In het antwoord zijn 15 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.
1
WETSARTIKEL 1:
- Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6)
- Titel: Titel 3. Onrechtmatige daad
- Afdeling: Afdeling 1. Algemene bepalingen
- Artikel: Artikel 162
- Gegevens: lid 1: Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. lid 3: Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
- Relevantie score: 0.589
12
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2025:192 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2025:192
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2025-02-07
- Datum publicatie: 2025-02-06
- Datum aangepast: 2025-05-21
- Zaaknummer: 24/00775
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:192
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1352; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:10349
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Verbintenissenrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Passeren bewijsaanbod in hoger beroep.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2025/256; JONDR 2025/272
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2025:192
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 7 februari 2025
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
- ECLI:NL:PHR:2024:1352 (Conclusie Advocaat-Generaal)
- ECLI:NL:GHARL:2023:10349 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden)
Datum arrest hof: 5 december 2023
PARTIJEN:
Eiseres: MABELO B.V. (bedrijf)
Gedaagde: [verweerder] (natuurlijke persoon), ENVY HOLDING B.V., SUSTAINABLE FUTURE INVESTMENTS B.V., [Holding] B.V. (vennootschappen)
CASUS:
Mabelo vordert in cassatie vernietiging van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2023 in een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid en verbintenissenrecht. De zaak betreft onder meer de vraag of het bewijsaanbod in hoger beroep is gepasseerd en de aansprakelijkheid van bestuurders op grond van art. 6:162 BW.
VORDERING (EISER):
- Beoogd rechtsgevolg: vernietiging van het arrest van het hof en toewijzing van haar vorderingen
- Juridische grondslag: bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW), art. 81 lid 1 RO
- Feitelijke stellingen: het hof heeft het bewijsaanbod in hoger beroep onterecht gepasseerd; bestuurders zijn aansprakelijk
- Vaststellingen: feiten en bewijsaanbod zijn door het hof beoordeeld; Mabelo betwist de rechtmatigheid van het oordeel van het hof
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: het beroep is ongegrond; het bewijsaanbod is terecht gepasseerd; geen bestuurdersaansprakelijkheid
- Aangehaalde wetsartikelen: art. 81 lid 1 RO
- Feitelijke betwistingen: Mabelo heeft onvoldoende onderbouwd dat het hof onjuist heeft geoordeeld
- Aanbod tot herstel/vergoeding: niet vermeld
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van Mabelo niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad hoeft geen motivering te geven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft (art. 81 lid 1 RO). Het bewijsaanbod is terecht gepasseerd en de bestuurdersaansprakelijkheid is niet onjuist beoordeeld.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Het cassatieberoep wordt verworpen.
- Mabelo wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente.
- Verstek is verleend tegen Envy c.s.; hun kosten worden op nihil begroot.
- Uitvoerbaar bij voorraad: niet vermeld.
RECHTER:
de Groot, G.: president en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Salomons, F.R.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
ter Heide, A.E.B.: raadsheer en openbaar uitspraak
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieberoep, motiveringsplicht']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2023:10349: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2023
ECLI:NL:PHR:2024:1352: Conclusie Advocaat-Generaal 2024
AANTAL REFERENTIES: {} METADATA: - Created at: 2025-07-23 14:56:52.260000 - Last modified: 2025-10-09 13:45:34.936000 ============================================================
de Groot, G.: president en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Salomons, F.R.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
ter Heide, A.E.B.: raadsheer en openbaar uitspraak
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieberoep, motiveringsplicht']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2023:10349: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2023
ECLI:NL:PHR:2024:1352: Conclusie Advocaat-Generaal 2024
AANTAL REFERENTIES: {} METADATA: - Created at: 2025-07-23 14:56:52.260000 - Last modified: 2025-10-09 13:45:34.936000 ============================================================
14
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:968 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:968
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-06-23
- Datum publicatie: 2023-06-23
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 22/00107
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:968
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1075, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2021:9619, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW. Verkoop octrooien waarvan opbrengst door bank wordt verrekend, vordering wegens benadeling. Trad curator op voor vennootschap of voor gezamenlijke crediteuren (Peeters/Gatzen)? Uitleg stellingen.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2023/1708; RvdW 2023/732; Sdu Nieuws Insolventierecht 2023/135; JOR 2023/231 met annotatie van mr. drs. N.B. Pannevis; JONDR 2023/681; RN 2023/74; JIN 2023/153 met annotatie van mr. J.A.G. de Boer, mr. M.C. van Rijswijk
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2023:968
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 23 juni 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1075, Contrair
- In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2021:9619
- Bekrachtiging/bevestiging
- Datum uitspraak: 23 juni 2023
PARTIJEN:
Eiser: [eiser], bestuurder en uiteindelijk belanghebbende van Drent Holding B.V.
Gedaagde: Rob Klein q.q., curator in het faillissement van Drent Holding B.V.
CASUS:
De zaak betreft bestuurdersaansprakelijkheid van de bestuurders van Drent Holding B.V. wegens onrechtmatig handelen bij de verkoop van Nederlandse patenten. De opbrengst van € 2 miljoen werd door de bank verrekend met haar vordering op het Drent-concern, waardoor andere schuldeisers werden benadeeld. De curator vordert aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel en/of de gezamenlijke schuldeisers wegens benadeling door onrechtmatig handelen.
VORDERING (EISER):
- Beoogd rechtsgevolg: Primair hoofdelijk aansprakelijkstelling van de bestuurders voor schulden van Drent Holding die niet door vereffening kunnen worden voldaan; subsidiair aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling (art. 2:9 BW) en/of onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) voor schade geleden door Drent Holding en/of gezamenlijke schuldeisers.
- Juridische grondslag: 2:9 BW, 6:162 BW
- Feitelijke stellingen: Bestuurders hebben de verkoop van patenten aan Müller Martini laten plaatsvinden, waarbij de opbrengst werd verrekend door de bank met haar vordering, terwijl Drent Holding failliet was en geen perspectief op voortbestaan bestond. Dit leidde tot benadeling van gezamenlijke schuldeisers.
- Vaststellingen: erkend door beide partijen dat patenten zijn verkocht, opbrengst is verrekend door bank, Drent Holding was failliet, bestuurders waren op de hoogte van financiële situatie.
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: Betwisting dat bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens gezamenlijke schuldeisers; betoog dat vordering alleen ziet op schade van Drent Holding zelf; geen Peeters/Gatzen-vordering ingesteld.
- Feitelijke betwistingen: Gedaagde betwist dat bestuurders persoonlijk ernstig verwijt treft voor onrechtmatig handelen jegens schuldeisers; stelt dat curator vordering niet heeft verduidelijkt of aangepast naar gezamenlijke schuldeisers.
- Aanbod tot herstel/vergoeding: Niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
- De Hoge Raad bevestigt dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn jegens de vennootschap op grond van onbehoorlijke taakvervulling (2:9 BW) en onrechtmatige daad (6:162 BW), mits persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
- Daarnaast kan een bestuurder jegens gezamenlijke schuldeisers aansprakelijk zijn wegens onrechtmatige daad indien hij heeft meegewerkt aan benadeling van schuldeisers door selectieve betaling in het zicht van faillissement (Peeters/Gatzen-vordering).
- Het hof heeft de vordering van de curator terecht zo uitgelegd dat deze mede ziet op aansprakelijkheid jegens gezamenlijke schuldeisers, ondanks dat de vordering formeel ten behoeve van Drent Holding was geformuleerd.
- Bestuurders hebben door verkoop en verrekening van patenten meegewerkt aan selectieve betaling aan de bank, ten koste van andere schuldeisers, wat ernstig verwijtbaar is.
- Klacht dat hof meer heeft toegewezen dan gevorderd faalt omdat uitleg vordering niet onbegrijpelijk is en bestuurders hiervan op de hoogte moesten zijn.
- Overige klachten leiden niet tot cassatie.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Het beroep in cassatie wordt verworpen.
- [eiser] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 2.555,-- vermeerderd met wettelijke rente.
- Geen nadere procesbeslissingen vermeld.
RECHTER:
du Perron, C.E.: voorzitter
Wattendorff, H.M.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
Lock, F.J.P.: uitspraak in het openbaar
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:HR:2005:AT7797: HR 16 september 2005
ECLI:NL:HR:2009:BF3917: HR 24 april 2009
ECLI:NL:GHARL:2021:9619: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2022:1075: Conclusie Advocaat-Generaal 2022
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1, "2022": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:55.022000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:38.966000 ============================================================
du Perron, C.E.: voorzitter
Wattendorff, H.M.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
Lock, F.J.P.: uitspraak in het openbaar
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:HR:2005:AT7797: HR 16 september 2005
ECLI:NL:HR:2009:BF3917: HR 24 april 2009
ECLI:NL:GHARL:2021:9619: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2022:1075: Conclusie Advocaat-Generaal 2022
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1, "2022": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:55.022000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:38.966000 ============================================================
15
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:925 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:925
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-06-16
- Datum publicatie: 2023-06-15
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 22/00050
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:925
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1133, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2021:3021, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht. (Bestuurders)aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW (schending administratieplicht; art. 2:248 lid 2 BW in verbinding met art. 2:10 BW, art. 2:9 BW en art.
6:162 BW. Slagende motiveringsklacht.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2023/1628; INS-Updates.nl 2023-0147; RvdW 2023/685; OR-Updates.nl 2023-0136; Sdu Nieuws Insolventierecht 2023/134; JONDR 2023/684
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2023:925
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 16 juni 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3021, Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, arrest 5 oktober 2021 (bestreden arrest)
- ECLI:NL:PHR:2022:1133, Conclusie Advocaat-Generaal B.F. Assink
- Cassatieberoep tegen arrest GHSHE 2021:3021, gedeeltelijke vernietiging met verwijzing
PARTIJEN:
Eiser: Polle Jan Willem Vermunt, curator in het faillissement van [A] B.V. (curator)
Gedaagden: [verweerder 1] (bestuurder en enig aandeelhouder Holding), Holding B.V., [verweerster 3] B.V. (gezamenlijk: verweerders)
CASUS:
Curator vordert bestuurdersaansprakelijkheid van [verweerder 1] en Holding wegens onbehoorlijk bestuur van failliete vennootschap [A] B.V. en onrechtmatig handelen jegens [A] en haar crediteuren. Kernpunt is dat de administratie van [A] niet tijdig en volledig zou zijn aangeleverd, wat een schending van de administratieplicht inhoudt en een belangrijke oorzaak van het faillissement zou zijn.
VORDERING (EISER):
- Rechtsgevolg: Verklaring voor recht dat [verweerder 1] en Holding onbehoorlijk hebben bestuurd en onrechtmatig hebben gehandeld; hoofdelijke veroordeling tot betaling van het tekort in het faillissement of de geleden schade.
- Juridische grondslag: art. 2:248 lid 2 BW in verbinding met art. 2:10 BW, art. 2:9 BW en art. 6:162 BW (bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatige daad).
- Feitelijke stellingen: administratie was op datum faillissement niet bijgewerkt; pas zes weken later aangeleverd; administratie niet volledig; schending administratieplicht; onbehoorlijk bestuur.
- Vaststellingen: erkend dat administratie op 11 mei 2016 is aangeleverd; curator stelt dat deze niet volledig is; verweerders betwisten onvolledigheid en stellen dat curator over volledige administratie kan beschikken.
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: betwisting onvolledigheid administratie; geen onbehoorlijk bestuur; curator beschikt over volledige administratie; geen schending administratieplicht.
- Feitelijke betwistingen: curator heeft vragen over administratie maar beschikt volgens verweerders over volledige stukken; geen bewijs dat administratie onvolledig is.
- Aanbod tot herstel/vergoeding: niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
- Het hof oordeelde dat verweerders aannemelijk hebben gemaakt dat curator over volledige administratie kan beschikken en dat onvoldoende is gebleken van onbehoorlijk bestuur.
- De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat curator over volledige administratie kan beschikken, omdat curator gemotiveerd heeft gesteld dat administratie onvolledig is en herhaaldelijk om stukken heeft verzocht.
- Het hof heeft ten onrechte de stellingen van curator over onvolledige administratie buiten beschouwing gelaten en onterecht geconcludeerd dat curator volledige administratie had.
- Het oordeel van het hof is daarom onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk, hetgeen een motiveringsklacht oplevert.
- De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Vernietiging van het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 oktober 2021.
- Verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
- Verweerders worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.277,11 aan verschotten en € 2.600,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente.
RECHTER:
Tanja-van den Broek, T.H.: voorzitter
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Teuben, K.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer die uitspraak deed
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 2 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur']
2:10 BW: ['2:10 lid 4 BW', 'administratieplicht van vennootschap']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2021:3021: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 oktober 2021
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:48.380000 - Last modified: 2025-10-09 13:43:21.494000 ============================================================
Tanja-van den Broek, T.H.: voorzitter
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Teuben, K.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer die uitspraak deed
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 2 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur']
2:10 BW: ['2:10 lid 4 BW', 'administratieplicht van vennootschap']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2021:3021: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 oktober 2021
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:48.380000 - Last modified: 2025-10-09 13:43:21.494000 ============================================================
16
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:823 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:823
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-06-02
- Datum publicatie: 2023-06-01
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 22/02291
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:823
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:314, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2022:876, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Externe bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW en art. 2:11 BW). Waarde van verhaalsactief. Feitelijk bestuurderschap. Schadebegroting.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2023/622; OR-Updates.nl 2023-0141; JONDR 2023/558
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2023:823
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 2 juni 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI-nummer: ECLI:NL:GHAMS:2022:876
Rechterlijke instantie: Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak: 22 maart 2022
Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2023:314
PARTIJEN:
Eisers: [eiseres 1] B.V., [eiser 2], [eiser 3]
Gedaagden: ALLGO SPAANDER B.V., ALLGO CATHRIEN B.V.
CASUS:
Het geschil betreft externe bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW en art. 2:11 BW, met discussie over feitelijk bestuurderschap, waarde van verhaalsactief en schadebegroting.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg: Toewijzing van aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid.
Juridische grondslag: art. 6:162 BW (onrechtmatige daad), art. 2:11 BW (bestuurdersaansprakelijkheid).
Feitelijke stellingen: Eisers stellen dat Allgo c.s. als feitelijke bestuurders aansprakelijk zijn voor schade.
Vaststellingen: Zie hof en rechtbank; niet betwist in cassatie.
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren: Betwisting feitelijk bestuurderschap, betwisting aansprakelijkheid en schadeomvang.
Aangehaalde wetsartikelen: art. 6:162 BW, art. 2:11 BW.
Feitelijke betwistingen: Gedaagden betwisten dat zij feitelijk bestuurders zijn en dat zij aansprakelijk zijn.
Aanbod tot herstel/vergoeding: Niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad hoeft geen motivering te geven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft (art. 81 lid 1 RO). Het hof heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en het oordeel blijft in stand.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Het cassatieberoep wordt verworpen.
Eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.
Geen uitvoerbaar bij voorraad vermeld.
RECHTER:
Polak, M.V.: Vicepresident en voorzitter
Schaafsma, S.J.: Raadsheer
Makkink, G.C.: Raadsheer
Lock, F.J.P.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2022:876: Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2023:314: Conclusie Advocaat-Generaal Hoge Raad 2023
AANTAL REFERENTIES: {"2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:47.942000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:59.353000 ============================================================
Polak, M.V.: Vicepresident en voorzitter
Schaafsma, S.J.: Raadsheer
Makkink, G.C.: Raadsheer
Lock, F.J.P.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2022:876: Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2023:314: Conclusie Advocaat-Generaal Hoge Raad 2023
AANTAL REFERENTIES: {"2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:47.942000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:59.353000 ============================================================
31
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2019:236 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2019:236
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2019-02-15
- Datum publicatie: 2019-02-14
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 17/06021
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2019:236
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:3799, Meerdere afhandelingswijzen; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1501, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht; bestuurdersaansprakelijkheid. Vennootschap kan huurgarantie niet nakomen. Zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk omdat zij hebben bewerkt of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758)? Onbekendheid bestuurders met rechtsregel van HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1244; verschil met periode na het arrest van 2013.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2019/421; INS-Updates.nl 2019-0039; RvdW 2019/261; NJ 2019/91; JIN 2019/42 met annotatie van J.R. Everhardus; RAV 2019/34; JONDR 2019/282; JOR 2019/152 met annotatie van mr. P.D. Olden, mr. J.K.G. Meijer; OR-Updates.nl 2019-0026
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2019:236
Rechterlijke instantie: Hoge Raad
Datum uitspraak: 15 februari 2019
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Hoger beroep betreft:
ECLI:NL:GHAMS:2017:3799
Rechterlijke instantie: Gerechtshof Amsterdam
Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2018:1501
Datum uitspraak: 19 september 2017 (hof)
PARTIJEN:
Eiseres: Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. (verhuurder)
Gedaagden: [verweerder 1] en [verweerder 2] (bestuurders van [A] B.V.)
CASUS:
Nieuwburen verhuurt bedrijfsruimten aan drie garagebedrijven waarvan [verweerders] bestuurders zijn. [A] B.V., enig aandeelhouder van de garagebedrijven, heeft zich garant gesteld voor de huurverplichtingen. Na faillissement van de garagebedrijven en opzegging van de huurovereenkomst vordert Nieuwburen schadevergoeding wegens gemiste huur. Nieuwburen stelt dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn wegens het bewerkstelligen of toelaten van niet-nakoming van de garantie door [A].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg: hoofdelijke veroordeling van [verweerders] tot schadevergoeding wegens niet-nakoming van de huurgarantie door [A].
Juridische grondslag: bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) en HR-rechtspraak (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758).
Feitelijke stellingen: [verweerders] hebben geweten of hadden moeten weten dat [A] haar verplichtingen niet kon nakomen; zij hebben bewerkstelligd of toegelaten dat [A] haar verplichtingen niet nakwam, onder meer door manipulatie van vermogen en selectieve geldverdeling.
Vaststellingen: faillissement garagebedrijven in 2009; huurovereenkomst met garantie van [A]; betaling huur tot april 2009; gemiste huur na die datum; onbekendheid bestuurders met rechtsregel HR 15 november 2013 erkend door hof en partijen.
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren: bestuurders waren onbekend met de rechtsregel van HR 15 november 2013, waardoor geen ernstig verwijt kan worden gemaakt; bij aangaan garantie hoefden zij geen rekening te houden met faillissement; geen bewijs dat zij na 2013 hebben bewerkstelligd of toegelaten dat [A] haar verplichtingen niet nakwam.
Feitelijke betwistingen: ontkennen dat zij bewust het vermogen negatief hielden of de verhaalsmogelijkheden illusoir maakten; betwisten persoonlijke aansprakelijkheid na 2013.
Aanbod tot herstel/vergoeding: niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad oordeelt dat bestuurdersaansprakelijkheid kan bestaan indien bestuurders namens de vennootschap hebben gehandeld of hebben bewerkstelligd/toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt (HR 8 december 2006).
Onbekendheid met de rechtsregel van HR 15 november 2013 kan de mate van verwijtbaarheid beïnvloeden.
Het hof mocht het beroep op bestuurdersaansprakelijkheid niet afdoen op de enkele onbekendheid met die rechtsregel na 2013, omdat Nieuwburen voldoende feiten heeft gesteld over gedragingen van bestuurders na 2013.
Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
In het principale beroep:
- Vernietiging van het arrest van het hof Amsterdam van 19 september 2017;
- Verwijzing naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling;
- Veroordeling van [verweerders] in de kosten van cassatie (totaal € 9.265,60).
In het incidentele beroep:
- Verwerping van het beroep;
- Veroordeling van [verweerders] in de kosten van cassatie (€ 2.268,07).
Uitvoerbaar bij voorraad: niet expliciet vermeld.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'cassatieprocedure']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2013:1244: HR 15 november 2013
ECLI:NL:GHAMS:2017:3799: Gerechtshof Amsterdam 19 september 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2017": 1, "2018": 1, "2019": 1, "2020": 1, "2021": 4, "2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:49.050000 - Last modified: 2025-10-09 13:35:41.356000 ============================================================
Numann, E.J.: Vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'cassatieprocedure']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2013:1244: HR 15 november 2013
ECLI:NL:GHAMS:2017:3799: Gerechtshof Amsterdam 19 september 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2017": 1, "2018": 1, "2019": 1, "2020": 1, "2021": 4, "2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:49.050000 - Last modified: 2025-10-09 13:35:41.356000 ============================================================
32
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:2370 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:2370
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-12-21
- Datum publicatie: 2018-12-20
- Datum aangepast: 2025-06-02
- Zaaknummer: 17/05979
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:2370
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:4030, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1139, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2019/105; RvdW 2019/76; NJ 2019/31; INS-Updates.nl 2019-0002; INS-Updates.nl 2019-0028; RI 2019/19; RO 2019/14; JOR 2019/74 met annotatie van mr. U.B. Verboom; RAV 2019/24; JONDR 2019/9; Ondernemingsrecht 2019/89 met annotatie van M.L. Lennarts; JIN 2019/161 met annotatie van Duinkerke, E.; OR-Updates.nl 2019-0126; UDH:TvCu/15382 met annotatie van Mr. L. Krieckaert
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:2370
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
21-12-2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2017:4030, Hof ’s‑Hertogenbosch, arrest 19-09-2017 (gedeeltelijke vernietiging met verwijzen)
Conclusie PHR: ECLI:NL:PHR:2018:1139 (gevolgd)
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiser] (bestuurder van Geocopter B.V.) — eiser in cassatie
Naam of typering gedaagde
J.D.E. van den Heuvel, curator in het faillissement van Geocopter B.V. — verweerder in cassatie
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:248 BW wegens door de bestuurder ([eiser]) in strijd met 2:246 BW gedaan eigen verzoek tot faillietverklaring van Geocopter B.V.; vraag of dat handelen als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling kwalificeert en of aansprakelijkheid jegens de boedel bestaat. Feiten: aandeelhoudersvergaderingen in okt–dec 2011 met voorbehoud toestemming, verstrekte leningen/participaties, betaling salarissen 27-12-2011, eigen aangifte faillissement d.d. 27-12-2011; na verzoek en mondelinge behandeling faillissement op 11-01-2012; later aantoonbare klantovereenkomst (EGS) d.d. 23-12-2011 ontdekt door curator. [rov. 3.1 e.v.; 3.4.4–3.4.10; i–xvi]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Curator vordert (voor zover in cassatie relevant) verklaring voor recht dat [eiser] onbehoorlijk heeft bestuurd en hoofdelijk aansprakelijk is voor boedelschulden voor zover niet uit te baten baten voldaan; veroordeling tot betaling van €5.950,-- en voorschot boedeltekort €250.000,--. [rov. feiten en vorderingen]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
2:248 BW; subsidiair 2:9 BW en 6:162 BW; regeling inzake bevoegdheid tot aangifte: 2:246 BW. [3.3; rov. over toepassing wetten]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- AVA 17-10-2011: toestemming aan directie “om faillissement aan te vragen indien dat noodzakelijk mocht blijken” [rov. 3.1(v)].
- Besluit AVA en opvolgende vergaderingen waren gericht op behoud continuïteit en herstructurering; lening van €75.000 door participanten (29-11-2011) en verdere plannen [rov. 3.1(vi)-(ix)].
- Betaling salarissen en managementfee d.d. 27-12-2011 door [betrokkene 2] met bankpas van [eiser] [rov. 3.1(xi)].
- [eiser] deed eigen aangifte faillissement 27-12-2011 met toelichting dat investeerders tweede tranche niet zouden storten en loonsbetalingen niet meer mogelijk waren; mondelinge behandeling 11-01-2012; faillissement uitgesproken 11-01-2012 [rov. 3.1(xii)-(xiv)].
- Curator vond na faillissement op 18-01-2012 post met EGS-overeenkomst gedateerd 23-12-2011 voor verkoop van helikopter à €225.000 [rov. 3.1(xv)].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Geocopter oprichting, aandeelhoudersstructuur en bestuur door [eiser] en RBH Holding: erkend door beide partijen [i].
- Data AVA’s, besluiten en notities zoals weergegeven: erkend door beide partijen [v–ix].
- Eigen aangifte faillissement d.d. 27-12-2011 en faillissementsuitspraak 11-01-2012: erkend door beide partijen [xii–xiv].
- Ontvangst EGS-documenten per 18-01-2012 (door curator later aangetroffen): erkend door beide partijen [xv].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
In eerste aanleg/gevolgd door rechtbank en hof: curator stelt dat handelen van [eiser] kennelijk onbehoorlijk was ex 2:248 BW en schadeplichtigheid volgt; beroep op vernietiging van betaling ex art. 47 Fw door curator; geen specifieke procedurele verweren in cassatie (verweerster niet verschenen). [rov. en procesverloop]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:248 BW; 2:246 BW; 2:9 BW; 6:162 BW; art. 47 Fw (vernietiging van betaling). [3.3; xi–xvi]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Curator betwist dat aanvraag faillissement rechtmatig en niet benadelend was voor schuldeisers; stelt dat [eiser] geen overleg voerde, niet verifieerde financiële stand en niet op de hoogte was van de EGS‑overeenkomst, zodat het aanvragen en persisteren bij de aanvraag kennelijk onbehoorlijk was en schuldeisers is benadeeld. (hofoverwegingen zoals weergegeven) [rov. 3.4.4–3.4.10; xi–xv]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen herstelaanbod door [eiser] genoemd in de beschikking; curator heeft betaling van €5.950,-- en voorschot €250.000,-- gevorderd; curator riep vernietiging van betaling ex 47 Fw in (betaling door [betrokkene 2] aan [eiser] op 27-12-2011). [3.1(xi); xvi]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- HR vat 2:248 lid 1 BW: aansprakelijkheid bij kennelijk onbehoorlijke taakvervulling en causaliteit met faillissement; maatstaf Panmo (HR 8-6-2001): geen redelijk denkend bestuurder zou aldus hebben gehandeld [rov. 3.7].
- HR licht 2:246 BW: bestuur is zonder AVA‑opdracht niet bevoegd tot aangifte faillissement; deze bepaling beschermt vennootschap/aandeelhouders maar schending kan ook schuldeisers schaden en zodoende aanleiding geven tot aansprakelijkheid ex 2:248/2:9 BW [3.3.2].
- HR oordeelt dat hof ten onrechte onvoldoende had vastgesteld of en op welke wijze de aanvraag van faillissement door [eiser] de gezamenlijke schuldeisers heeft geschaad en of [eiser] wist of behoorde te weten dat schuldeisers zouden worden benadeeld; hof ging ook niet in op stelling dat [eiser] faillissement had gevraagd om schuldeisers te beschermen tegen verdere onverhaalbare schulden. Daardoor onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering; onderdelen van middel 1 slagen. [rov. slotsamenvatting van vernietiging]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Noodzaak van duidelijke motivering of bewijs dat schending 2:246 BW daadwerkelijk schuldeisers schaadde en dat bestuurder wist of behoorde te weten van die benadeling; relevante afweging tussen bescherming van vennootschap/aandeelhouders (2:246 BW) en gezamenlijke schuldeisers (2:248 BW). Hof had onvoldoende ingegaan op causale relatie en op de stelling van beschermingsmotief van [eiser]. Daarom vernietiging en verwijzing. [3.3.2; 3.4.10; deel over onderdelen 1.1 en 1.4]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof ’s‑Hertogenbosch van 19-09-2017 en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De curator wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van [eiser] tot €502,49 verschotten en €2.600,-- salaris, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-betaling binnen 14 dagen. [slotbeschikking]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Vernietiging van het arrest van het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 19 september 2017.
- Verwijzing naar gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.
- Proceskostenveroordeling curator zoals hierboven vermeld. [slotbeschikking]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Curator veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiser]: €502,49 (verschotten) en €2.600,-- (salaris); rente bij niet-betaling binnen 14 dagen. [slotbeschikking]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; standaard niet ten uitvoer gelegd door HR-beschikking (geen expliciete verklaring uitvoerbaar-bij-voorraad in arrest).
RECHTER:
Polak, M.V.: raadsheer; openbaar uitgesproken
Streefkerk, C.A.: vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: raadsheer
Sieburgh, C.H.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 1 BW', 'aansprakelijkheid bestuurders bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, hoofdelijke aansprakelijkheid jegens boedel indien oorzaak faillissement']
2:246 BW: ['2:246 BW', 'bevoegdheid bestuur tot aangifte faillissement zonder opdracht AVA']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'aansprakelijkheid jegens vennootschap voor onrechtmatige handelingen van bestuur']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
47 Fw: ['47 Fw', 'vernietiging rechtsgevolg van handelingen voorafgaande aan faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2017:4030: Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch, arrest 19-09-2017
ECLI:NL:PHR:2018:1139: Conclusie PHR 2018
ECLI:NL:HR:2001:AB2053: HR (Panmo) 8-06-2001
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:43:28.719000 ============================================================
Polak, M.V.: raadsheer; openbaar uitgesproken
Streefkerk, C.A.: vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: raadsheer
Sieburgh, C.H.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 1 BW', 'aansprakelijkheid bestuurders bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, hoofdelijke aansprakelijkheid jegens boedel indien oorzaak faillissement']
2:246 BW: ['2:246 BW', 'bevoegdheid bestuur tot aangifte faillissement zonder opdracht AVA']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'aansprakelijkheid jegens vennootschap voor onrechtmatige handelingen van bestuur']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
47 Fw: ['47 Fw', 'vernietiging rechtsgevolg van handelingen voorafgaande aan faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2017:4030: Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch, arrest 19-09-2017
ECLI:NL:PHR:2018:1139: Conclusie PHR 2018
ECLI:NL:HR:2001:AB2053: HR (Panmo) 8-06-2001
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:43:28.719000 ============================================================
33
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:1899 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:1899
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-10-12
- Datum publicatie: 2018-10-11
- Datum aangepast: 2025-06-02
- Zaaknummer: 17/02554
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:1899
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:576, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:819, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Aansprakelijkheidsrecht. Rechtspersonenrecht. Onrechtmatig handelen jegens moedermaatschappij; als gevolg daarvan schade voor dochtermaatschappij. Lijdt ook moedermaatschappij schade en komt deze schade voor vergoeding in aanmerking? HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564 (Poot/ABP) en HR 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2443 (Chipshol/Coopers&Lybrand).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2018/1955; RvdW 2018/1115; JIN 2018/209 met annotatie van E.S. Ebels, R.A.G. de Vaan; RN 2018/104; RAV 2018/102; JOR 2019/30 met annotatie van prof. mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk; JONDR 2018/1183; Ondernemingsrecht 2019/127 met annotatie van B.F. Assink; OR-Updates.nl 2019-0149; NJ 2021/176 met annotatie van G. van Solinge
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:1899
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
12-10-2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:GHSHE:2017:819, Hof 's-Hertogenbosch, 28-02-2017 (arrest vernietigd en verwezen)
ECLI:NL:PHR:2018:576, Conclusie A-G, 2018 (contrair vermeld)
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiseres 1] en [eiseres 2] (samen: holding en dochtermaatschappij; in cassatie aangeduid als de holding en de dochtermaatschappij, gezamenlijk [eiseres])
Naam of typering gedaagde
Gemeente Gilze en Rijen (de Gemeente)
CASUS:
Geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens door de Gemeente genomen bestuursbesluiten (1 en 15 juni 2005; 7 en 20 september 2005) die aanleg en gebruik van containerveld en beregeningsinstallatie betroffen. Bestuursrechtelijk zijn die besluiten vernietigd/herroepen, en de Gemeente is onrechtmatig jegens de holding gehandeld (voor zover niet betrekking had op beregeningsinstallatie). [Eiseres] vordert vergoeding van waardevermindering van aandelen en gederfd dividend en winstderving als gevolg van de besluiten. Dispuut of en in hoeverre schade van de dochtermaatschappij tevens vergoedingstoets oplevert voor de holding.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
A. € 1.211.691,-- (waardedaling aandelen c.q. gederfd dividend) vermeerderd met wettelijke rente;
B. schade wegens winstderving na 31-12-2011 door holding en dochtermaatschappij, op te maken bij staat;
(en andere onderdelen niet in cassatie van belang)
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Aansprakelijkheid onrechtmatige daad en toerekening: 6:162 BW (onrechtmatige daad) en 6:98 BW (toerekening van gevolgschade) [rov. 3.5.2]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Holding houdt 100% aandelen dochter; bedrijfsactiviteiten grotendeels in dochter ondergebracht; besluiten gemeente hinderden exploitatie dochter, waardoor dochter minder winst maakte [conclusie A-G 1.1-1.14; rov. 3.1(v)-(vii)].
- Externe rapportage becijfert bruto winstderving voor holding op €1.211.691,-- (rapport 4-1-2010) [3.1(vii)].
Vaststellingen: erkend door beide partijen
- Besluiten gemeente (1/15 juni 2005; 7/20 sept 2005) zijn bestuursrechtelijk vernietigd/herroepen en de Gemeente heeft onrechtmatig gehandeld jegens de holding (voor zover niet beregeningsinstallatie) [3.1(v)-(vi)].
- Holding houdt alle aandelen in dochtermaatschappij [3.1(i)].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- Geen grondslag voor vordering van holding inzake waardevermindering of gederfd dividend; schade die dochter heeft geleden kan niet via holding op de gemeente worden doorgeschoven (afgeleide schaderegel) [rov. 4.4 en 3.4.1].
- Hof stelde dat geen vaststelling mogelijk is dat holding daadwerkelijke schade (waardevermindering/dividendderving) heeft geleden; abstracte schadeberekening niet toereikend [rov. 4.4].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Verwijzing naar jurisprudentie over afgeleide schade en uitzondering bij specifiek jegens aandeelhouder onzorgvuldig handelen: HR 2-12-1994 (Poot/ABP) en HR 15-6-2001 (Chipshol/Coopers&Lybrand) [rov. 3.4.1-3.4.2]; voorts 6:98 BW toegelicht in cassatie [rov. 3.5.2].
Feitelijke betwistingen vanuit gedaagde perspectief
- Gemeente stelt (zoals hof) dat de schade die dochter heeft geleden niet toerekenbaar als schade van de holding is zonder concrete vaststelling van waardevermindering of gemiste dividenduitkeringen; holding schuift daarmee schade van dochter door naar zichzelf [rov. 4.4].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen aanbod tot herstel of betaling vermeld in de uitspraak.
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling rechtsvraag en relevante rechtsregels
- HR bevestigt dat de reguliere regel geldt dat bij onrechtmatig handelen jegens een vennootschap in beginsel alleen die vennootschap kan vorderen (afgeleide schaderegel), doch dat die regel niet van toepassing is als in de zaak vaststaat dat jegens de vennootschap geen onrechtmatige daad is gepleegd. In dat geval blijft de vraag open of de houder van alle aandelen zelf schade heeft geleden die rechtstreeks aan hem kan worden toegerekend en vergoed (vgl. HR Poot/ABP en Chipshol) [rov. 3.4.1-3.5.2].
- Toerekening en vergoedbaarheid van door de Gemeente veroorzaakte schade aan de holding hangt af van feiten en causaliteit en toepassing van 6:98 BW (toerekening) en eventueel specifieke onzorgvuldigheid jegens de aandeelhouder [rov. 3.5.2].
Dragende motieven
- Het hof had verondersteld dat de reguliere afgeleide-schadeleer toepassing vond en hield daarom vordingen van holding buiten; HR oordeelt dat het hof daarbij een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd omdat in cassatie vaststaat dat jegens de dochter geen onrechtmatig handelen was vastgesteld in hoger beroep (dus regel niet toepasselijk) en dat het daarom feitelijk behoort te onderzoeken of de holding zelfstandig schade heeft geleden en of die schade aan de Gemeente kan worden toegerekend [rov. 3.4.1–3.5.3].
- HR vindt het oordeel van het hof dat niet vast te stellen is dat holding schade leed onvoldoende gemotiveerd/gegrond gegeven de stellingen en de berekening die [eiseres] heeft overgelegd; daarom vernietigt HR en verwijst voor nader onderzoek naar feiten en causaliteit.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- HR vernietigt het arrest van het hof 's-Hertogenbosch van 28-02-2017.
- Verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Niet inhoudelijk beslist ten aanzien van de hoofdvorderingen; afdoening door verwijzing mogelijk in vervolgprocedure. (Hof-oordeel dat onderdelen A en B bij gebrek aan grondslag afgewezen waren, is door HR vernietigd.)
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Gemeente veroordeeld in kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiseres]: € 6.682,49 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij gebreke van betaling binnen 14 dagen [slotbepaling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet expliciet vermeld; geen uitvoerbaarverklaring bij voorraad opgenomen.
RECHTER:
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
du Perron, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:98 BW: ['6:98 BW', 'toerekening van gevolgschade']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1994:ZC1564: HR 2 december 1994 (Poot/ABP)
ECLI:NL:HR:2001:AB2443: HR 15 juni 2001 (Chipshol/Coopers&Lybrand)
ECLI:NL:GHSHE:2017:819: Hof 's-Hertogenbosch 28-02-2017
ECLI:NL:HR:2018:1899: HR 12-10-2018
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:13:05.189000 ============================================================
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
du Perron, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:98 BW: ['6:98 BW', 'toerekening van gevolgschade']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1994:ZC1564: HR 2 december 1994 (Poot/ABP)
ECLI:NL:HR:2001:AB2443: HR 15 juni 2001 (Chipshol/Coopers&Lybrand)
ECLI:NL:GHSHE:2017:819: Hof 's-Hertogenbosch 28-02-2017
ECLI:NL:HR:2018:1899: HR 12-10-2018
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:13:05.189000 ============================================================
34
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:470 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:470
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-03-30
- Datum publicatie: 2018-03-29
- Datum aangepast: 2025-06-02
- Zaaknummer: 16/06014
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2018:470
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1419, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:4036, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Vervolg op HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011/8. Invloed collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders (art. 2:9 BW) op persoonlijk ernstig verwijt als bestuurder. Betekenis van schending van normen van financieel recht (art. 3 en 7 (oud) Wte 1995).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2018/755; RN 2018/41; RF 2018/51; RO 2018/39; AA20180502 met annotatie van B.F. Assink; Ondernemingsrecht 2018/81 met annotatie van M.L. Lennarts; RAV 2018/53; JIN 2018/95 met annotatie van R.A. Wolf; RvdW 2018/403; NJ 2018/330 met annotatie van P. van Schilfgaarde; NTHR 2018, afl. 3, p. 160; JONDR 2018/459; JONDR 2018/537; OR-Updates.nl 2018-0063; O&F 2018/3.3 met annotatie van Westenbroek, W.A.; JOR 2018/234 met annotatie van mr. B.I. Kraaipoel
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:470
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
30 maart 2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie van AG: ECLI:NL:PHR:2017:1419, gevolg [r.o. vermeld]
Cassatie tegen: ECLI:NL:GHSHE:2016:4036 (gerechtshof ’s‑Hertogenbosch 6 sep 2016), bekrachtigd/bevestigd
Voorgaand relevant arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BO1979 (17 dec 2010) [rov. 1 e.v.]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Meerdere particuliere beleggers / investeerders (gezamenlijk: [eisers]) [in cassatie partijenlijst]
Naam of typering gedaagde
TMF Management (BVI) ltd. (bestuurder, rechtspersoon naar vreemd recht) en TMF Netherlands B.V. (TMF c.s.) [verweersters] [p. proces]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Beleggers investeerden (1997–2002) in aandelen van vennootschappen voor een resortproject in Dominicaanse Republiek; project mislukte; beleggers vorderen schadevergoeding van TMF c.s. op grond dat TMF Management als (mede)bestuurder tekort is geschoten en onvoldoende heeft toegezien op naleving van Nederlandse effectenregelgeving (oud 3 en 7 Wte 1995) bij aanbiedingen in Nederland; hof wees vorderingen af; eisers cassatie tegen hofarrest. [inleiding; r.o. 3.1–3.6]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige daad / bestuurdersaansprakelijkheid van TMF Management jegens beleggers. [procesvordering; r.o. samenvatting]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
6:162 BW (onrechtmatige daad) en betrekken van 2:9 BW (collegiale bestuurstaak/verantwoordelijkheid) als relevante context; schending van art. 3 en 7 (oud) Wte 1995 als feitelijke norm. [rov. 3.3–3.6]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- TMF Management was (mede)bestuurder van vier BVI‑vennootschappen voor het project. [rov. 3.6.4]
- TMF Management registreerde inschrijvingen en verstuurde aandeelbewijzen; beheer depotbetalingen gedelegeerd aan TMF Nederland. [rov. 3.6.4]
- Aandelen zijn in Nederland aangeboden/verkocht zonder naleving art. 3 en 7 (oud) Wte 1995; hierdoor schade voor [eisers]. [processtance; r.o. samenvatting]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- TMF Management fungeerde als (mede)bestuurder van meerdere BVI‑vennootschappen. [erkend door beide partijen; r.o. 3.1–3.6]
- De beleggingen en het falen van het project en de door eisers geleden schade staan als feitelijk kader in het geding. [erkend/aanvaard in cassatie samenvatting; r.o. 3.1]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Primair verweer: uitgangspunt dat vennootschap jegens derden aansprakelijk is; bestuurder alleen in uitzonderlijke gevallen aansprakelijk indien persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (HR‑maatstaf). [rov. 3.3.1–3.3.2]
- Betwisting dat collegiale verantwoordelijkheid (2:9 BW) meebrengt dat iedere bestuurder persoonlijk aansprakelijk is jegens derden zonder persoonlijk ernstig verwijt. [rov. 3.3.3]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:9 BW (kollegiale verantwoordelijkheid intern), 6:162 BW (onrechtmatige daad), art. 3 en 7 (oud) Wte 1995. [rov. 3.3–3.6]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- TMF Management heeft slechts administratieve/managementservices verricht; geen aanwijzing dat zij betrokken was bij aanbieding/ verkoop in Nederland of wist/hoorde te weten van schending Wte 1995; geen specifieke taken anders dan administratieve handelingen. [rov. 3.6.4]
- Geen feiten gesteld waaruit volgt dat TMF Management wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat Nederlandssituatie en regelgeving werden geschonden en dat eisers daardoor nadeel zouden lijden. [rov. 3.6.4]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest. [geen aanduiding; r.o. samenvatting]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Hoge Raad bevestigt gehanteerde maatstaf: voor aansprakelijkheid bestuurder tegenover derden is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt; hogere drempel dan voor vennootschap; toepasselijk HR‑jurisprudentie: HR 8‑12‑2006 (Ontvanger/Roelofsen), HR 5‑9‑2014 (Hezemans Air en RCI), HR 8‑7‑2011 (trustmaatschappij) en HR 17‑2‑2017 (2:11 BW context). [rov. 3.3.1–3.3.3]
- Collegiale verantwoordelijkheid (2:9 BW) vormt geen zelfstandig grond voor aansprakelijkheid van iedere bestuurder jegens derden zonder persoonlijk ernstig verwijt; interne taaktoedeling verandert eis van persoonlijk ernstig verwijt niet. [rov. 3.3.2–3.3.3]
- Ook schending van wettelijke bescherming van beleggers (oud 3 en 7 Wte 1995) levert niet per se een vermoeden van persoonlijk ernstig verwijt op; eisers moeten concrete feiten/omstandigheden stellen waaruit blijkt dat bestuurder persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. [rov. 3.3.3]
- Toepassing op feiten: hof had gemotiveerd geoordeeld dat TMF Management vooral administratieve taken had, op BVI was gevestigd, geen aanwijzingen dat zij toezicht had gehouden of moest hebben gehad op naleving Nederlandse regelgeving; hof heeft terecht geoordeeld dat geen persoonlijk ernstig verwijt van persoonlijk handelen/nalaten bewezen is. Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel geen verkeerde rechtsopvatting bevat en niet onbegrijpelijk is. [rov. 3.6.4]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Belang beperking persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders jegens derden: voorkomen defensief bestuurdersgedrag en respect voor separatie vennootschap/wederpartij; hoge bewijslast voor persoonlijk ernstig verwijt noodzakelijk. [rov. 3.3]
- Afweging van feiten: aard van werkzaamheden van TMF Management (administratief, BVI‑vestiging), rol van initiator ([betrokkene 2]) als primair verantwoordelijk voor aanbiedingen in Nederland, ontbreken van feiten dat TMF Management wist of behoorde te weten van overtredingen — leidt tot geen persoonlijk ernstig verwijt. [rov. 3.6.4]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van [eisers]. [slotbepaling]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Beroep in cassatie: verworpen. [eindbeslissing]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- [eisers] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van TMF c.s.: verschotten €6.590,34 en salaris €2.200,00, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen voldaan. [laatste onderdeel arrest]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; geen uitvoerbaar‑bij‑voorraad aangeduid in arrest.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'collegiale verantwoordelijkheid en taakverdeling bestuur']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bijzondere aansprakelijkheidsregeling (verwijzing in HR jurisprudentie)']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid (persoonlijk ernstig verwijt)']
3 Wte 1995: ['3 Wte 1995', 'aanbieding effecten (oud)']
7 Wte 1995: ['7 Wte 1995', 'effectenbemiddeling/vergunning (oud)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2010:BO1979: HR 17 december 2010
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014 (Hezemans Air)
ECLI:NL:HR:2014:2627: HR 5 september 2014 (RCI)
ECLI:NL:HR:2011:BP8686: HR 8 juli 2011
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17 februari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2016:4036: Gerechtshof 's‑Hertogenbosch 6 september 2016
ECLI:NL:PHR:2017:1419: Conclusie AG 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2016": 1, "2017": 1, "2018": 7, "2019": 7, "2020": 8, "2021": 11, "2022": 16, "2023": 10, "2024": 11, "2025": 6} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:23.179000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'collegiale verantwoordelijkheid en taakverdeling bestuur']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bijzondere aansprakelijkheidsregeling (verwijzing in HR jurisprudentie)']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid (persoonlijk ernstig verwijt)']
3 Wte 1995: ['3 Wte 1995', 'aanbieding effecten (oud)']
7 Wte 1995: ['7 Wte 1995', 'effectenbemiddeling/vergunning (oud)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2010:BO1979: HR 17 december 2010
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014 (Hezemans Air)
ECLI:NL:HR:2014:2627: HR 5 september 2014 (RCI)
ECLI:NL:HR:2011:BP8686: HR 8 juli 2011
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17 februari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2016:4036: Gerechtshof 's‑Hertogenbosch 6 september 2016
ECLI:NL:PHR:2017:1419: Conclusie AG 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2016": 1, "2017": 1, "2018": 7, "2019": 7, "2020": 8, "2021": 11, "2022": 16, "2023": 10, "2024": 11, "2025": 6} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:23.179000 ============================================================
35
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2015:1600 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2015:1600
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2015-06-12
- Datum publicatie: 2015-06-12
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 14/02087
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2015:1600
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:230; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:9956, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Procesrecht, verbintenissenrecht. Schade als gevolg van onrechtmatig gelegd beslag. Vergoeding kosten ter voorbereiding gedingstukken en instructie van de zaak, art. 237-240 Rv, art. 6:96 lid 2 en 3 BW. Exclusieve en limitatieve regeling vergoeding proceskosten.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2015/1199; RvdW 2015/747; JWB 2015/214; RBP 2015/61; NJ 2016/380 met annotatie van H.B. Krans; JBPr 2016/17 met annotatie van mr. S.M.A.M. Venhuizen; JOR 2016/17 met annotatie van mr. G.J.P. Molkenboer; PS-Updates.nl 2019-0333
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2015:1600
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
2015-06-12
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:230 [conclusie A-G; randnrs niet vermeld]
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2013:9956, Bekrachtiging/bevestiging (arrest hof 31-12-2013)
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiser] (erfgenaam)
Naam of typering gedaagde
Coöperatieve Rabobank Emmen-Coevorden U.A. (bank, verweerder)
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Rabobank legde conservatoir beslag op het onverdeelde huis van nalatenschap ten behoeve van vordering tegen med-erfgenaam [A]. [eiser] vorderde vergoeding van schade die hij als gevolg van het beslag zou hebben geleden, waaronder kosten van rechtsbijstand, reis-/verloren inkomsten en aangetekende brieven. Kort geding leidde tot opheffing beslag; hoger beroep eindigde in vaststellingsovereenkomst. Kantonrechter wees vordering af; hof oordeelde onrechtmatig beslag en kende beperkte vergoeding toe berekend volgens liquidatietarief; eiser stelde cassatie in bij HR.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Primair: schadevergoeding € 12.478,44 (vervolgens gewijzigd naar € 7.808,44 en in appel aanspraak op volledige proceskosten van eerste aanleg en appel). In appel tevens verklaring voor recht onrechtmatige daad jegens [eiser].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Art. 6:162 lid 1 BW; art. 6:96 lid 2 en 3 BW; art. 237-241 Rv (met name 237-240 Rv en 241 Rv).
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Rabobank heeft conservatoir beslag gelegd op aandeel [A] in onverdeeld onroerend goed; exploot vermeldt beslag op aandeel [A] in onverdeelde nalatenschap [rov. 3.1(ii)]. [erkend door beide partijen]
- Als gevolg van het beslag heeft [eiser] kosten gemaakt voor rechtsbijstand, reis- en verletkosten, gederfde inkomsten en kosten aangetekende brieven [rov. feiten zoals vordering geformuleerd]. [stelling eiser]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Het beslag is gelegd door Rabobank; het kort geding leidde tot opheffing van het beslag; in hoger beroep is schikking gesloten en zaak geroyeerd. [erkend door beide partijen]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Geen misbruik van procesrecht / geen opzet; fout technisch van aard; geen bijzondere omstandigheden die volledige vergoeding rechtvaardigen. (hof rov. 6.5-6.6)
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Art. 237-241 Rv; art. 6:96 lid 3 BW; art. 241 Rv; art. 6:162 BW werd genoemd in beoordeling.
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Rabobank betwist dat sprake is van opzet of van zodanige buitengewone omstandigheden dat afwijken van het liquidatietarief gerechtvaardigd is; betwist aanspraak op integrale vergoeding van door eigen raadsman gefactureerde kosten.
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel vermeld; partijregeling in hoger beroep liet schadeposten grotendeels open, met expliciete vermelding dat eventuele schade nog openstond.
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
Hoge Raad bevestigt dat Rabobank onrechtmatig heeft gehandeld door het beslag te leggen (aanname cassatie-uitgangspunt). Vervolgens overweegt HR dat art. 237-240 Rv, in samenloop met art. 241 Rv en art. 6:96 lid 3 BW, een limitatieve en exclusieve regeling vormt voor vergoeding van kosten die plegen te worden begrepen in proceskosten (waaronder kosten ter voorbereiding van gedingstukken en instructie). Die regeling derogeert art. 6:96 lid 2 BW, zodat bij samenloop in beginsel uitsluitend proceskostenregels van toepassing zijn en geen volle schadevergoeding kan worden geëist, behoudens buitengewone omstandigheden (citeer memorie van toelichting bij wijziging Rv; rov. over samenloop en reikwijdte). Het hof heeft terecht geoordeeld dat de door eiser gevorderde posten onder die verrichtingen vallen en dat onvoldoende bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te wijken van liquidatietarief.
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Wetgeverlijke uitleg en parlementaire toelichting bepalen dat proceskostenregeling limitatief/exclusief is bij procederen; doelen proceskostenrecht (verdeling van procesrisico, voorkomen belemmering toegang tot recht) wegen mee; volledige vergoeding alleen in bijzondere omstandigheden zoals misbruik van procesrecht of opzet; die bijzondere omstandigheden zijn in casu niet aangetoond. Daarom slechts vergoeding volgens liquidatietarief.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie.
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Beroep van [eiser] wordt verworpen; oordeel van hof dat Rabobank onrechtmatig handelde maar aanspraak van [eiser] op vergoeding van de in art. 237-240 Rv bedoelde kosten beperkt is en berekend wordt naar liquidatietarief wordt bekrachtigd (hofarrest gehandhaafd).
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
[eiser] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van Rabobank begroot op nihil. (geen nadere bedragen vermeld)
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld.
RECHTER:
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
Polak, M.V.: raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer en openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad; aansprakelijkheid voor schade']
6:96 BW: ['6:96 lid 2 en 3 BW', 'regeling vergoeding immateriële en bepaalde schadeposten; limitatie bij proceskosten regels']
237 Rv: ['237 Rv', 'proceskostenregeling; salaris en verschotten advocaat']
238 Rv: ['238 Rv', 'liquidatietarief en berekening proceskosten']
239 Rv: ['239 Rv', 'beperking bij partijen niet in persoon procederen; alleen salarissen en verschotten advocaat ten laste']
240 Rv: ['240 Rv', 'specificatie en omvang van proceskostenregels']
241 Rv: ['241 Rv', 'samenloop proceskosten en schadevergoeding; derogatie art. 6:96 lid 2']
50 Onteigeningswet: ['50 Onteigeningswet', 'wettelijke regeling inzake vergoeding in onteigeningszaken (genoemd ter analogie)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2015:230: Conclusie AG 2015
ECLI:NL:GHARL:2013:9956: Hof Arnhem-Leeuwarden 31-12-2013
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:39:36.839000 ============================================================
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
Polak, M.V.: raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer en openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad; aansprakelijkheid voor schade']
6:96 BW: ['6:96 lid 2 en 3 BW', 'regeling vergoeding immateriële en bepaalde schadeposten; limitatie bij proceskosten regels']
237 Rv: ['237 Rv', 'proceskostenregeling; salaris en verschotten advocaat']
238 Rv: ['238 Rv', 'liquidatietarief en berekening proceskosten']
239 Rv: ['239 Rv', 'beperking bij partijen niet in persoon procederen; alleen salarissen en verschotten advocaat ten laste']
240 Rv: ['240 Rv', 'specificatie en omvang van proceskostenregels']
241 Rv: ['241 Rv', 'samenloop proceskosten en schadevergoeding; derogatie art. 6:96 lid 2']
50 Onteigeningswet: ['50 Onteigeningswet', 'wettelijke regeling inzake vergoeding in onteigeningszaken (genoemd ter analogie)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2015:230: Conclusie AG 2015
ECLI:NL:GHARL:2013:9956: Hof Arnhem-Leeuwarden 31-12-2013
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:39:36.839000 ============================================================
36
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2014:2628 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2014:2628
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2014-09-05
- Datum publicatie: 2014-09-05
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 13/03314
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:2628
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:371, Contrair
INHOUDSINDICATIE:
Vennootschapsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. Overschrijding volmacht. Werd volmacht verleend aan gevolmachtigde in persoon of in hoedanigheid van bestuurder? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877, NJ 1977/521. Hoge drempel bestuurdersaansprakelijkheid (HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21). Onderscheid met geval dat betrokkene niet optreedt bij zijn taakvervulling als bestuurder, maar als deskundig bemiddelaar (dienstverlener); HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, NJ 2013/302 (Spaanse Villa). Strekt de (beweerdelijk) geschonden norm tot bescherming volmachtgever?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2014/1014; RI 2014/91; NJB 2014/1636; JWB 2014/327; RO 2014/75; JONDR 2014/1024; NJ 2015/21 met annotatie van P. van Schilfgaarde; Bb 2015/2.1; AA20140933 met annotatie van M.J.G.C. Raaijmakers; NTHR 2014, afl. 6, p. 292; TvPP 2014, afl. 5, p. 156; JOR 2014/296 met annotatie van prof. dr. M.J. Kroeze; OR-Updates.nl 2014-0415 met annotatie van M. Mussche; PS-Updates.nl 2019-0305
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2014:2628
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
05-09-2014
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie parket: ECLI:NL:PHR:2014:371 (Contrair) [rov. vooraf; processtukken; bij conclusie AG] [r.o. geïndiceerd]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuuurder, aannemer)
[eiseres] (vennootschap/partij gevestigd in VS) — EISERES tot cassatie [processtukken; geding]
Naam of typering gedaagde
[verweerder] (natuurlijke persoon; bestuurder van Tulip-vennootschappen) — VERWEERDER in cassatie [processtukken; geding]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Verkoop van twee vliegtuigen door [eiseres]; volmachten verleend aan [verweerder]; koper Turbine betaalde USD 230.000 aan Tulip Air Lease in plaats van rechtstreeks aan [eiseres]; [eiseres] vordert terugbetaling van USD 230.000 van Tulip Air Lease en persoonlijk van [verweerder] wegens overschrijding volmacht / onrechtmatige daad; rechtbank en hof wijzen vordering tegen [verweerder] af omdat hij zou hebben gehandeld in hoedanigheid van bestuurder; Hoge Raad onderzoekt of hof ten onrechte oordeelde dat geschonden norm niet tot bescherming van [eiseres] strekte en of aansprakelijkheid bestuurder terecht is beoordeeld [inzake vols/hoedanigheid en toepasselijkheid verzwaarde maatstaf] [rov. 3–4; feiten (i)-(vi)].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Betaling door [verweerder] van USD 230.000,-- aan [eiseres] (vervanging/prestatie tot teruggaaf) [processtuk; eis in eerste aanleg en hoger beroep]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid — met verwijzing naar 6:162 BW (onrechtmatige daad) en algemene leerstukken rond bestuurdersaansprakelijkheid (ernstig verwijt) [rov. 3.5.2; jurisprudentie: HR 20 juni 2008; HR 11 maart 1977; HR 23 nov 2012; HR 6 okt 1989 Beklamel]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [verweerder] trad op als gevolmachtigde en ondertekende volmachten in persoon (14-01-2004 en 07-06-2004) [i, iii] [rov. feiten].
- [verweerder] liet betaling van USD 230.000 aan Tulip Air Lease plaatsvinden en liet doorbetalen USD 160.000 aan Dynamic [iv-v] [rov. feiten].
- Specifieke instructie van [eiseres] aan [verweerder] om koopsom rechtstreeks aan haar te laten overmaken (stelling in hoger beroep en cassatieonderdeel) [rov. onderdeel 2 verwijzing naar stukken].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Dat factuur en betaling via Tulip Air Lease plaatsvonden en bedragen USD 260.000/ USD 254.000/ USD 230.000 en doorbetaling aan Dynamic werden verricht [erkend door beide partijen] [i-vi; rov. feiten].
- Dat volmachten schriftelijk zijn verleend en door [verweerder] zijn ondertekend [erkend door beide partijen] [iii].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- [verweerder] stelt dat hij niet in privé handelde maar in hoedanigheid van bestuurder van Tulip-vennootschappen en dus geen persoonlijke aansprakelijkheid toekomt zonder ernstig verwijt; betwist persoonlijk tekortschieten [rov. rechtbank en hof; rov. 7.5 e.v.].
- Betwist dat hem kennis of redelijk weten toekomt dat Tulip-vennootschappen of Dynamic geen verhaal zouden bieden (ontkent ernstig verwijt ten aanzien van Beklamel-norm) [rov. 13.1; verweer].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Geen specifieke wetsartikelen in verweer genoemd; verweer gesteund op rechtspraak over bestuurdersaansprakelijkheid (HR 20 juni 2008 e.a.) en bewijswaardering [rov. 3.5.2; 7.5 e.v.].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat hij in privé handelde; stelt dat hij handelde als directeur/uit hoofde van bestuursfunctie van Tulip-vennootschappen en dat volmachten waren om legitimatie jegens derden zonder privé-hoedanigheid [rov. 7.5].
- Betwist dat hij wist of behoorde te weten dat betaling aan Tulip-vennootschappen en verdere doorbetaling aan Dynamic tot geen verhaal voor [eiseres] zou leiden; betwist ernstig verwijt [rov. 13.1].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen gebleken aanbod tot herstel of vergoeding in processtukken zoals aangevoerd door hof/HR [processtukken; geen aanbod vermeld].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Vraag of [verweerder] in privé of als bestuurder handelde moet beoordeeld worden naar verhouding tussen [eiseres] en [verweerder] (wat partijen tegenover elkaar verklaarden en mochten afleiden) — HR sluit aan bij HR 11 maart 1977 [rov. 3.4.3]. De wijze van presentatie jegens derden is voor gebondenheid jegens derden relevant, maar niet beslissend voor de verhouding tussen volmachtgever en gevolmachtigde [rov. 3.4.3].
- Aansprakelijkheid van bestuurder naast vennootschap vereist persoonlijk ernstig verwijt; verzwaarde maatstaf geldt indien handelen geschiedt bij taakvervulling als bestuurder — HR 20 juni 2008 en jurisprudentie [rov. 3.5.2].
- Als betrokkene niet handelde als bestuurder maar als dienstverlener/bemiddelaar, geldt die verzwaarde maatstaf niet (HR 23 nov 2012 Spaanse Villa) [rov. 3.5.3].
- Hof mocht waardering van bewijs dat [verweerder] niet in privé handelde begrijpelijk vinden; dit oordeel is niet onbegrijpelijk en blijft staan in cassatie [rov. beantw. onderdeel 1; bewijswaardering; r.o. 7.5 e.v.].
- Ten aanzien van onderdeel 2: het hof oordeelde dat de beweerdelijk geschonden norm niet tot bescherming van [eiseres] strekte omdat [eiseres] op de hoogte was van de slechte financiële toestand van Tulip-vennootschappen; Hoge Raad vernietigt dit oordeel omdat, veronderstellenderwijs aangenomen dat handelen van [verweerder] persoonlijk ernstig verwijtbaar was (overschrijding instructie), bekendheid van [eiseres] met financiële situatie niet uitsluit dat norm tot haar bescherming strekt; ook bezwaar dat aansprakelijkheid afhankelijk zou zijn van kennis van gebrek aan verhaal bij derde (Dynamic) faalt [rov. onderdeel 2; HR overwegingen vernietiging].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Bescherming van derden eist dat status (privé vs bestuurder) primair uit de interne verhouding blijkt tussen volmachtgever en gevolmachtigde; externe presentatie is van bijzaak voor die vraag [HR 11-3-1977; rov. 3.4.3].
- Behoefte aan hoge drempel voor persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid (voorkomen undue chilling en primair aansprakelijkheid vennootschap) weegt mee; daarom geldt verzwaarde maatstaf bij handelen als bestuurder [HR 20-6-2008; rov. 3.5.2].
- Niettemin: indien sprake kan zijn van persoonlijk ernstig verwijt door overschrijding expliciete instructie, kan norm wél tot bescherming van de volmachtgever strekken; hof had dit onvoldoende onderzocht/motiveren bij zijn afwijzing van aansprakelijkheid op grond van bekendheid van [eiseres] met financiële toestand [rov. onderdeel 2; HR vernietiging].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2013 en verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing [slotbepaling; beslisregels].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Cassatieberoep van [eiseres] wordt gegrond verklaard voor het onder onderdeel 2 bestreden gedeelte; het bestreden arrest wordt vernietigd en verwezen; overige klachten ongegrond (onderdeel 1 faalt) [rov. slotsom].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Hoge Raad veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiseres]: verschotten € 6.361,89 en salaris advocaat € 2.600,-- [slotbeschikking; kostenveroordeling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet uitdrukkelijk vermeld; gewone HR-uitspraak met verwijzing en kostenveroordeling (kostenbeslissing uitvoerbaar bij voorraad niet vermeld in tekst).
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer; openbaar uitgesproken door G. de Groot
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / zorgvuldigheidsnormen / schadevergoeding']
3: (HR 11 maart 1977 ref): ['11 maart 1977 HR (ECLI:NL:HR:1977:AC1877)', 'toepassing volmacht/hoedanigheid beoordeling tussen partijen']
20 juni 2008 HR (ref): ['20 juni 2008 HR (ECLI:NL:HR:2008:BC4959)', 'hoog drempel bestuurdersaansprakelijkheid / ernstig verwijt']
23 november 2012 HR (Spaanse Villa): ['23 november 2012 HR (ECLI:NL:HR:2012:BX5881)', 'onderscheid handelen als bestuurder vs handelen als bemiddelaar/dienstverlener']
6 oktober 1989 HR (Beklamel): ['6 oktober 1989 HR (ECLI:NL:HR:1989:XXXX)', 'onvoldoende verhaal / precontractuele/transactionele waarschuwingen (Beklamel-norm)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1977:AC1877: HR 11 maart 1977
ECLI:NL:HR:2008:BC4959: HR 20 juni 2008
ECLI:NL:HR:2012:BX5881: HR 23 november 2012
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI not known (hof Den Haag arrest eerder): Gerechtshof Den Haag 26 maart 2013 (geviseerd arrest)
ECLI not known (rechtbank Rotterdam vonnissen): Rechtbank Rotterdam 17 september 2008 en 11 november 2009
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:17:37.404000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer; openbaar uitgesproken door G. de Groot
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / zorgvuldigheidsnormen / schadevergoeding']
3: (HR 11 maart 1977 ref): ['11 maart 1977 HR (ECLI:NL:HR:1977:AC1877)', 'toepassing volmacht/hoedanigheid beoordeling tussen partijen']
20 juni 2008 HR (ref): ['20 juni 2008 HR (ECLI:NL:HR:2008:BC4959)', 'hoog drempel bestuurdersaansprakelijkheid / ernstig verwijt']
23 november 2012 HR (Spaanse Villa): ['23 november 2012 HR (ECLI:NL:HR:2012:BX5881)', 'onderscheid handelen als bestuurder vs handelen als bemiddelaar/dienstverlener']
6 oktober 1989 HR (Beklamel): ['6 oktober 1989 HR (ECLI:NL:HR:1989:XXXX)', 'onvoldoende verhaal / precontractuele/transactionele waarschuwingen (Beklamel-norm)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1977:AC1877: HR 11 maart 1977
ECLI:NL:HR:2008:BC4959: HR 20 juni 2008
ECLI:NL:HR:2012:BX5881: HR 23 november 2012
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI not known (hof Den Haag arrest eerder): Gerechtshof Den Haag 26 maart 2013 (geviseerd arrest)
ECLI not known (rechtbank Rotterdam vonnissen): Rechtbank Rotterdam 17 september 2008 en 11 november 2009
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:17:37.404000 ============================================================
37
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2014:1204 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2014:1204
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2014-05-23
- Datum publicatie: 2014-05-22
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 13/02497
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:1204
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:332, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:150, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Aansprakelijkheid (enig) indirect bestuurder gefailleerde dochtervennootschap; art. 6:162 BW. Substantiële betalingen aan moedervennootschap ten behoeve van managementfees. Benadeling schuldeisers dochtervennootschap. Maatstaf voor persoonlijk en ernstig verwijt; aansluiting bij HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659. Beroep op verrekening tussen moeder- en dochtervennootschap; vereist dat moedervennootschap partij is in het geding? Art. 6:7 lid 2 BW.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2014/1098; JWB 2014/234; RvdW 2014/750; RN 2014/72; NJ 2014/325 met annotatie van P. van Schilfgaarde; RO 2014/65; JONDR 2014/771; Ondernemingsrecht 2014/141 met annotatie van M.H.C. Sinninghe Damsté; JIN 2014/129 met annotatie van J. van der Kraan; JOR 2014/229 met annotatie van mr. J. van Bekkum; OR-Updates.nl 2014-0221
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2014:1204
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
23 mei 2014
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:332 (Adv.-Gen.); Gevolgd
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2013:150 (Gerechtshof Den Haag), (gedeeltelijke) vernietiging met verwijzing
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Curator (eiser in cassatie), eiser in eerste aanleg tegen [eiser] (enig bestuurder)
Naam of typering gedaagde
[eiser] (enig bestuurder/indirect bestuurder van moeder- en dochtervennootschap), verweerder in cassatie
CASUS:
Curator vordert vergoeding van € 190.660,00 (gedeeltelijk € 175.660,00 door hof toegewezen) wegens onrechtmatige daad van [eiser] doordat hij als (enig/indirect) bestuurder bevorderde dat Bouwbedrijf vlak voor faillissement substantiële betalingen deed aan moedervennootschap Beheer, waardoor schuldeisers van Bouwbedrijf werden benadeeld. Betwistingen betreffen aansprakelijkheid, aard betalingen (managementfees e.d.) en beroep op verrekening tussen Beheer en Bouwbedrijf.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
Verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens gezamenlijke crediteuren van Bouwbedrijf; betaling aan boedel van € 190.660,00 (door hof € 175.660,00 toegewezen).
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Onrechtmatige daad: 6:162 BW; verrekening: 6:7 lid 2 BW; (vergelijking) maatstaf HR 8 dec. 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758).
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [eiser] bevorderde dat Bouwbedrijf van 5 jan–24 feb 2004 betalingen aan Beheer deed ten bedrage van € 190.660,00. [rov. (i)].
- Bouwbedrijf had vlak voor betalingen aanmerkelijk negatief vermogen; crediteuren grotendeels onbetaald; meldingen aan fiscus wegens betalingsonmacht; beslaglegging door fiscus. [rov. 14–15]
- [eiser] had zeggenschap over zowel Beheer als Bouwbedrijf en voerde de bedrijfsvoering. [rov. 12, 15, 17]
Vaststellingen: erkend door beide partijen
- Dat betalingen van in totaal € 190.660,00 zijn verricht door Bouwbedrijf aan Beheer in genoemde periode. [rov. (i)]
- Faillissement Bouwbedrijf 16 maart 2004; faillissement Beheer 13 dec. 2005. [rov. (ii)]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- Betalingen waren geen paulianeuze/onrechtmatige preferente voldoening maar betrekking hebbend op managementfees, huur en leasetermijnen ten behoeve van Beheer; taak- en werkverdeling binnen concern. [rov. 16–17]
- Beroep op verrekening: curator zou bedrag € 37.339,82 reeds via verrekening met boedelvordering van Beheer hebben ontvangen; art. 6:7 lid 2 BW zou vrijwaring kunnen geven. [rov. 21–23; memorie grieven]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- 6:162 BW; 6:7 lid 2 BW; (faillissementsrechtelijk) art. 51 lid 1 Fw en art. 53 Fw werden in stukken genoemd door curator (faillissementsargumentatie). [rov. 3.4.6]
Feitelijke betwistingen vanuit gedaagde
- Betwist dat betalingen onrechtmatig of paulianeus zijn; betoogt zakelijke grondslagen (managementfees, huur/lease) en verwevenheid rechtspersonen die betalingen legitimeert. [rov. 16–17]
- Betwist dat vermeende schade van € 37.339,82 niet reeds door verrekening is voldaan. [rov. 21–23]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen aanbod tot herstel; geen door de rechtbank/hof vastgestelde betaling door [eiser] ten gunste van boedel in onderhavige procedure (betwisting verrekening).
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling rechtsvraag en uitleg wetsartikelen/jurisprudentie
- Toepassing maatstaf HR 8-12-2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758): bestuurder aansprakelijk uit onrechtmatige daad indien zijn handelen of nalaten jegens schuldeiser zodanig onzorgvuldig is dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt; in het bijzonder wanneer hij wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat zijn handelen zou leiden tot niet-nakoming en gebrek aan verhaal. [rov. 3.3.3; naar HR 8-12-2006 rov. 3.5]
Dragende motieven van het oordeel
- Hof achtte bewezen/genoegzaam gesteld dat: (i) bevordering substantiële betalingen aan Beheer vlak voor faillissement; (ii) aanmerkelijk negatief vermogen; (iii) crediteuren onbetaald; (iv) meldingen betalingsonmacht; (v) fiscaal beslag; (vi) zeggenschap [eiser] over beide vennootschappen; (vii) bedrijfsvoering in handen van [eiser]; (viii) taakverdeling tussen vennootschappen doet niet af aan benadeling crediteuren. Gelet hierop kon [eiser] redelijkerwijs begrijpen dat betalingen tot niet-nakoming en gebrek aan verhaal zouden leiden en valt hem persoonlijk een ernstig verwijt te maken. [rov. 12–18]
Weging beroep op verrekening
- Hof heeft niet vastgesteld of Beheer daadwerkelijk een boedelvordering had en of verrekening heeft plaatsgevonden; hof verwerpt beroep op verrekening omdat Beheer geen partij zou zijn in procedure; Hoge Raad oordeelt dat art. 6:7 lid 2 BW geen eis stelt dat derde schuldenaar partij moet zijn en dat hof de feiten omtrent verrekening onvoldoende heeft onderzocht; daarom vernietigt HR en verwijst terug. [rov. 21–23; 3.4.5–3.4.6]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- HR vernietigt het arrest van Gerechtshof Den Haag van 22 januari 2013.
- Verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.
- Veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie: aan zijde van [eiser] begroot op € 2.013,31 (verschotten) en € 2.600,-- (salaris).
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Geen definitieve beslissing op materiële vordering jegens [eiser] in cassatie; eerdere toewijzing door hof wordt vernietigd en nader onderzoek bij hof Amsterdam gelast.
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Curator veroordeeld in kosten van de cassatieprocedure: € 2.013,31 verschotten en € 2.600,-- salaris aan de zijde van [eiser].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet vermeld; HR-uitspraak bevat verwijzing en kostenveroordeling maar geen uitvoerbaar-bij-voorraad aanduiding voor de primaire geschilpunten.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (openbaar uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (algemene aansprakelijkheid)']
6:7 BW: ['6:7 lid 2 BW', 'werking van nakoming/verrekening ten opzichte van medeschuldenaren']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (aanwijzing dat niet vastgesteld)']
51 Fw: ['51 lid 1 Fw', 'onvoldoende restitutie ex Fw / vordering tot teruggave (faillissementsrecht)']
53 Fw: ['53 Fw', 'gevolgen van betaling en verrekening in faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:GHDHA:2013:150: Gerechtshof Den Haag 22 januari 2013
ECLI:NL:HR:2014:1204: HR 23 mei 2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:15:26.610000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (openbaar uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (algemene aansprakelijkheid)']
6:7 BW: ['6:7 lid 2 BW', 'werking van nakoming/verrekening ten opzichte van medeschuldenaren']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (aanwijzing dat niet vastgesteld)']
51 Fw: ['51 lid 1 Fw', 'onvoldoende restitutie ex Fw / vordering tot teruggave (faillissementsrecht)']
53 Fw: ['53 Fw', 'gevolgen van betaling en verrekening in faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:GHDHA:2013:150: Gerechtshof Den Haag 22 januari 2013
ECLI:NL:HR:2014:1204: HR 23 mei 2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:15:26.610000 ============================================================
38
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2012:BY0662 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2012:BY0662
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2012-11-30
- Datum publicatie: 2013-04-05
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 11/03435
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2012:BY0662
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BY0662
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW; persoonlijk ernstig verwijt? Beroep op verjaring; art. 3:310 BW; nieuwe rechtsvordering (door wijziging grondslag) in hoger beroep?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2012/1524; JWB 2012/566
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2012:BY0662
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
30-11-2012
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Hoger beroep / eerdere beslissingen waarop cassatie ziet:
- ECLI:NL:PHR:2012:BY0662 (Conclusie van de Advocaat‑Generaal) [rnr. 2]
- Hof Arnhem, zaak 200.013.432, arrest 26-04-2011 [rnr. 1a]
- Rb. Zutphen, zaken 88642/HA ZA 07-916, vonnissen 16-01-2008 en 07-05-2008 [rnr. 1a]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[Eiser] (eiser tot cassatie) [titel en rnr. vooraan]
Naam of typering gedaagde
Banque Artesia Nederland N.V. (verweerder in cassatie) [titel en rnr. vooraan]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil tussen [eiser] en Artesia betreffende bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad [6:162 BW] en verweren waaronder verjaring [3:310 BW]; behandeling in lagere instanties en hof heeft op 26-04-2011 beslist; cassatie gericht tegen dat arrest [rnr. inhoudsindicatie, 1a, 2].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Toewijzing vorderingen in hoofdzaak (schadevergoeding op grond van bestuurdersaansprakelijkheid) zoals in lagere instanties ingesteld [rnr. dossierverwijzing in feitelijke instanties 1a].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
6:162 BW (onrechtmatige daad) [inhoudsindicatie]; 3:310 BW (verjaring) [inhoudsindicatie]; art. 81 lid 1 RO (beoordeling cassatiemiddelen) [rnr. 3].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
Stellingen omtrent persoonlijk ernstig verwijt van bestuurder en dat jegens eiser onrechtmatig is gehandeld; stellingen over termijn en aanvang verjaring [inhoudsindicatie; rnr. inhoudsindicatie].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Erkende/onweersproken stellingen: geen specifieke feitelijke erkenningen in arrest vermeld; geen vaststelling als "erkend door beide partijen" in bestreden arrest opgenomen in cassatie‑samenvatting [rnr. 1a–2].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
Verweer dat de vorderingen niet toewijsbaar; verweer van verjaring [3:310 BW] en betwisting van persoonlijk ernstig verwijt; beroep op bewijsstandpunt zoals in het geding in feitelijke instanties (concreet verweer opgenomen in conventionele processtukken, zie hof en rechtbank) [rnr. 1a–2].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
3:310 BW; 6:162 BW; art. 81 lid 1 RO (toepassing in cassatie) [inhoudsindicatie; rnr. 3].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Artesia betwist dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt ten aanzien van bestuurders en betwist aansprakelijkheid en/of dat de vorderingen niet verjaard zijn; betwist wijziging van grondslag die een nieuwe rechtsvordering zou vormen in hoger beroep (indien aan de orde) [inhoudsindicatie; rnr. inhoudsindicatie].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest van de Hoge Raad of de samenvatting daarvan [rnr. arresttekst 1–3].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
Hoge Raad oordeelt dat de in cassatiemiddelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en laat het bestreden arrest van het hof in stand. De HR motiveert dit niet uitvoerig omdat toepassing van art. 81 lid 1 RO betekent dat nadere motivering niet vereist is indien de klachten geen vragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen [81 lid 1 RO; rnr. 3].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Dragende motieven: de aangevoerde middelen slagen niet en roepen geen relevante rechtsvragen op die cassatie rechtvaardigen; daarom verwerping van het beroep zonder nadere behandeling [rnr. 3].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en bekrachtigt daarmee het arrest van het hof (indirect) [rnr. 4].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Het beroep in cassatie wordt verworpen. (Geen wijziging van bestreden oordeel door de Hoge Raad) [rnr. 4].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Eiser (cassant) wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van Artesia: € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,00 voor salaris (totaal genoemde bedragen) [rnr. 4].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; geen uitvoerbaarverklaring in arresttekst opgenomen [rnr. 4].
RECHTER:
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Loth, M.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer en openbaar uitspraak gedaan door hem
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid']
3:310 BW: ['3:310 BW', 'verjaring']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatiemiddelen/artikel over afwijzing zonder inhoudelijke motivering wanneer geen rechtsontwikkeling nodig']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2012:BY0662: Conclusie A-G 2012
ECLI:NL:GHDHA:2011:200.013.432: Hof Arnhem 26-04-2011
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 16-01-2008: Rb Zutphen 16-01-2008
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 07-05-2008: Rb Zutphen 07-05-2008
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:17:12.072000 ============================================================
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Loth, M.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer en openbaar uitspraak gedaan door hem
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid']
3:310 BW: ['3:310 BW', 'verjaring']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatiemiddelen/artikel over afwijzing zonder inhoudelijke motivering wanneer geen rechtsontwikkeling nodig']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2012:BY0662: Conclusie A-G 2012
ECLI:NL:GHDHA:2011:200.013.432: Hof Arnhem 26-04-2011
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 16-01-2008: Rb Zutphen 16-01-2008
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 07-05-2008: Rb Zutphen 07-05-2008
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:17:12.072000 ============================================================
39
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2012:BX5881 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2012:BX5881
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2012-11-23
- Datum publicatie: 2013-04-05
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 11/03296
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2012:BX5881
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5881
INHOUDSINDICATIE:
Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder anders dan voor tekortkoming of onrechtmatig handelen vennootschap door onbehoorlijke taakvervulling; maatstaf; niet vereist dat bestuurder ernstig verwijt kan worden gemaakt, ook niet indien onrechtmatige gedragingen bestuurder moeten worden toegerekend aan vennootschap.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RN 2013/12; NJB 2012/2477; RO 2013/8; RvdW 2012/1473; RAV 2013/22; JONDR 2013/8; Ondernemingsrecht 2013/47 met annotatie van M.J. Kroeze; NJ 2013/302 met annotatie van P. van Schilfgaarde; JWB 2012/542; Bb 2014/34.1; AA20130125 met annotatie van M.J.G.C. Raaijmakers; JA 2013/59 met annotatie van Mr. F. Leopold, Mr. R. van Vlooten; JOR 2013/40 met annotatie van W.J.M. van Andel, K. Rutten; OR-Updates.nl 2012-0326
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2012:BX5881
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
23 november 2012
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5881 (conclusie Advocaat‑Generaal L. Timmerman)
Hof: ECLI:NL:GHZHYD:2011:?? (arrestopgaaf in dossier; het hofarrest betreft HD 200.058.066 van het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch van 12 april 2011) [rov.1 en verwijzing bij aanhef; rov.2]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[Eiser] — (indirect) bestuurder van de Vennootschap; eiser in cassatie
Naam of typering gedaagde
[Verweerder] c.s. — kopers/consumenten; verweerders in cassatie
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Kopers (verweerders) kochten in Spanje via contacten met een bemiddelende Vennootschap een villa die later bleek illegaal gebouwd en gesloopt; eiser (als betrokken/ deskundig intermediair en (indirect) bestuurder van de Vennootschap) heeft volgens hof nagelaten koper te informeren/onderzoek te verrichten omtrent bouwvergunningen en slooprisico, waardoor schade is ontstaan; geschil betrof aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder naast aansprakelijkheid vennootschap [rov.3.1‑3.2].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Eiser vordert cassatie (aanvechten van hofarrest). In lagere instanties vorderden verweerders schadevergoeding en hoofdelijke veroordeling van eiser en Vennootschap tot betaling van schadevergoeding [rov.3.2.1‑3.2.2].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Onrechtmatige daad [6:162 BW] en zorgvuldigheidsnormen jegens derden; verwijzing naar bestuurdersaansprakelijkheid en zorgplicht [2:9 BW] in middel, en Hofs toepassing van onrechtmatige daad; (in cassatie relevante jurisprudentie omtrent bestuurdersaansprakelijkheid HR 8 dec. 2006 e.a.) [rov.3.4].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Vennootschap bemiddelde in Spaanse onroerend goed en presenteerde project Prever op beurs; eiser betrokken als intermediair en (indirect) bestuurder [rov.3.1(i)-(ii)].
- Eiser toonde project, zag waarschuwingsborden en meldde risico's bagatelliserend; gaf suggesties en begeleidde kopers bij bezichtigingen en onderhandelingen; kopers betaalden en villa werd later gesloopt wegens ontbreken bouwvergunning [rov.3.1(iii)-(ix)].
Vaststellingen: erkend door beide partijen waar door hof tot feiten gerekend (feiten over bezoeken, mededelingen, betalingen) [rov.3.1; rov.3.2.2].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
In cassatie voert eiser (bestuurder) aan dat hof onjuist maatstaf heeft toegepast: bestuurder kan slechts persoonlijk aansprakelijk zijn naast vennootschap indien hem een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (naar HR‑jurisprudentie inzake onbehoorlijke taakuitoefening/art.2:9 BW); voorts dat die maatstaf niet van toepassing is indien onrechtmatig handelen geldt als gedraging van vennootschap en dat geen ernstig verwijt bestaat tenzij bestuurder heeft geleid tot onbetaald/onverhaalbaar blijven van vordering vennootschap [rov.3.3].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:9 BW (taakvervulling bestuurder), 6:162 BW (onrechtmatige daad) en jurisprudentie HR (o.a. HR 8 dec. 2006 LJN AZ0758) [rov.3.4].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Eiser betwist dat hem persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt dat persoonlijke aansprakelijkheid rechtvaardigt naast aansprakelijkheid van de vennootschap; betwist toepassing van maatstaf uit bestuurdersaansprakelijkheid in deze casus; stelt dat hof ten onrechte eiser persoonlijk aansprakelijk heeft gehouden op grond van zijn rol als bestuurder zonder bewijs van onbehoorlijke taakuitoefening die tot oninvorderbaarheid van vordering vennootschap heeft geleid [rov.3.3‑3.4].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel in cassatie vermeld; in feitelijke instanties geen specifiek herstelaanbod door eiser genoemd in samenvatting [rov.3.1‑3.2].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
De Hoge Raad oordeelt dat de maatstaf die geldt voor aansprakelijkheid van een bestuurder in gevallen van onbehoorlijke taakuitoefening (vereiste ernstig verwijt) — zoals ontwikkeld in rechtspraak (o.a. HR 8‑12‑2006) — niet zonder meer van toepassing is op gevallen waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden op grond van een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsnorm (onrechtmatige daad) die losstaat van zijn taakuitoefening als bestuurder. Voor die gevallen gelden de gewone regels van onrechtmatige daad; het is niet vereist dat sprake is van een ernstig verwijt zoals bij bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakuitoefening. Dit geldt ook indien de gedragingen van de bestuurder tevens als gedragingen van de vennootschap kunnen gelden [rov.3.4.1‑3.4.2].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Motieven: onderscheid tussen (a) aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder (waarbij bescherming crediteuren tegen onbetaald/onverhaalbaar blijven vorderingen centraal staat en waarvoor ernstig verwijt vereist is) en (b) aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad gebaseerd op persoonlijke zorgplicht jegens derden. In de laatste situatie volgen aansprakelijkheid en toetsing de gewone regels van onrechtmatige daad; vereiste ernstig verwijt is niet toepasselijk. Daarom faalt het cassatiemiddel dat het hof aldus had moeten toetsen [rov.3.4].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser en bevestigt daarmee het arrest van het hof (veroordeling van eiser en Vennootschap door het hof). Eiser wordt in de kosten van cassatie veroordeeld, tot op deze uitspraak aan zijde verweerders begroot op nihil [Beslissing, punt 4].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Cassatieberoep van [eiser] wordt verworpen. (Het hofarrest, waarin eiser en de Vennootschap hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van €200.000 aan verweerders, blijft in stand.) [rov.4 en rov.3.2.2].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van verweerders tot op deze uitspraak begroot op nihil. (Exacte overige kosten van lagere instanties niet in cassatie‑arrest vermeld.) [Beslissing].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld in uitspraak.
RECHTER:
Bakels, F.B.: Vice‑president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht behoorlijke taakuitoefening bestuurder']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:21:28.369000 ============================================================
Bakels, F.B.: Vice‑president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht behoorlijke taakuitoefening bestuurder']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:21:28.369000 ============================================================
40
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2002:AE7011 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2002:AE7011
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2002-11-29
- Datum publicatie: 2013-04-04
- Datum aangepast: 2026-02-18
- Zaaknummer: C01/096HR
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2002:AE7011
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE7011
INHOUDSINDICATIE:
-
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; JOL 2002, 647; NJ 2003, 455; RvdW 2002, 195; Ondernemingsrecht 2003, 18 met annotatie van J.B. Wezeman; JWB 2002/435; JOR 2003/2 met annotatie van Steef M. Bartman
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2002:AE7011
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
29-11-2002
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE7011 (conclusie Advocaat-Generaal J. Spier) [r.o. 2; conclusie AG]
Hof: Gerechtshof te Arnhem, arrest 12-12-2000 (aan arrest gehecht) [r.o. 1; 3.1-3.3]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[Eiser], voormalig statutair directeur (en eiser tot cassatie) [r.o. Inleidende gegevens]
Naam of typering gedaagde
[Verweerster], vennootschap (papierproducent) en verloofster in cassatie / eiser in eerste aanleg [r.o. Inleidende gegevens; 3.1(i)]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid en schadevergoeding wegens verkoop/optieverlening van aandelen in Xeikon. [verweerster] vordert vergoeding van geleden schade omdat [eiser] zonder toestemming raad van commissarissen een optie op alle aandelen Xeikon verleende en de aandelen aan ISTD verkocht, waarna ISTD snel tegen veel hogere prijzen doorverkocht. Hof veroordeelde [eiser]; HR vernietigt en verwijst voor verdere behandeling wegens onvoldoende motivering omtrent ernstig verwijt bij schending statutaire goedkeuring. [r.o. 3.1-3.4; 4]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Betaalvordering van [verweerster] tegen [eiser]: Bfr. 161.190.000,-- (alternatief Bfr. 124.880.000,--), met wettelijke rente vanaf genoemde data [r.o. 1].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Aansprakelijkheid bestuurder art. 2:9 BW (bestuurdersaansprakelijkheid) en in het geding ook verwijzing naar 2:24c BW begrip deelneming; mogelijk art. 6:162 BW werd kort genoemd maar Hof baseerde zich op art. 2:9 BW [r.o. 3.4.4-3.4.5; 3.3].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [Eiser] verleende namens [verweerster] optie op alle (33.750) aandelen Xeikon aan ISTD voor Bfr. 1.300 per aandeel (optie tot 31-5-1994) [r.o. 3.1(vi)].
- ISTD oefende optierechten uit rond 7-3-1994 en 19-4-1994; ISTD verkocht nadien de aandelen op 18-3-1994 (9300 stuks) aan [A] voor Bfr. 5.750 en op 9-5-1994 (24450 stuks) aan AGIF voor Bfr. 6.800 [r.o. 3.1(vii)-(viii)].
- Statuten art. 20 lid 1 onder d en e vereisen goedkeuring RvC voor nemen/verminderen van deelneming en ingrijpende samenwerking [r.o. 3.1(ii)].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Dat [eiser] statutair directeur was van 1-3-1992 tot 1-8-1994 [erkend door beide partijen] [r.o. 3.1(i)].
- Dat ISTD de aandelen heeft doorverkocht tegen hogere prijzen zoals genoemd [erkend door beide partijen] [r.o. 3.1(vii)-(viii)].
- Dat statutaire artikel 20 lid 1 bevatte de genoemde goedkeuringseisen [erkend door beide partijen] [r.o. 3.1(ii)].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
[Eiser] betwist aansprakelijkheid; stelde onder meer dat geen toestemming RvC vereist was (geen 2:164 lid 1 BW-besluit), patroon bestond dat niet-bestuurders vergelijkbare transacties deden zonder toestemming, RvC had geen belangstelling en had impliciet geconsenteerd, en dat niet vaststaat dat hij wist/hoorde te weten dat derden hogere prijzen zouden betalen [r.o. 3.3; 3.4.5].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Aanvoer met betrekking tot 2:164 lid 1 BW in proces; hoofdgrondslag discussie art. 2:9 BW en begrip deelneming in verband met statuten (vergelijk 2:24c BW) [r.o. 3.4.1-3.4.2; 3.4.4].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat aandelen als deelneming in zin statuten/wet moesten worden aangemerkt; betoogt dat geen RvC-toestemming nodig was [r.o. 3.4.1].
- Betwist dat het niet vragen van toestemming zonder meer ernstig verwijtbaar was; wijst op praktijk/patronen en omstandigheid dat RvC geen belangstelling toonde of impliciet toestemming gaf [r.o. 3.4.5].
- Betwist dat hij wist of behoorde te weten dat derden veel hogere prijzen zouden betalen; betwist causaliteit en omvang schade [r.o. 3.4.6].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding in de bestreden beslissingen vermeld [geen vermelding in r.o.].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
De Hoge Raad vernietigt het Hofarrest omdat het Hof heeft geoordeeld dat het enkel niet vragen van de statutair vereiste goedkeuring van de RvC voldoende was om zonder nadere motivering te concluderen dat sprake was van een ernstig verwijt in de zin van art. 2:9 BW. De HR benadrukt dat de omstandigheid van strijd met statuten een zwaarwegende indicatie voor aansprakelijkheid vormt, maar dat de rechter alle door de bestuurder aangevoerde feiten en omstandigheden die mogelijk het ernstig verwijt kunnen wegnemen uitdrukkelijk in zijn oordeel moet betrekken en motiveren. Het Hof heeft dat nagelaten; daarom dient doorverwijzing naar Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling te volgen. [r.o. 3.4.5; 4]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Belang dat statutaire beschermingsbepalingen zwaar meewegen voor aansprakelijkheid [r.o. 3.4.5].
- Tegelijk belang van rechtsstaatelijke motiveringsplicht: indien bestuurder omstandigheden aanvoert ter rechtvaardiging/disculpatie, moeten die omstandig worden betrokken en gemotiveerd beoordeeld; zonder dat geen deugdelijke uitspraak over 'ernstig verwijt' mogelijk is. Daarom vernietiging en verwijzing. [r.o. 3.4.5; 4]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Vernietigt het arrest van Gerechtshof Arnhem van 12-12-2000. [beslissing]
- Verwijst het geding naar Gerechtshof te 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing. [beslissing]
- Veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie: aan zijde van [eiser] € 4.358,95 aan verschotten en € 1.590,-- voor salaris. [beslissing] [r.o. 4]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Niet van toepassing op cassatiebeslissing m.b.t. hoofdvordering; cassatie leidt tot vernietiging en verwijzing; geen inhoudelijke beslissing over hoofdvordering door HR. [r.o. 4]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
[Verweerster] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: € 4.358,95 verschotten en € 1.590,-- salaris aan de zijde van [eiser]. [r.o. 4]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; standaard HR-uitspraak bevat geen uitvoerbaar-bij-voorraad aanduiding in de tekst. [geen specifieke vermelding]
RECHTER:
Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, G.G.: vice-president en voorzitter
van der Putt-Lauwers, A.E.M.: raadsheer
Aaftink, H.A.M.: raadsheer
Beukenhorst, D.H.: raadsheer
Hammerstein, A.: raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (ernstig verwijt)']
2:24c BW: ['2:24c BW', 'begrip deelneming/context statuten']
2:164 BW: ['2:164 lid 1 BW', 'besluitvorming bij rechtspersonen (waardecriteria relevantie)']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (genoemd maar niet door Hof als grondslag gebruikt)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2002:AE7011: HR 29-11-2002
ECLI not known: Gerechtshof te Arnhem, arrest 12-12-2000 (zaaknummer niet vermeld in cassatietekst)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-04-07 23:11:24.725982 ============================================================
Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, G.G.: vice-president en voorzitter
van der Putt-Lauwers, A.E.M.: raadsheer
Aaftink, H.A.M.: raadsheer
Beukenhorst, D.H.: raadsheer
Hammerstein, A.: raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (ernstig verwijt)']
2:24c BW: ['2:24c BW', 'begrip deelneming/context statuten']
2:164 BW: ['2:164 lid 1 BW', 'besluitvorming bij rechtspersonen (waardecriteria relevantie)']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (genoemd maar niet door Hof als grondslag gebruikt)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2002:AE7011: HR 29-11-2002
ECLI not known: Gerechtshof te Arnhem, arrest 12-12-2000 (zaaknummer niet vermeld in cassatietekst)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-04-07 23:11:24.725982 ============================================================