In het antwoord zijn 28 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.
1
WETSARTIKEL 1:
- Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2)
- Titel: Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
- Afdeling: Afdeling 5. Het bestuur van de vennootschap en het toezicht op het bestuur
- Artikel: Artikel 248
- Gegevens: lid 1: In geval van faillissement van de vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. lid 2: Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen. lid 3: Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. lid 4: De rechter kan het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld. De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als zodanig in functie is geweest in de periode waarin de onbehoorlijke taakvervulling plaats vond. lid 5: Is de omvang van het tekort nog niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. lid 6: De vordering kan slechts worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de vordering niet in de weg. De bestuurder is niet bevoegd tot verrekening met een vordering op de vennootschap. lid 7: Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen een door de rechter benoemde bewindvoerder of een door de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam aangestelde bestuurder als bedoeld in artikel 356, onder c. lid 8: Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van artikel 9. lid 9: Indien een bestuurder ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing. lid 10: Artikel 138 lid 10 is van toepassing.
- Relevantie score: 0.592
5
WETSARTIKEL 5:
- Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6)
- Titel: Titel 1. Verbintenissen in het algemeen
- Afdeling: Afdeling 10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding
- Artikel: Artikel 102
- Gegevens: lid 1: Rust op ieder van twee of meer personen een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade, dan zijn zij hoofdelijk verbonden. Voor de bepaling van hetgeen zij krachtens artikel 10 in hun onderlinge verhouding jegens elkaar moeten bijdragen, wordt de schade over hen verdeeld met overeenkomstige toepassing van artikel 101, tenzij uit wet of rechtshandeling een andere verdeling voortvloeit. lid 2: Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, vindt artikel 101 toepassing op de vergoedingsplicht van ieder van de in het vorige lid bedoelde personen afzonderlijk, met dien verstande dat de benadeelde in totaal van hen niet meer kan vorderen dan hem zou zijn toegekomen, indien voor de omstandigheden waarop hun vergoedingsplichten berusten, slechts één persoon aansprakelijk zou zijn geweest. Indien verhaal op een der tot bijdragen verplichte personen niet ten volle mogelijk blijkt, kan de rechter op verlangen van een hunner bepalen dat bij toepassing van artikel 13 het onvoldaan gebleven deel mede over de benadeelde omgeslagen wordt.
- Relevantie score: 0.574
6
WETSARTIKEL 6:
- Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6)
- Titel: Titel 3. Onrechtmatige daad
- Afdeling: Afdeling 1. Algemene bepalingen
- Artikel: Artikel 162
- Gegevens: lid 1: Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. lid 3: Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
- Relevantie score: 0.573
25
WETSARTIKEL 25:
- Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6)
- Titel: Titel 1. Verbintenissen in het algemeen
- Afdeling: Afdeling 10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding
- Artikel: Artikel 99
- Gegevens: Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.
- Relevantie score: 0.545
28
WETSARTIKEL 28:
- Wet: Burgelijk Wetboek 2 (BW 2)
- Titel: Titel 1. Algemene bepalingen
- Afdeling: nan
- Artikel: Artikel 9
- Gegevens: lid 1: Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. lid 2: Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.
- Relevantie score: 0.544
31
WETSARTIKEL 31:
- Wet: Burgelijk Wetboek 6 (BW 6)
- Titel: Titel 1. Verbintenissen in het algemeen
- Afdeling: Afdeling 10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding
- Artikel: Artikel 98
- Gegevens: Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.
- Relevantie score: 0.542
40
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2025:192 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2025:192
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2025-02-07
- Datum publicatie: 2025-02-06
- Datum aangepast: 2025-05-21
- Zaaknummer: 24/00775
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:192
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1352; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:10349
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Verbintenissenrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Passeren bewijsaanbod in hoger beroep.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2025/256; JONDR 2025/272
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2025:192
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 7 februari 2025
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
- ECLI:NL:PHR:2024:1352 (Conclusie Advocaat-Generaal)
- ECLI:NL:GHARL:2023:10349 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden)
Datum arrest hof: 5 december 2023
PARTIJEN:
Eiseres: MABELO B.V. (bedrijf)
Gedaagde: [verweerder] (natuurlijke persoon), ENVY HOLDING B.V., SUSTAINABLE FUTURE INVESTMENTS B.V., [Holding] B.V. (vennootschappen)
CASUS:
Mabelo vordert in cassatie vernietiging van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2023 in een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid en verbintenissenrecht. De zaak betreft onder meer de vraag of het bewijsaanbod in hoger beroep is gepasseerd en de aansprakelijkheid van bestuurders op grond van art. 6:162 BW.
VORDERING (EISER):
- Beoogd rechtsgevolg: vernietiging van het arrest van het hof en toewijzing van haar vorderingen
- Juridische grondslag: bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW), art. 81 lid 1 RO
- Feitelijke stellingen: het hof heeft het bewijsaanbod in hoger beroep onterecht gepasseerd; bestuurders zijn aansprakelijk
- Vaststellingen: feiten en bewijsaanbod zijn door het hof beoordeeld; Mabelo betwist de rechtmatigheid van het oordeel van het hof
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: het beroep is ongegrond; het bewijsaanbod is terecht gepasseerd; geen bestuurdersaansprakelijkheid
- Aangehaalde wetsartikelen: art. 81 lid 1 RO
- Feitelijke betwistingen: Mabelo heeft onvoldoende onderbouwd dat het hof onjuist heeft geoordeeld
- Aanbod tot herstel/vergoeding: niet vermeld
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van Mabelo niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad hoeft geen motivering te geven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft (art. 81 lid 1 RO). Het bewijsaanbod is terecht gepasseerd en de bestuurdersaansprakelijkheid is niet onjuist beoordeeld.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Het cassatieberoep wordt verworpen.
- Mabelo wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente.
- Verstek is verleend tegen Envy c.s.; hun kosten worden op nihil begroot.
- Uitvoerbaar bij voorraad: niet vermeld.
RECHTER:
de Groot, G.: president en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Salomons, F.R.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
ter Heide, A.E.B.: raadsheer en openbaar uitspraak
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieberoep, motiveringsplicht']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2023:10349: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2023
ECLI:NL:PHR:2024:1352: Conclusie Advocaat-Generaal 2024
AANTAL REFERENTIES: {} METADATA: - Created at: 2025-07-23 14:56:52.260000 - Last modified: 2025-10-09 13:45:34.936000 ============================================================
de Groot, G.: president en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Salomons, F.R.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
ter Heide, A.E.B.: raadsheer en openbaar uitspraak
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieberoep, motiveringsplicht']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2023:10349: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2023
ECLI:NL:PHR:2024:1352: Conclusie Advocaat-Generaal 2024
AANTAL REFERENTIES: {} METADATA: - Created at: 2025-07-23 14:56:52.260000 - Last modified: 2025-10-09 13:45:34.936000 ============================================================
41
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2024:1352 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2024:1352
- Instantie: Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2024-12-13
- Datum publicatie: 2024-12-12
- Datum aangepast: 2025-02-08
- Zaaknummer: 24/00775
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht; Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Bijzondere kenmerken: None
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2024:1352
FORMELE RELATIES:
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:192
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht. Verbintenissenrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW; Beklamelcriterium, verhaalsfrustratie). Hof wijst vorderingen af en hecht belang aan hetgeen aangesproken bestuurder mocht veronderstellen omtrent wat schuldeiser, via tussenpersoon, wist van situatie waarin betrokken vennootschappen verkeerden. Open karakter van toepasselijke ernstigverwijtmaatstaf. Toerekenbaarheid op basis van schuld (art. 6:162 lid 3 BW). Passeren van bewijsaanbod in hoger beroep.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:PHR:2024:1352
Rechterlijke instantie: Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak: 13 december 2024
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Hoger beroep betreft arrest:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2025:192
Rechterlijke instantie: Hoge Raad
Datum uitspraak: 2025 (exacte datum niet vermeld)
PARTIJEN:
Eiser: Mabelo B.V. (financier/consument van lening)
Gedaagde: [verweerder 1] (middellijk bestuurder van SFI, Envy Holding B.V. en [Holding] B.V.) en SFI c.s. (Sustainable Future Investments B.V., Envy Holding B.V., [Holding] B.V.)
CASUS:
Mabelo verstrekte in 2015 via adviseur [betrokkene 1] een lening aan SFI, die deze doorgaf aan MVS voor een mestverwerkingsinstallatie. [verweerder 1] was bestuurder van SFI, Envy en [Holding]. Envy en [Holding] stelden zich garant voor de lening. MVS ging in 2018 failliet, waarna SFI, Envy en [Holding] tekortschoten in hun verplichtingen aan Mabelo. Mabelo stelde [verweerder 1] persoonlijk aansprakelijk als (middellijk) bestuurder wegens bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank wees vorderingen deels toe, het hof wees ze volledig af. Mabelo ging in cassatie tegen het hofarrest.
VORDERING (EISER):
- Rechtsgevolg: hoofdelijke veroordeling van [verweerder 1] en SFI c.s. tot betaling van € 350.000, rente en aflosbonus; verklaring voor recht dat [verweerder 1] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is wegens ernstig verwijtbaar handelen.
- Juridische grondslag: art. 6:162 BW (onrechtmatige daad), met toepassing van het Beklamelcriterium en bestuurdersaansprakelijkheid.
- Feitelijke stellingen: [verweerder 1] wist of had moeten begrijpen dat SFI, Envy en [Holding] hun verplichtingen niet konden nakomen en geen verhaal boden; hij had Mabelo tijdig moeten informeren; garanties waren lege huls; [verweerder 1] handelde in strijd met ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer.
- Vaststellingen: erkend dat MVS failliet ging; erkend dat contact tussen partijen via adviseur [betrokkene 1] verliep; erkend dat SFI, Envy en [Holding] tekortschoten; erkend dat garanties werden afgegeven.
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: geen persoonlijk ernstig verwijt aan [verweerder 1]; hij mocht veronderstellen dat Mabelo via adviseur [betrokkene 1] op de hoogte was van de financiële situatie; garanties waren geen lege huls; geen mededelingsplicht aan Mabelo; bewijsaanbod werd terecht gepasseerd.
- Wetsartikelen: art. 6:162 BW, art. 2:9 BW, art. 2:11 BW, art. 149 en 166 Rv.
- Feitelijke betwistingen: Mabelo was via adviseur volledig geïnformeerd; [verweerder 1] had geen rechtstreeks contact met Mabelo; MVS had perspectief; garanties waren reëel; geen sprake van schijn van kredietwaardigheid; bewijsaanbod niet relevant.
- Aanbod tot herstel/vergoeding: niet expliciet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
- De Hoge Raad bevestigt dat bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW een persoonlijk ernstig verwijt vereist, waarbij het Beklamelcriterium geldt: bestuurder is aansprakelijk indien hij wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden, tenzij verzachtende omstandigheden.
- Het hof mocht meewegen wat [verweerder 1] mocht veronderstellen over de kennis van Mabelo via adviseur [betrokkene 1]. Dit is een relevante omstandigheid, geen onjuiste rechtsopvatting.
- Het hof heeft terecht geoordeeld dat [verweerder 1] geen persoonlijk ernstig verwijt treft, omdat hij mocht aannemen dat Mabelo via adviseur op de hoogte was van de situatie.
- Het hof heeft het bewijsaanbod terecht gepasseerd omdat het niet tot een andere conclusie kon leiden.
- De Hoge Raad wijst de klachten van Mabelo af, onder meer omdat het hof het bewijsaanbod en de betwisting van de kennis van Mabelo via adviseur voldoende heeft gewogen en de maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt correct heeft toegepast.
- De Hoge Raad benadrukt het open karakter van de ernstigverwijtmaatstaf en de terughoudendheid bij bestuurdersaansprakelijkheid.
- Toerekening van kennis aan Mabelo via adviseur is geen toerekening van kennis van een derde, maar een feitelijke omstandigheid die het hof mocht betrekken.
- Schuld(aansprakelijkheid) blijft de grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid, niet toerekening naar verkeersopvattingen.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Het cassatieberoep van Mabelo wordt verworpen.
- Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:10349) blijft in stand.
- Geen vernietiging van het arrest.
- Proceskosten en verdere kosten niet vermeld.
- Uitvoerbaar bij voorraad niet vermeld.
RECHTER:
Assink, B.F.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, persoonlijk ernstig verwijt, Beklamelcriterium']
2:9 BW: ['2:9 lid 1 BW', 'gedragsnorm bestuurder, persoonlijk ernstig verwijt']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'aansprakelijkheid bestuurders van rechtspersoon-bestuurder']
149 Rv: ['149 lid 1, tweede zin Rv', 'bewijslastverdeling']
150 Rv: ['150 Rv', 'bewijslastverdeling']
166 Rv: ['166 lid 1 Rv', 'toelating getuigenbewijs in hoger beroep']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBGEL:2022:1221: Rb. Gelderland 9 maart 2022
ECLI:NL:GHARL:2023:10349: Hof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2023
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17 februari 2017
ECLI:NL:HR:1989:AB9521: HR 6 oktober 1989
ECLI:NL:HR:1999:AA3362: HR 5 november 1999
ECLI:NL:HR:2014:2627: HR 5 september 2014
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI:NL:HR:2009:BI0468: HR 26 juni 2009
ECLI:NL:HR:2015:499: HR 27 februari 2015
ECLI:NL:HR:2023:146: HR 3 februari 2023
ECLI:NL:HR:2022:82: HR 28 januari 2022
AANTAL REFERENTIES: {"2025": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:47.809000 - Last modified: 2025-10-09 13:40:35.951000 ============================================================
Assink, B.F.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, persoonlijk ernstig verwijt, Beklamelcriterium']
2:9 BW: ['2:9 lid 1 BW', 'gedragsnorm bestuurder, persoonlijk ernstig verwijt']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'aansprakelijkheid bestuurders van rechtspersoon-bestuurder']
149 Rv: ['149 lid 1, tweede zin Rv', 'bewijslastverdeling']
150 Rv: ['150 Rv', 'bewijslastverdeling']
166 Rv: ['166 lid 1 Rv', 'toelating getuigenbewijs in hoger beroep']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBGEL:2022:1221: Rb. Gelderland 9 maart 2022
ECLI:NL:GHARL:2023:10349: Hof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2023
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17 februari 2017
ECLI:NL:HR:1989:AB9521: HR 6 oktober 1989
ECLI:NL:HR:1999:AA3362: HR 5 november 1999
ECLI:NL:HR:2014:2627: HR 5 september 2014
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI:NL:HR:2009:BI0468: HR 26 juni 2009
ECLI:NL:HR:2015:499: HR 27 februari 2015
ECLI:NL:HR:2023:146: HR 3 februari 2023
ECLI:NL:HR:2022:82: HR 28 januari 2022
AANTAL REFERENTIES: {"2025": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:47.809000 - Last modified: 2025-10-09 13:40:35.951000 ============================================================
47
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:968 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:968
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-06-23
- Datum publicatie: 2023-06-23
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 22/00107
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:968
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1075, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2021:9619, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW. Verkoop octrooien waarvan opbrengst door bank wordt verrekend, vordering wegens benadeling. Trad curator op voor vennootschap of voor gezamenlijke crediteuren (Peeters/Gatzen)? Uitleg stellingen.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2023/1708; RvdW 2023/732; Sdu Nieuws Insolventierecht 2023/135; JOR 2023/231 met annotatie van mr. drs. N.B. Pannevis; JONDR 2023/681; RN 2023/74; JIN 2023/153 met annotatie van mr. J.A.G. de Boer, mr. M.C. van Rijswijk
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2023:968
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 23 juni 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1075, Contrair
- In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2021:9619
- Bekrachtiging/bevestiging
- Datum uitspraak: 23 juni 2023
PARTIJEN:
Eiser: [eiser], bestuurder en uiteindelijk belanghebbende van Drent Holding B.V.
Gedaagde: Rob Klein q.q., curator in het faillissement van Drent Holding B.V.
CASUS:
De zaak betreft bestuurdersaansprakelijkheid van de bestuurders van Drent Holding B.V. wegens onrechtmatig handelen bij de verkoop van Nederlandse patenten. De opbrengst van € 2 miljoen werd door de bank verrekend met haar vordering op het Drent-concern, waardoor andere schuldeisers werden benadeeld. De curator vordert aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel en/of de gezamenlijke schuldeisers wegens benadeling door onrechtmatig handelen.
VORDERING (EISER):
- Beoogd rechtsgevolg: Primair hoofdelijk aansprakelijkstelling van de bestuurders voor schulden van Drent Holding die niet door vereffening kunnen worden voldaan; subsidiair aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling (art. 2:9 BW) en/of onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) voor schade geleden door Drent Holding en/of gezamenlijke schuldeisers.
- Juridische grondslag: 2:9 BW, 6:162 BW
- Feitelijke stellingen: Bestuurders hebben de verkoop van patenten aan Müller Martini laten plaatsvinden, waarbij de opbrengst werd verrekend door de bank met haar vordering, terwijl Drent Holding failliet was en geen perspectief op voortbestaan bestond. Dit leidde tot benadeling van gezamenlijke schuldeisers.
- Vaststellingen: erkend door beide partijen dat patenten zijn verkocht, opbrengst is verrekend door bank, Drent Holding was failliet, bestuurders waren op de hoogte van financiële situatie.
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: Betwisting dat bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens gezamenlijke schuldeisers; betoog dat vordering alleen ziet op schade van Drent Holding zelf; geen Peeters/Gatzen-vordering ingesteld.
- Feitelijke betwistingen: Gedaagde betwist dat bestuurders persoonlijk ernstig verwijt treft voor onrechtmatig handelen jegens schuldeisers; stelt dat curator vordering niet heeft verduidelijkt of aangepast naar gezamenlijke schuldeisers.
- Aanbod tot herstel/vergoeding: Niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
- De Hoge Raad bevestigt dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn jegens de vennootschap op grond van onbehoorlijke taakvervulling (2:9 BW) en onrechtmatige daad (6:162 BW), mits persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
- Daarnaast kan een bestuurder jegens gezamenlijke schuldeisers aansprakelijk zijn wegens onrechtmatige daad indien hij heeft meegewerkt aan benadeling van schuldeisers door selectieve betaling in het zicht van faillissement (Peeters/Gatzen-vordering).
- Het hof heeft de vordering van de curator terecht zo uitgelegd dat deze mede ziet op aansprakelijkheid jegens gezamenlijke schuldeisers, ondanks dat de vordering formeel ten behoeve van Drent Holding was geformuleerd.
- Bestuurders hebben door verkoop en verrekening van patenten meegewerkt aan selectieve betaling aan de bank, ten koste van andere schuldeisers, wat ernstig verwijtbaar is.
- Klacht dat hof meer heeft toegewezen dan gevorderd faalt omdat uitleg vordering niet onbegrijpelijk is en bestuurders hiervan op de hoogte moesten zijn.
- Overige klachten leiden niet tot cassatie.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Het beroep in cassatie wordt verworpen.
- [eiser] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 2.555,-- vermeerderd met wettelijke rente.
- Geen nadere procesbeslissingen vermeld.
VOLLEDIGE UITSPRAAK:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00107
Datum 23 juni 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], België,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
Rob KLEIN q.q., in hoedanigheid van curator in het faillissement
van Drent Holding B.V.,
kantoorhoudende te Apeldoorn,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en G.J. Harryvan.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/05/317402 / HZ ZA 17-142 van de rechtbank Gelderland van 25 juli 2018;
b. het arrest in de zaak 200.249.147 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 oktober 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging en tot verwijzing ter verdere behandeling en beslissing.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Drent Holding B.V. (hierna: Drent Holding) is een houdstermaatschappij die onder meer alle aandelen houdt in Drent Goebel B.V. (hierna: Drent Goebel).
(ii) Drent Goebel hield zich bezig met het ontwerpen, vervaardigen, reviseren en verkopen van machines in het bijzonder voor de grafische industrie.
(iii) [eiser] en [de medebestuurder] (hierna samen ook: de bestuurders) zijn bestuurders van Drent Holding en Drent Goebel. [eiser] is uiteindelijk belanghebbende van Drent Holding.
(iv) Op 2 juli 2009 heeft Drent Holding aan haar toebehorende (Nederlandse) patenten verkocht aan Müller Martini Druckmaschinen GmbH (hierna: Müller Martini) voor een bedrag van € 2 miljoen. Betaling vond plaats op de bankrekening van Drent Holding bij KBC Bank, die het ontvangen bedrag heeft verrekend met haar vordering op het Drent-concern.
(v) Bij vonnis van de rechtbank Zutphen van 22 september 2009 is Drent Holding in staat van faillissement verklaard. In 2014 is de curator benoemd als (vervangend) curator.
De curator heeft in deze procedure in eerste aanleg – voor zover in cassatie van belang – gevorderd dat de rechtbank:
“I. primair voor recht zal verklaren dat [de bestuurders] als bestuurders van de Holding hoofdelijk (…) aansprakelijk zijn jegens de boedel van de Holding voor het bedrag van de schulden van de Holding voor zover deze schulden niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan,
II. voor zover de rechtbank de vordering onder 1 ten aanzien van [de bestuurders] afwijst voor recht zal verklaren dat [de bestuurders] op grond van het bepaalde in art. 2:9 BW en/of 6:162 BW als bestuurders, hoofdelijk (…) aansprakelijk zijn voor alle door de Holding geleden en de te lijden schade (…).”
De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. In hoger beroep heeft de curator zijn vorderingen gewijzigd. De subsidiaire vordering werd daardoor:
“II. subsidiair voor recht te verklaren dat [de bestuurders] tekort zijn geschoten in de behoorlijke vervulling van de hen opgedragen taak als bedoeld in art. 2:9 BW en/of toerekenbaar onrechtmatig hebben gehandeld als bedoeld in art. 6:162 BW, en [de bestuurders] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van alle door Drent Holding als gevolg daarvan geleden en te lijden schade (…).”
Het hof heeft overwogen dat het de stellingen en vorderingen van de curator zo begrijpt, dat deze mede zijn gericht op onrechtmatig handelen jegens de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding en op vergoeding van de schade die de schuldeisers daardoor hebben geleden. (rov. 1.1) Het heeft – voor zover in cassatie van belang – voor recht verklaard dat de bestuurders bij de verkoop van de Nederlandse patenten toerekenbaar onrechtmatig hebben gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding als bedoeld in art. 6:162 BW en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan geleden en te lijden schade. Het heeft de bestuurders hoofdelijk veroordeeld om aan de curator te betalen alle door de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding als gevolg van dit onrechtmatig handelen geleden en te lijden schade, op te maken bij staat.
Aan zijn oordeel heeft het hof het volgende ten grondslag gelegd.
Een bestuurder kan tegenover de door hem bestuurde rechtspersoon aansprakelijk zijn wegens onbehoorlijke taakvervulling op grond van art. 2:9 BW. Daarnaast kan de bestuurder tegenover de door hem bestuurde rechtspersoon aansprakelijk zijn op grond van art. 6:162 BW. De uit art. 2:9 BW voortvloeiende beperking dat aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling slechts bestaat als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is ook dan van toepassing. Verder kan een bestuurder zich in de uitoefening van zijn bestuurstaken ook schuldig maken aan onrechtmatige handelingen tegenover derden zoals crediteuren. In faillissement kan de curator daarbij schadevergoeding vorderen wegens onrechtmatige daad op de grond dat de bestuurder heeft meegewerkt aan benadeling van schuldeisers van de gefailleerde vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van hun vordering. De bestuurder kan op deze grond aansprakelijk worden gehouden voor schade van de schuldeisers indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeisers in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. (rov. 5.13)
Drent Holding was gerechtigde tot de patenten. De koopsom van € 2 miljoen voor de patenten heeft Müller Martini gestort op de bankrekening van Drent Holding bij KBC Bank, die het ontvangen bedrag heeft verrekend met haar vordering op het Drent-concern. Voor de bestuurders was dit voorzienbaar. Drent Goebel verkeerde in grote problemen, Müller Martini had inmiddels laten weten dat zij van de beoogde samenwerking afzag en de bank had naar aanleiding daarvan gedreigd het krediet op te zeggen. De bestuurders hebben niet duidelijk kunnen maken welk perspectief er op dat moment nog was voor Drent Goebel en Drent Holding, nu het geld om de kostbare productie van machines voort te zetten al langere tijd ontbrak en het zicht op overleving in afgeslankte vorm als verkoop- en serviceorganisatie ook niet meer aanwezig was. Nog minder duidelijk is hoe in deze situatie de bedrijven na de verkoop van de patenten en knowhow aan de belangrijkste concurrent zouden hebben kunnen voortbestaan. Hoewel de verkoop van de patenten als zodanig leidde tot een betaling aan Drent Holding, heeft alleen de bank daarvan geprofiteerd; dit terwijl de bank geen zekerheidsrechten had ten aanzien van de patenten. (rov. 5.15-5.16)
In wezen hebben de bestuurders, door de transactie met de patenten te laten plaatsvinden, meegewerkt aan een selectieve betaling aan de bank in het zicht van het faillissement. De bedoeling daarvan was klaarblijkelijk dat de huisbank haar verliezen kon beperken en daartegenover bereid zou zijn een doorstart mogelijk te maken. Daarmee hebben de bestuurders hun eigen belangen gediend ten koste van de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding. Door deze gang van zaken waren de patenten immers niet meer beschikbaar voor verhaal van hun vorderingen, terwijl duidelijk was dat Drent Holding niet meer kon betalen en verder ook geen verhaal zou bieden. Dit handelen van de bestuurders is ten opzichte van de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding zodanig onzorgvuldig dat hen daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voor deze benadeling kunnen zij daarom persoonlijk aansprakelijk worden gehouden. (rov. 5.17)
Onderdeel 1 van het middel klaagt dat het hof meer heeft toegewezen dan gevorderd, althans een verrassingsbeslissing heeft gegeven door te oordelen dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld tegenover de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding en daarom hun schade moeten vergoeden. Volgens het onderdeel heeft de curator alleen gesteld dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld tegenover Drent Holding en heeft hij gevorderd dat zij de schade van Drent Holding moeten vergoeden. Indien het hof dit aldus heeft opgevat dat daarin ook een vordering ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers besloten lag, is dat onbegrijpelijk, aldus het onderdeel. Het onderdeel wijst daarbij op het debat tussen partijen, waarin de curator, ook na verweer waarin werd gewezen op de beperking van het verwijt tot aansprakelijkheid jegens Drent Holding, en na het eveneens daartoe beperkte oordeel van de rechtbank, zijn vordering niet heeft verduidelijkt of aangepast.
Een faillissementscurator is volgens vaste rechtspraak bevoegd onder omstandigheden ook met een vordering uit onrechtmatige daad tegen een derde die betrokken was bij benadeling van de gezamenlijke faillissementsschuldeisers, op te komen voor de belangen van die schuldeisers (de zogeheten Peeters/Gatzen [1] -vordering). Doordat deze vordering toekomt aan de gezamenlijke faillissementsschuldeisers en niet aan de gefailleerde, valt zij niet in de boedel. De opbrengst van een zodanige vordering valt wel in de boedel en komt de gezamenlijke schuldeisers ten goede in de vorm van een toename van het te verdelen boedelactief. [2]
Het hof heeft de subsidiaire vordering van de curator zo begrepen, dat deze mede zag op de aansprakelijkheid van de bestuurders tegenover de gezamenlijke schuldeisers. Hoewel de vordering van de curator is geformuleerd (zie hiervoor in 2.3) als een vordering ten behoeve van Drent Holding en betrekking heeft op de schade van Drent Holding, is de uitleg die het hof aan de vordering heeft gegeven niet onbegrijpelijk. Het verwijt dat aan de vordering ten grondslag ligt en dat het hof gegrond heeft bevonden, is dat de bestuurders door de Nederlandse patenten te verkopen en de opbrengst daarvan te laten betalen op de rekening van Drent Holding bij KBC, hebben meegewerkt aan selectieve betaling van deze bank ten koste van de andere schuldeisers van Drent Holding. De schade die door een dergelijk handelen ontstaat, wordt door deze andere schuldeisers geleden. Het hof heeft bij zijn uitleg van de vordering klaarblijkelijk onderkend dat de curator met de vordering wilde bereiken dat de boedel van Drent Holding in omvang zou worden hersteld, zodat deze op rechtmatige wijze over de schuldeisers kon worden verdeeld (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.13). In de overwegingen van het hof ligt besloten dat aan deze uitleg in de omstandigheden van dit geval niet in de weg staat dat de curator de vordering steeds heeft geformuleerd als een vordering ten behoeve van Drent Holding, en tot vergoeding van door Drent Holding geleden schade, op de grond dat de curator daarmee in het licht van hetgeen hij feitelijk aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd, onmiskenbaar de bedoeling had het gezamenlijke crediteursbelang bij de boedel van Drent Holding op de hiervoor bedoelde wijze te behartigen. Het hof heeft voorts kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat dit ook voor de bestuurders duidelijk moet zijn geweest. De omstandigheid dat [eiser] uitdrukkelijk heeft aangevoerd dat de curator geen Peeters/Gatzen-vordering had ingesteld maar zich alleen baseerde op aansprakelijkheid tegenover Drent Holding, maakt het oordeel van het hof evenmin onbegrijpelijk, omdat het hof in de stellingen van [eiser] ook kon lezen dat deze onderkende dat het de curator bij de gang van zaken rond de verkoopopbrengst van de patenten ging om het belang van de schuldeisers bij de boedel van Drent Holding. De klacht van het onderdeel faalt daarom.
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 juni 2023 .
HR 14 januari 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4521, rov. 3.3.
Vgl. onder meer: HR 16 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7797, rov. 3.5 en HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3917, rov. 3.4.4.1-3.4.4.2.
FOOTNOTES:
[1] HR 14 januari 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4521, rov. 3.3.
[2] Vgl. onder meer: HR 16 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7797, rov. 3.5 en HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3917, rov. 3.4.4.1-3.4.4.2.
RECHTER:
du Perron, C.E.: voorzitter
Wattendorff, H.M.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
Lock, F.J.P.: uitspraak in het openbaar
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:HR:2005:AT7797: HR 16 september 2005
ECLI:NL:HR:2009:BF3917: HR 24 april 2009
ECLI:NL:GHARL:2021:9619: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2022:1075: Conclusie Advocaat-Generaal 2022
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1, "2022": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:55.022000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:38.966000 ============================================================
du Perron, C.E.: voorzitter
Wattendorff, H.M.: raadsheer
Makkink, G.C.: raadsheer
Lock, F.J.P.: uitspraak in het openbaar
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:HR:2005:AT7797: HR 16 september 2005
ECLI:NL:HR:2009:BF3917: HR 24 april 2009
ECLI:NL:GHARL:2021:9619: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2022:1075: Conclusie Advocaat-Generaal 2022
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1, "2022": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:55.022000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:38.966000 ============================================================
48
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:925 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:925
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-06-16
- Datum publicatie: 2023-06-15
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 22/00050
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:925
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1133, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2021:3021, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht. (Bestuurders)aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW (schending administratieplicht; art. 2:248 lid 2 BW in verbinding met art. 2:10 BW, art. 2:9 BW en art.
6:162 BW. Slagende motiveringsklacht.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2023/1628; INS-Updates.nl 2023-0147; RvdW 2023/685; OR-Updates.nl 2023-0136; Sdu Nieuws Insolventierecht 2023/134; JONDR 2023/684
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2023:925
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 16 juni 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3021, Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, arrest 5 oktober 2021 (bestreden arrest)
- ECLI:NL:PHR:2022:1133, Conclusie Advocaat-Generaal B.F. Assink
- Cassatieberoep tegen arrest GHSHE 2021:3021, gedeeltelijke vernietiging met verwijzing
PARTIJEN:
Eiser: Polle Jan Willem Vermunt, curator in het faillissement van [A] B.V. (curator)
Gedaagden: [verweerder 1] (bestuurder en enig aandeelhouder Holding), Holding B.V., [verweerster 3] B.V. (gezamenlijk: verweerders)
CASUS:
Curator vordert bestuurdersaansprakelijkheid van [verweerder 1] en Holding wegens onbehoorlijk bestuur van failliete vennootschap [A] B.V. en onrechtmatig handelen jegens [A] en haar crediteuren. Kernpunt is dat de administratie van [A] niet tijdig en volledig zou zijn aangeleverd, wat een schending van de administratieplicht inhoudt en een belangrijke oorzaak van het faillissement zou zijn.
VORDERING (EISER):
- Rechtsgevolg: Verklaring voor recht dat [verweerder 1] en Holding onbehoorlijk hebben bestuurd en onrechtmatig hebben gehandeld; hoofdelijke veroordeling tot betaling van het tekort in het faillissement of de geleden schade.
- Juridische grondslag: art. 2:248 lid 2 BW in verbinding met art. 2:10 BW, art. 2:9 BW en art. 6:162 BW (bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatige daad).
- Feitelijke stellingen: administratie was op datum faillissement niet bijgewerkt; pas zes weken later aangeleverd; administratie niet volledig; schending administratieplicht; onbehoorlijk bestuur.
- Vaststellingen: erkend dat administratie op 11 mei 2016 is aangeleverd; curator stelt dat deze niet volledig is; verweerders betwisten onvolledigheid en stellen dat curator over volledige administratie kan beschikken.
VERWEER (GEDAAGDE):
- Juridische verweren: betwisting onvolledigheid administratie; geen onbehoorlijk bestuur; curator beschikt over volledige administratie; geen schending administratieplicht.
- Feitelijke betwistingen: curator heeft vragen over administratie maar beschikt volgens verweerders over volledige stukken; geen bewijs dat administratie onvolledig is.
- Aanbod tot herstel/vergoeding: niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
- Het hof oordeelde dat verweerders aannemelijk hebben gemaakt dat curator over volledige administratie kan beschikken en dat onvoldoende is gebleken van onbehoorlijk bestuur.
- De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat curator over volledige administratie kan beschikken, omdat curator gemotiveerd heeft gesteld dat administratie onvolledig is en herhaaldelijk om stukken heeft verzocht.
- Het hof heeft ten onrechte de stellingen van curator over onvolledige administratie buiten beschouwing gelaten en onterecht geconcludeerd dat curator volledige administratie had.
- Het oordeel van het hof is daarom onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk, hetgeen een motiveringsklacht oplevert.
- De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
- Vernietiging van het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 oktober 2021.
- Verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
- Verweerders worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.277,11 aan verschotten en € 2.600,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente.
RECHTER:
Tanja-van den Broek, T.H.: voorzitter
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Teuben, K.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer die uitspraak deed
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 2 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur']
2:10 BW: ['2:10 lid 4 BW', 'administratieplicht van vennootschap']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2021:3021: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 oktober 2021
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:48.380000 - Last modified: 2025-10-09 13:43:21.494000 ============================================================
Tanja-van den Broek, T.H.: voorzitter
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Teuben, K.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer die uitspraak deed
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 2 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur']
2:10 BW: ['2:10 lid 4 BW', 'administratieplicht van vennootschap']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2021:3021: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 oktober 2021
AANTAL REFERENTIES: {"2021": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:48.380000 - Last modified: 2025-10-09 13:43:21.494000 ============================================================
49
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:823 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:823
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-06-02
- Datum publicatie: 2023-06-01
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 22/02291
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:823
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:314, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2022:876, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Externe bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW en art. 2:11 BW). Waarde van verhaalsactief. Feitelijk bestuurderschap. Schadebegroting.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2023/622; OR-Updates.nl 2023-0141; JONDR 2023/558
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2023:823
Rechterlijke instantie: Hoge Raad der Nederlanden
Datum uitspraak: 2 juni 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI-nummer: ECLI:NL:GHAMS:2022:876
Rechterlijke instantie: Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak: 22 maart 2022
Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2023:314
PARTIJEN:
Eisers: [eiseres 1] B.V., [eiser 2], [eiser 3]
Gedaagden: ALLGO SPAANDER B.V., ALLGO CATHRIEN B.V.
CASUS:
Het geschil betreft externe bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW en art. 2:11 BW, met discussie over feitelijk bestuurderschap, waarde van verhaalsactief en schadebegroting.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg: Toewijzing van aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid.
Juridische grondslag: art. 6:162 BW (onrechtmatige daad), art. 2:11 BW (bestuurdersaansprakelijkheid).
Feitelijke stellingen: Eisers stellen dat Allgo c.s. als feitelijke bestuurders aansprakelijk zijn voor schade.
Vaststellingen: Zie hof en rechtbank; niet betwist in cassatie.
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren: Betwisting feitelijk bestuurderschap, betwisting aansprakelijkheid en schadeomvang.
Aangehaalde wetsartikelen: art. 6:162 BW, art. 2:11 BW.
Feitelijke betwistingen: Gedaagden betwisten dat zij feitelijk bestuurders zijn en dat zij aansprakelijk zijn.
Aanbod tot herstel/vergoeding: Niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad hoeft geen motivering te geven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft (art. 81 lid 1 RO). Het hof heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en het oordeel blijft in stand.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Het cassatieberoep wordt verworpen.
Eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.
Geen uitvoerbaar bij voorraad vermeld.
RECHTER:
Polak, M.V.: Vicepresident en voorzitter
Schaafsma, S.J.: Raadsheer
Makkink, G.C.: Raadsheer
Lock, F.J.P.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2022:876: Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2023:314: Conclusie Advocaat-Generaal Hoge Raad 2023
AANTAL REFERENTIES: {"2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:47.942000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:59.353000 ============================================================
Polak, M.V.: Vicepresident en voorzitter
Schaafsma, S.J.: Raadsheer
Makkink, G.C.: Raadsheer
Lock, F.J.P.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatieklachten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2022:876: Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2023:314: Conclusie Advocaat-Generaal Hoge Raad 2023
AANTAL REFERENTIES: {"2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:47.942000 - Last modified: 2025-10-09 13:37:59.353000 ============================================================
55
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHAMS:2022:876 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:GHAMS:2022:876
- Instantie: Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak: 2022-03-22
- Datum publicatie: 2022-03-22
- Datum aangepast: 2023-06-03
- Zaaknummer: 200.276.658/01
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:876
FORMELE RELATIES:
Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:823, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsfrustratie. Kapitaalvermindering met terugbetaling van de aandeelhouder door cessie van regresvorderingen (op de moedervennootschap van de aandeelhouder) aan de aandeelhouder.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; OR-Updates.nl 2022-0148
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:GHAMS:2022:876
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Gerechtshof Amsterdam (HvB: meervoudige burgerlijke kamer, afdeling civiel recht en belastingrecht, team I)
Datum uitspraak
22 maart 2022
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:823, Hoge Raad, datum uitspraak cassatie: ECLI vermeld (cassatie genoemd als relatie) [r.o. in zaakgegevens]. Bekrachtiging/bevestiging: Bestreden vonnis deels vernietigd en deels bekrachtigd; cassatieprocedure ingesteld tegen dit arrest (ECLI:NL:HR:2023:823) [proc.relaties].
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Allgo Spaander (dochtervennootschap van Allgo Hotelmanagement B.V.) — appellant/eiseres in conventie (Allgo Spaander) [processtuk, conclusie]
Naam of typering gedaagde
[X] c.s. (groepvennootschap [X] en haar betrokkenen; inclusief statutair en feitelijk bestuurders [X] en [appellant sub 2]) — geïntimeerden/gedaagden [partijomschrijving r.o. 1–3, 4.1]
CASUS:
Geef samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid wegens vermeende verhaalsfrustratie: na onderhandse verkoop van hotel- en brasseriepanden door dochtervennootschappen [B] en [C], gevolgd door kapitaalvermindering en terugbetaling aan aandeelhouder door cessie van regresvorderingen van [B] en [C] op [X] aan Hemij, konden Allgo c.s. wanuit het arbitraal vonnis van 15 juni 2018 toegewezen bedragen niet meer verhalen. Allgo c.s. vorderen vernietiging en aansprakelijkheid van bestuurders wegens frustratie van verhaal en betaling van € 346.547,52 (plus rente) en proceskosten; hof onderzoekt of bestuurders wisten of behoorden te begrijpen dat de maatregelen verhaalsmogelijkheden zouden frustreren en of hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt [r.o. 1–4, 4.1–4.38].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
a) Verklaring voor recht dat bepaalde rechtshandelingen (o.m. verpanding en kapitaalvermindering met terugbetaling door cessie) vernietigbaar of onrechtmatig jegens Allgo c.s. zijn; b) aansprakelijkstelling van [X] en bestuurders hoofdelijk tot betaling van het arbitraal toegewezen bedrag (€ 346.547,52) vermeerderd met rente; c) veroordeling in proces- en nakosten [vorderingen in eerste aanleg, later gewijzigd in hoger beroep; r.o. 3.42–3.43, 4.1].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatige daad; toepassing en toetsing van normen omtrent kapitaalvermindering en uitkering [2:208 BW, 2:216 BW; civiele onrechtmatige gedragingen; jurisprudentiële maatstaven voor persoonlijk ernstig verwijt bij verhaalsfrustratie] [r.o. 4.4–4.7, 4.26–4.35].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [B] en [C] verkochten panden aan familieleden-kopers en benodigde verpanding ten behoeve van kredietgevers; [r.o. 3.21–3.24].
- Hemij besloot op 26-2-2014 kapitaal te verminderen en terug te betalen door cessie van regresvorderingen van [B] en [C] op [X] aan Hemij; bestuurders gingen hierin mee; [r.o. 3.24–3.29].
- Arbitrale vonnissen in 2013 en 2018 wezen betalingen toe aan Allgo c.s.; betaling niet voldaan; [r.o. 3.13–3.16, 3.33–3.35].
- Door de cessies en verkopen zouden verhaalsmogelijkheden voor Allgo c.s. zijn gefrustreerd; Allgo c.s. stellen dat regresvorderingen verhaalbaar waren en dat bestuurders dit wisten of behoorden te begrijpen; [r.o. 3.24, 4.26–4.38].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- De feiten vastgesteld door de rechtbank onder 2 zijn in hoger beroep niet in geschil en gelden als uitgangspunt voor het hof (“erkend door beide partijen”) [r.o. 3.1–3.3].
- Hemij heeft op 26 februari 2014 besluiten genomen tot statutenwijziging en kapitaalvermindering met terugbetaling via cessie van regresvorderingen; bestuurders hebben goedkeuring verleend en uitvoering gegeven (“erkend door beide partijen”) [r.o. 3.24–3.29].
- Het scheidsgerecht heeft op 15 juni 2018 betalingsveroordelingen uitgesproken waartegen niet is voldaan (“erkend door beide partijen”) [r.o. 3.33–3.35].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- De transacties (verkoop panden, cessie) waren zakelijk/marktconform en noodzakelijk voor opschoning balans; uitkeringstest door DHW maakte de uitkeringen mogelijk; bestuurders konden medewerking niet weigeren; regresvorderingen waren feitelijk waardeloos per 26-2-2014; onvoldoende causaliteit tussen transacties en schade; eigen schuld van Allgo c.s. door voortzetten arbitrage; procedurele bezwaren over ongeldigheid vorderingen jegens alle betrokkenen/partijen [r.o. 4.8–4.25, 4.30–4.34].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:208 BW (toepassing art. 2:216 lid 2–4 BW), 2:216 BW (kapitaalvermindering), algemene regels inzake bestuurdersaansprakelijkheid (artikelnotatie en jurisprudentiële toets) [r.o. 4.26–4.28].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat verkochte onroerende zaken en inventaris voor onzakelijke prijzen zijn verkocht; verwijst naar taxatierapporten en overeenkomsten; [r.o. 4.8–4.18, 4.19–4.25].
- Betwist dat regresvorderingen per 26-2-2014 waardeloos waren en dat er zicht op verhaalsmogelijkheden ontbrak; voert DHW-rapport en financiële omstandigheden aan die uitkering mogelijk maakten; [r.o. 4.26–4.34].
- Betwist dat bestuurders persoonlijk ernstig verwijt treft; stelt dat handelen in het kader van groep- en aandeelhoudersbesluiten en met uitkeringstest is geplaatst; [r.o. 4.26–4.34].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel; geen vrijwillige voldoening van arbitraal geldbedrag door gedaagden voor het vonnis; bankgarantie is in overleg geretourneerd (geen belang bij restitutie) [r.o. 4.38, slotuitspraak].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
Het hof past de leer toe dat bestuurders onder bijzondere omstandigheden naast de vennootschap aansprakelijk kunnen zijn indien zij wisten of behoorden te begrijpen dat hun handelen verhaal van schuldeisers zou frustreren en persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt; stelplicht en bewijslast rusten primair op Allgo c.s. [r.o. 4.4–4.7]. Toetsing van verkoop- en cessiehandelingen aan marktnormen, taxaties, beroepsrapporten (DHW) en aan de concrete proceshistorie van de arbitrage; beoordeling of regresvorderingen ten tijde van cessie zonder waarde waren en of cessie noodzakelijk was voor het doel (balansopschoning) [r.o. 4.8–4.25, 4.26–4.34].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Verkopen van panden en inventaris waren gebaseerd op taxaties en marktinformatie; onvoldoende bewijs dat verkoop onzakelijk was, dus geen verhaalsfrustratie door verkoop; [r.o. 4.8–4.25].
- Cessie van regresvorderingen was wel grond voor aansprakelijkheid: bestuurders haalden nagenoeg het laatste actief uit [B] en [C]; arbitrale procedures en eerdere vonnissen maakten voldoende voorspelbaar dat [B] en [C] betalingsveroordelingen konden volgen; regresvorderingen waren niet aantoonbaar waardeloos per cessiedatum; cessie was niet noodzakelijk/ontoereikend gemotiveerd; bestuurders (statutair en feitelijk) hebben weten of behoorden te begrijpen dat verhaal zou worden gefrustreerd en leveren een persoonlijk ernstig verwijt op; daarom onrechtmatig en aansprakelijkheid verschuldigd voor toegewezen deels bedragen; belangenafweging weegt bescherming crediteuren en zorgplicht bestuurders zwaarder gezien voorspelbaarheid en ontbreken noodzaak cessie; [r.o. 4.26–4.38].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover genoemd in 5.1–5.3 en 5.6–5.9 en doet opnieuw recht: verklaart voor recht dat [X] c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door cessie van regresvorderingen aan Hemij terwijl zij wisten of behoorden te begrijpen dat daardoor geen verhaal zou bestaan voor de betalingsveroordelingen van 15 juni 2018; veroordeelt [X] c.s. hoofdelijk tot betaling en in kosten; bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige; wijst meer of anders gevorderde af [slotbeschikking].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Toewijzing (gedeeltelijk): verklaart voor recht onrechtmatig handelen van [X] c.s. inzake cessie; veroordeelt [X] c.s. hoofdelijk om aan Allgo Spaander te betalen € 146.833,26, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 juni 2018; veroordeelt [X] c.s. hoofdelijk om aan Allgo C (Allgo Cathrien) te betalen € 199.714,26, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 juni 2018; veroordeling in proceskosten in beide instanties (specificatie) en uitvoerbaar bij voorraad; overige vorderingen (o.m. vernietiging verpanding, buitengerechtelijke incassokosten) afgewezen/bekrachtiging bestreden vonnis voor overige delen [slotarrest r.o. eindbeslissing].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
[X] c.s. veroordeeld in kosten van eerste aanleg aan de zijde van Allgo c.s.: € 4.111,- verschotten, € 289,38 beslagkosten, € 4.982,- salaris; in hoger beroep tot op heden € 5.600,83 verschotten, € 12.192,- salaris, € 163,- nasalaris, te vermeerderen met € 85,- nasalaris en kosten betekeningsexploot indien van toepassing; veroordelingen te vermeerderen met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan; buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing [slotbeschikking r.o. einduitspraak].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Ja — de veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard [slotarrest].
RECHTER:
Melissen, W.A.H.: raadsheer
Faber, A.C.: raadsheer
Bijkerk, M.: raadsheer
rolraadsheer: in openbare terechtzitting uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:216 BW: ['2:216 lid 2–4 BW', 'kapitaalvermindering en vereisten bij terugbetaling aan aandeelhouder']
2:208 BW: ['2:208 lid 6 BW', 'toepasselijkheid regels kapitaalvermindering']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuursaansprakelijkheid statutair bestuurder']
algemene_onrechtmatige_daad: ['civielrechtelijke maatstaf', 'onrechtmatige daad / bestuurdersaansprakelijkheid / verhaalsfrustratie']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2022:876: Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2022, zaaknr 200.276.658/01
ECLI not known (arbitraal vonnis 15 juni 2018): NAI arbitraal vonnis 15 juni 2018
ECLI not known (kort geding arbitraal vonnis 5 april 2013): NAI (kort geding) 5 april 2013
ECLI not known (arbitraal tussenvonnis 20 juni 2013): NAI arbitraal tussenvonnis 20 juni 2013
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-18 02:53:07.786125 ============================================================
Melissen, W.A.H.: raadsheer
Faber, A.C.: raadsheer
Bijkerk, M.: raadsheer
rolraadsheer: in openbare terechtzitting uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:216 BW: ['2:216 lid 2–4 BW', 'kapitaalvermindering en vereisten bij terugbetaling aan aandeelhouder']
2:208 BW: ['2:208 lid 6 BW', 'toepasselijkheid regels kapitaalvermindering']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuursaansprakelijkheid statutair bestuurder']
algemene_onrechtmatige_daad: ['civielrechtelijke maatstaf', 'onrechtmatige daad / bestuurdersaansprakelijkheid / verhaalsfrustratie']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2022:876: Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2022, zaaknr 200.276.658/01
ECLI not known (arbitraal vonnis 15 juni 2018): NAI arbitraal vonnis 15 juni 2018
ECLI not known (kort geding arbitraal vonnis 5 april 2013): NAI (kort geding) 5 april 2013
ECLI not known (arbitraal tussenvonnis 20 juni 2013): NAI arbitraal tussenvonnis 20 juni 2013
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-18 02:53:07.786125 ============================================================
64
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2019:236 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2019:236
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2019-02-15
- Datum publicatie: 2019-02-14
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 17/06021
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Ondernemingsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2019:236
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:3799, Meerdere afhandelingswijzen; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1501, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Ondernemingsrecht; bestuurdersaansprakelijkheid. Vennootschap kan huurgarantie niet nakomen. Zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk omdat zij hebben bewerkt of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758)? Onbekendheid bestuurders met rechtsregel van HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1244; verschil met periode na het arrest van 2013.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2019/421; INS-Updates.nl 2019-0039; RvdW 2019/261; NJ 2019/91; JIN 2019/42 met annotatie van J.R. Everhardus; RAV 2019/34; JONDR 2019/282; JOR 2019/152 met annotatie van mr. P.D. Olden, mr. J.K.G. Meijer; OR-Updates.nl 2019-0026
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2019:236
Rechterlijke instantie: Hoge Raad
Datum uitspraak: 15 februari 2019
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Hoger beroep betreft:
ECLI:NL:GHAMS:2017:3799
Rechterlijke instantie: Gerechtshof Amsterdam
Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2018:1501
Datum uitspraak: 19 september 2017 (hof)
PARTIJEN:
Eiseres: Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. (verhuurder)
Gedaagden: [verweerder 1] en [verweerder 2] (bestuurders van [A] B.V.)
CASUS:
Nieuwburen verhuurt bedrijfsruimten aan drie garagebedrijven waarvan [verweerders] bestuurders zijn. [A] B.V., enig aandeelhouder van de garagebedrijven, heeft zich garant gesteld voor de huurverplichtingen. Na faillissement van de garagebedrijven en opzegging van de huurovereenkomst vordert Nieuwburen schadevergoeding wegens gemiste huur. Nieuwburen stelt dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn wegens het bewerkstelligen of toelaten van niet-nakoming van de garantie door [A].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg: hoofdelijke veroordeling van [verweerders] tot schadevergoeding wegens niet-nakoming van de huurgarantie door [A].
Juridische grondslag: bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) en HR-rechtspraak (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758).
Feitelijke stellingen: [verweerders] hebben geweten of hadden moeten weten dat [A] haar verplichtingen niet kon nakomen; zij hebben bewerkstelligd of toegelaten dat [A] haar verplichtingen niet nakwam, onder meer door manipulatie van vermogen en selectieve geldverdeling.
Vaststellingen: faillissement garagebedrijven in 2009; huurovereenkomst met garantie van [A]; betaling huur tot april 2009; gemiste huur na die datum; onbekendheid bestuurders met rechtsregel HR 15 november 2013 erkend door hof en partijen.
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren: bestuurders waren onbekend met de rechtsregel van HR 15 november 2013, waardoor geen ernstig verwijt kan worden gemaakt; bij aangaan garantie hoefden zij geen rekening te houden met faillissement; geen bewijs dat zij na 2013 hebben bewerkstelligd of toegelaten dat [A] haar verplichtingen niet nakwam.
Feitelijke betwistingen: ontkennen dat zij bewust het vermogen negatief hielden of de verhaalsmogelijkheden illusoir maakten; betwisten persoonlijke aansprakelijkheid na 2013.
Aanbod tot herstel/vergoeding: niet vermeld.
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad oordeelt dat bestuurdersaansprakelijkheid kan bestaan indien bestuurders namens de vennootschap hebben gehandeld of hebben bewerkstelligd/toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt (HR 8 december 2006).
Onbekendheid met de rechtsregel van HR 15 november 2013 kan de mate van verwijtbaarheid beïnvloeden.
Het hof mocht het beroep op bestuurdersaansprakelijkheid niet afdoen op de enkele onbekendheid met die rechtsregel na 2013, omdat Nieuwburen voldoende feiten heeft gesteld over gedragingen van bestuurders na 2013.
Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
In het principale beroep:
- Vernietiging van het arrest van het hof Amsterdam van 19 september 2017;
- Verwijzing naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling;
- Veroordeling van [verweerders] in de kosten van cassatie (totaal € 9.265,60).
In het incidentele beroep:
- Verwerping van het beroep;
- Veroordeling van [verweerders] in de kosten van cassatie (€ 2.268,07).
Uitvoerbaar bij voorraad: niet expliciet vermeld.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'cassatieprocedure']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2013:1244: HR 15 november 2013
ECLI:NL:GHAMS:2017:3799: Gerechtshof Amsterdam 19 september 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2017": 1, "2018": 1, "2019": 1, "2020": 1, "2021": 4, "2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:49.050000 - Last modified: 2025-10-09 13:35:41.356000 ============================================================
Numann, E.J.: Vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer, openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad, bestuurdersaansprakelijkheid']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'cassatieprocedure']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2013:1244: HR 15 november 2013
ECLI:NL:GHAMS:2017:3799: Gerechtshof Amsterdam 19 september 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2017": 1, "2018": 1, "2019": 1, "2020": 1, "2021": 4, "2022": 1, "2023": 1, "2024": 1} METADATA: - Created at: 2025-08-03 20:13:49.050000 - Last modified: 2025-10-09 13:35:41.356000 ============================================================
65
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:2370 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:2370
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-12-21
- Datum publicatie: 2018-12-20
- Datum aangepast: 2025-06-02
- Zaaknummer: 17/05979
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:2370
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:4030, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1139, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2019/105; RvdW 2019/76; NJ 2019/31; INS-Updates.nl 2019-0002; INS-Updates.nl 2019-0028; RI 2019/19; RO 2019/14; JOR 2019/74 met annotatie van mr. U.B. Verboom; RAV 2019/24; JONDR 2019/9; Ondernemingsrecht 2019/89 met annotatie van M.L. Lennarts; JIN 2019/161 met annotatie van Duinkerke, E.; OR-Updates.nl 2019-0126; UDH:TvCu/15382 met annotatie van Mr. L. Krieckaert
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:2370
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
21-12-2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2017:4030, Hof ’s‑Hertogenbosch, arrest 19-09-2017 (gedeeltelijke vernietiging met verwijzen)
Conclusie PHR: ECLI:NL:PHR:2018:1139 (gevolgd)
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiser] (bestuurder van Geocopter B.V.) — eiser in cassatie
Naam of typering gedaagde
J.D.E. van den Heuvel, curator in het faillissement van Geocopter B.V. — verweerder in cassatie
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:248 BW wegens door de bestuurder ([eiser]) in strijd met 2:246 BW gedaan eigen verzoek tot faillietverklaring van Geocopter B.V.; vraag of dat handelen als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling kwalificeert en of aansprakelijkheid jegens de boedel bestaat. Feiten: aandeelhoudersvergaderingen in okt–dec 2011 met voorbehoud toestemming, verstrekte leningen/participaties, betaling salarissen 27-12-2011, eigen aangifte faillissement d.d. 27-12-2011; na verzoek en mondelinge behandeling faillissement op 11-01-2012; later aantoonbare klantovereenkomst (EGS) d.d. 23-12-2011 ontdekt door curator. [rov. 3.1 e.v.; 3.4.4–3.4.10; i–xvi]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Curator vordert (voor zover in cassatie relevant) verklaring voor recht dat [eiser] onbehoorlijk heeft bestuurd en hoofdelijk aansprakelijk is voor boedelschulden voor zover niet uit te baten baten voldaan; veroordeling tot betaling van €5.950,-- en voorschot boedeltekort €250.000,--. [rov. feiten en vorderingen]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
2:248 BW; subsidiair 2:9 BW en 6:162 BW; regeling inzake bevoegdheid tot aangifte: 2:246 BW. [3.3; rov. over toepassing wetten]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- AVA 17-10-2011: toestemming aan directie “om faillissement aan te vragen indien dat noodzakelijk mocht blijken” [rov. 3.1(v)].
- Besluit AVA en opvolgende vergaderingen waren gericht op behoud continuïteit en herstructurering; lening van €75.000 door participanten (29-11-2011) en verdere plannen [rov. 3.1(vi)-(ix)].
- Betaling salarissen en managementfee d.d. 27-12-2011 door [betrokkene 2] met bankpas van [eiser] [rov. 3.1(xi)].
- [eiser] deed eigen aangifte faillissement 27-12-2011 met toelichting dat investeerders tweede tranche niet zouden storten en loonsbetalingen niet meer mogelijk waren; mondelinge behandeling 11-01-2012; faillissement uitgesproken 11-01-2012 [rov. 3.1(xii)-(xiv)].
- Curator vond na faillissement op 18-01-2012 post met EGS-overeenkomst gedateerd 23-12-2011 voor verkoop van helikopter à €225.000 [rov. 3.1(xv)].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Geocopter oprichting, aandeelhoudersstructuur en bestuur door [eiser] en RBH Holding: erkend door beide partijen [i].
- Data AVA’s, besluiten en notities zoals weergegeven: erkend door beide partijen [v–ix].
- Eigen aangifte faillissement d.d. 27-12-2011 en faillissementsuitspraak 11-01-2012: erkend door beide partijen [xii–xiv].
- Ontvangst EGS-documenten per 18-01-2012 (door curator later aangetroffen): erkend door beide partijen [xv].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
In eerste aanleg/gevolgd door rechtbank en hof: curator stelt dat handelen van [eiser] kennelijk onbehoorlijk was ex 2:248 BW en schadeplichtigheid volgt; beroep op vernietiging van betaling ex art. 47 Fw door curator; geen specifieke procedurele verweren in cassatie (verweerster niet verschenen). [rov. en procesverloop]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:248 BW; 2:246 BW; 2:9 BW; 6:162 BW; art. 47 Fw (vernietiging van betaling). [3.3; xi–xvi]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Curator betwist dat aanvraag faillissement rechtmatig en niet benadelend was voor schuldeisers; stelt dat [eiser] geen overleg voerde, niet verifieerde financiële stand en niet op de hoogte was van de EGS‑overeenkomst, zodat het aanvragen en persisteren bij de aanvraag kennelijk onbehoorlijk was en schuldeisers is benadeeld. (hofoverwegingen zoals weergegeven) [rov. 3.4.4–3.4.10; xi–xv]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen herstelaanbod door [eiser] genoemd in de beschikking; curator heeft betaling van €5.950,-- en voorschot €250.000,-- gevorderd; curator riep vernietiging van betaling ex 47 Fw in (betaling door [betrokkene 2] aan [eiser] op 27-12-2011). [3.1(xi); xvi]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- HR vat 2:248 lid 1 BW: aansprakelijkheid bij kennelijk onbehoorlijke taakvervulling en causaliteit met faillissement; maatstaf Panmo (HR 8-6-2001): geen redelijk denkend bestuurder zou aldus hebben gehandeld [rov. 3.7].
- HR licht 2:246 BW: bestuur is zonder AVA‑opdracht niet bevoegd tot aangifte faillissement; deze bepaling beschermt vennootschap/aandeelhouders maar schending kan ook schuldeisers schaden en zodoende aanleiding geven tot aansprakelijkheid ex 2:248/2:9 BW [3.3.2].
- HR oordeelt dat hof ten onrechte onvoldoende had vastgesteld of en op welke wijze de aanvraag van faillissement door [eiser] de gezamenlijke schuldeisers heeft geschaad en of [eiser] wist of behoorde te weten dat schuldeisers zouden worden benadeeld; hof ging ook niet in op stelling dat [eiser] faillissement had gevraagd om schuldeisers te beschermen tegen verdere onverhaalbare schulden. Daardoor onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering; onderdelen van middel 1 slagen. [rov. slotsamenvatting van vernietiging]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Noodzaak van duidelijke motivering of bewijs dat schending 2:246 BW daadwerkelijk schuldeisers schaadde en dat bestuurder wist of behoorde te weten van die benadeling; relevante afweging tussen bescherming van vennootschap/aandeelhouders (2:246 BW) en gezamenlijke schuldeisers (2:248 BW). Hof had onvoldoende ingegaan op causale relatie en op de stelling van beschermingsmotief van [eiser]. Daarom vernietiging en verwijzing. [3.3.2; 3.4.10; deel over onderdelen 1.1 en 1.4]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof ’s‑Hertogenbosch van 19-09-2017 en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De curator wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van [eiser] tot €502,49 verschotten en €2.600,-- salaris, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-betaling binnen 14 dagen. [slotbeschikking]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Vernietiging van het arrest van het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 19 september 2017.
- Verwijzing naar gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.
- Proceskostenveroordeling curator zoals hierboven vermeld. [slotbeschikking]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Curator veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiser]: €502,49 (verschotten) en €2.600,-- (salaris); rente bij niet-betaling binnen 14 dagen. [slotbeschikking]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; standaard niet ten uitvoer gelegd door HR-beschikking (geen expliciete verklaring uitvoerbaar-bij-voorraad in arrest).
RECHTER:
Polak, M.V.: raadsheer; openbaar uitgesproken
Streefkerk, C.A.: vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: raadsheer
Sieburgh, C.H.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 1 BW', 'aansprakelijkheid bestuurders bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, hoofdelijke aansprakelijkheid jegens boedel indien oorzaak faillissement']
2:246 BW: ['2:246 BW', 'bevoegdheid bestuur tot aangifte faillissement zonder opdracht AVA']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'aansprakelijkheid jegens vennootschap voor onrechtmatige handelingen van bestuur']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
47 Fw: ['47 Fw', 'vernietiging rechtsgevolg van handelingen voorafgaande aan faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2017:4030: Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch, arrest 19-09-2017
ECLI:NL:PHR:2018:1139: Conclusie PHR 2018
ECLI:NL:HR:2001:AB2053: HR (Panmo) 8-06-2001
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:43:28.719000 ============================================================
Polak, M.V.: raadsheer; openbaar uitgesproken
Streefkerk, C.A.: vicepresident en voorzitter
du Perron, C.E.: raadsheer
Sieburgh, C.H.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:248 BW: ['2:248 lid 1 BW', 'aansprakelijkheid bestuurders bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, hoofdelijke aansprakelijkheid jegens boedel indien oorzaak faillissement']
2:246 BW: ['2:246 BW', 'bevoegdheid bestuur tot aangifte faillissement zonder opdracht AVA']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'aansprakelijkheid jegens vennootschap voor onrechtmatige handelingen van bestuur']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
47 Fw: ['47 Fw', 'vernietiging rechtsgevolg van handelingen voorafgaande aan faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHSHE:2017:4030: Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch, arrest 19-09-2017
ECLI:NL:PHR:2018:1139: Conclusie PHR 2018
ECLI:NL:HR:2001:AB2053: HR (Panmo) 8-06-2001
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:43:28.719000 ============================================================
67
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:1899 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:1899
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-10-12
- Datum publicatie: 2018-10-11
- Datum aangepast: 2025-06-02
- Zaaknummer: 17/02554
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:1899
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:576, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:819, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Aansprakelijkheidsrecht. Rechtspersonenrecht. Onrechtmatig handelen jegens moedermaatschappij; als gevolg daarvan schade voor dochtermaatschappij. Lijdt ook moedermaatschappij schade en komt deze schade voor vergoeding in aanmerking? HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564 (Poot/ABP) en HR 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2443 (Chipshol/Coopers&Lybrand).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2018/1955; RvdW 2018/1115; JIN 2018/209 met annotatie van E.S. Ebels, R.A.G. de Vaan; RN 2018/104; RAV 2018/102; JOR 2019/30 met annotatie van prof. mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk; JONDR 2018/1183; Ondernemingsrecht 2019/127 met annotatie van B.F. Assink; OR-Updates.nl 2019-0149; NJ 2021/176 met annotatie van G. van Solinge
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:1899
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
12-10-2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:GHSHE:2017:819, Hof 's-Hertogenbosch, 28-02-2017 (arrest vernietigd en verwezen)
ECLI:NL:PHR:2018:576, Conclusie A-G, 2018 (contrair vermeld)
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiseres 1] en [eiseres 2] (samen: holding en dochtermaatschappij; in cassatie aangeduid als de holding en de dochtermaatschappij, gezamenlijk [eiseres])
Naam of typering gedaagde
Gemeente Gilze en Rijen (de Gemeente)
CASUS:
Geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens door de Gemeente genomen bestuursbesluiten (1 en 15 juni 2005; 7 en 20 september 2005) die aanleg en gebruik van containerveld en beregeningsinstallatie betroffen. Bestuursrechtelijk zijn die besluiten vernietigd/herroepen, en de Gemeente is onrechtmatig jegens de holding gehandeld (voor zover niet betrekking had op beregeningsinstallatie). [Eiseres] vordert vergoeding van waardevermindering van aandelen en gederfd dividend en winstderving als gevolg van de besluiten. Dispuut of en in hoeverre schade van de dochtermaatschappij tevens vergoedingstoets oplevert voor de holding.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
A. € 1.211.691,-- (waardedaling aandelen c.q. gederfd dividend) vermeerderd met wettelijke rente;
B. schade wegens winstderving na 31-12-2011 door holding en dochtermaatschappij, op te maken bij staat;
(en andere onderdelen niet in cassatie van belang)
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Aansprakelijkheid onrechtmatige daad en toerekening: 6:162 BW (onrechtmatige daad) en 6:98 BW (toerekening van gevolgschade) [rov. 3.5.2]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Holding houdt 100% aandelen dochter; bedrijfsactiviteiten grotendeels in dochter ondergebracht; besluiten gemeente hinderden exploitatie dochter, waardoor dochter minder winst maakte [conclusie A-G 1.1-1.14; rov. 3.1(v)-(vii)].
- Externe rapportage becijfert bruto winstderving voor holding op €1.211.691,-- (rapport 4-1-2010) [3.1(vii)].
Vaststellingen: erkend door beide partijen
- Besluiten gemeente (1/15 juni 2005; 7/20 sept 2005) zijn bestuursrechtelijk vernietigd/herroepen en de Gemeente heeft onrechtmatig gehandeld jegens de holding (voor zover niet beregeningsinstallatie) [3.1(v)-(vi)].
- Holding houdt alle aandelen in dochtermaatschappij [3.1(i)].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- Geen grondslag voor vordering van holding inzake waardevermindering of gederfd dividend; schade die dochter heeft geleden kan niet via holding op de gemeente worden doorgeschoven (afgeleide schaderegel) [rov. 4.4 en 3.4.1].
- Hof stelde dat geen vaststelling mogelijk is dat holding daadwerkelijke schade (waardevermindering/dividendderving) heeft geleden; abstracte schadeberekening niet toereikend [rov. 4.4].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Verwijzing naar jurisprudentie over afgeleide schade en uitzondering bij specifiek jegens aandeelhouder onzorgvuldig handelen: HR 2-12-1994 (Poot/ABP) en HR 15-6-2001 (Chipshol/Coopers&Lybrand) [rov. 3.4.1-3.4.2]; voorts 6:98 BW toegelicht in cassatie [rov. 3.5.2].
Feitelijke betwistingen vanuit gedaagde perspectief
- Gemeente stelt (zoals hof) dat de schade die dochter heeft geleden niet toerekenbaar als schade van de holding is zonder concrete vaststelling van waardevermindering of gemiste dividenduitkeringen; holding schuift daarmee schade van dochter door naar zichzelf [rov. 4.4].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen aanbod tot herstel of betaling vermeld in de uitspraak.
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling rechtsvraag en relevante rechtsregels
- HR bevestigt dat de reguliere regel geldt dat bij onrechtmatig handelen jegens een vennootschap in beginsel alleen die vennootschap kan vorderen (afgeleide schaderegel), doch dat die regel niet van toepassing is als in de zaak vaststaat dat jegens de vennootschap geen onrechtmatige daad is gepleegd. In dat geval blijft de vraag open of de houder van alle aandelen zelf schade heeft geleden die rechtstreeks aan hem kan worden toegerekend en vergoed (vgl. HR Poot/ABP en Chipshol) [rov. 3.4.1-3.5.2].
- Toerekening en vergoedbaarheid van door de Gemeente veroorzaakte schade aan de holding hangt af van feiten en causaliteit en toepassing van 6:98 BW (toerekening) en eventueel specifieke onzorgvuldigheid jegens de aandeelhouder [rov. 3.5.2].
Dragende motieven
- Het hof had verondersteld dat de reguliere afgeleide-schadeleer toepassing vond en hield daarom vordingen van holding buiten; HR oordeelt dat het hof daarbij een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd omdat in cassatie vaststaat dat jegens de dochter geen onrechtmatig handelen was vastgesteld in hoger beroep (dus regel niet toepasselijk) en dat het daarom feitelijk behoort te onderzoeken of de holding zelfstandig schade heeft geleden en of die schade aan de Gemeente kan worden toegerekend [rov. 3.4.1–3.5.3].
- HR vindt het oordeel van het hof dat niet vast te stellen is dat holding schade leed onvoldoende gemotiveerd/gegrond gegeven de stellingen en de berekening die [eiseres] heeft overgelegd; daarom vernietigt HR en verwijst voor nader onderzoek naar feiten en causaliteit.
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- HR vernietigt het arrest van het hof 's-Hertogenbosch van 28-02-2017.
- Verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Niet inhoudelijk beslist ten aanzien van de hoofdvorderingen; afdoening door verwijzing mogelijk in vervolgprocedure. (Hof-oordeel dat onderdelen A en B bij gebrek aan grondslag afgewezen waren, is door HR vernietigd.)
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Gemeente veroordeeld in kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiseres]: € 6.682,49 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij gebreke van betaling binnen 14 dagen [slotbepaling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet expliciet vermeld; geen uitvoerbaarverklaring bij voorraad opgenomen.
RECHTER:
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
du Perron, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:98 BW: ['6:98 BW', 'toerekening van gevolgschade']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1994:ZC1564: HR 2 december 1994 (Poot/ABP)
ECLI:NL:HR:2001:AB2443: HR 15 juni 2001 (Chipshol/Coopers&Lybrand)
ECLI:NL:GHSHE:2017:819: Hof 's-Hertogenbosch 28-02-2017
ECLI:NL:HR:2018:1899: HR 12-10-2018
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:13:05.189000 ============================================================
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
du Perron, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:98 BW: ['6:98 BW', 'toerekening van gevolgschade']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1994:ZC1564: HR 2 december 1994 (Poot/ABP)
ECLI:NL:HR:2001:AB2443: HR 15 juni 2001 (Chipshol/Coopers&Lybrand)
ECLI:NL:GHSHE:2017:819: Hof 's-Hertogenbosch 28-02-2017
ECLI:NL:HR:2018:1899: HR 12-10-2018
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:13:05.189000 ============================================================
69
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:1418 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:1418
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-09-14
- Datum publicatie: 2018-09-04
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 17/03120
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:1418
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:515, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg rechtshandeling. Afnameverplichting in overeenkomst met leverancier. Beeindiging overeenkomst, instemming. Samenhang met 17/02713.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2018/1031
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:1418
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
14-09-2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2018:515 [rnr niet vermeld in arresttekst]
Gevolg: ja (conclusie strekt tot verwerping en is gevolgd) [rnr niet vermeld]
Aangehaalde eerdere HR-arrest: ECLI:NL:HR:2012:BV9530, arrest 25-05-2012 [rnr verwezenlijst]
Aangehaalde arresten hof: gerechtshof Amsterdam/Arnhem-Leeuwarden, diverse data (arresten aan dit arrest gehecht) [rnr verwezenlijst]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiseres] (leveringsafnemer/koopster) — eisster in cassatie
Naam of typering gedaagde
VelopA B.V. (leverancier) — verweerster in cassatie
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over uitleg van een overeenkomst met afnameverplichting tussen [eiseres] en VelopA; geschil rondom beëindiging van de overeenkomst en de vraag of daar (partiële) instemming of aansprakelijkheid uit voortvloeit; samenhang met zaak 17/02713 en eerdere civiele uitspraken; hoofdzakelijk uitleg en toepassing van contractuele verplichtingen en het antwoord op middel in cassatie inzake rechtsvraag. [rnr verwezenlijst]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Cassatieberoep: verwerping van het hofarrest; voorziening in cassatie (niet concreet geformuleerd in dit arrest, zie procesinleiding aan arrest gehecht). [procesinleiding rnr]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
In cassatie aangevoerde klachten betreffen uitleg van overeenkomst en toepassing civielrechtelijke regels; geen specifieke wetsartikelen in dispositief genoemd; art. 81 lid 1 RO toegepast door Hoge Raad. [rnr dispositief]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
Feitelijke en juridische stellingen zijn vermeld in procesinleiding (aan arrest gehecht); niet in dispositief opgenomen. [procesinleiding rnr]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Geen specifieke erkende feiten in dispositief genoemd; verwijzing naar feitenvaststelling hof in gehechte arresten. [rnr verwezenlijst]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
VelopA heeft verweerschrift ingediend en verwerpt cassatieberoep; concrete verweren niet in dispositief, bestaan uit bestreden beslissingen van hof inzake uitleg overeenkomst. [rnr processtukken]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Niet in dispositief vermeld; art. 81 lid 1 RO aangehaald door HR voor niet-motiveren van beslissing. [rnr dispositief]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
VelopA verwerpt de door [eiseres] aangevoerde juridische klachten tegen de hofarresten; betwist dat cassatiegronden leiden tot vernietiging. [rnr verweerschrift]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Niet vermeld in dispositief.
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
De Hoge Raad beoordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat, krachtens art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De HR verwijst naar eerdere relevante arresten en naar de aan het arrest gehechte processtukken en hofarresten. [rnr dispositief]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Dragende motieven: de aangevoerde klachten zouden geen relevante rechtsvragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen en zijn onvoldoende gegrond om het cassatieberoep te doen slagen; daarom is verwerping aangewezen en volstaat geen nadere motivering. De conclusie van de A-G tot verwerping is gevolgd. [rnr dispositief; conclusie A-G]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. [slotzin arrest]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Het beroep wordt verworpen. [slotzin arrest]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
[eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, aan de zijde van VelopA begroot op:
- verschotten: € 6.575,34
- salaris advocaat: € 2.200,--
Totaal genoemd in dispositief. [slotzin arrest]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld.
RECHTER:
Polak, M.: raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
du Perron, C.E.: raadsheer
Sieburgh, C.H.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'niet-motiveren van verwerping cassatie indien geen belang voor rechtseenheid/rechtsontwikkeling']
niet vermeld: ['niet vermeld', 'algemene verwijzing naar civiel recht en uitleg overeenkomst']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2018:1418: HR 14-09-2018 (zaak 17/03120)
ECLI:NL:HR:2012:BV9530: HR 25-05-2012
ECLI:NL:PHR:2018:515: Conclusie A-G 2018
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:56:40.998000 ============================================================
Polak, M.: raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
du Perron, C.E.: raadsheer
Sieburgh, C.H.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'niet-motiveren van verwerping cassatie indien geen belang voor rechtseenheid/rechtsontwikkeling']
niet vermeld: ['niet vermeld', 'algemene verwijzing naar civiel recht en uitleg overeenkomst']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2018:1418: HR 14-09-2018 (zaak 17/03120)
ECLI:NL:HR:2012:BV9530: HR 25-05-2012
ECLI:NL:PHR:2018:515: Conclusie A-G 2018
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:56:40.998000 ============================================================
72
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:470 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:470
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-03-30
- Datum publicatie: 2018-03-29
- Datum aangepast: 2025-06-02
- Zaaknummer: 16/06014
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2018:470
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1419, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:4036, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Vervolg op HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011/8. Invloed collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders (art. 2:9 BW) op persoonlijk ernstig verwijt als bestuurder. Betekenis van schending van normen van financieel recht (art. 3 en 7 (oud) Wte 1995).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2018/755; RN 2018/41; RF 2018/51; RO 2018/39; AA20180502 met annotatie van B.F. Assink; Ondernemingsrecht 2018/81 met annotatie van M.L. Lennarts; RAV 2018/53; JIN 2018/95 met annotatie van R.A. Wolf; RvdW 2018/403; NJ 2018/330 met annotatie van P. van Schilfgaarde; NTHR 2018, afl. 3, p. 160; JONDR 2018/459; JONDR 2018/537; OR-Updates.nl 2018-0063; O&F 2018/3.3 met annotatie van Westenbroek, W.A.; JOR 2018/234 met annotatie van mr. B.I. Kraaipoel
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:470
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
30 maart 2018
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie van AG: ECLI:NL:PHR:2017:1419, gevolg [r.o. vermeld]
Cassatie tegen: ECLI:NL:GHSHE:2016:4036 (gerechtshof ’s‑Hertogenbosch 6 sep 2016), bekrachtigd/bevestigd
Voorgaand relevant arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BO1979 (17 dec 2010) [rov. 1 e.v.]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Meerdere particuliere beleggers / investeerders (gezamenlijk: [eisers]) [in cassatie partijenlijst]
Naam of typering gedaagde
TMF Management (BVI) ltd. (bestuurder, rechtspersoon naar vreemd recht) en TMF Netherlands B.V. (TMF c.s.) [verweersters] [p. proces]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Beleggers investeerden (1997–2002) in aandelen van vennootschappen voor een resortproject in Dominicaanse Republiek; project mislukte; beleggers vorderen schadevergoeding van TMF c.s. op grond dat TMF Management als (mede)bestuurder tekort is geschoten en onvoldoende heeft toegezien op naleving van Nederlandse effectenregelgeving (oud 3 en 7 Wte 1995) bij aanbiedingen in Nederland; hof wees vorderingen af; eisers cassatie tegen hofarrest. [inleiding; r.o. 3.1–3.6]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige daad / bestuurdersaansprakelijkheid van TMF Management jegens beleggers. [procesvordering; r.o. samenvatting]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
6:162 BW (onrechtmatige daad) en betrekken van 2:9 BW (collegiale bestuurstaak/verantwoordelijkheid) als relevante context; schending van art. 3 en 7 (oud) Wte 1995 als feitelijke norm. [rov. 3.3–3.6]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- TMF Management was (mede)bestuurder van vier BVI‑vennootschappen voor het project. [rov. 3.6.4]
- TMF Management registreerde inschrijvingen en verstuurde aandeelbewijzen; beheer depotbetalingen gedelegeerd aan TMF Nederland. [rov. 3.6.4]
- Aandelen zijn in Nederland aangeboden/verkocht zonder naleving art. 3 en 7 (oud) Wte 1995; hierdoor schade voor [eisers]. [processtance; r.o. samenvatting]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- TMF Management fungeerde als (mede)bestuurder van meerdere BVI‑vennootschappen. [erkend door beide partijen; r.o. 3.1–3.6]
- De beleggingen en het falen van het project en de door eisers geleden schade staan als feitelijk kader in het geding. [erkend/aanvaard in cassatie samenvatting; r.o. 3.1]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Primair verweer: uitgangspunt dat vennootschap jegens derden aansprakelijk is; bestuurder alleen in uitzonderlijke gevallen aansprakelijk indien persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (HR‑maatstaf). [rov. 3.3.1–3.3.2]
- Betwisting dat collegiale verantwoordelijkheid (2:9 BW) meebrengt dat iedere bestuurder persoonlijk aansprakelijk is jegens derden zonder persoonlijk ernstig verwijt. [rov. 3.3.3]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:9 BW (kollegiale verantwoordelijkheid intern), 6:162 BW (onrechtmatige daad), art. 3 en 7 (oud) Wte 1995. [rov. 3.3–3.6]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- TMF Management heeft slechts administratieve/managementservices verricht; geen aanwijzing dat zij betrokken was bij aanbieding/ verkoop in Nederland of wist/hoorde te weten van schending Wte 1995; geen specifieke taken anders dan administratieve handelingen. [rov. 3.6.4]
- Geen feiten gesteld waaruit volgt dat TMF Management wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat Nederlandssituatie en regelgeving werden geschonden en dat eisers daardoor nadeel zouden lijden. [rov. 3.6.4]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest. [geen aanduiding; r.o. samenvatting]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Hoge Raad bevestigt gehanteerde maatstaf: voor aansprakelijkheid bestuurder tegenover derden is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt; hogere drempel dan voor vennootschap; toepasselijk HR‑jurisprudentie: HR 8‑12‑2006 (Ontvanger/Roelofsen), HR 5‑9‑2014 (Hezemans Air en RCI), HR 8‑7‑2011 (trustmaatschappij) en HR 17‑2‑2017 (2:11 BW context). [rov. 3.3.1–3.3.3]
- Collegiale verantwoordelijkheid (2:9 BW) vormt geen zelfstandig grond voor aansprakelijkheid van iedere bestuurder jegens derden zonder persoonlijk ernstig verwijt; interne taaktoedeling verandert eis van persoonlijk ernstig verwijt niet. [rov. 3.3.2–3.3.3]
- Ook schending van wettelijke bescherming van beleggers (oud 3 en 7 Wte 1995) levert niet per se een vermoeden van persoonlijk ernstig verwijt op; eisers moeten concrete feiten/omstandigheden stellen waaruit blijkt dat bestuurder persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. [rov. 3.3.3]
- Toepassing op feiten: hof had gemotiveerd geoordeeld dat TMF Management vooral administratieve taken had, op BVI was gevestigd, geen aanwijzingen dat zij toezicht had gehouden of moest hebben gehad op naleving Nederlandse regelgeving; hof heeft terecht geoordeeld dat geen persoonlijk ernstig verwijt van persoonlijk handelen/nalaten bewezen is. Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel geen verkeerde rechtsopvatting bevat en niet onbegrijpelijk is. [rov. 3.6.4]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Belang beperking persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders jegens derden: voorkomen defensief bestuurdersgedrag en respect voor separatie vennootschap/wederpartij; hoge bewijslast voor persoonlijk ernstig verwijt noodzakelijk. [rov. 3.3]
- Afweging van feiten: aard van werkzaamheden van TMF Management (administratief, BVI‑vestiging), rol van initiator ([betrokkene 2]) als primair verantwoordelijk voor aanbiedingen in Nederland, ontbreken van feiten dat TMF Management wist of behoorde te weten van overtredingen — leidt tot geen persoonlijk ernstig verwijt. [rov. 3.6.4]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van [eisers]. [slotbepaling]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Beroep in cassatie: verworpen. [eindbeslissing]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- [eisers] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van TMF c.s.: verschotten €6.590,34 en salaris €2.200,00, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen voldaan. [laatste onderdeel arrest]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; geen uitvoerbaar‑bij‑voorraad aangeduid in arrest.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'collegiale verantwoordelijkheid en taakverdeling bestuur']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bijzondere aansprakelijkheidsregeling (verwijzing in HR jurisprudentie)']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid (persoonlijk ernstig verwijt)']
3 Wte 1995: ['3 Wte 1995', 'aanbieding effecten (oud)']
7 Wte 1995: ['7 Wte 1995', 'effectenbemiddeling/vergunning (oud)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2010:BO1979: HR 17 december 2010
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014 (Hezemans Air)
ECLI:NL:HR:2014:2627: HR 5 september 2014 (RCI)
ECLI:NL:HR:2011:BP8686: HR 8 juli 2011
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17 februari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2016:4036: Gerechtshof 's‑Hertogenbosch 6 september 2016
ECLI:NL:PHR:2017:1419: Conclusie AG 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2016": 1, "2017": 1, "2018": 7, "2019": 7, "2020": 8, "2021": 11, "2022": 16, "2023": 10, "2024": 11, "2025": 6} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:23.179000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: Raadsheer (in het openbaar uitgesproken)
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Sieburgh, C.H.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'collegiale verantwoordelijkheid en taakverdeling bestuur']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bijzondere aansprakelijkheidsregeling (verwijzing in HR jurisprudentie)']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid (persoonlijk ernstig verwijt)']
3 Wte 1995: ['3 Wte 1995', 'aanbieding effecten (oud)']
7 Wte 1995: ['7 Wte 1995', 'effectenbemiddeling/vergunning (oud)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2010:BO1979: HR 17 december 2010
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014 (Hezemans Air)
ECLI:NL:HR:2014:2627: HR 5 september 2014 (RCI)
ECLI:NL:HR:2011:BP8686: HR 8 juli 2011
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17 februari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2016:4036: Gerechtshof 's‑Hertogenbosch 6 september 2016
ECLI:NL:PHR:2017:1419: Conclusie AG 2017
AANTAL REFERENTIES: {"2016": 1, "2017": 1, "2018": 7, "2019": 7, "2020": 8, "2021": 11, "2022": 16, "2023": 10, "2024": 11, "2025": 6} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:23.179000 ============================================================
77
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2017:275 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2017:275
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2017-02-17
- Datum publicatie: 2017-02-17
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 15/03646
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2017:275
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1224, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:7697, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad jegens schuldeiser. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Reikwijdte van art. 2:11 BW; mogelijkheid tot disculpatie. Motiveringsklacht over hoogte schadevergoeding.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; Ondernemingsrecht 2017/79 met annotatie van M. Mussche, Y. Borrius; JONDR 2017/241; AR 2017/871; RN 2017/46; V-N Vandaag 2017/429; AR 2017/882; JWB 2017/67; RvdW 2017/253; NJB 2017/479; V-N 2017/21.20 met annotatie van Redactie; AR 2017/1957; RAV 2017/42; RO 2017/37; RI 2017/51; NJ 2017/215 met annotatie van P. van Schilfgaarde; AA20170523 met annotatie van S.M. Bartman, C.E.J.M. Hanegraaf; JIN 2017/51 met annotatie van R.A. Wolf; TvPP 2017, afl. 3, p. 116; JOR 2017/121 met annotatie van mr. A.F.J.A. Leijten; OR-Updates.nl 2017-0078 met annotatie van T.M.C. Arons (annotatie 1); INS-Updates.nl 2017-0070; NTFR 2017/634 met annotatie van mr. R.B.H. Beune
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2017:275
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
17-02-2017
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie PHR: ECLI:NL:PHR:2016:1224 [r.o. vermeldingen]
In cassatie op (eerder hof): ECLI:NL:GHARL:2013:7697 [eerste arrest 15-10-2013]
(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen: ECLI:NL:GHARL:2015:?? (tweede arrest 07-04-2015) [zie rov. en hechting arresten]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[eiser] (individuele tweedegraads bestuurder) [r.o. feitelijke inleiding]
Naam of typering gedaagde
[verweerster] (leverancier/fruitexporteur, schuldeiser) [r.o. feitelijke inleiding]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid van [eiser] als bestuurder van Holding (tweedegraads bestuurder) jegens schuldeiser [verweerster] wegens: (A) valse Out-Turn Statements waardoor lagere opbrengsten en hogere douanekosten werden verantwoord; (B) onttrekking van voor verhaal vatbaar vermogen uit [A] via geantedateerde sale-and-lease-back zodat verhaal op activa werd belemmerd; procedure leidde tot veroordeling van Holding en [betrokkene 1], uiteenlopende uitspraken tegen [eiser], beroep bij hof, vervolgens cassatie over reikwijdte art. 2:11 BW, mogelijkheid van disculpatie en schadevaststelling [i-iii, diverse rov.].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
[eiser] vordert primair verwerping aansprakelijkheid jegens [verweerster]; subsidiair verwerping of vermindering van opgelegde schadevergoeding en afwijzing van persoonlijke aansprakelijkheid.
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Aansprakelijkheid op grond van: 6:162 BW (onrechtmatige daad) en toepassing van 2:11 BW (bestuurdersaansprakelijkheid tweedegraads) [rov. eerste en tweede arrest, rov. 3.2 e.v.].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [eiser] stelt niet concreet persoonlijk betrokken te zijn bij de valse OTS-en; betwist persoonlijk ernstig verwijt omtrent OTS-en [rov. eerste arrest].
- [eiser] voert aan dat het faillissement onafwendbaar was en dus geen causaal verband tussen onttrekkingen en schade van [verweerster] bestond; betwist verdeling van activa en omvang schade [rov. tweede arrest].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Erkend door beide partijen: Holding is bestuurder van [A] en was krachtens gewijsde aansprakelijk jegens [verweerster] wegens valse OTS-en (definitieve aansprakelijkheid Holding) [rov. eerste arrest; gewijsde].
- Erkend door beide partijen: [A] verkreeg surseance (03-06-2008) en is failliet verklaard (13-06-2008) [feiten i-vi].
- Erkend door beide partijen: rechtbank heeft vastgesteld dat [A] ten tijde van faillietverklaring voldoende middelen had om andere schuldeisers (excl. [verweerster]) te voldoen; hoger beroep niet aangevallen [rov. tweede arrest r.o.4.6].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
[verweerster] voert geen verweer in cassatie ter afwijzing van aansprakelijkheid van Holding; in incidenteel beroep stelde zij dat art.2:11 BW rechtstreeks hoofdelijkheid schept ten laste van [eiser] zonder aanvullende eis van persoonlijk ernstig verwijt [rov. eerste arrest].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:11 BW; 6:162 BW; (verwijzing naar 2:9 en 2:248 BW in wetsgeschiedenis) [rov. eerste arrest en 3.2.2].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
[verweerster] betwist noch de aansprakelijkheid van Holding; zij stelt dat art.2:11 BW ertoe leidt dat ook [eiser] hoofdelijk aansprakelijk is zonder dat hij zelfstandig persoonlijk ernstig verwijt hoeft te dragen. Zij weerspreekt niet de schadestaatberekening die tot 91,2% toewijzing leidde [rov. tweede arrest].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel vermeld in het arrest; geen oordeel over aangeboden herstel [geen aanwijzing in feiten].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
De HR oordeelt dat art. 2:11 BW toepasselijk is op alle gevallen waarin een rechtspersoon als bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet, inclusief aansprakelijkheid uit 6:162 BW; de bepaling legt hoofdelijkheid op iedere die ten tijde van het ontstaan bestuurder is, doch staat de mogelijkheid open voor die bestuurder om zelfstandig te stellen en te bewijzen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt treft (disculpatie) [rov. 3.2.2-3.2.3].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Doel art.2:11 BW is misbruik van rechtspersoonlijkheid voorkomen en verhaalspositie schuldeisers versterken; geen aanwijzing dat toepassing beperkt moet worden tot bepaalde wettelijke grondslagen [rov. 3.2.2].
- Tegelijk vereist de aard van onrechtmatige-daad-aansprakelijkheid (6:162 BW) dat persoonlijke ernstig verwijtbaarheid aan de individuele bestuurder kan worden betwist en bewezen; aldus rechtvaardige bewijslastverdeling en bescherming individuele bestuurder tegen onterecht hoofdelijkheid [rov. 3.2.3].
Daarnaast oordeelt de HR dat het hof bij schadevaststelling (omvang specifiek aan [verweerster] toegebrachte schade) de juiste maatstaf had te hanteren: vergelijking werkelijke situatie en hypothetische situatie zonder onttrekking; het hof heeft dit onjuist toegepast door uit te gaan van verdeling van activa in faillissement zonder juist te vergelijken en daardoor onjuiste gedeeltelijke toewijzing vastgesteld; onderdeel hierover slaagt [rov. 3.5.1-3.5.4].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- In het principale beroep: verwerpt het cassatieberoep van [eiser] [slotbepaling].
- In het incidentele beroep: vernietigt de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15-10-2013 en 07-04-2015 en verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing [slotbepaling].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Principaal: beroep [eiser] verworpen.
- Incidenteel: arresten vernietigd; verwijzing naar hof ’s-Hertogenbosch.
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- In het principale beroep: [eiser] veroordeeld in kosten van cassatie aan zijde van [verweerster] begroot op verschotten € 6.524,34 en salaris € 2.200,-- [slotbepaling].
- In het incidentele beroep: [eiser] veroordeeld in kosten van cassatie aan zijde van [verweerster] begroot op verschotten € 68,07 en salaris € 2.600,-- [slotbepaling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet expliciet vermeld; standaarduitspraak HR bevat geen uitvoerbaar bij voorraad aanduiding in deze onderdelen.
RECHTER:
Numann, E. J.: Vice-president en voorzitter
Streefkerk, C. A.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M. V.: Raadsheer
Kroeze, M. J.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid tweedegraads / hoofdelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / persoonlijk ernstig verwijt']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (verwijzing wetsgeschiedenis)']
2:248 BW: ['2:248 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (verwijzing wetsgeschiedenis)']
6:96 BW: ['6:96 lid 2 onder b BW', 'vergoeding wettelijke rente en incassokosten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17-02-2017
ECLI:NL:GHARL:2013:7697: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-10-2013
ECLI not known: Rechtbank Gelderland 22-01-2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:54:33.299000 ============================================================
Numann, E. J.: Vice-president en voorzitter
Streefkerk, C. A.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
Polak, M. V.: Raadsheer
Kroeze, M. J.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid tweedegraads / hoofdelijkheid']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / persoonlijk ernstig verwijt']
2:9 BW: ['2:9 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (verwijzing wetsgeschiedenis)']
2:248 BW: ['2:248 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (verwijzing wetsgeschiedenis)']
6:96 BW: ['6:96 lid 2 onder b BW', 'vergoeding wettelijke rente en incassokosten']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:275: HR 17-02-2017
ECLI:NL:GHARL:2013:7697: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-10-2013
ECLI not known: Rechtbank Gelderland 22-01-2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:54:33.299000 ============================================================
80
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2015:3018 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2015:3018
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2015-10-09
- Datum publicatie: 2015-10-08
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 15/00378
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2015:3018
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1128; Prejudiciële beslissing op vraag van: ECLI:NL:GHAMS:2015:105
INHOUDSINDICATIE:
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; JWB 2015/347; RvdW 2015/1093; NJB 2015/1858; RCR 2016/2; JONDR 2015/1161; NJ 2016/490 met annotatie van J. Hijma; JPF 2015/135; TvPP 2015, afl. 6, p. 179; NTHR 2015, afl. 6, p. 312; JOR 2015/337 met annotatie van mr. T.M.C. Arons; PS-Updates.nl 2019-0397
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2015:3018
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
2015-10-09
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:GHAMS:2015:105, Hof Amsterdam, 20-01-2015 (laatste hofarrest waarop prejudiciële vragen betrekking hebben) [rnr Hof 20-01-2015].
Conclusie van het parket: ECLI:NL:PHR:2015:1128, Conclusie P-G, (plaatsvervangend) [rnr Conclusie P-G].
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[appellant] (consument / contractspartij effectenlease)
Naam of typering gedaagde
Dexia Nederland B.V. (leasemaatschappij)
CASUS:
Kort: geschil over verjaring en stuiting door collectieve actie van de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van een effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken van toestemming echtgenoot [1:89 BW]. Centrale vraag: stuit de instel ling van een collectieve actie (3:305a BW) de verjaring van zowel de rechtsvordering tot vernietiging (3:316 en 3:52 BW) als de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging (3:52 lid 2 BW), en kan een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring in plaats van een nieuwe eis de stuiting instandhouden binnen de zesmaandentermijn van 3:316 lid 2 BW? [rnr feiten en vragen].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
verklaring dat de leaseovereenkomst door de buitengerechtelijke verklaring van 2-2-2005 rechtsgeldig is vernietigd; terugbetaling van betaalde termijnen (vordering tot vernietiging en restitutie) [rnr vordering appellant].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
1:89 BW; 1:88 BW; 3:49 BW; 3:52 BW; 3:316 BW; 3:305a BW; 7:907-7:908 BW (WCAM) [rnr toepassingsartikelen].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- appellant sloot effectenlease 13-10-2000; betaalde €13.484,68; eindafrekening 21-6-2006 negatief saldo €8.969,88 [rnr feiten (i)-(ii)].
- betrokkene 1 (echtgenoot) zond op 2-2-2005 buitengerechtelijke vernietiging naar Dexia [rnr (viii)].
- collectieve procedure gestart 13-3-2003 door Stichting Eegalease e.a.; vonnis rechtbank 25-8-2004: vordering A toegewezen, B afgewezen; later WCAM-schikking (Duisenberg-regeling) 23-6-2005 verbindend verklaard; appellant opt-out verklaring gedaan [rnr (iv)-(vi)-(vii)].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Dat sprake is van effectenleaseovereenkomst d.d. 13-10-2000 en betalingsgegevens [erkend door beide partijen] [rnr (i)-(ii)].
- Dat betrokkene 1 op 2-2-2005 buitengerechtelijke vernietiging heeft verklaard en Dexia die niet heeft aanvaard [erkend door beide partijen] [rnr (viii)].
- Dat collectieve actie is ingesteld 13-3-2003 en tot WCAM-schikking 23-6-2005 heeft geleid; appellant maakte gebruik van opt-out [erkend door beide partijen] [rnr (iv)-(vi)-(vii)].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- Verjaring van bevoegdheid tot vernietiging (3:52 lid 1 BW) ten tijde van 2-2-2005, verweer dat betrokkene 1 vanaf vroegste termijnbetaling bekend was met leaseovereenkomst; dus bevoegdheid verjaard [rnr verweer Dexia].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
3:52 lid 1 en lid 2 BW; 3:316 BW; 3:305a BW; toelichting op 3:305a BW; art. 7:908 BW (opt-out) [rnr verweer].
Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde
- Betwist dat collectieve dagvaarding van 13-3-2003 de verjaring van de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van betrokkene 1 heeft gestuit; Dexia meent beperking van stuiting tot schadevorderingen of betoogt dat de collectieve procedure door schikking/royement medio 2005 is geëindigd en geen nieuwe eis binnen 6 maanden is ingesteld [rnr betwisting hof en verweer Dexia].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in de zaakgegevens [rnr ontbreken aanbod].
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling rechtsvragen
- Instellen van collectieve actie ex 3:305a BW kan stuiting bewerkstelligen ex 3:316 lid 1 BW van verjaring van individuele vorderingen die aansluiten bij de collectieve vordering, waaronder vorderingen tot vernietiging op grond van 1:89 BW; gevolg: ook de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging wordt gestuit ex 3:52 lid 2 BW [rnr overwegingen 3.3.4–3.3.5 en slotsom 3.4.7].
- Geen grond om stuiting te beperken tot schadevorderingen; parlementaire geschiedenis en toelichting laten ook vernietiging en verklaringen voor recht toe als collectieve vorderingen; belang bij effectieve en efficiënte rechtsbescherming brengt mee dat gerechtigden in afwachting kunnen afzien van eigen stuitingshandelingen [rnr 3.3.5–3.4.4].
- Opt‑out (7:908 lid 2 BW) sluit de mogelijkheid niet uit zich op stuiting te beroepen: collectieve actie was mede ten behoeve van de belanghebbende en stuiting blijft toekomen aan degene die zich later niet aan de schikking bindt [rnr 3.4.5].
- Een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring is niet hetzelfde als het instellen van een nieuwe eis in de zin van 3:316 lid 2 BW; doch de HR stelt dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring die vóór het verstrijken van de zesmaandentermijn van 3:316 lid 2 BW wordt uitgebracht, tijdig is en voor behoud van stuiting (praktische gelijkstelling met nieuwe eis) moet zorgen om het doel van effectieve rechtsbescherming niet te ondermijnen [rnr 3.5.2–3.5.4].
Dragende motieven
- Doel van 3:305a BW: effectieve en efficiënte rechtsbescherming en faciliteren collectieve schikkingen; voorkomen dat individuele belangen onnodig worden gedwongen tot voortijdige actie; parlementaire toelichting en HR‑voorkomenissen wijzen op ruime strekking van stuiting [rnr 3.3.4–3.3.5; HR-referenties].
- Consistentie met 3:52 lid 2 BW: bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging verjaart gelijktijdig met rechtsvordering; indien verjaring van rechtsvordering wordt gestuit, moet bevoegdheid mee-stuiten [rnr 3.4.2–3.4.4].
- Evenwicht: waar 3:316 lid 2 BW bescherming biedt door eis binnen zes maanden te verlangen, acht HR het noodzakelijk buitengerechtelijke vernietiging ook binnen die termijn te erkennen om doel van stuiting niet te frustreren [rnr 3.5.1–3.5.4].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- Vraag 1: beantwoordt bevestigend: stuitende werking ex 3:316 lid 1 BW van collectieve vordering ex 3:305a BW strekt zich uit tot verjaring van een daarop aansluitende individuele vordering tot vernietiging ex 1:89 BW en daardoor ook tot de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging (3:52 lid 2 BW) [rnr conclusie eerste vraag].
- Vraag 2: beantwoordt bevestigend in praktisch resultaat: een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring die vóór het verstrijken van de in 3:316 lid 2 BW bedoelde zesmaandentermijn is uitgebracht, is tijdig en staat gelijk voor behoud van stuiting (zij het dat formeel geen nieuwe eis is) [rnr conclusie tweede vraag].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- De beslissing is prejudiciële beantwoording; geen beschikking in hoofdzaak ten gunste of ten nadele van partijen door HR in deze beslissing zelf; HR beantwoordt de vragen zoals hierboven gesteld [rnr slotformulering].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Begroting van de kosten van de procedure ex 393 lid 10 Rv: aan de zijde van [appellant] €1.800,-- en aan de zijde van Dexia €1.800,-- [rnr slot].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet van toepassing in prejudiciële beslissing; geen uitvoerbaar bij voorraad vermeld [rnr geen uitvoerbaar bij voorraad].
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
Polak, M.V.: raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
De Groot, G.: in het openbaar uitgesproken door raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1:88 BW: ['1:88 BW', 'toestemming echtgenoot vereist bij bepaalde rechtshandelingen (o.a. effectenlease)']
1:89 BW: ['1:89 BW', 'vernietigingsgrond bij ontbreken toestemming echtgenoot']
3:49 BW: ['3:49 BW', 'vernietiging door buitengerechtelijke verklaring of rechterlijke uitspraak']
3:52 BW: ['3:52 lid 1 en lid 2 BW', 'verjaring rechtsvordering tot vernietiging en gelijktijdige verjaring bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging']
3:316 BW: ['3:316 lid 1 en lid 2 BW', 'stuiting verjaring door instellen eis of andere daad van rechtsvervolging; zesmaandentermijn voor opnieuw instellen eis na einde geding']
3:305a BW: ['3:305a BW', 'collectieve actie door rechtspersoon voor bundeling belangen en mogelijkheid verklaring voor recht; doel effectieve en efficiënte rechtsbescherming']
7:907 BW: ['7:907 lid 1 BW', 'WCAM‑overeenkomst (collectieve schikking)']
7:908 BW: ['7:908 lid 2 BW', 'opt-out verklaring door individuele belangenhebbende bij WCAM-schikking']
3:55 BW: ['3:55 lid 2 BW', 'zolang rechtsvordering niet is verjaard, is buitengerechtelijke vernietiging mogelijk']
393 Rv: ['393 lid 10 Rv', 'begroting kosten in cassatieprocedure / prejudiciële beslissing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ7412: Rb Amsterdam 25-08-2004
ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ7033: GH Amsterdam 25-01-2007
ECLI:NL:GHAMS:2015:105: GH Amsterdam 20-01-2015
ECLI:NL:HR:2015:3018: HR 09-10-2015
ECLI:NL:HR:2008:BC2837: HR 28-03-2008
ECLI:NL:HR:2014:766: HR 28-03-2014
ECLI:NL:HR:2013:BX7846: HR 08-02-2013
ECLI:NL:PHR:2015:1128: Conclusie P-G 2015
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:56:51.447000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Snijders, G.: raadsheer
Polak, M.V.: raadsheer
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
De Groot, G.: in het openbaar uitgesproken door raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1:88 BW: ['1:88 BW', 'toestemming echtgenoot vereist bij bepaalde rechtshandelingen (o.a. effectenlease)']
1:89 BW: ['1:89 BW', 'vernietigingsgrond bij ontbreken toestemming echtgenoot']
3:49 BW: ['3:49 BW', 'vernietiging door buitengerechtelijke verklaring of rechterlijke uitspraak']
3:52 BW: ['3:52 lid 1 en lid 2 BW', 'verjaring rechtsvordering tot vernietiging en gelijktijdige verjaring bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging']
3:316 BW: ['3:316 lid 1 en lid 2 BW', 'stuiting verjaring door instellen eis of andere daad van rechtsvervolging; zesmaandentermijn voor opnieuw instellen eis na einde geding']
3:305a BW: ['3:305a BW', 'collectieve actie door rechtspersoon voor bundeling belangen en mogelijkheid verklaring voor recht; doel effectieve en efficiënte rechtsbescherming']
7:907 BW: ['7:907 lid 1 BW', 'WCAM‑overeenkomst (collectieve schikking)']
7:908 BW: ['7:908 lid 2 BW', 'opt-out verklaring door individuele belangenhebbende bij WCAM-schikking']
3:55 BW: ['3:55 lid 2 BW', 'zolang rechtsvordering niet is verjaard, is buitengerechtelijke vernietiging mogelijk']
393 Rv: ['393 lid 10 Rv', 'begroting kosten in cassatieprocedure / prejudiciële beslissing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ7412: Rb Amsterdam 25-08-2004
ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ7033: GH Amsterdam 25-01-2007
ECLI:NL:GHAMS:2015:105: GH Amsterdam 20-01-2015
ECLI:NL:HR:2015:3018: HR 09-10-2015
ECLI:NL:HR:2008:BC2837: HR 28-03-2008
ECLI:NL:HR:2014:766: HR 28-03-2014
ECLI:NL:HR:2013:BX7846: HR 08-02-2013
ECLI:NL:PHR:2015:1128: Conclusie P-G 2015
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 22:56:51.447000 ============================================================
84
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHAMS:2015:105 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:GHAMS:2015:105
- Instantie: Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak: 2015-01-20
- Datum publicatie: 2015-01-22
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 200.089.046-01
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:105
FORMELE RELATIES:
Prejudiciële vraag aan: ECLI:NL:HR:2015:3018; Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:2291
INHOUDSINDICATIE:
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv), effectenleaseovereenkomst; kan de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van rechtshandelingen collectief gestuit worden?
De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn:
- strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich uit tot de verjaring van de buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens art. 1:89 BW?;
en bij een bevestigend antwoord op die vraag,
- leidt alsdan een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring van voor het tijdstip waarop de in art. 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken tot hetzelfde rechtsgevolg als het instellen van een nieuwe eis in de zin van die bepaling?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RF 2015/63; JONDR 2015/817; NTHR 2015, afl. 3, p. 145
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:GHAMS:2015:105 [rov. opener / zaakgegevens]
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Hof (Gerechtshof Amsterdam) [rov. opener / zaakgegevens]
Datum uitspraak
20 januari 2015 [rov. opener / zaakgegevens]
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Prejudiciële verwijzing naar: ECLI:NL:HR:2015:3018; Rechterlijke instantie: HR; Datum uitspraak: 2015 (jaar genoemd in ECLI) [rov. 3.16].
Einduitspraak in verband met de zaak: ECLI:NL:GHAMS:2016:2291; Rechterlijke instantie: Hof (GH Amsterdam); Datum uitspraak: 2016 (jaar genoemd in ECLI) [rov. 3.16].
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[appellant] (appellant) [inzake / zaakgegevens]
Naam of typering gedaagde
Dexia Nederland B.V. (geïntimeerde) [inzake / zaakgegevens]
CASUS:
Het hof legt op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de vraag of de stuitende werking van een collectieve vordering [3:305a BW] op de verjaring van de buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen [1:89 BW] doorwerkt en, bij bevestigend antwoord, of een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring van vóór het verstrijken van de in 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn hetzelfde rechtsgevolg heeft als het instellen van een nieuwe eis in de zin van die bepaling [rov. 3.16; rov. 3.15; tussenarrest verwijzing].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
Beantwoording prejudiciële rechtsvragen door de Hoge Raad inzake reikwijdte van stuiting door collectieve vordering en rechtsgevolg van buitengerechtelijke vernietigingsverklaring [rov. 3.16].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Art. 392 Rv; 3:305a BW; 3:316 BW; 1:89 BW [rov. 3.16; rov. 3.15].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Het hof acht beantwoording nodig wegens veelvuldig voorkomen van dezelfde vraag in andere zaken; volgens Kostermans minstens 1.000 zaken en volgens Dexia circa 2.200 zaken [rov. 3.15].
- Partijen hebben gelijktijdig een akte genomen ter uitvoering van het tussenarrest [tussenarrest uitvoering; rov. vermeldingen].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Partijen hebben geen opmerkingen gemaakt over de inhoud van de voorgestelde vraagstelling, behoudens een verzoek van appellant tot explicitering van de tweede vraag dat niet nader is uitgewerkt [erkend door beide partijen; rov. 3.16].
- Appellant stemt in met het voornemen tot verwijzing; Dexia refereert zich (neemt geen inhoudelijk bezwaar tegen de voorgestelde formulering) [erkend door beide partijen; rov. 3.16].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
Dexia heeft geen inhoudelijk bezwaar tegen de geformuleerde vragen aangevoerd; heeft aangeduid dat beantwoording voor vele andere zaken van belang is (omvang bezwaar/partijbelang) [rov. 3.16; rov. 3.15].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Verwijzing naar dezelfde wetsartikelen als door het hof geformuleerd: art. 392 Rv; 3:305a BW; 3:316 BW; 1:89 BW [rov. 3.16].
Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde
Geen expliciete feitelijke betwistingen tegen het voornemen tot verwijzing; Dexia meldde het aantal vergelijkbare zaken en heeft zich niet verzet tegen de vraagstelling [rov. 3.15–3.16].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest [zaakstukken en tussenarrest; geen vermelding].
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling van verwijzingsbehoefte: het hof oordeelt dat beantwoording van de vraag door de Hoge Raad nodig is binnen de betekenis van art. 392 lid 1 Rv vanwege het grote aantal soortgelijke zaken en het vereiste van rechtstreekse belang als bedoeld in dat lid sub a en/of b [rov. 3.15].
Procedurele toelichting: het hof verwijst naar rov. 3.1–3.14 voor onderwerp van geschil en stelt dat, zoals voorgeschreven in art. 392 lid 3 Rv, de beslissing die de vraag bevat ook het onderwerp, vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten vermeldt [rov. 3.15–3.16].
Stuiting/aanhouding: het hof bepaalt, overeenkomstig art. 392 lid 5 Rv, dat iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen [rov. 3.16].
Dragende motieven: behoefte aan rechtsuniformiteit en rechtszekerheid gezien omvang klachtenbestand; direct belang van partijen en talloze vergelijkbare zaken vereist hogererechtelijke clarificatie [rov. 3.15–3.16].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- Het hof stelt de Hoge Raad bij wijze van prejudiciële beslissing de twee geformuleerde rechtsvragen voor beantwoording [exacte tekst vragen opgenomen in rov. 3.16] [rov. 3.16].
- De griffier wordt opgedragen onverwijld een afschrift van dit arrest en van het tussenarrest aan de Hoge Raad te zenden [rov. 3.16].
- De griffier wordt opgedragen afschriften van andere op het geding betrekking hebbende stukken op verzoek aan de griffier van de Hoge Raad te zenden [rov. 3.16].
- Iedere verdere beslissing in het geding wordt aangehouden totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen [rov. 3.16].
Toe- of afwijzing vorderingen
Niet van toepassing in de zin van een dispositief ten aanzien van primaire vorderingen; het hof heeft uitsluitend de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld en het verdere geding geschorst [rov. 3.16].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten
Geen beslissing over proces- of nakosten in dit arrest vermeld [zaakstukken; geen vermelding].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet relevant; het arrest bevat geen uitvoerbaar bij voorraad verklaarde verplichting behalve de opdrachten aan de griffier en de aanhouding van verdere beslissing [rov. 3.16].
RECHTER:
Van Achterberg, M.P.: raadsheer
Arnold, A.S.: raadsheer
Hoekzema, J.W.: raadsheer
Rolraadsheer: rolraadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
3:316 BW: ['3:316 lid 2 BW', 'stuitende werking bij vordering; termijnregeling en gevolgen van instellen van eis']
3:305a BW: ['3:305a BW', 'collectieve vordering']
1:89 BW: ['1:89 BW', 'buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen']
392 Rv: ['392 lid 1, lid 3, lid 5 Rv', 'prejudiciële vraagprocedure aan de Hoge Raad; vereisten, inhoud van beslissing en aanhouding verdere beslissing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2015:105: GH Amsterdam 20 januari 2015
ECLI:NL:HR:2015:3018: HR 2015 (prejudiciële vraag)
ECLI:NL:GHAMS:2016:2291: GH Amsterdam 2016 (einduitspraak)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-30 12:51:09.352082 ============================================================
Van Achterberg, M.P.: raadsheer
Arnold, A.S.: raadsheer
Hoekzema, J.W.: raadsheer
Rolraadsheer: rolraadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
3:316 BW: ['3:316 lid 2 BW', 'stuitende werking bij vordering; termijnregeling en gevolgen van instellen van eis']
3:305a BW: ['3:305a BW', 'collectieve vordering']
1:89 BW: ['1:89 BW', 'buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen']
392 Rv: ['392 lid 1, lid 3, lid 5 Rv', 'prejudiciële vraagprocedure aan de Hoge Raad; vereisten, inhoud van beslissing en aanhouding verdere beslissing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2015:105: GH Amsterdam 20 januari 2015
ECLI:NL:HR:2015:3018: HR 2015 (prejudiciële vraag)
ECLI:NL:GHAMS:2016:2291: GH Amsterdam 2016 (einduitspraak)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-30 12:51:09.352082 ============================================================
86
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2014:2628 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2014:2628
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2014-09-05
- Datum publicatie: 2014-09-05
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 13/03314
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:2628
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:371, Contrair
INHOUDSINDICATIE:
Vennootschapsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. Overschrijding volmacht. Werd volmacht verleend aan gevolmachtigde in persoon of in hoedanigheid van bestuurder? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877, NJ 1977/521. Hoge drempel bestuurdersaansprakelijkheid (HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21). Onderscheid met geval dat betrokkene niet optreedt bij zijn taakvervulling als bestuurder, maar als deskundig bemiddelaar (dienstverlener); HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, NJ 2013/302 (Spaanse Villa). Strekt de (beweerdelijk) geschonden norm tot bescherming volmachtgever?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2014/1014; RI 2014/91; NJB 2014/1636; JWB 2014/327; RO 2014/75; JONDR 2014/1024; NJ 2015/21 met annotatie van P. van Schilfgaarde; Bb 2015/2.1; AA20140933 met annotatie van M.J.G.C. Raaijmakers; NTHR 2014, afl. 6, p. 292; TvPP 2014, afl. 5, p. 156; JOR 2014/296 met annotatie van prof. dr. M.J. Kroeze; OR-Updates.nl 2014-0415 met annotatie van M. Mussche; PS-Updates.nl 2019-0305
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2014:2628
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
05-09-2014
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie parket: ECLI:NL:PHR:2014:371 (Contrair) [rov. vooraf; processtukken; bij conclusie AG] [r.o. geïndiceerd]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuuurder, aannemer)
[eiseres] (vennootschap/partij gevestigd in VS) — EISERES tot cassatie [processtukken; geding]
Naam of typering gedaagde
[verweerder] (natuurlijke persoon; bestuurder van Tulip-vennootschappen) — VERWEERDER in cassatie [processtukken; geding]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Verkoop van twee vliegtuigen door [eiseres]; volmachten verleend aan [verweerder]; koper Turbine betaalde USD 230.000 aan Tulip Air Lease in plaats van rechtstreeks aan [eiseres]; [eiseres] vordert terugbetaling van USD 230.000 van Tulip Air Lease en persoonlijk van [verweerder] wegens overschrijding volmacht / onrechtmatige daad; rechtbank en hof wijzen vordering tegen [verweerder] af omdat hij zou hebben gehandeld in hoedanigheid van bestuurder; Hoge Raad onderzoekt of hof ten onrechte oordeelde dat geschonden norm niet tot bescherming van [eiseres] strekte en of aansprakelijkheid bestuurder terecht is beoordeeld [inzake vols/hoedanigheid en toepasselijkheid verzwaarde maatstaf] [rov. 3–4; feiten (i)-(vi)].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Betaling door [verweerder] van USD 230.000,-- aan [eiseres] (vervanging/prestatie tot teruggaaf) [processtuk; eis in eerste aanleg en hoger beroep]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid — met verwijzing naar 6:162 BW (onrechtmatige daad) en algemene leerstukken rond bestuurdersaansprakelijkheid (ernstig verwijt) [rov. 3.5.2; jurisprudentie: HR 20 juni 2008; HR 11 maart 1977; HR 23 nov 2012; HR 6 okt 1989 Beklamel]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [verweerder] trad op als gevolmachtigde en ondertekende volmachten in persoon (14-01-2004 en 07-06-2004) [i, iii] [rov. feiten].
- [verweerder] liet betaling van USD 230.000 aan Tulip Air Lease plaatsvinden en liet doorbetalen USD 160.000 aan Dynamic [iv-v] [rov. feiten].
- Specifieke instructie van [eiseres] aan [verweerder] om koopsom rechtstreeks aan haar te laten overmaken (stelling in hoger beroep en cassatieonderdeel) [rov. onderdeel 2 verwijzing naar stukken].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Dat factuur en betaling via Tulip Air Lease plaatsvonden en bedragen USD 260.000/ USD 254.000/ USD 230.000 en doorbetaling aan Dynamic werden verricht [erkend door beide partijen] [i-vi; rov. feiten].
- Dat volmachten schriftelijk zijn verleend en door [verweerder] zijn ondertekend [erkend door beide partijen] [iii].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- [verweerder] stelt dat hij niet in privé handelde maar in hoedanigheid van bestuurder van Tulip-vennootschappen en dus geen persoonlijke aansprakelijkheid toekomt zonder ernstig verwijt; betwist persoonlijk tekortschieten [rov. rechtbank en hof; rov. 7.5 e.v.].
- Betwist dat hem kennis of redelijk weten toekomt dat Tulip-vennootschappen of Dynamic geen verhaal zouden bieden (ontkent ernstig verwijt ten aanzien van Beklamel-norm) [rov. 13.1; verweer].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Geen specifieke wetsartikelen in verweer genoemd; verweer gesteund op rechtspraak over bestuurdersaansprakelijkheid (HR 20 juni 2008 e.a.) en bewijswaardering [rov. 3.5.2; 7.5 e.v.].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat hij in privé handelde; stelt dat hij handelde als directeur/uit hoofde van bestuursfunctie van Tulip-vennootschappen en dat volmachten waren om legitimatie jegens derden zonder privé-hoedanigheid [rov. 7.5].
- Betwist dat hij wist of behoorde te weten dat betaling aan Tulip-vennootschappen en verdere doorbetaling aan Dynamic tot geen verhaal voor [eiseres] zou leiden; betwist ernstig verwijt [rov. 13.1].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen gebleken aanbod tot herstel of vergoeding in processtukken zoals aangevoerd door hof/HR [processtukken; geen aanbod vermeld].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Vraag of [verweerder] in privé of als bestuurder handelde moet beoordeeld worden naar verhouding tussen [eiseres] en [verweerder] (wat partijen tegenover elkaar verklaarden en mochten afleiden) — HR sluit aan bij HR 11 maart 1977 [rov. 3.4.3]. De wijze van presentatie jegens derden is voor gebondenheid jegens derden relevant, maar niet beslissend voor de verhouding tussen volmachtgever en gevolmachtigde [rov. 3.4.3].
- Aansprakelijkheid van bestuurder naast vennootschap vereist persoonlijk ernstig verwijt; verzwaarde maatstaf geldt indien handelen geschiedt bij taakvervulling als bestuurder — HR 20 juni 2008 en jurisprudentie [rov. 3.5.2].
- Als betrokkene niet handelde als bestuurder maar als dienstverlener/bemiddelaar, geldt die verzwaarde maatstaf niet (HR 23 nov 2012 Spaanse Villa) [rov. 3.5.3].
- Hof mocht waardering van bewijs dat [verweerder] niet in privé handelde begrijpelijk vinden; dit oordeel is niet onbegrijpelijk en blijft staan in cassatie [rov. beantw. onderdeel 1; bewijswaardering; r.o. 7.5 e.v.].
- Ten aanzien van onderdeel 2: het hof oordeelde dat de beweerdelijk geschonden norm niet tot bescherming van [eiseres] strekte omdat [eiseres] op de hoogte was van de slechte financiële toestand van Tulip-vennootschappen; Hoge Raad vernietigt dit oordeel omdat, veronderstellenderwijs aangenomen dat handelen van [verweerder] persoonlijk ernstig verwijtbaar was (overschrijding instructie), bekendheid van [eiseres] met financiële situatie niet uitsluit dat norm tot haar bescherming strekt; ook bezwaar dat aansprakelijkheid afhankelijk zou zijn van kennis van gebrek aan verhaal bij derde (Dynamic) faalt [rov. onderdeel 2; HR overwegingen vernietiging].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Bescherming van derden eist dat status (privé vs bestuurder) primair uit de interne verhouding blijkt tussen volmachtgever en gevolmachtigde; externe presentatie is van bijzaak voor die vraag [HR 11-3-1977; rov. 3.4.3].
- Behoefte aan hoge drempel voor persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid (voorkomen undue chilling en primair aansprakelijkheid vennootschap) weegt mee; daarom geldt verzwaarde maatstaf bij handelen als bestuurder [HR 20-6-2008; rov. 3.5.2].
- Niettemin: indien sprake kan zijn van persoonlijk ernstig verwijt door overschrijding expliciete instructie, kan norm wél tot bescherming van de volmachtgever strekken; hof had dit onvoldoende onderzocht/motiveren bij zijn afwijzing van aansprakelijkheid op grond van bekendheid van [eiseres] met financiële toestand [rov. onderdeel 2; HR vernietiging].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2013 en verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing [slotbepaling; beslisregels].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Cassatieberoep van [eiseres] wordt gegrond verklaard voor het onder onderdeel 2 bestreden gedeelte; het bestreden arrest wordt vernietigd en verwezen; overige klachten ongegrond (onderdeel 1 faalt) [rov. slotsom].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Hoge Raad veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [eiseres]: verschotten € 6.361,89 en salaris advocaat € 2.600,-- [slotbeschikking; kostenveroordeling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet uitdrukkelijk vermeld; gewone HR-uitspraak met verwijzing en kostenveroordeling (kostenbeslissing uitvoerbaar bij voorraad niet vermeld in tekst).
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer; openbaar uitgesproken door G. de Groot
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / zorgvuldigheidsnormen / schadevergoeding']
3: (HR 11 maart 1977 ref): ['11 maart 1977 HR (ECLI:NL:HR:1977:AC1877)', 'toepassing volmacht/hoedanigheid beoordeling tussen partijen']
20 juni 2008 HR (ref): ['20 juni 2008 HR (ECLI:NL:HR:2008:BC4959)', 'hoog drempel bestuurdersaansprakelijkheid / ernstig verwijt']
23 november 2012 HR (Spaanse Villa): ['23 november 2012 HR (ECLI:NL:HR:2012:BX5881)', 'onderscheid handelen als bestuurder vs handelen als bemiddelaar/dienstverlener']
6 oktober 1989 HR (Beklamel): ['6 oktober 1989 HR (ECLI:NL:HR:1989:XXXX)', 'onvoldoende verhaal / precontractuele/transactionele waarschuwingen (Beklamel-norm)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1977:AC1877: HR 11 maart 1977
ECLI:NL:HR:2008:BC4959: HR 20 juni 2008
ECLI:NL:HR:2012:BX5881: HR 23 november 2012
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI not known (hof Den Haag arrest eerder): Gerechtshof Den Haag 26 maart 2013 (geviseerd arrest)
ECLI not known (rechtbank Rotterdam vonnissen): Rechtbank Rotterdam 17 september 2008 en 11 november 2009
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:17:37.404000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer; openbaar uitgesproken door G. de Groot
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad / zorgvuldigheidsnormen / schadevergoeding']
3: (HR 11 maart 1977 ref): ['11 maart 1977 HR (ECLI:NL:HR:1977:AC1877)', 'toepassing volmacht/hoedanigheid beoordeling tussen partijen']
20 juni 2008 HR (ref): ['20 juni 2008 HR (ECLI:NL:HR:2008:BC4959)', 'hoog drempel bestuurdersaansprakelijkheid / ernstig verwijt']
23 november 2012 HR (Spaanse Villa): ['23 november 2012 HR (ECLI:NL:HR:2012:BX5881)', 'onderscheid handelen als bestuurder vs handelen als bemiddelaar/dienstverlener']
6 oktober 1989 HR (Beklamel): ['6 oktober 1989 HR (ECLI:NL:HR:1989:XXXX)', 'onvoldoende verhaal / precontractuele/transactionele waarschuwingen (Beklamel-norm)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:1977:AC1877: HR 11 maart 1977
ECLI:NL:HR:2008:BC4959: HR 20 juni 2008
ECLI:NL:HR:2012:BX5881: HR 23 november 2012
ECLI:NL:HR:2014:2628: HR 5 september 2014
ECLI not known (hof Den Haag arrest eerder): Gerechtshof Den Haag 26 maart 2013 (geviseerd arrest)
ECLI not known (rechtbank Rotterdam vonnissen): Rechtbank Rotterdam 17 september 2008 en 11 november 2009
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-23 23:17:37.404000 ============================================================
87
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2014:1204 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2014:1204
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2014-05-23
- Datum publicatie: 2014-05-22
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 13/02497
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:1204
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:332, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:150, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Aansprakelijkheid (enig) indirect bestuurder gefailleerde dochtervennootschap; art. 6:162 BW. Substantiële betalingen aan moedervennootschap ten behoeve van managementfees. Benadeling schuldeisers dochtervennootschap. Maatstaf voor persoonlijk en ernstig verwijt; aansluiting bij HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659. Beroep op verrekening tussen moeder- en dochtervennootschap; vereist dat moedervennootschap partij is in het geding? Art. 6:7 lid 2 BW.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2014/1098; JWB 2014/234; RvdW 2014/750; RN 2014/72; NJ 2014/325 met annotatie van P. van Schilfgaarde; RO 2014/65; JONDR 2014/771; Ondernemingsrecht 2014/141 met annotatie van M.H.C. Sinninghe Damsté; JIN 2014/129 met annotatie van J. van der Kraan; JOR 2014/229 met annotatie van mr. J. van Bekkum; OR-Updates.nl 2014-0221
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2014:1204
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
23 mei 2014
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:332 (Adv.-Gen.); Gevolgd
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2013:150 (Gerechtshof Den Haag), (gedeeltelijke) vernietiging met verwijzing
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Curator (eiser in cassatie), eiser in eerste aanleg tegen [eiser] (enig bestuurder)
Naam of typering gedaagde
[eiser] (enig bestuurder/indirect bestuurder van moeder- en dochtervennootschap), verweerder in cassatie
CASUS:
Curator vordert vergoeding van € 190.660,00 (gedeeltelijk € 175.660,00 door hof toegewezen) wegens onrechtmatige daad van [eiser] doordat hij als (enig/indirect) bestuurder bevorderde dat Bouwbedrijf vlak voor faillissement substantiële betalingen deed aan moedervennootschap Beheer, waardoor schuldeisers van Bouwbedrijf werden benadeeld. Betwistingen betreffen aansprakelijkheid, aard betalingen (managementfees e.d.) en beroep op verrekening tussen Beheer en Bouwbedrijf.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
Verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens gezamenlijke crediteuren van Bouwbedrijf; betaling aan boedel van € 190.660,00 (door hof € 175.660,00 toegewezen).
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Onrechtmatige daad: 6:162 BW; verrekening: 6:7 lid 2 BW; (vergelijking) maatstaf HR 8 dec. 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758).
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [eiser] bevorderde dat Bouwbedrijf van 5 jan–24 feb 2004 betalingen aan Beheer deed ten bedrage van € 190.660,00. [rov. (i)].
- Bouwbedrijf had vlak voor betalingen aanmerkelijk negatief vermogen; crediteuren grotendeels onbetaald; meldingen aan fiscus wegens betalingsonmacht; beslaglegging door fiscus. [rov. 14–15]
- [eiser] had zeggenschap over zowel Beheer als Bouwbedrijf en voerde de bedrijfsvoering. [rov. 12, 15, 17]
Vaststellingen: erkend door beide partijen
- Dat betalingen van in totaal € 190.660,00 zijn verricht door Bouwbedrijf aan Beheer in genoemde periode. [rov. (i)]
- Faillissement Bouwbedrijf 16 maart 2004; faillissement Beheer 13 dec. 2005. [rov. (ii)]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- Betalingen waren geen paulianeuze/onrechtmatige preferente voldoening maar betrekking hebbend op managementfees, huur en leasetermijnen ten behoeve van Beheer; taak- en werkverdeling binnen concern. [rov. 16–17]
- Beroep op verrekening: curator zou bedrag € 37.339,82 reeds via verrekening met boedelvordering van Beheer hebben ontvangen; art. 6:7 lid 2 BW zou vrijwaring kunnen geven. [rov. 21–23; memorie grieven]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- 6:162 BW; 6:7 lid 2 BW; (faillissementsrechtelijk) art. 51 lid 1 Fw en art. 53 Fw werden in stukken genoemd door curator (faillissementsargumentatie). [rov. 3.4.6]
Feitelijke betwistingen vanuit gedaagde
- Betwist dat betalingen onrechtmatig of paulianeus zijn; betoogt zakelijke grondslagen (managementfees, huur/lease) en verwevenheid rechtspersonen die betalingen legitimeert. [rov. 16–17]
- Betwist dat vermeende schade van € 37.339,82 niet reeds door verrekening is voldaan. [rov. 21–23]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen aanbod tot herstel; geen door de rechtbank/hof vastgestelde betaling door [eiser] ten gunste van boedel in onderhavige procedure (betwisting verrekening).
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling rechtsvraag en uitleg wetsartikelen/jurisprudentie
- Toepassing maatstaf HR 8-12-2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758): bestuurder aansprakelijk uit onrechtmatige daad indien zijn handelen of nalaten jegens schuldeiser zodanig onzorgvuldig is dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt; in het bijzonder wanneer hij wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat zijn handelen zou leiden tot niet-nakoming en gebrek aan verhaal. [rov. 3.3.3; naar HR 8-12-2006 rov. 3.5]
Dragende motieven van het oordeel
- Hof achtte bewezen/genoegzaam gesteld dat: (i) bevordering substantiële betalingen aan Beheer vlak voor faillissement; (ii) aanmerkelijk negatief vermogen; (iii) crediteuren onbetaald; (iv) meldingen betalingsonmacht; (v) fiscaal beslag; (vi) zeggenschap [eiser] over beide vennootschappen; (vii) bedrijfsvoering in handen van [eiser]; (viii) taakverdeling tussen vennootschappen doet niet af aan benadeling crediteuren. Gelet hierop kon [eiser] redelijkerwijs begrijpen dat betalingen tot niet-nakoming en gebrek aan verhaal zouden leiden en valt hem persoonlijk een ernstig verwijt te maken. [rov. 12–18]
Weging beroep op verrekening
- Hof heeft niet vastgesteld of Beheer daadwerkelijk een boedelvordering had en of verrekening heeft plaatsgevonden; hof verwerpt beroep op verrekening omdat Beheer geen partij zou zijn in procedure; Hoge Raad oordeelt dat art. 6:7 lid 2 BW geen eis stelt dat derde schuldenaar partij moet zijn en dat hof de feiten omtrent verrekening onvoldoende heeft onderzocht; daarom vernietigt HR en verwijst terug. [rov. 21–23; 3.4.5–3.4.6]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- HR vernietigt het arrest van Gerechtshof Den Haag van 22 januari 2013.
- Verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.
- Veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie: aan zijde van [eiser] begroot op € 2.013,31 (verschotten) en € 2.600,-- (salaris).
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Geen definitieve beslissing op materiële vordering jegens [eiser] in cassatie; eerdere toewijzing door hof wordt vernietigd en nader onderzoek bij hof Amsterdam gelast.
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Curator veroordeeld in kosten van de cassatieprocedure: € 2.013,31 verschotten en € 2.600,-- salaris aan de zijde van [eiser].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet vermeld; HR-uitspraak bevat verwijzing en kostenveroordeling maar geen uitvoerbaar-bij-voorraad aanduiding voor de primaire geschilpunten.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (openbaar uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (algemene aansprakelijkheid)']
6:7 BW: ['6:7 lid 2 BW', 'werking van nakoming/verrekening ten opzichte van medeschuldenaren']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (aanwijzing dat niet vastgesteld)']
51 Fw: ['51 lid 1 Fw', 'onvoldoende restitutie ex Fw / vordering tot teruggave (faillissementsrecht)']
53 Fw: ['53 Fw', 'gevolgen van betaling en verrekening in faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:GHDHA:2013:150: Gerechtshof Den Haag 22 januari 2013
ECLI:NL:HR:2014:1204: HR 23 mei 2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:15:26.610000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
van Buchem-Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Heisterkamp, A.H.T.: Raadsheer
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (openbaar uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad (algemene aansprakelijkheid)']
6:7 BW: ['6:7 lid 2 BW', 'werking van nakoming/verrekening ten opzichte van medeschuldenaren']
2:11 BW: ['2:11 BW', 'bestuurdersaansprakelijkheid (aanwijzing dat niet vastgesteld)']
51 Fw: ['51 lid 1 Fw', 'onvoldoende restitutie ex Fw / vordering tot teruggave (faillissementsrecht)']
53 Fw: ['53 Fw', 'gevolgen van betaling en verrekening in faillissement']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14 januari 1983
ECLI:NL:GHDHA:2013:150: Gerechtshof Den Haag 22 januari 2013
ECLI:NL:HR:2014:1204: HR 23 mei 2014
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:15:26.610000 ============================================================
89
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2014:766 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2014:766
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2014-03-28
- Datum publicatie: 2014-03-28
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 13/04530
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:766
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:219, Gevolgd; Prejudiciële beslissing op vraag van: ECLI:NL:RBAMS:2013:5910
INHOUDSINDICATIE:
Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen hij behartigt? Strekking collectieve actie. HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5756, NJ 2011/473.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2014/519; RAV 2014/61; JWB 2014/161; NJB 2014/737; RF 2014/56; Bb 2014/46.1; JONDR 2014/881; JONDR 2014/770; NJ 2015/306 met annotatie van H.J. Snijders; JIN 2014/94 met annotatie van N. de Boer; NTHR 2014, afl. 3, p. 147; TvPP 2014, afl. 3, p. 91; JOR 2014/196 met annotatie van mr. R.G.J. de Haan; PS-Updates.nl 2019-0416
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2014:766
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
28 maart 2014
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie parket: ECLI:NL:PHR:2014:219 [conclusie AG A. Hammerstein; r.1]
Prejudiciële verwijzing door rechtbank Amsterdam: ECLI:NL:RBAMS:2013:5910 [tussenvonnis 18 sep. 2013; r.1]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Vereniging VEB NCVB (belangenorganisatie/vereniging) [p.1-2]
Naam of typering gedaagde
De openbare maatschap Deloitte Accountants en overige (collectief aangeduid) Deloitte c.s. [p.1-2]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
VEB stelt namens (voormalige) Ahold-aandeelhouders vorderingen tegen Deloitte c.s. wegens gebrekkige goedkeurende accountantsverklaringen over 1999-2001; VEB heeft in februari 2008 aan Deloitte c.s. brieven doen betekenen waarmee zij namens die belanghebbenden verjaring zou stuiten; rechtbank stelde prejudiciële vraag of een rechtspersoon op grond van 3:305a lid 1 BW door een aanmaning/mededeling als bedoeld in 3:317 lid 1 BW de verjaring van vorderingen van de belanghebbenden kan stuiten [2.2–3.3].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Stuiting van de verjaring van vorderingen van de belanghebbenden (onder meer tot vergoeding van schade) door aanmaning/mededeling en door het instellen van een collectieve vordering; ontvankelijkheid van VEB om namens belanghebbenden op te treden en verjaring te stuiten [3.1–3.3].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
3:305a lid 1 en lid 3 BW; 3:317 lid 1 BW; 3:316 lid 1 BW; parlementaire geschiedenis (Kamerstukken) voor uitleg [3.4.1–3.6.2].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- VEB heeft aandelen Ahold in 1999–2003 verworven (leden van de groep die VEB vertegenwoordigt) [3.1.2(ii)].
- Ahold publiceerde op 24 feb. 2003 negatieve winstverwachting; koers daalde sterk [3.1.2(iii)].
- Deloitte gaf goedkeurende verklaringen voor Ahold 1999–2001; VEB stelt deze verklaringen misten grondslag en leidden tot schade voor beleggers [3.1.2(iv)].
- VEB heeft in feb. 2008 exploten verzonden die onder meer stuiting en ingebrekestelling beogen namens zichzelf en de belanghebbenden op grond van 3:305a of zaakwaarneming (6:198 BW) [3.1.2(v)].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Erkend door beide partijen: feiten omtrent verzending van exploten door VEB in feb. 2008 en inhoud daarvan zoals in processtukken weergegeven; (feitelijke noties van handelen VEB en strekking brieven) [3.1.2(v)].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
Deloitte c.s.: betoogt dat de prejudiciële vraag ontkennend moet worden beantwoord; beroep op rechtszekerheid en restrictieve uitleg van toepasselijke bepalingen; bezwaart dat collectieve stuiting onzekerheid voor schuldenaar creëert [3.6.1].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
3:305a BW; 3:317 lid 1 BW; algemene verwijzing naar beginselen rechtszekerheid en totstandkomingsgeschiedenis [3.4–3.6].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Gedaagde betwist dat een belangenorganisatie door een aanmaning/mededeling in de zin van 3:317 lid 1 BW rechtsgeldig de verjaring van individuele schadevorderingen van belanghebbenden kan stuiten; benadrukt risico van onzekerheid over omvang van potentiële vorderingen voor schuldenaar [3.6.1].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest (niet aan de orde in prejudiciële vraag).
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
Hoge Raad behandelt bereik en strekking van 3:305a lid 1–3 BW, 3:316 lid 1 BW en 3:317 lid 1 BW en parlementaire geschiedenis. HR oordeelt dat doel en strekking van 3:305a (effectieve en efficiënte rechtsbescherming, bevordering collectieve schikkingen) meebrengen dat een rechtspersoon bevoegd is vorderingen voor gelijksoortige belangen in te stellen en daaraan verbonden buitenrechterlijke stappen te nemen [3.4.1–3.5]. HR leest uit parlementaire geschiedenis dat belangenorganisatie ook bevoegd is schuldenaar in gebreke te stellen (Kamerstukken; verwijzing naar 6:81 nieuw BW in geschiedenis) [3.4.2]. HR overweegt dat stuiting door aanmaning/mededeling past binnen stuitingstelsel van 3:316 lid 1 BW en vereisten van 3:317 lid 1 BW (ondubbelzinnig voorbehoud van recht op nakoming) en dat de genoemde onzekerheidsargumenten van Deloitte c.s. daaraan niet afdoen [3.6.2]. HR verwijst eerdere jurisprudentie over stuiting en collectieve actiereikwijdte (HR 26 feb. 2010 ECLI:NL:HR:2010:BK5756) [3.4.1–3.6.2].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Doel van 3:305a BW is effectieve/efficiënte rechtsbescherming en bevordering collectieve schikkingen; beperking in lid 3 ziet op verbod directe geldelijke schadevergoeding vorderingen, niet op stuiting [3.4.1–3.5].
- Parlementaire geschiedenis ondersteunt bevoegdheid tot ingebrekestelling door belangenorganisatie mits duidelijk voor welke schuldeisers zij optreedt [3.4.2].
- Stuiting door aanmaning/mededeling voldoet aan 3:317 lid 1 BW indien ondubbelzinnig; onzekerheidsbezwaar weegt niet zwaarder dan het belang van effectieve bescherming en mogelijke collectieve schikkingen [3.6.2].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vraag bevestigend: een rechtspersoon als bedoeld in 3:305a lid 1 BW kan door een aanmaning/mededeling op grond van 3:317 lid 1 BW de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier gelijksoortige belangen hij statutaire behartigt, ook voorzover die vorderingen strekken tot nakoming van verbintenissen tot schadevergoeding in geld [slotsom].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Prejudiciële vraag: bevestigd — ja, de rechtspersoon kan verjaring stuiten door aanmaning/mededeling als bedoeld in 3:317 lid 1 BW [conclusie].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Kosten van deze procedure, op grond van 393 lid 10 Rv, begroot op € 1.800,-- aan de zijde van VEB en € 1.800,-- aan de zijde van Deloitte c.s. [slotbepaling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet specifiek vermeld; prejudiciële beslissing van Hoge Raad (beantwoordingskarakter), uitvoerbaarheid niet aan de orde.
RECHTER:
Numann, E.J.: vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer (uitsprekende)
Polak, M.V.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
3:305a BW: ['3:305a lid 1-3 BW', 'collectieve actie; bevoegdheid belangenorganisatie vorderingen in te stellen; beperking t.a.v. schadevergoeding in geld']
3:317 BW: ['3:317 lid 1 BW', 'aanmaning/mededeling; ingebrekestelling; stuiting verjaring door ondubbelzinnig voorbehoud recht op nakoming']
3:316 BW: ['3:316 lid 1 BW', 'stuiting verjaring door instellen van eis of andere daad van rechtsvervolging in vereiste vorm']
6:81 BW: ['6:81 BW', 'aanmaning/informatie over voor wie organisatie optreedt (parlementaire geschiedenis)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2010:BK5756: HR 26 februari 2010
ECLI:NL:HR:1997:ZC2274: HR 14 februari 1997
ECLI:NL:PHR:2014:219: Conclusie A-G 2014
ECLI:NL:RBAMS:2013:5910: Rb. Amsterdam (tussenvonnis) 18 september 2013
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:13:48.719000 ============================================================
Numann, E.J.: vice-president en voorzitter
Heisterkamp, A.H.T.: raadsheer
Drion, C.E.: raadsheer
de Groot, G.: raadsheer (uitsprekende)
Polak, M.V.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
3:305a BW: ['3:305a lid 1-3 BW', 'collectieve actie; bevoegdheid belangenorganisatie vorderingen in te stellen; beperking t.a.v. schadevergoeding in geld']
3:317 BW: ['3:317 lid 1 BW', 'aanmaning/mededeling; ingebrekestelling; stuiting verjaring door ondubbelzinnig voorbehoud recht op nakoming']
3:316 BW: ['3:316 lid 1 BW', 'stuiting verjaring door instellen van eis of andere daad van rechtsvervolging in vereiste vorm']
6:81 BW: ['6:81 BW', 'aanmaning/informatie over voor wie organisatie optreedt (parlementaire geschiedenis)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2010:BK5756: HR 26 februari 2010
ECLI:NL:HR:1997:ZC2274: HR 14 februari 1997
ECLI:NL:PHR:2014:219: Conclusie A-G 2014
ECLI:NL:RBAMS:2013:5910: Rb. Amsterdam (tussenvonnis) 18 september 2013
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:13:48.719000 ============================================================
95
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2012:BY0662 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2012:BY0662
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2012-11-30
- Datum publicatie: 2013-04-05
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 11/03435
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2012:BY0662
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BY0662
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW; persoonlijk ernstig verwijt? Beroep op verjaring; art. 3:310 BW; nieuwe rechtsvordering (door wijziging grondslag) in hoger beroep?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RvdW 2012/1524; JWB 2012/566
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2012:BY0662
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
30-11-2012
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Hoger beroep / eerdere beslissingen waarop cassatie ziet:
- ECLI:NL:PHR:2012:BY0662 (Conclusie van de Advocaat‑Generaal) [rnr. 2]
- Hof Arnhem, zaak 200.013.432, arrest 26-04-2011 [rnr. 1a]
- Rb. Zutphen, zaken 88642/HA ZA 07-916, vonnissen 16-01-2008 en 07-05-2008 [rnr. 1a]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[Eiser] (eiser tot cassatie) [titel en rnr. vooraan]
Naam of typering gedaagde
Banque Artesia Nederland N.V. (verweerder in cassatie) [titel en rnr. vooraan]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil tussen [eiser] en Artesia betreffende bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad [6:162 BW] en verweren waaronder verjaring [3:310 BW]; behandeling in lagere instanties en hof heeft op 26-04-2011 beslist; cassatie gericht tegen dat arrest [rnr. inhoudsindicatie, 1a, 2].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Toewijzing vorderingen in hoofdzaak (schadevergoeding op grond van bestuurdersaansprakelijkheid) zoals in lagere instanties ingesteld [rnr. dossierverwijzing in feitelijke instanties 1a].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
6:162 BW (onrechtmatige daad) [inhoudsindicatie]; 3:310 BW (verjaring) [inhoudsindicatie]; art. 81 lid 1 RO (beoordeling cassatiemiddelen) [rnr. 3].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
Stellingen omtrent persoonlijk ernstig verwijt van bestuurder en dat jegens eiser onrechtmatig is gehandeld; stellingen over termijn en aanvang verjaring [inhoudsindicatie; rnr. inhoudsindicatie].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Erkende/onweersproken stellingen: geen specifieke feitelijke erkenningen in arrest vermeld; geen vaststelling als "erkend door beide partijen" in bestreden arrest opgenomen in cassatie‑samenvatting [rnr. 1a–2].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
Verweer dat de vorderingen niet toewijsbaar; verweer van verjaring [3:310 BW] en betwisting van persoonlijk ernstig verwijt; beroep op bewijsstandpunt zoals in het geding in feitelijke instanties (concreet verweer opgenomen in conventionele processtukken, zie hof en rechtbank) [rnr. 1a–2].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
3:310 BW; 6:162 BW; art. 81 lid 1 RO (toepassing in cassatie) [inhoudsindicatie; rnr. 3].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Artesia betwist dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt ten aanzien van bestuurders en betwist aansprakelijkheid en/of dat de vorderingen niet verjaard zijn; betwist wijziging van grondslag die een nieuwe rechtsvordering zou vormen in hoger beroep (indien aan de orde) [inhoudsindicatie; rnr. inhoudsindicatie].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest van de Hoge Raad of de samenvatting daarvan [rnr. arresttekst 1–3].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
Hoge Raad oordeelt dat de in cassatiemiddelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en laat het bestreden arrest van het hof in stand. De HR motiveert dit niet uitvoerig omdat toepassing van art. 81 lid 1 RO betekent dat nadere motivering niet vereist is indien de klachten geen vragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen [81 lid 1 RO; rnr. 3].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Dragende motieven: de aangevoerde middelen slagen niet en roepen geen relevante rechtsvragen op die cassatie rechtvaardigen; daarom verwerping van het beroep zonder nadere behandeling [rnr. 3].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en bekrachtigt daarmee het arrest van het hof (indirect) [rnr. 4].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Het beroep in cassatie wordt verworpen. (Geen wijziging van bestreden oordeel door de Hoge Raad) [rnr. 4].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Eiser (cassant) wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van Artesia: € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,00 voor salaris (totaal genoemde bedragen) [rnr. 4].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; geen uitvoerbaarverklaring in arresttekst opgenomen [rnr. 4].
RECHTER:
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Loth, M.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer en openbaar uitspraak gedaan door hem
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid']
3:310 BW: ['3:310 BW', 'verjaring']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatiemiddelen/artikel over afwijzing zonder inhoudelijke motivering wanneer geen rechtsontwikkeling nodig']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2012:BY0662: Conclusie A-G 2012
ECLI:NL:GHDHA:2011:200.013.432: Hof Arnhem 26-04-2011
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 16-01-2008: Rb Zutphen 16-01-2008
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 07-05-2008: Rb Zutphen 07-05-2008
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:17:12.072000 ============================================================
Bakels, F.B.: Vice-president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
Loth, M.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
Polak, M.V.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer en openbaar uitspraak gedaan door hem
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad/bestuurdersaansprakelijkheid']
3:310 BW: ['3:310 BW', 'verjaring']
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beoordeling cassatiemiddelen/artikel over afwijzing zonder inhoudelijke motivering wanneer geen rechtsontwikkeling nodig']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:2012:BY0662: Conclusie A-G 2012
ECLI:NL:GHDHA:2011:200.013.432: Hof Arnhem 26-04-2011
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 16-01-2008: Rb Zutphen 16-01-2008
ECLI not known - Rb Zutphen 88642/HA ZA 07-916 07-05-2008: Rb Zutphen 07-05-2008
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:17:12.072000 ============================================================
97
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2012:BX5881 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2012:BX5881
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2012-11-23
- Datum publicatie: 2013-04-05
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 11/03296
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2012:BX5881
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5881
INHOUDSINDICATIE:
Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder anders dan voor tekortkoming of onrechtmatig handelen vennootschap door onbehoorlijke taakvervulling; maatstaf; niet vereist dat bestuurder ernstig verwijt kan worden gemaakt, ook niet indien onrechtmatige gedragingen bestuurder moeten worden toegerekend aan vennootschap.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RN 2013/12; NJB 2012/2477; RO 2013/8; RvdW 2012/1473; RAV 2013/22; JONDR 2013/8; Ondernemingsrecht 2013/47 met annotatie van M.J. Kroeze; NJ 2013/302 met annotatie van P. van Schilfgaarde; JWB 2012/542; Bb 2014/34.1; AA20130125 met annotatie van M.J.G.C. Raaijmakers; JA 2013/59 met annotatie van Mr. F. Leopold, Mr. R. van Vlooten; JOR 2013/40 met annotatie van W.J.M. van Andel, K. Rutten; OR-Updates.nl 2012-0326
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2012:BX5881
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
23 november 2012
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5881 (conclusie Advocaat‑Generaal L. Timmerman)
Hof: ECLI:NL:GHZHYD:2011:?? (arrestopgaaf in dossier; het hofarrest betreft HD 200.058.066 van het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch van 12 april 2011) [rov.1 en verwijzing bij aanhef; rov.2]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[Eiser] — (indirect) bestuurder van de Vennootschap; eiser in cassatie
Naam of typering gedaagde
[Verweerder] c.s. — kopers/consumenten; verweerders in cassatie
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Kopers (verweerders) kochten in Spanje via contacten met een bemiddelende Vennootschap een villa die later bleek illegaal gebouwd en gesloopt; eiser (als betrokken/ deskundig intermediair en (indirect) bestuurder van de Vennootschap) heeft volgens hof nagelaten koper te informeren/onderzoek te verrichten omtrent bouwvergunningen en slooprisico, waardoor schade is ontstaan; geschil betrof aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder naast aansprakelijkheid vennootschap [rov.3.1‑3.2].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Eiser vordert cassatie (aanvechten van hofarrest). In lagere instanties vorderden verweerders schadevergoeding en hoofdelijke veroordeling van eiser en Vennootschap tot betaling van schadevergoeding [rov.3.2.1‑3.2.2].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Onrechtmatige daad [6:162 BW] en zorgvuldigheidsnormen jegens derden; verwijzing naar bestuurdersaansprakelijkheid en zorgplicht [2:9 BW] in middel, en Hofs toepassing van onrechtmatige daad; (in cassatie relevante jurisprudentie omtrent bestuurdersaansprakelijkheid HR 8 dec. 2006 e.a.) [rov.3.4].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Vennootschap bemiddelde in Spaanse onroerend goed en presenteerde project Prever op beurs; eiser betrokken als intermediair en (indirect) bestuurder [rov.3.1(i)-(ii)].
- Eiser toonde project, zag waarschuwingsborden en meldde risico's bagatelliserend; gaf suggesties en begeleidde kopers bij bezichtigingen en onderhandelingen; kopers betaalden en villa werd later gesloopt wegens ontbreken bouwvergunning [rov.3.1(iii)-(ix)].
Vaststellingen: erkend door beide partijen waar door hof tot feiten gerekend (feiten over bezoeken, mededelingen, betalingen) [rov.3.1; rov.3.2.2].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
In cassatie voert eiser (bestuurder) aan dat hof onjuist maatstaf heeft toegepast: bestuurder kan slechts persoonlijk aansprakelijk zijn naast vennootschap indien hem een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (naar HR‑jurisprudentie inzake onbehoorlijke taakuitoefening/art.2:9 BW); voorts dat die maatstaf niet van toepassing is indien onrechtmatig handelen geldt als gedraging van vennootschap en dat geen ernstig verwijt bestaat tenzij bestuurder heeft geleid tot onbetaald/onverhaalbaar blijven van vordering vennootschap [rov.3.3].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
2:9 BW (taakvervulling bestuurder), 6:162 BW (onrechtmatige daad) en jurisprudentie HR (o.a. HR 8 dec. 2006 LJN AZ0758) [rov.3.4].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Eiser betwist dat hem persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt dat persoonlijke aansprakelijkheid rechtvaardigt naast aansprakelijkheid van de vennootschap; betwist toepassing van maatstaf uit bestuurdersaansprakelijkheid in deze casus; stelt dat hof ten onrechte eiser persoonlijk aansprakelijk heeft gehouden op grond van zijn rol als bestuurder zonder bewijs van onbehoorlijke taakuitoefening die tot oninvorderbaarheid van vordering vennootschap heeft geleid [rov.3.3‑3.4].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel in cassatie vermeld; in feitelijke instanties geen specifiek herstelaanbod door eiser genoemd in samenvatting [rov.3.1‑3.2].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
De Hoge Raad oordeelt dat de maatstaf die geldt voor aansprakelijkheid van een bestuurder in gevallen van onbehoorlijke taakuitoefening (vereiste ernstig verwijt) — zoals ontwikkeld in rechtspraak (o.a. HR 8‑12‑2006) — niet zonder meer van toepassing is op gevallen waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden op grond van een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsnorm (onrechtmatige daad) die losstaat van zijn taakuitoefening als bestuurder. Voor die gevallen gelden de gewone regels van onrechtmatige daad; het is niet vereist dat sprake is van een ernstig verwijt zoals bij bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakuitoefening. Dit geldt ook indien de gedragingen van de bestuurder tevens als gedragingen van de vennootschap kunnen gelden [rov.3.4.1‑3.4.2].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Motieven: onderscheid tussen (a) aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder (waarbij bescherming crediteuren tegen onbetaald/onverhaalbaar blijven vorderingen centraal staat en waarvoor ernstig verwijt vereist is) en (b) aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad gebaseerd op persoonlijke zorgplicht jegens derden. In de laatste situatie volgen aansprakelijkheid en toetsing de gewone regels van onrechtmatige daad; vereiste ernstig verwijt is niet toepasselijk. Daarom faalt het cassatiemiddel dat het hof aldus had moeten toetsen [rov.3.4].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser en bevestigt daarmee het arrest van het hof (veroordeling van eiser en Vennootschap door het hof). Eiser wordt in de kosten van cassatie veroordeeld, tot op deze uitspraak aan zijde verweerders begroot op nihil [Beslissing, punt 4].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Cassatieberoep van [eiser] wordt verworpen. (Het hofarrest, waarin eiser en de Vennootschap hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van €200.000 aan verweerders, blijft in stand.) [rov.4 en rov.3.2.2].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van verweerders tot op deze uitspraak begroot op nihil. (Exacte overige kosten van lagere instanties niet in cassatie‑arrest vermeld.) [Beslissing].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld in uitspraak.
RECHTER:
Bakels, F.B.: Vice‑president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht behoorlijke taakuitoefening bestuurder']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:21:28.369000 ============================================================
Bakels, F.B.: Vice‑president en voorzitter
van Buchem‑Spapens, A.M.J.: Raadsheer
van Oven, J.C.: Raadsheer (uitgesproken)
Streefkerk, C.A.: Raadsheer
Drion, C.E.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht behoorlijke taakuitoefening bestuurder']
6:162 BW: ['6:162 BW', 'onrechtmatige daad']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 8 december 2006
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-01-24 09:21:28.369000 ============================================================
105
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2006:AZ0758
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2006-12-08
- Datum publicatie: 2013-04-05
- Datum aangepast: 2025-07-30
- Zaaknummer: C05/256HR
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2006:AZ0758
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ0758
INHOUDSINDICATIE:
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de ontvanger en een directeur-enig aandeelhouder van failliet verklaarde vennootschappen die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden, over diens aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad doordat hij als bestuurder van de fiscale eenheid onbehoorlijk en in strijd met de terzake bestaande wettelijke verplichtingen heeft gehandeld door de fiscale eenheid niet of niet tijdig dan wel niet juist en volledig belastingaangiften te laten doen waardoor de ontvanger is benadeeld; persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder, maatstaven.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; JOL 2006, 779; NJ 2006, 659; RN 2007, 12; RO 2007, 12; RvdW 2006, 1139; NJB 2007, 19; Ondernemingsrecht 2007, 36 met annotatie van J.B. Wezeman; V-N 2007/11.23; JRV 2007, 8; JRV 2007, 123; JWB 2006/425; JOR 2007/38; FutD 2006-2305; Viditax (FutD) 2006121206
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
08-12-2006
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie parket (Advocaat-Generaal): ECLI:NL:PHR:2006:AZ0758; Hoge Raad; 08-12-2006 [rov.2]
Hof (bestreden arrest): ECLI not known; Gerechtshof Arnhem; arrest 07-06-2005 [rov.1-2]
Rechtbank (eerste aanleg): ECLI not known; Rechtbank Almelo; vonnis 09-01-2002 [rov.1]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Eiser tot cassatie: De Ontvanger van de Belastingdienst Oost (belastingontvanger) [titel bovenaan]
Naam of typering gedaagde
Verweerder: [verweerder], directeur en enig aandeelhouder van twee bv's (directeur-enig aandeelhouder) [3.1(i)]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over persoonlijke aansprakelijkheid van de directeur-enig aandeelhouder voor door de fiscale eenheid onbetaald gelaten naheffingsaanslagen omzetbelasting (ƒ 2.021.297) wegens onrechtmatig handelen/onbehoorlijk bestuur doordat hij niet/tijdig/juist volledige aangiften liet doen en met omzetten heeft gesleept; vennootschappen failliet; ontvanger vordert schadevergoeding van de bestuurder [3.1(ii)-(iii), 3.3].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Primair: verklaring voor recht dat verweerder jegens de Ontvanger onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeling tot betaling van de door de Ontvanger geleden schade (schadevergoeding) [rov.1 en 3.2-3.3].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Art. 2:9 BW (plicht behoorlijke taakuitoefening) in verband met onrechtmatige daad / onzorgvuldig bestuur; onrechtmatige-daadcriteria civielrechtelijk (onrechtmatig jegens crediteur door bestuurdershandeling) [3.5].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Verweerder was DGA van twee bv's die een fiscale eenheid voor omzetbelasting vormden [3.1(i)].
- In 1997-1998 zijn zeven naheffingsaanslagen OB opgelegd tot ƒ 2.021.297, onbetaald gelaten door de fiscale eenheid [3.1(ii)].
- Vennootschappen failliet verklaard op 15-07-1998 en 09-09-1998 [3.1(iii)].
- Ontvanger stelt dat verweerder heeft "gesleept met omzetten" (frauduleus schuiven met aangiften en afdrachten) en bewust te lage aangiften deed, waardoor hij de benadeling op de koop heeft genomen [3.3].
- Ontvanger stelt dat verpande vorderingen deels oninbaar bleken [3.4(c)].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Erkend door beide partijen: verweerder was directeur en enig aandeelhouder van de twee vennootschappen die een fiscale eenheid vormden; naheffingsaanslagen werden opgelegd en onbetaald gelaten; vennootschappen zijn failliet verklaard [3.1(i)-(iii), 3.3].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Verweerder betwist persoonlijk verwijt: hij voerde aan dat hij redelijkerwijze niet had kunnen voorzien dat de vennootschappen de aanslagen niet zouden voldoen; wettelijke verplichtingen rusten op de fiscale eenheid, niet op hem persoonlijk; geen ernstig persoonlijk verwijt [3.3, 3.4(b), 3.6].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- Wetsgrondslag verweven met art. 2:9 BW (plicht behoorlijke taakuitoefening), maar hof oordeelde dat wettelijke verplichtingen jegens belastingdienst op fiscale eenheid rusten (geen directe wettelijke plicht op bestuurder) [3.4(b), 3.5].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat hij wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat de fiscale eenheid de aanslagen niet (tijdig) zou voldoen of geen verhaal zou bieden; betwist dat de gesleep met omzetten en lage aangiften zodanig waren dat daaruit een ernstig persoonlijk verwijt volgt; voert aan dat eerdere naheffingen en gematigde boetes (1991–1994) en inspectierapporten wezenlijk hetzelfde patroon niet als zwaar verwijtbaar kwalificeerden [3.3, 3.4(c)].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen aanbod tot herstel of vergoeding vermeld in het arrest.
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Hoge Raad geeft maatstaf: bestuurder kan jegens schuldeiser aansprakelijk zijn indien hem een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt, mede gelet op art. 2:9 BW; twee groepen gevallen onderscheiden: (i) handelen namens vennootschap bij aangaan verbintenissen terwijl bestuurder wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat vennootschap verplichtingen niet kon voldoen en geen verhaal bood; (ii) handelen/bewerkstelligen/toelaten waardoor vennootschap verplichtingen niet nakomt — aansprakelijkheid bij ernstig persoonlijk verwijt; in beide gevallen kan uit andere omstandigheden ontsnappen aan aansprakelijkheid volgen [3.5].
- Hof had alle omstandigheden in aanmerking moeten nemen en mocht in het licht van verweerders verweer betrokkenheid van diens kennis/voorzienbaarheid wegen; hof concludeerde dat Ontvanger onvoldoende feiten had gesteld dat verweerder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat aanslagen onbetaald zouden blijven, zodat ernstig persoonlijk verwijt ontbreekt; Hoge Raad acht dit rechtsopvatting en feitsoordelen niet onbegrijpelijk en verwerpt cassatie [3.6].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Dragende motieven: vereiste van ernstig persoonlijk verwijt voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder; onvoldoende feitelijke onderbouwing door Ontvanger dat verweerder de oninbaarheid/het ontbreken van verhaal had voorzien of had behoren te voorzien; aanwezig praktische geschiedenis (voorgaande naheffingen en gematigde boetes, pandrechten) en gebrek aan bewijs dat verweerder ten tijde van verpanding wist van oninbaarheid [3.4(c), 3.6].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep; daarmee blijft het arrest van het hof (afwijzing van Ontvangers vordering) in stand [Beslissing].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Beroep in cassatie verworpen; vorderingen Ontvanger tot erkenning onrechtmatig handelen en schadevergoeding tegen verweerder blijven afgewezen (borg van het hof) [rov.4].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Ontvanger veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie; aan de zijde van verweerder begroot op nihil [Beslissing].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet vermeld; geen uitvoerbaarverklaring genoemd in arrest.
RECHTER:
Beukenhorst, D.H.: vice-president en voorzitter
Numann, E.J.: raadsheer (uitgesproken)
de Savornin Lohman, O.: raadsheer
Hammerstein, A.: raadsheer
Asser, W.D.H.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht tot behoorlijke taakuitoefening']
3:... BW: ['geen verdere specifieke artikelen in cassatie aangehaald', 'onderwerp niet van toepassing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 08-12-2006
ECLI not known (Gerechtshof Arnhem): Gerechtshof Arnhem 07-06-2005
ECLI not known (Rechtbank Almelo): Rechtbank Almelo 09-01-2002
AANTAL REFERENTIES: {"2005": 1, "2006": 1, "2007": 7, "2008": 13, "2009": 16, "2010": 27, "2011": 23, "2012": 34, "2013": 45, "2014": 46, "2015": 52, "2016": 41, "2017": 52, "2018": 52, "2019": 54, "2020": 65, "2021": 77, "2022": 76, "2023": 54, "2024": 37, "2025": 23} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:05.458000 ============================================================
Beukenhorst, D.H.: vice-president en voorzitter
Numann, E.J.: raadsheer (uitgesproken)
de Savornin Lohman, O.: raadsheer
Hammerstein, A.: raadsheer
Asser, W.D.H.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
2:9 BW: ['2:9 BW', 'plicht tot behoorlijke taakuitoefening']
3:... BW: ['geen verdere specifieke artikelen in cassatie aangehaald', 'onderwerp niet van toepassing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2006:AZ0758: HR 08-12-2006
ECLI not known (Gerechtshof Arnhem): Gerechtshof Arnhem 07-06-2005
ECLI not known (Rechtbank Almelo): Rechtbank Almelo 09-01-2002
AANTAL REFERENTIES: {"2005": 1, "2006": 1, "2007": 7, "2008": 13, "2009": 16, "2010": 27, "2011": 23, "2012": 34, "2013": 45, "2014": 46, "2015": 52, "2016": 41, "2017": 52, "2018": 52, "2019": 54, "2020": 65, "2021": 77, "2022": 76, "2023": 54, "2024": 37, "2025": 23} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:05.458000 ============================================================
118
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:1983:AG4521 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:1983:AG4521
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 1983-01-14
- Datum publicatie: 2013-04-04
- Datum aangepast: 2025-04-24
- Zaaknummer: 12026
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Insolventierecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:1983:AG4521
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1983:AG4521
INHOUDSINDICATIE:
Faillissementsrecht. Voor faillietverklaring is de echtelijke woning van gefailleerde doorverkocht en geleverd voor een te lage prijs aan diens echtgenote. Vordering tot schadevergoeding mogelijk tegen derde die heeft meegewerkt aan benadeling van schuldeisers zonder dat deze vordering aan gefailleerde toekwam? Verrekening in reconventie ingestelde vordering echtgenote op gefailleerde (art. 53 Fw)?
Een faillissementscurator is ook bevoegd voor de belangen van schuldeisers op te komen bij benadeling door de gefailleerde en in zo een geval kan onder omstandigheden ook plaats zijn voor het geldend maken door de curator van een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van art. 1401 BW tegen een derde die bij de benadeling van schuldeisers betrokken is, ook al kwam een dergelijke vordering niet aan de gefailleerde zelf toe.
Niet voldaan aan de door art. 53 Fw voor compensatie gestelde voorwaarden, nu echtgenote niet kan worden aangemerkt als schuldenares van gefailleerde.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJ 1983, 597 met annotatie van B. Wachter; RvdW 1983, 27; AA19840220 met annotatie van Schilfgaarde van P. Peter; JOR 2021/234 met annotatie van prof. mr. S.C.J.J. Kortmann
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:1983:AG4521
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
14-01-1983
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1983:AG4521 [conclusie AG; datum gekoppeld aan zaak] [procesdossier]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Curator (Mr. C.M.J. Peeters) in het faillissement van J.E.C. van Rooy (eiser in cassatie) [p. eerste blad; procesinleiding]
Naam of typering gedaagde
Maria C.M. Gatzen (verweerder/gestelde schuldeiser) [dagvaarding; reconventie]
CASUS:
Curator vordert schadevergoeding wegens vermeende benadeling van schuldeisers door vóór faillissement verkoop en levering van echtelijke woning door gefailleerde aan (via) derde en uiteindelijk aan Gatzen tegen een te lage prijs; Gatzen vordert reconventioneel compensatie van haar vordering op gefailleerde met de curatorvordering. Centrale vragen: bevoegdheid curator om schadevergoeding tegen derde te vorderen ten behoeve van schuldeisers; en of art. 53 Fw compensatie tussen vorderingen mogelijk maakt als gedaagde geen schuldenares van gefailleerde zou zijn [samenvatting feiten en procesgang; rnn. 1-3].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg
1) Verklaring dat Gatzen jegens gezamenlijke schuldeisers van Van Rooy onrechtmatig heeft gehandeld; 2) veroordeling tot betaling aan Curator van ƒ 69.160,-- met wettelijke rente; 3) erkenning conservatoir beslag en kosten [dagvaarding 5-10-1979; vorderingen].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Hoofdgrondslag civiel: onrechtmatige daad / schadevergoeding uit art. 1401 BW genoemd door Hoge Raad als toepasselijk kader voor vordering curator tegen derde [3: verwijzing HR over art. 1401 BW; r. 3.3]. Faillissementsrecht: compensatie volgens art. 53 Fw behandeld [r. 3.4].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Voor faillissement is echtelijke woning door gefailleerde verkocht en geleverd voor een te lage prijs aan Seco-Vastgoed B.V., die vervolgens verkocht en leverde aan Gatzen [r. 3.2].
- Door deze transacties zouden gezamenlijke schuldeisers van Van Rooy benadeeld zijn; Gatzen werkte daaraan mee [r. 3.2].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Geen uitdrukkelijke “erkend door beide partijen” vermeld in arrest; feiten omtrent keten van overdrachten technisch aangenomen door Rechtbank en Hof als feitelijk kader voor vorderingen [r. 3.2].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- In reconventie: vordering van Gatzen op Van Rooy ad ƒ 20.285,95 en stelling dat deze voor compensatie vatbaar is tegen curatorvordering [reconventie; vonnis Rb 13-1-1981].
- Impliciet verweer tegen aansprakelijkheid voor benadeling schuldeisers (betwisting onrechtmatigheid jegens schuldeisers) [r. 3.3].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Art. 53 Fw (compensatie in faillissement) besproken [r. 3.4]; art. 1401 BW genoemd door HR als grondslag voor mogelijke vordering curator tegen derde [r. 3.3].
Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde
- Betwist dat vordering curator een vordering van gefailleerde zelf is en daarmee vatbaar voor compensatie; betoog dat - indien vordering niet toekwam aan gefailleerde - geen belemmering tegen compensatie zou bestaan volgens Hof (door curator aangevochten) [r. 3.3].
- Gatzen stelt haar eigen vordering op Van Rooy en verzoekt compensatie met curatorvordering [reconventie; Hof en Rb verschillen].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of betaling vermeld in het arrest.
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling rechtsvraag en uitleg relevante wetsartikelen/jurisprudentie
- HR oordeelt dat curator bevoegd is de belangen van schuldeisers te behartigen tegen benadeling door gefailleerde en dat onder omstandigheden de curator een schadevordering uit art. 1401 BW jegens een derde kan instellen, ook al kwam die vordering niet aan de gefailleerde zelf toe [r. 3.3].
- Het Hof had geoordeeld dat alleen vorderingen die toekwamen aan gefailleerde zelf compensatie konden verdragen; HR verwerpt die gedachtegang en corrigeert dat uitgangspunt [r. 3.3].
- Voor toepassing van art. 53 Fw is vereist dat de tegenpartij van de curator schuldenares van de gefailleerde is; nu Gatzen niet als schuldenares kan worden aangemerkt, zijn de voorwaarden van art. 53 Fw voor compensatie niet vervuld [r. 3.4].
Dragende motieven
- Bescherming gezamenlijke schuldeisers: curator heeft zelfstandige bevoegdheid om vorderingen tegen derden die bij benadeling betrokken zijn te maken (belangen van schuldeisers) [r. 3.3].
- Formele voorwaarden voor compensatie ingevolge art. 53 Fw zijn strikt: compensatie slechts indien wederpartij schuldenares van gefailleerde is; die voorwaarde ontbreekt hier waardoor reconventionele declaratoire vordering terecht door Rechtbank is afgewezen en dient te worden bekrachtigd [r. 3.4].
- Procesrechtelijke consequentie: conventie geding (meritum) moet door Rechtbank worden voortgezet; het door het Hof gegeven arrest wordt vernietigd voor zover het daarvan afweek [r. 3.4].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk?
- Vermindering/vernietiging: Vernietigt het arrest van het Gerechtshof van 3-11-1981 voor zoveel nodig [slotbepaling].
- Bekrachtiging: Bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank van 13-01-1981 voor zover aan hoger beroep onderworpen (dus afwijzing declaratoir reconventioneel verzoek tot compensatie) [r. 4].
- Nadere afdoening: Het geding in conventie (curatorvordering tegen Gatzen) dient door de Rechtbank te worden voortgezet [r. 3.4; 4].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Reconventionele vordering van Gatzen tot verklaring dat haar vordering vatbaar is voor compensatie: afgewezen en afwijzing bekrachtigd (door vernietiging Hof-arrest en bekrachtiging Rb-vonnis) [r. 3.4; 4].
- Conventionele vordering van Curator (meritum) niet door HR beslist; Rb moet behandeling voortzetten [r. 3.4].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Gatzen veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep en in cassatie ten gunste van Curator, begroot:
- In hoger beroep totaal ƒ 1.175,--: ƒ 75,-- griffierechten; ƒ 1.100,-- salaris procureur [r. besl.].
- In cassatie totaal ƒ 2.379,65: ƒ 57,90 deurwaarder dagvaardingskosten; ƒ 150,-- griffierechten HR; ƒ 21,75 deurwaarder afroepgelden; ƒ 2.150,-- aan advocaat (ƒ 2.000,-- salaris, ƒ 150,-- verschotten) [r. besl.].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet expliciet vermeld; oorspronkelijke rechtbankvordering was uitvoerbaar bij voorraad gesteld door Curator in dagvaarding maar HR-uitspraak vermeldt dit niet als te beslissen executoriale maatregel; vervolgdoorverwijzing naar Rb voor behandeling conventie [r. procesinleiding en slot].
RECHTER:
Drion, M.: vice-president en voorzitter
Snijders,: raadsheer
Royer,: raadsheer
Van den Blink,: raadsheer
Verburgh,: raadsheer
Ras,: vice-president (uitspraak in het openbaar gedaan)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1401 BW: onrechtmatige daad / schadevergoeding
53 Fw: compensatie in faillissement
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:1983:AG4521: Conclusie advocaat-generaal 1983
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14-01-1983
AANTAL REFERENTIES: {"2000": 1, "2001": 6, "2002": 1, "2003": 1, "2004": 3, "2005": 3, "2007": 5, "2008": 9, "2009": 5, "2010": 2, "2011": 3, "2012": 6, "2013": 8, "2014": 9, "2015": 14, "2016": 10, "2017": 12, "2018": 9, "2019": 13, "2020": 21, "2021": 10, "2022": 15, "2023": 5, "2024": 6, "2025": 2} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:34:43.878000 ============================================================
Drion, M.: vice-president en voorzitter
Snijders,: raadsheer
Royer,: raadsheer
Van den Blink,: raadsheer
Verburgh,: raadsheer
Ras,: vice-president (uitspraak in het openbaar gedaan)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1401 BW: onrechtmatige daad / schadevergoeding
53 Fw: compensatie in faillissement
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:PHR:1983:AG4521: Conclusie advocaat-generaal 1983
ECLI:NL:HR:1983:AG4521: HR 14-01-1983
AANTAL REFERENTIES: {"2000": 1, "2001": 6, "2002": 1, "2003": 1, "2004": 3, "2005": 3, "2007": 5, "2008": 9, "2009": 5, "2010": 2, "2011": 3, "2012": 6, "2013": 8, "2014": 9, "2015": 14, "2016": 10, "2017": 12, "2018": 9, "2019": 13, "2020": 21, "2021": 10, "2022": 15, "2023": 5, "2024": 6, "2025": 2} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 13:34:43.878000 ============================================================
ai
General AI knowledge advisable to further investigate and verify.