering gedaagde [verweerder] (natuurlijke persoon; bestuurder van Tulip-vennootschappen) — VERWEERDER in cassatie [processtukken; geding] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Verkoop van twee vliegtuigen door [eiseres]; volmachten verleend aan [verweerder]; koper Turbine betaalde USD 230.000 aan Tulip Air Lease in plaats van rechtstreeks aan [eiseres]; [eiseres] vordert terugbetaling van USD 230.000 van Tulip Air Lease en persoonlijk van [verweerder] wegens overschrijding volmacht / onrechtmatige daad; rechtbank en hof wijzen vordering tegen [verweerder] af omdat hij zou hebben gehandeld in hoedanigheid van bestuurder; Hoge Raad onderzoekt of hof ten onrechte oordeelde dat geschonden norm niet tot bescherming van [eiseres] strekte en of aansprakelijkheid bestuurder terecht is beoordeeld [inzake vols/hoedanigheid en toepasselijkheid verzwaarde maatstaf] [rov. 3–4; feiten (i)-(vi)]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Betaling door [verweerder] van USD 230.000,-- aan [eiseres] (vervanging/prestatie tot teruggaaf) [processtuk; eis in eerste aanleg en hoger beroep] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid — met verwijzing naar 6:162 BW (onrechtmatige daad) en algemene leerstukken rond bestuurdersaansprakelijkheid (ernstig verwijt) [rov. 3.5.2; jurisprudentie: HR 20 juni 2008; HR 11 maart 1977; HR 23 nov 2012; HR 6 okt 1989 Beklamel] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [verweerder] trad op als gevolmachtigde en ondertekende volmachten in persoon (14-01-2004 en 07-06-2004) [i, iii] [rov. feiten]. - [verweerder] liet betaling van USD 230.000 aan Tulip Air Lease plaatsvinden en liet doorbetalen USD 160.000 aan Dynamic [iv-v] [rov. feiten]. - Specifieke instructie van [eiseres] aan [verweerder] om koopsom rechtstreeks aan haar te laten overmaken (stelling in hoger beroep en cassatieonderdeel) [rov. onderdeel 2 verwijzing naar stukken]. Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Dat factuur en betaling via Tulip Air Lease plaatsvonden en bedragen USD 260.000/ USD 254.000/ USD 230.000 en doorbetaling aan Dynamic werden verricht [erkend door beide partijen] [i-vi; rov. feiten]. - Dat volmachten schriftelijk zijn verleend en door [verweerder] zijn ondertekend [erkend door beide partijen] [iii]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - [verweerder] stelt dat hij niet in privé handelde maar in hoedanigheid van bestuurder van Tulip-vennootschappen en dus geen persoonlijke aansprakelijkheid toekomt zonder ernstig verwijt; betwist persoonlijk tekortschieten [rov. rechtbank en hof; rov. 7.5 e.v.]. - Betwist dat hem kennis of redelijk weten toekomt dat Tulip-vennootschappen of Dynamic geen verhaal zouden bieden (ontkent ernstig verwijt ten aanzien van Beklamel-norm) [rov. 13.1; verweer]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden Geen specifieke wetsartikelen in verweer genoemd; verweer gesteund op rechtspraak over bestuurdersaansprakelijkheid (HR 20 juni 2008 e.a.) en bewijswaardering [rov. 3.5.2; 7.5 e.v.]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - Betwist dat hij in privé handelde; stelt dat hij handelde als directeur/uit hoofde van bestuursfunctie van Tulip-vennootschappen en dat volmachten waren om legitimatie jegens derden zonder privé-hoedanigheid [rov. 7.5]. - Betwist dat hij wist of behoorde te weten dat betaling aan Tulip-vennootschappen en verdere doorbetaling aan Dynamic tot geen verhaal voor [eiseres] zou leiden; betwist ernstig verwijt [rov. 13.1]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen gebleken aanbod tot herstel of vergoeding in processtukken zoals aangevoerd door hof/HR [processtukken; geen aanbod vermeld]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - Vraag of [verweerder] in privé of als bestuurder handelde moet beoordeeld worden naar verhouding tussen [eiseres] en [verweerder] (wat partijen tegenover elkaar verklaarden en mochten afleiden) — HR sluit aan bij HR 11 maart 1977 [rov. 3.4.3]. De wijze van presentatie jegens derden is voor gebondenheid jegens derden relevant, maar niet beslissend voor de verhouding tussen volmachtgever en gevolmachtigde [rov. 3.4.3]. - Aansprakelijkheid van bestuurder naast vennootschap vereist persoonlijk ernstig verwijt; verzwaarde maatstaf geldt indien handelen geschiedt bij taakvervulling als bestuurder — HR 20 juni 2008 en jurisprudentie [rov. 3.5.2]. - Als betrokkene niet handelde als bestuurder maar als dienstverlener/bemiddelaar, geldt die verzwaarde maatstaf niet (HR 23 nov 2012 Spaanse Villa) [rov. 3.5.3]. - Hof mocht waardering van bewijs dat [verweerder] niet in privé handelde begrijpelijk vinden; dit oordeel is niet onbegrijpelijk en blijft staan in cassatie [rov. beantw. onderdeel 1; bewijswaardering; r.o. 7.5 e.v.]. - Ten aanzien van onderdeel 2: het hof oordeelde dat de beweerdelijk geschonden norm niet tot bescherming van [eiseres] strekte omdat [eiseres] op de hoogte was van de slechte financiële toestand van Tulip-vennootschappen; Hoge Raad vernietigt dit oordeel omdat, veronderstellenderwijs aangenomen dat handelen van [verweerder] persoonlijk ernstig verwijtbaar was (overschrijding instructie), bekendheid van [eiseres] met financiële situatie niet uitsluit dat norm tot haar bescherming strekt; ook bezwaar dat aansprakelijkheid afhankelijk zou zijn van kennis van gebrek aan verhaal bij derde (Dynamic) faalt [rov. onderdeel 2; HR overwegingen vernietiging]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Bescherming van derden eist dat status (privé vs bestuurder) primair uit de interne verhouding blijkt tussen volmachtgever en gevolmachtigde; externe presentatie is van bijzaak voor die vraag [HR 11-3-1977; rov. 3.4.3]. - Behoefte aan hoge drempel voor persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid (voorkomen undue chilling en primair aansprakelijkheid vennootschap) weegt mee; daarom geldt verzwaarde maatstaf bij handelen als bestuurder [HR 20-6-2008; rov. 3.5.2]. - Niettemin: indien sprake kan zijn van persoonlijk ernstig verwijt door overschrijding expliciete instructie, kan norm wél tot bescherming van de volmachtgever strekken; hof had dit onvoldoende onderzocht/motiveren bij zijn afwijzing van aansprakelijkheid op grond van bekendheid van [eiseres] met financiële toestand [rov. onderdeel 2; HR vernietiging]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2013 en verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing [slotbepaling; beslisregels]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Cassatieberoep van [eiseres] wordt gegrond verklaard voor het onder onderdeel 2 bestreden gedeelte; het bestreden arrest wordt vernietigd en verwezen; overige klachten ongegrond (onderdeel 1 faalt) [rov. slotsom]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Hoge Raad veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiseres]: verschotten € 6.361,89 en salaris advocaat € 2.600,-- [slotbeschikking; kostenveroordeling]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet uitdrukkelijk vermeld; gewone HR-uitspraak met verwijzing en kostenveroordeling (kostenbeslissing uitvoerbaar bij voorraad niet vermeld in tekst). RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer; openbaar uitgesproken door G. de Groot
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / zorgvuldigheidsnormen / schadevergoeding']
3: (HR 11 maart 1977 ref): ['11 maart 1977 HR (ECLI:NL:HR:1977:AC1877)', 'toepassing volmacht/hoedanigheid beoordeling tussen partijen']
20 juni 2008 HR (ref): ['20 juni 2008 HR (ECLI:NL:HR:2008:BC4959)', 'hoog drempel bestuurdersaansprakelijkheid / ernstig verwijt']
23 november 2012 HR (Spaanse Villa): ['23 november 2012 HR (ECLI:NL:HR:2012:BX5881)', 'onderscheid handelen als bestuurder vs handelen als bemiddelaar/dienstverlener']
6 oktober 1989 HR (Beklamel): ['6 oktober 1989 HR (ECLI:NL:HR:1989:XXXX)', 'onvoldoende verhaal / precontractuele/transactionele waarschuwingen (Beklamel-norm)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1977:AC1877: HR 11 maart 1977
ECLI:NL:HR:2008:BC4959: HR 20 juni 2008
ECLI:NL:HR:2012:BX5881: HR 23 november 2012
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI not known (hof Den Haag arrest eerder): Gerechtshof Den Haag 26 maart 2013 (geviseerd arrest)
ECLI not known (rechtbank Rotterdam vonnissen): Rechtbank Rotterdam 17 september 2008 en 11 november 2009
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:17:37.404000 ============================================================
67
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2012:BY2241 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2012:BY2241 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2012-12-14 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 11/05036 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2012:BY2241 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BY2241; In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9146, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen INHOUDSINDICATIE: Beëindiging arbeidsovereenkomst, (voorwaardelijk) ontslag op staande voet, art. 7:677 BW. Onverwijlde mededeling? Dringende reden? Overschrijding grenzen rechtsstrijd. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2013/45; NJB 2013/66; RAR 2013/38; JWB 2012/585; JAR 2013/17; AR-Updates.nl 2012-1064; VAAN-AR-Updates.nl 2012-1064 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: FORMELE RELATIES LEGALLINK: Naam of typering gedaagde [Verweerster] (werknemer) — verweerster in cassatie (verstek) [aanhef en rov.2] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) CASUS: Geschil over beëindiging van arbeidsovereenkomst door ontslag op staande voet (voorwaardelijk aangekondigd 23-08-2008; onvoorwaardelijk bevestigd 31-08-2008). Kernpunten: of en wanneer tussen partijen arbeidsovereenkomst bestond (beginnend 1 mei of 1 juni 2008), of het ontslag op staande voet rechtmatig was (dringende reden en onverwijlde mededeling ex 7:677 BW), en aansprakelijkheid op grond van onregelmatig ontslag (6:677 BW). [rov.3.1-3.2] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg - [Verweerster] vordert onder meer verklaring dat ontslag onrechtmatig en kennelijk onredelijk is; betaling van achterstallig salaris €3.622 / €3.922 (verschillende bedragen in procedure) en schadevergoeding ca. €48.300 netto (20 maanden netto salaris + vakantiegeld) [rov.3.2.1]. Juridische grondslag - 6:677 BW (onregelmatig ontslag) [rov.3.2.2; rov.3.4] - Ontslag op staande voet-regels, in het bijzonder 7:677 BW (onverwijlde mededeling en dringende reden) [rov.3.4] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [Verweerster] zou sinds 1 mei 2008 in dienst zijn tegen €2.100 netto p/m; betaling €2.100 op 6-6-2008 als "loon mei" [rov.3.1(ii); 3.2.1]. - Ontslag op staande voet (voorwaardelijk per 23-08-2008; onvoorwaardelijk per 31-08-2008) wegens werkweigering, diefstal, fraude, bedrog en het achterhouden van documenten; mogelijkheid tot terugdraaien bij inleveren documenten/computer/telefoon [rov.3.1(iii)-(iv)]. Vaststellingen: erkend / bewezen / onweersproken - Betaling van €2.100 op 6-6-2008 met vermelding "loon mei" [erkend door beide partijen? — in cassatie aangenomen als feit; zie rov.3.1(ii)]. - Ontvangst van e-mail 23-08-2008 en brief 31-08-2008 door [verweerster] (feitelijke mededelingen) [rov.3.1(iii)-(iv)]. (De uitspraak constateert dienstverband per 1 mei 2008 als uitgangspunt van eerdere instanties; hof bekrachtigde dat oordeel — rov.3.2.2 en 3.6-3.7.) VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren - Bestreden is dat arbeidsovereenkomst per 1 mei 2008 tot stand kwam; eiseres stelt indiensttreding per 1 juni 2008 in functie van directrice (betwisting aangestelde aanvang) [rov.3.2.1-3.2.2]. - Hof oordeelde dat ontslag niet onverwijld meegedeeld was en daarmee geen geldige dringende reden gaf; partijen verdedigd dat redenen niet onverwijld zijn meegedeeld (hof-oordeel waartegen cassatie gericht) [rov.3.4]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - 7:677 BW (verplichtingen bij ontslag op staande voet, onverwijlde mededeling) [rov.3.4] - 6:677 BW (onregelmatig ontslag) [rov.3.2.2 en 3.4] Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde - Beginningsdatum dienstbetrekking (1 juni i.p.v. 1 mei 2008) [rov.3.2.1-3.2.2]. - Betwistingen over aard en tijdstip van mededeling van de ontslagreden; nadruk dat niet is gesteld dat redens niet onverwijld waren meegedeeld (cassatiemiddel onder 2.2-I richt zich hierop) [rov.3.5-3.6]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - In de voorwaardelijke mededeling (23-08-2008) werd gelegenheid gegeven de situatie te herstellen door inleveren van documenten, computer en diensttelefoon (aanbod tot herstel) [rov.3.1(iii)]. Rechter weegt dit aanbod mee bij beoordeling of ontslag onverwijld en als dringende reden is meegedeeld (rov.3.6). OORDEEL RECHTER: Beoordeling van rechtsvraag - Hoge Raad beoordeelt of hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd heeft gehandeld door aan te nemen dat ontslagreden niet onverwijld was meegedeeld, terwijl [verweerster] dit niet heeft aangevoerd. Hoge Raad oordeelt dat hof buiten de rechtsstrijd is getreden en tevens heeft verzuimd kenbaar te beoordelen of de in de brief van 31-08-2008 genoemde redenen (onvoorwaardelijk ontslag) wel als dringende redenen kunnen gelden [rov.3.4-3.6]. Dragende motieven - Grenzen van de rechtsstrijd: partijen hebben geen stelling genomen dat de ontslagreden haar niet onverwijld was meegedeeld; hof had dit niet mogen betrekken [rov.3.5]. - Onvoldoende beoordeling van de door het bestuur gegeven concrete redenen in de onvoorwaardelijke brief van 31-08-2008; hof had moeten onderzoeken of die redenen zelfstandige dringende redenen opleveren [rov.3.6]. - Gevolg: gebrek aan voldoende rechtsvinding leidt tot vernietiging en verwijzing [rov.3.7]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? - Vernietigt het arrest van het gerechtshof te Leeuwarden van 14 juni 2011 (gedeeltelijk) [slotbepaling]. - Verwijst het geding naar het gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing [slotbepaling]. - Veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiser 1] en de Stichting: verschotten €881,99 en salaris advocaat €2.600,-- [slotbepaling]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - Geen inhoudelijke toewijzing of afwijzing van oorspronkelijke vorderingen door Hoge Raad; arrest vernietigd en zaak verwezen. [rov.4 beslissing] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - [Verweerster] veroordeeld in kosten van cassatie: €881,99 verschotten en €2.600,-- voor salaris aan de zijde van [eiser 1] en Stichting [slotbepaling]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Geen afzonderlijke aanwijzing in arrest; vernietiging en verwijzing. (Geen executoriale veroordeling door HR zelf.) RECHTER:
van Oven, J.C.: raadsheer (openbaar uitgesproken)
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:677 BW: ['7:677 lid 1 BW', 'ontslag op staande voet; onverwijlde mededeling, dringende reden']
6:677 BW: ['6:677 BW', 'onregelmatig ontslag; schadeplicht werkgever']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9146: Gerechtshof Leeuwarden 14-06-2011 (zaak 200.045.210/01)
ECLI:NL:PHR:2012:BY2241: Conclusie AG 2012
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 20:02:03.220135 ============================================================
68
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2012:BX5881 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2012:BX5881 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2012-11-23 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-21 - Zaaknummer: 11/03296 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2012:BX5881 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5881 INHOUDSINDICATIE: Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder anders dan voor tekortkoming of onrechtmatig handelen vennootschap door onbehoorlijke taakvervulling; maatstaf; niet vereist dat bestuurder ernstig verwijt kan worden gemaakt, ook niet indien onrechtmatige gedragingen bestuurder moeten worden toegerekend aan vennootschap. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RN 2013/12; NJB 2012/2477; RO 2013/8; RvdW 2012/1473; RAV 2013/22; JONDR 2013/8; Ondernemingsrecht 2013/47 met annotatie van M.J. Kroeze; NJ 2013/302 met annotatie van P. van Schilfgaarde; JWB 2012/542; Bb 2014/34.1; AA20130125 met annotatie van M.J.G.C. Raaijmakers; JA 2013/59 met annotatie van Mr. F. Leopold, Mr. R. van Vlooten; JOR 2013/40 met annotatie van W.J.M. van Andel, K. Rutten; OR-Updates.nl 2012-0326 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2012:BX5881 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 23 november 2012 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5881 (conclusie Advocaat‑Generaal L. Timmerman) Hof: ECLI:NL:GHZHYD:2011:?? (arrestopgaaf in dossier; het hofarrest betreft HD 200.058.066 van het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch van 12 april 2011) [rov.1 en verwijzing bij aanhef; rov.2] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [Eiser] — (indirect) bestuurder van de Vennootschap; eiser in cassatie Naam of typering gedaagde [Verweerder] c.s. — kopers/consumenten; verweerders in cassatie CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Kopers (verweerders) kochten in Spanje via contacten met een bemiddelende Vennootschap een villa die later bleek illegaal gebouwd en gesloopt; eiser (als betrokken/ deskundig intermediair en (indirect) bestuurder van de Vennootschap) heeft volgens hof nagelaten koper te informeren/onderzoek te verrichten omtrent bouwvergunningen en slooprisico, waardoor schade is ontstaan; geschil betrof aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder naast aansprakelijkheid vennootschap [rov.3.1‑3.2]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Eiser vordert cassatie (aanvechten van hofarrest). In lagere instanties vorderden verweerders schadevergoeding en hoofdelijke veroordeling van eiser en Vennootschap tot betaling van schadevergoeding [rov.3.2.1‑3.2.2]. Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Onrechtmatige daad [6:162 BW] en zorgvuldigheidsnormen jegens derden; verwijzing naar bestuurdersaansprakelijkheid en zorgplicht [2:9 BW] in middel, en Hofs toepassing van onrechtmatige daad; (in cassatie relevante jurisprudentie omtrent bestuurdersaansprakelijkheid HR 8 dec. 2006 e.a.) [rov.3.4]. Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Vennootschap bemiddelde in Spaanse onroerend goed en presenteerde project Prever op beurs; eiser betrokken als intermediair en (indirect) bestuurder [rov.3.1(i)-(ii)]. - Eiser toonde project, zag waarschuwingsborden en meldde risico's bagatelliserend; gaf suggesties en begeleidde kopers bij bezichtigingen en onderhandelingen; kopers betaalden en villa werd later gesloopt wegens ontbreken bouwvergunning [rov.3.1(iii)-(ix)]. Vaststellingen: erkend door beide partijen waar door hof tot feiten gerekend (feiten over bezoeken, mededelingen, betalingen) [rov.3.1; rov.3.2.2]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) In cassatie voert eiser (bestuurder) aan dat hof onjuist maatstaf heeft toegepast: bestuurder kan slechts persoonlijk aansprakelijk zijn naast vennootschap indien hem een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (naar HR‑jurisprudentie inzake onbehoorlijke taakuitoefening/art.2:9 BW); voorts dat die maatstaf niet van toepassing is indien onrechtmatig handelen geldt als gedraging van vennootschap en dat geen ernstig verwijt bestaat tenzij bestuurder heeft geleid tot onbetaald/onverhaalbaar blijven van vordering vennootschap [rov.3.3]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 2:9 BW (taakvervulling bestuurder), 6:162 BW (onrechtmatige daad) en jurisprudentie HR (o.a. HR 8 dec. 2006 LJN AZ0758) [rov.3.4]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? Eiser betwist dat hem persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt dat persoonlijke aansprakelijkheid rechtvaardigt naast aansprakelijkheid van de vennootschap; betwist toepassing van maatstaf uit bestuurdersaansprakelijkheid in deze casus; stelt dat hof ten onrechte eiser persoonlijk aansprakelijk heeft gehouden op grond van zijn rol als bestuurder zonder bewijs van onbehoorlijke taakuitoefening die tot oninvorderbaarheid van vordering vennootschap heeft geleid [rov.3.3‑3.4]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel in cassatie vermeld; in feitelijke instanties geen specifiek herstelaanbod door eiser genoemd in samenvatting [rov.3.1‑3.2]. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. De Hoge Raad oordeelt dat de maatstaf die geldt voor aansprakelijkheid van een bestuurder in gevallen van onbehoorlijke taakuitoefening (vereiste ernstig verwijt) — zoals ontwikkeld in rechtspraak (o.a. HR 8‑12‑2006) — niet zonder meer van toepassing is op gevallen waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden op grond van een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsnorm (onrechtmatige daad) die losstaat van zijn taakuitoefening als bestuurder. Voor die gevallen gelden de gewone regels van onrechtmatige daad; het is niet vereist dat sprake is van een ernstig verwijt zoals bij bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakuitoefening. Dit geldt ook indien de gedragingen van de bestuurder tevens als gedragingen van de vennootschap kunnen gelden [rov.3.4.1‑3.4.2]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? Motieven: onderscheid tussen (a) aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder (waarbij bescherming crediteuren tegen onbetaald/onverhaalbaar blijven vorderingen centraal staat en waarvoor ernstig verwijt vereist is) en (b) aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad gebaseerd op persoonlijke zorgplicht jegens derden. In de laatste situatie volgen aansprakelijkheid en toetsing de gewone regels van onrechtmatige daad; vereiste ernstig verwijt is niet toepasselijk. Daarom faalt het cassatiemiddel dat het hof aldus had moeten toetsen [rov.3.4]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser en bevestigt daarmee het arrest van het hof (veroordeling van eiser en Vennootschap door het hof). Eiser wordt in de kosten van cassatie veroordeeld, tot op deze uitspraak aan zijde verweerders begroot op nihil [Beslissing, punt 4]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Cassatieberoep van [eiser] wordt verworpen. (Het hofarrest, waarin eiser en de Vennootschap hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van €200.000 aan verweerders, blijft in stand.) [rov.4 en rov.3.2.2]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? Eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van verweerders tot op deze uitspraak begroot op nihil. (Exacte overige kosten van lagere instanties niet in cassatie‑arrest vermeld.) [Beslissing]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld in uitspraak. RECHTER:
Bakels, F.B.: Vice‑president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht behoorlijke taakuitoefening bestuurder']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:21:28.369000 ============================================================
71
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2009:BH0387 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:HR:2009:BH0387 - Instantie: Hoge Raad - Datum uitspraak: 2009-04-24 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 07/11398 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: Cassatie - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2009:BH0387 FORMELE RELATIES: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0387 INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet, rechtsgeldigheid; aan werknemer meegedeelde dringende reden fixeert ontslaggrond. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2009, 590; RAR 2009, 88; NJB 2009, 927; JWB 2009/173; JAR 2009/129; AR-Updates.nl 2009-0331; VAAN-AR-Updates.nl 2009-0331 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:HR:2009:BH0387 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) HR Datum uitspraak 24 april 2009 FORMELE RELATIES LEGALLINK: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0387 (Conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman) [r.o. voorafgaand en conclusie verwijzing] PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [Eiser] (medewerker / servicemedewerker) [r.o. 3.1(i)-(ii)] Naam of typering gedaagde CP&A OUTDOOR SERVICES B.V. (werkgever) [procesopening en partijgegevens] CASUS: Samenvatting waar de casus over gaat. Geschil over de rechtsgeldigheid van ontslag op staande voet gegeven op 6 juli 2004 wegens (onder meer) onjuist/instrueerbaar invullen van dagrapporten; werknemer vordert nietigheid ontslag en betaling van achterstallig loon; werkgever vordert, voor het geval ontslag rechtsgeldig is, schadevergoeding op grond van 7:677 lid 3 BW. Procedurengeschiedenis: kantonrechter wees vorderingen af; hof bekrachtigde conventie-uitspraak en wijst reconventie toe; werknemer cassatie bij de Hoge Raad [r.o. 1-3]. VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Primair: verklaring dat ontslag op staande voet nietig is; subsidiair: betaling achterstallig salaris, wettelijke rente, vakantiegeld/vakantiedagen eindafrekening [procesvordering; dagvaarding 30-11-2004] [rov. 1 e.v. / 3.2] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) Ontslagrecht en bewijsvragen rond dringende reden; voor reconventionele vordering werkgever verwijzing naar 7:677 lid 3 BW [3.2] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - Opgaven arbeidstijden/dagrapporten dienen correct te worden ingevuld; instructie/stripboek vermeldt onderhoudslijst invullen; waarschuwingen gegeven (2-4-2004 en na 24-6-2004) [3.1(iv)-(vii),(viii)]. - Op 24 juni 2004 onjuiste begin-/eindtijden ingevuld; op 5 juli 2004 blijken werkelijke tijden niet te stroken met rapport; werkgever constateert meerdere eerdere tekortkomingen (data in 2003/2004) [3.1(viii)-(x); ontslagbrief 6-7-2004]. Vaststellingen: erkend door beide partijen - Partijen staan vast dat werknemer de dagrapporten niet correct heeft ingevuld [3.6(c)]. VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) Hoofdverweer: er bestond een dringende reden voor ontslag op staande voet wegens herhaalde en opzettelijke onjuiste invulling van dagrapporten (door CP&A aangeduid als "fraude") en eerdere waarschuwingen; subsidiair aanspraak op schadevergoeding volgens 7:677 lid 3 BW indien ontslag rechtsgeldig is [3.2; conclusie en memorie van antwoord]. Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden 7:677 lid 3 BW genoemd door CP&A voor reconventionele vordering [3.2]. Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? CP&A betwist dat sprake is van afwezigheid van dringende reden; stelt dat werknemer willens en wetens administratieve gegevens vervalst/valselijk heeft voorgesteld en dat dit een dringende reden vormt in combinatie met eerdere waarschuwingen en functioneringsproblemen [3.6(c)-(d)]. Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding Geen aanbod tot herstel of vergoeding in het geding vermeld. OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. De Hoge Raad beoordeelt of het hof de ontslaggrond (de aan werknemer meegedeelde dringende reden) correct heeft uitgelegd en toegepast. De HR constateert dat partijen het begrip "fraude" verschillend opvatten (strafrechtelijke fraude door werknemer versus administratieve, bewust onjuist ingevulde registraties door werkgever). Het hof heeft "fraude" opgevat als bewust onjuist invullen van administratieve lijsten en geoordeeld dat dit, gelet op eerdere waarschuwingen en het zwaarwegend belang voor werkgever, noodzakelijk en voldoende was voor ontslag op staande voet. De HR verwerpt de klacht dat de door werknemer meegedeelde dringende reden de ontslaggrond zou hebben 'gefixeerd' in een zin die de hofuitspraak zou schaden; het hof heeft de meegedeelde reden uitgelegd in de door werkgever bedoelde zin en daarmee geen rechtsregel geschonden [3.6-3.8]. Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? Dragende motieven: vaststelling dat werknemer ondanks waarschuwingen de begin-/eindtijden onjuist invulde; het voor werkgever wezenlijke belang van juiste administratieve registraties; uitleg van "fraude" als administratieve vervalsing is noodzakelijk en voldoende als dringende reden in de gegeven omstandigheden; gebrek aan feitelijke grondslag voor de klachten van werknemer. Afweging: belangen werkgever bij betrouwbare registratie en opdrachtgevercontrole wegen zwaarder gelet op herhaalde tekortkomingen en waarschuwingen [3.6-3.8]. UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en bevestigt daarmee het door het hof genomen besluit (toekenning van CP&A’s reconventionele vordering; conventionele afwijzing blijft bekrachtigd) [slotbeslissing]. Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) Beroep in cassatie: verworpen. (Impliciet: het arrest van het hof blijft in stand zoals het had beslist: vordering [eiser] afgewezen; vordering CP&A in reconventie toegewezen door het hof) [4 en gehele motivering]. Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? [Eiser] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: verschotten aan de zijde van CP&A € 371,34 en salaris advocaat € 2.200,-- [4]. Uitvoerbaar-bij-voorraad? Niet vermeld in het arrest. RECHTER:
Beukenhorst, D.H.: Vice-president en voorzitter
de Savornin Lohman, O.: Raadsheer
van Buchem-Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Numann, E.J.: Raadsheer (openbare uitspraak door Numann)
Bakels, F.B.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:677 BW: ['7:677 lid 3 BW', 'vergoeding bij onterecht ontslag of bij beëindiging arbeidsovereenkomst door werkgever']
81 RO: ['81 RO', 'niet-motiveren van klachten die niet leiden tot beantwoording in belang rechtseenheid/rechtsontwikkeling']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2009:BH0387: Conclusie A-G J. Wuisman (24 april 2009)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 20:11:07.849585 ============================================================
72
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2009:BH0387 === INFORMATIE IN DE UITSPRAAK: - ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2009:BH0387 - Instantie: Parket bij de Hoge Raad - Datum uitspraak: 2009-04-24 - Datum publicatie: 2013-04-05 - Datum aangepast: 2025-03-22 - Zaaknummer: 07/11398 - Rechtsgebieden: Civiel recht - Bijzondere kenmerken: None - URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2009:BH0387 FORMELE RELATIES: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BH0387 INHOUDSINDICATIE: Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet, rechtsgeldigheid; aan werknemer meegedeelde dringende reden fixeert ontslaggrond. VINDPLAATSEN: Rechtspraak.nl; RvdW 2009, 590; RAR 2009, 88; NJB 2009, 927; JWB 2009/173; JAR 2009/129 SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK: ZAAKIDENTIFICATIE: ECLI-nummer ECLI:NL:PHR:2009:BH0387 Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR) Parket bij de Hoge Raad (conclusie PG voor Hoge Raad) Datum uitspraak 24 april 2009 FORMELE RELATIES LEGALLINK: ECLI:NL:HR:2009:BH0387, Rechterlijke instantie: HR, Datum uitspraak: 24-04-2009 PARTIJEN: Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer) [eiser] (eiser tot cassatie), werknemer Naam of typering gedaagde CP&A Outdoor Services B.V. (verweerster in cassatie), werkgever CASUS: Geschil over rechtmatigheid van ontslag op staande voet gegeven op 6 juli 2004 wegens vermeende dagrapportfraude en misleiding; werknemer bestrijdt dat de gegronde dringende reden zich heeft voorgedaan en subsidiair dat die grond een dringende reden oplevert. Kantonrechter wees vorderingen af; hof bekrachtigde; cassatie gericht tegen hofarrest wegens (onder meer) onjuiste uitleg van meegedeelde dringende reden en ontoereikende motivering dat minder zwaarwegende feiten op zichzelf dringende reden vormen. [rov.1.1‑1.6; 2.1] VORDERING (EISER): Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.) Nietigverklaring of vernietiging van ontslag op staande voet / toewijzing vorderingen uit eerste aanleg (herstel dienstbetrekking of schadevergoeding) — in cassatie: vernietiging van het bestreden arrest. [1.2; 3] Juridische grondslag (relevante wetsartikelen) 7:677 BW en 7:678 BW (aanvullend genoemd in literatuur en jurisprudentieverwijzing); algemene eis dat dringende reden zodanig moet worden medegedeeld dat werknemer geen redelijke twijfel kan hebben; voorwaarden voor rechtvaardiging van ontslag op staande voet bij deels vaststaande feiten (HR-jurisprudentie). [2.5; 2.9; voetnoten/refs] Feitelijke stellingen ter onderbouwing - [eiser] werkte sinds 1999 bij CP&A; functie vanaf nov 2003: schoonmaken telefooncellen, alleen, met bedrijfsauto; moest dagrapporten invullen met reistijd en begin/eindtijden. [1.1(ii)-(iii)] - Ontslagbrief 6 juli 2004 vermeldt twee specifieke constateringen (24 juni en 5 juli 2004) en kwalificeert dit als dagrapportfraude en bewuste misleiding; spreekt van onherstelbare vertrouwensbreuk. [1.1(iv)] - [eiser] stelt dat onjuist invullen neerkwam op globaal einde-dag invullen en dat exacte tijdstippen niet van belang waren; ontkent opzet/fraude. [1.2] Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen” - Erkend door beide partijen: vaststaande feiten uit vonnis rechtbank die in appel onbestreden bleven (dienstverband, functie, gebruik bedrijfsauto, verplichting dagrapporten invullen). [1.1, ook rov. kantonrechter vermeld] VERWEER (GEDAAGDE): Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.) - Ontslag op staande voet gerechtvaardigd wegens dagrapportfraude en bewuste misleiding, leidend tot onherstelbare vertrouwensbreuk; ook verwijzing naar eerdere waarschuwing d.d. 2 april 2004 en eerdere onjuiste registraties. [1.1(iv); 1.3] Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden - Primair beroep op ontslagrechtelijke maatstaven (dringende reden); aangehaalde jurisprudentie ter onderbouwing van belangen en kwalificatie van gedrag (zie conclusie). [2.5, voetnoten] Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens? - CP&A bestrijdt dat invullen gebeurde bij benadering zonder relevante betekenis; stelt dat correctheid van begin- en eindtijden van wezenlijk belang was en dat werknemer wist of had moeten weten dat nauwkeurigheid vereist was; betwist dat geen sprake was van fraude of misleiding. [1.2; 1.3] Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding - Niet vermeld in de stukken; geen aanbod tot herstel of vergoeding genoemd. [geheel dossier] OORDEEL RECHTER: Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie. - De Procureur‑Generaal (conclusie) oordeelt dat het hof het ontslagrijmpunt onvoldoende heeft gemotiveerd: de ontslagbrief legde zwaar gewicht op 'fraude' en 'bewuste misleiding', en het hof heeft niet begrijpelijk gemaakt dat die kwalificaties geen of slechts ondergeschikte rol speelden; de brief moest voor de werknemer duidelijk zijn (HR‑maatstaf) zodat hij zich kon beraden. [2.5‑2.7] - De conclusie stelt dat, als alternatief, het onjuist invullen van begin‑/eindtijden op zichzelf als dringende reden zou kunnen volstaan, maar dan gelden drie door HR geformuleerde voorwaarden: (1) het gedeeltelijk vaststaande feit moet op zichzelf dringende reden zijn; (2) de werkgever moet gesteld en aannemelijk hebben gemaakt dat hij ook op die beperkte grond op staande voet zou hebben ontslagen; (3) dat dit voor de werknemer duidelijk moest zijn uit de ontslagmededeling en overige omstandigheden. Het hof heeft naar oordeel van de PG niet voldoende aangetoond dat aan deze voorwaarden is voldaan of dat het arrest deze motivering bevat. [2.8‑2.11; verwijzing naar HR‑rechtspraak HR 16 juni 2006 e.a.] Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen? - Bescherming werknemer tegen surprise‑ontslag: eis dat dringende reden duidelijk en ondubbelzinnig wordt meegedeeld zodat werknemer zich kan beraden. De ontslagbrief benoemde fraude en misleiding zodanig dat niet redelijkerwijs kon worden aangenomen dat die kwalificaties ondergeschikt waren; het hof heeft niet bewezen dat minder zware feiten op zichzelf voldoende waren en dat werknemer daarop was voorbereid. Belangenafweging: noodzaak van werkgevers om integriteit te handhaven versus beschermende eis voor werknemer bij ontslag op staande voet. [2.5‑2.11; 2.9] UITSPRAAK SAMENVATTING: Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.) - Conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest; PG adviseert vernietiging wegens onvoldoende fundament van het oordeel dat ontslag gerechtvaardigd was. Het arrest van het hof wordt aangevochten en de conclusie bepleit vernietiging. [3] Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren) - In cassatie is geen vonnis gewezen in deze conclusie; de conclusie verzoekt tot vernietiging van het bestreden arrest (vgl. slot). [3] Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag? - Niet aan de orde in de conclusie; geen kostenveroordeling vermeld. [geheel dossier] Uitvoerbaar-bij-voorraad? - Niet van toepassing in de conclusie. [geheel dossier] RECHTER:
Wuisman, mr.: rolzitting 16-01-2009 (betrokkene in procesdossier)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:677 BW: ['7:677 BW', 'ontslag op staande voet']
7:678 BW: ['7:678 BW', 'gevolgen ontslag op staande voet']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1993:AD1234: ECLI not known (verwijzing HR 23 april 1993, NJ 1993, 504, m.nt. PAS)
ECLI:NL:HR:2006:AX1234: ECLI not known (verwijzing HR 16 juni 2006, NJ 2006, 340)
ECLI:NL:HR:2006:BY1234: ECLI not known (verwijzing HR 1 september 2006, JAR 2006, 228)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 20:40:53.932852 ============================================================
ai
General AI knowledge advisable to further investigate and verify.