In het antwoord zijn 18 citaties gebruikt. Hieronder vindt u de volledige context van elke bron.
1
WETSARTIKEL 1:
- Wet: Burgelijk Wetboek 7 (BW 7)
- Titel: Titel 10. Arbeidsovereenkomst
- Afdeling: Afdeling 9. Einde van de arbeidsovereenkomst
- Artikel: Artikel 671b
- Gegevens: lid 1: De kantonrechter kan op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden: lid 1 a.: op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen c tot en met i; lid 1 b.: op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen a en b, indien de toestemming, bedoeld in artikel 671a, is geweigerd; of lid 1 c.: op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen a en b, indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd. lid 2: De kantonrechter kan het verzoek, bedoeld in lid 1, slechts inwilligen indien aan de voorwaarden voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 669, is voldaan en er geen opzegverboden als bedoeld in artikel 670 of met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbare opzegverboden in een ander wettelijk voorschrift gelden. lid 3: Indien het verzoek om ontbinding is gegrond op artikel 669, lid 3, onderdeel a, is artikel 671a, leden 5 en 7, van overeenkomstige toepassing. lid 4: Indien het verzoek om ontbinding is gegrond op artikel 669, lid 3, onderdeel c, wijst de kantonrechter het verzoek af, indien de werkgever niet beschikt over een verklaring ter zake van een deskundige als bedoeld in artikel 629a, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. lid 5: Indien het verzoek om ontbinding is gegrond op artikel 669, lid 3, onderdeel e, in verband met het, zonder deugdelijke grond door de werknemer niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 660a, wijst de kantonrechter het verzoek af, indien de werkgever: lid 5 a.: de werknemer niet eerst schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van die verplichtingen of om die reden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 629, lid 7, de betaling van het loon heeft gestaakt; of lid 5 b.: niet beschikt over een verklaring ter zake van een deskundige als bedoeld in artikel 629a, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. lid 6: Indien de werkgever de ontbinding verzoekt op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen b tot en met i, en een opzegverbod als bedoeld in artikel 670, leden 1 tot en met 4 en 10, of een met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbaar opzegverbod in een ander wettelijk voorschrift geldt, kan de kantonrechter, in afwijking van lid 2, het verzoek om ontbinding inwilligen, indien: lid 6 a.: het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop die opzegverboden betrekking hebben; of lid 6 b.: er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen. lid 7: Het opzegverbod, bedoeld in artikel 670, lid 1, geldt niet indien de ziekte een aanvang heeft genomen nadat het verzoek om ontbinding door de kantonrechter is ontvangen. lid 8: Indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel i, kan hij aan de werknemer een vergoeding toekennen van ten hoogste de helft van de transitievergoeding, bedoeld in artikel 673, lid 2. lid 9: Indien het verzoek om ontbinding een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt: lid 9 a.: bepaalt hij het einde van de arbeidsovereenkomst op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, waarbij, indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, de duur van de periode die aanvangt op de datum van ontvangst van het verzoek om ontbinding en eindigt op de datum van dagtekening van de ontbindingsbeslissing in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat een termijn van ten minste een maand resteert; lid 9 b.: kan hij, in afwijking van onderdeel a, het einde van de arbeidsovereenkomst bepalen op een eerder tijdstip, indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer; lid 9 c.: kan hij aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. lid 10: Indien het verzoek om ontbinding een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die niet tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt, bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt en: lid 10 a.: kan hij de werknemer een vergoeding toekennen tot ten hoogste het bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd; lid 10 b.: kan hij de werknemer naast de vergoeding, bedoeld in onderdeel a, een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever; of lid 10 c.: kan hij, indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, de werkgever een vergoeding toekennen tot ten hoogste het bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. lid 11: Elk beding waarbij de mogelijkheid voor de werkgever om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden, bedoeld in lid 1, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.
- Relevantie score: 0.713
6
WETSARTIKEL 6:
- Wet: Burgelijk Wetboek 7 (BW 7)
- Titel: Titel 10. Arbeidsovereenkomst
- Afdeling: Afdeling 9. Einde van de arbeidsovereenkomst
- Artikel: Artikel 673
- Gegevens: lid 1: De werkgever is aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien: lid 1 a.: de arbeidsovereenkomst: lid 1 1° door de werkgever is opgezegd; lid 1 2° op verzoek van de werkgever is ontbonden; of lid 1 3° na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet en voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan, die tussentijds kan worden opgezegd en ingaat na een tussenpoos van ten hoogste zes maanden; of lid 1 b.: de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever: lid 1 1° door de werknemer is opgezegd; lid 1 2° op verzoek van de werknemer is ontbonden; of lid 1 3° na een einde van rechtswege op initiatief van de werknemer niet aansluitend is voortgezet. lid 2: De transitievergoeding is voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd gelijk aan een derde van het loon per maand en een evenredig deel daarvan voor een periode dat de arbeidsovereenkomst korter dan een jaar heeft geduurd. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de berekeningswijze van de transitievergoeding. De transitievergoeding bedraagt maximaal € 98.000,00 of een bedrag gelijk aan ten hoogste het loon over twaalf maanden indien dat loon hoger is dan dat bedrag. lid 3: Het bedrag, genoemd in lid 2, wordt telkens met ingang van 1 januari door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd overeenkomstig de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in de Macro-Economische Verkenningen, in het voorafgaande jaar is geraamd. Het bedrag wordt daarbij afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–. Het gewijzigde bedrag is uitsluitend van toepassing indien de arbeidsovereenkomst op of na de datum van de wijziging eindigt of niet wordt voortgezet. lid 4: Voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 2, worden: lid 4 a.: maanden waarin de gemiddelde omvang van de door de werknemer verrichte arbeid ten hoogste twaalf uur per week heeft bedragen, tot het bereiken van de achttienjarige leeftijd buiten beschouwing gelaten; en lid 4 b.: een of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld. De vorige zin is eveneens van toepassing indien de werknemer achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. lid 5: Indien in de in lid 4, onderdeel b, bedoelde situatie bij de beëindiging van een voorafgaande arbeidsovereenkomst: lid 5 a.: een transitievergoeding is betaald, wordt een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding die bij die beëindiging op grond van de leden 1 en 2 verschuldigd was in mindering gebracht op de transitievergoeding; lid 5 b.: op grond van artikel 673b, lid 1, een voorziening is verstrekt, wordt een bedrag ter waarde van die voorziening in mindering gebracht op de transitievergoeding. lid 6: Onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden kunnen op de transitievergoeding in mindering worden gebracht: lid 6 a.: kosten van maatregelen in verband met het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid van de werknemer; en lid 6 b.: kosten verband houdende met het bevorderen van de bredere inzetbaarheid van de werknemer die tijdens de arbeidsovereenkomst zijn gemaakt. lid 7: De transitievergoeding is niet verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst: lid 7 a.: geschiedt voor de dag waarop de werknemer de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en de gemiddelde omvang van de door hem verrichte arbeid ten hoogste twaalf uur per week heeft bedragen; lid 7 b.: geschiedt in verband met of na het bereiken van een bij of krachtens wet vastgestelde of tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd geldt, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd; of lid 7 c.: het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. lid 8: In afwijking van lid 7, onderdeel c, kan de kantonrechter de transitievergoeding geheel of gedeeltelijk aan de werknemer toekennen indien het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. lid 9: Indien, na een einde van rechtswege, het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, kan de kantonrechter: lid 9 a.: naast de transitievergoeding aan de werknemer ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toekennen; of lid 9 b.: indien de werknemer op grond van lid 7, onderdeel a, geen recht op transitievergoeding heeft, aan de werknemer ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toekennen. lid 10: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat voor de toepassing van lid 2 wordt verstaan onder loon.
- Relevantie score: 0.657
7
WETSARTIKEL 7:
- Wet: Burgelijk Wetboek 7 (BW 7)
- Titel: Titel 10. Arbeidsovereenkomst
- Afdeling: Afdeling 9. Einde van de arbeidsovereenkomst
- Artikel: Artikel 669
- Gegevens: lid 1: De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in lid 3, onderdeel e. lid 2: Herplaatsing, bedoeld in lid 1, is niet vereist, indien de werknemer een geestelijk ambt bekleedt. lid 3: Onder een redelijke grond als bedoeld in lid 1 wordt verstaan: lid 3 a.: het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het, over een toekomstige periode van ten minste 26 weken bezien, noodzakelijkerwijs vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering; lid 3 b.: ziekte of gebreken van de werknemer waardoor hij niet meer in staat is de bedongen arbeid te verrichten, mits de periode, bedoeld in artikel 670, leden 1 en 11, is verstreken en aannemelijk is dat binnen 26 weken, of bij een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, 6 weken, geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht; lid 3 c.: het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid als gevolg van ziekte of gebreken van de werknemer met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen, mits het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer en aannemelijk is dat binnen 26 weken, of bij een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, 6 weken, geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht; lid 3 d.: de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer; lid 3 e.: verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; lid 3 f.: het weigeren van de werknemer de bedongen arbeid te verrichten wegens een ernstig gewetensbezwaar, mits aannemelijk is dat de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht; lid 3 g.: een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; lid 3 h.: andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; lid 3 i.: een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, bedoeld in de onderdelen c tot en met e, g en h, die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. lid 4: Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst, die is ingegaan voor het bereiken van een tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd is overeengekomen, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd, eveneens opzeggen in verband met of na het bereiken van de tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd is overeengekomen, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd. lid 5: Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden: lid 5 a.: nadere regels gesteld met betrekking tot een redelijke grond voor opzegging, de herplaatsing van de werknemer en de redelijke termijn, bedoeld in lid 1, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar categorieën van werknemers; lid 5 b.: regels gesteld voor het bepalen van de volgorde van opzegging bij het vervallen van arbeidsplaatsen, bedoeld in lid 3, onderdeel a. lid 6: De regels, bedoeld in lid 5, onderdeel b, zijn niet van toepassing indien bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, andere regels worden gesteld voor het bepalen van de volgorde van opzegging bij het vervallen van arbeidsplaatsen, bedoeld in lid 3, onderdeel a, en een onafhankelijke commissie als bedoeld in artikel 671a, lid 2, wordt aangewezen. lid 7: Dit artikel is niet van toepassing op een opzegging tijdens de proeftijd.
- Relevantie score: 0.653
36
Kamerstuk: 35074
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten om de balans tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten te verbeteren (Wet arbeidsmarkt in balans)
Inwerkingtreding: 0
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten om de balans tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten te verbeteren (Wet arbeidsmarkt in balans)
Inwerkingtreding: 0
37
43
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2023:430 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2023:430
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2023-03-17
- Datum publicatie: 2023-03-17
- Datum aangepast: 2025-03-21
- Zaaknummer: 22/01768
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:430
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:1134, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2022:111, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Vernietiging van ontslag op staande voet en ontbinding van arbeidsovereenkomst. Klachten over afwijzing van verzoek tot toekenning van billijke vergoeding
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2023-0405; RvdW 2023/357; JAR 2023/106; JIN 2023/75 met annotatie van mr. J.C.A. Ettema; VAAN-AR-Updates.nl 2023-0405
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2023:430
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR (Hoge Raad)
Datum uitspraak
17 maart 2023
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111, Hof Den Haag, 15 februari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1134, Conclusie Advocaat-Generaal, datum 2022 (conclusie vermeld als ECLI) [rnr niet in arrest]
Relatie: cassatieberoep tegen beschikking van het hof; conclusie AG strekt tot verwerping; cassatie niet-ontvankelijk/vernietiging niet gevolgd wegens art. 81 lid 1 RO (zie overweging) [rnr overweging Hoge Raad]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoeker] (ex-werknemer / verzoeker tot cassatie) [titel en rol bij aanvang vermelding]
Naam of typering gedaagde
[verweerster] B.V. (werkgever / verweerster in cassatie) [titel en rol bij aanvang vermelding]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil betreft vernietiging van ontslag op staande voet en ontbinding arbeidsovereenkomst door lagere instanties; verzoeker gaat in cassatie tegen hofbeslissing die klachten heeft afgewezen; tevens klacht over afwijzing verzoek billijke vergoeding. Hoge Raad behandelt of cassatieklachten leiden tot vernietiging; beslist verwerping beroep op grond van art. 81 lid 1 RO (beoordeling levert geen reden tot vernietiging) [overwegingen en slotzin van beschikking].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Cassatieverzoek tot vernietiging van de beschikking van het hof en daarmee bevordering van eerdere beslissingen omtrent ontslag op staande voet/ontbinding en toekenning billijke vergoeding (indirect beoogd) [aanhef beroep].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Cassatieprocedure en toepasselijkheid art. 81 lid 1 RO (Wet op de rechterlijke organisatie) vermeld als grond voor beperkte motivering [overweging Hoge Raad].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
Stellingen van verzoeker gericht tegen het oordeel van het hof over vernietiging ontslag op staande voet en afwijzing billijke vergoeding (concrete feitelijke stellingen in cassatie niet in beslissing opgenomen) [procesverloopverwijzing naar hof en kantonrechter].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Erkend door beide partijen: verwijzing naar eerdere beslissingen van kantonrechter en hof als feiten in procesverloop (deze beslissingen bestaan en zijn onderwerp van cassatie) [aanhef beschikking, verwijzing a en b].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
Verweerschrift tot verwerping van het cassatieberoep door [verweerster]; inhoudelijke verweren door partijen in lagere instanties (niet nader gespecificeerd in Hoge Raad-beschikking) [procesvermelding].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Art. 81 lid 1 RO genoemd door Hoge Raad als grond voor beperkte motivering en niet-vernietiging [overweging Hoge Raad].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
Gedaagde verwerpt cassatieklachten en handhaaft hofuitspraak; betwist dat klachten tot vernietiging van het hof zouden leiden (concrete betwistingen in verweren niet in beschikking weergegeven) [aanmelding verweerschrift].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of vergoeding genoemd in deze beschikking.
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
Hoge Raad beoordeelt de cassatieklachten en oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad behoeft geen motivering omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, op grond van art. 81 lid 1 RO. Conclusie AG strekte tot verwerping en is gevolgd in resultaat; precieze motivering wordt niet gegeven in de beschikking [overwegingen].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Dragende motieven: aangevoerde klachten geven geen grond voor vernietiging; beantwoording zou niet van belang zijn voor eenheid/ontwikkeling van het recht, zodat art. 81 lid 1 RO toepassing vindt. Belangenafweging: geen nadere motivering omdat collegebeperking op motiveringsplicht bij art. 81 lid 1 RO prevaleert [overweging Hoge Raad].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van [verzoeker] en wijst verweren van [verweerster] in cassatie af (behoudens kostenveroordeling). Hofbeschikking blijft in stand (niet vernietigd) [slotformulering beschikking].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Het beroep wordt verworpen. (woordelijk: “- verwerpt het beroep;”) [eindvonis].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
[verzoeker] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot aan de zijde van [verweerster] op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen betaald. [slotboete en betalingsvoorwaarden].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld; geen expliciete uitvoerbaar-bij-voorraad in beschikking.
RECHTER:
Polak, M.V.: Vicepresident en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
du Perron, C.E.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer (uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beperkte motivering/afwijzing van vernietiging in cassatie omdat beantwoording niet nodig is voor eenheid of ontwikkeling van het recht']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111: Hof Den Haag 15 februari 2022
ECLI not known: Kantonrechter Rotterdam 1 april 2021 (zaak 8942823 \ VZ VERZ 20-20538)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:25.041004 ============================================================
Polak, M.V.: Vicepresident en voorzitter
Tanja-van den Broek, T.H.: raadsheer
du Perron, C.E.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer (uitgesproken)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beperkte motivering/afwijzing van vernietiging in cassatie omdat beantwoording niet nodig is voor eenheid of ontwikkeling van het recht']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111: Hof Den Haag 15 februari 2022
ECLI not known: Kantonrechter Rotterdam 1 april 2021 (zaak 8942823 \ VZ VERZ 20-20538)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:25.041004 ============================================================
45
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2022:1134 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2022:1134
- Instantie: Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2022-12-02
- Datum publicatie: 2022-12-02
- Datum aangepast: 2023-06-06
- Zaaknummer: 22/01768
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht
- Bijzondere kenmerken: None
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2022:1134
FORMELE RELATIES:
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:430, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Arbeidsrecht. Kantonrechter vernietigt ontslag op staande voet maar ontbindt arbeidsovereenkomst op de zogenoemde g-grond. Hof bekrachtigt en wijst het meer of anders verzochte af. Heeft hof ten onrechte niet beslist op verzoek om toekenning billijke vergoeding ex art. 7:683 lid 3 BW?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; JAR 2023/106
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:PHR:2022:1134
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Parket bij de Hoge Raad (conclusie A-G voor HR)
Datum uitspraak
02-12-2022
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:430, Hof: ECLI:NL:GHDHA:2022:111, Rb. Rotterdam beschikking 01-04-2021 (zaaknummer/rolnummer: 8942823 \ VZ VERZ 20-20538) [rov. FO 1; randnrs. 2.8-2.13]
Conclusie A-G ziet op hoger beroep bij het hof en mogelijke cassatie bij de Hoge Raad; bij HR-arrest is sprake van vervolg (ECLI:NL:HR:2023:430).
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoeker] — werknemer (vrachtwagenchauffeur; in dienst sinds 03-04-2001) [rov. 1.1-1.2]
Naam of typering gedaagde
[verweerster] B.V. — werkgever (logistiek/transport) [rov. 1.1]
CASUS:
Kern: werknemer op staande voet ontslagen (30-10-2020) na conflict over afwezigheid en communicatie; kantonrechter vernietigt ontslag op staande voet maar ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en kent transitievergoeding toe maar geen billijke vergoeding; hof bekrachtigt; werknemer cassatieert omdat hof naar zijn oordeel onvoldoende besliste/ motiveerde omtrent subsidiair verzoek tot billijke vergoeding op grond van art. 7:683 lid 3 BW en/of art. 7:671b lid 9 sub c BW [rov. samenvatting; randnrs. 2.1-2.13; 3.6-3.17].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Primair: vernietiging ontslag op staande voet en herstel arbeidsovereenkomst (art. 7:683 lid 3 BW) [beroepschrift randn. 6.1]. Subsidiair: toekenning billijke vergoeding € 87.709,30 bruto naast reeds toegekende transitievergoeding (art. 7:683 lid 3 BW / eerder art. 7:671b lid 9 sub c BW in eerste aanleg) [randnrs. 6.1-6.3; 3.6].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
7:683 lid 3 BW; 7:671b lid 9 sub c BW; 7:673 BW (transitievergoeding) [randnrs. 3.6; 3.13; 2.4-2.5].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Lang dienstverband sinds 2001, salaris €2.891,55 bruto p/m [rov. 1.2].
- Herstel primair; subsidiair vergoeding ter waarde van loon en pensioen over veronderstelde nog eens 24 maanden (berekening randn. 6.4 eerste aanleg) [FO/rv citaten randn. 45; 62].
- Hof heeft kantonrechter bekrachtigd waardoor ontbinding in stand bleef en herstel niet toegewezen werd; aldus subsidiair verzoek tot billijke vergoeding ex art. 7:683 lid 3 BW aan de orde in hoger beroep, aldus verzoeker (stellingsrichting) [randnrs. 6.1-6.3; 3.13-3.17].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Dienstverband sinds 03-04-2001 en salarishoogte €2.891,55 bruto per maand [erkend door beide partijen] [rov. 1.1-1.2].
- Ontslag op staande voet gegeven 30-10-2020; werknemer had ziektewetuitkering tijdens bestreden beschikking [erkend door beide partijen] [randnrs. feiten 1.9-1.12; 2.6].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Werkgever voerde als redenen voor ontslag op staande voet: niet nakomen mediationafspraken, ongeoorloofde afwezigheid, laster/smaad, bedreiging collega, geen berouw — dit rechtvaardigt ontslag op staande voet volgens werkgever (in incidenteel hoger beroep primair: ontslag rechtsgeldig) [productie 4; randn. 1.12].
- Voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding op grond van verwijtbaar handelen werknemer (7:669 lid 3 sub e BW) en verstoorde arbeidsverhouding (7:669 lid 3 sub g BW) [randnrs. 2.6; FO 2-3 etc.].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
7:669 lid 3 sub e BW; 7:669 lid 3 sub g BW; 7:671b BW; 7:683 lid 3 BW; 7:673 BW [randnrs. 2.6; 3.6; 3.13].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Werkgever betwist dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten haarnerzijds; betoogt dat verstoring hoofdzakelijk door werknemer is veroorzaakt door escalerende brieven en gedrag en dat ontbinding (g-grond) gerechtvaardigd is; voorts dat ontslag op staande voet rechtsgeldig was (incidenteel hoger beroep) [rov. hofsamenvatting 5.11-5.20; randnrs. 5.4-5.6; 5.12].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen specifieke aanbod tot herstel vermeld; werkgever heeft in eerste aanleg voorwaardelijk verzocht tot ontbinding met zo kort mogelijke einddatum en wilde terugvordering transitievergoeding indien ontslag rechtsgeldig werd bevonden (incidentiële vordering) [randnrs. 2.6; FO verwijzingen].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- A-G geeft analyse dat art. 7:671b lid 9 sub c BW billijke vergoeding toekent alleen bij ontbinding als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werkgever; drempel hoog, uitzonderlijke situaties; referenties memorie Wwz en jurisprudentie [randnrs. 3.6-3.10; 3.26].
- Art. 7:683 lid 3 BW geeft appelrechter bij vernietiging van kantonrechterlijke ontbindingsbeschikking keuze tussen herstel of billijke vergoeding; voorwaarde is vernietiging van ontbindingsbeschikking, niet louter afwijzing herstel in hoger beroep; beoordeling ex nunc of ex tunc afhankelijk van welke zijde van art. 7:683 lid 3 BW aan de orde is (toelichting en HR-rechtslijn) [randnrs. 3.13-3.17; 3.38-3.41].
- Toepassing op feiten: hof heeft kantonrechter bekrachtigd; kantonrechter en hof oordelen dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord is en dat dit vooral is veroorzaakt door gedragingen van werknemer (brieven, communicatiestijl) zodat ontbinding terecht is en ernstig verwijtbaar handelen werkgever ontbreekt; gevolg: geen billijke vergoeding op grond van art. 7:671b lid 9 sub c BW; omdat ontbindingsbeschikking niet is vernietigd, was art. 7:683 lid 3 BW niet toepasselijk voor toekenning billijke vergoeding in hoger beroep; hof heeft aldus niet gefaald in behandeling of motivering van subsidiair verzoek [randnrs. 5.11-5.20; 3.21-3.25; 4.x samenvatting].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Dragende motieven: langdurig en ernstig verstoorde relatie door opeenstapeling incidenten sinds 2013; arbeidsdeskundige/bedrijfsarts-rapport concludeerde situatie beter niet in stand te houden; werknemer bleef scherpe, escalerende brieven sturen en toonde gebrek aan reflectie; werkgever had mediation, verbetertraject, waarschuwingen ingezet; herstel binnen werkgever niet reëel; lange diensttijd weegt mee tegen ontslag op staande voet maar niet tegen ontbinding wegens verstoorde verhouding; daarom ontbinding gerechtvaardigd en geen ernstig verwijtbaar handelen door werkgever — hierdoor geen grond voor billijke vergoeding onder art. 7:671b lid 9 sub c BW. Voor art. 7:683 lid 3 BW verplicht vernietiging van de ontbindingsbeschikking; omdat hof bekrachtigde, was subsidiair verzoek niet aan de orde [rov. 5.11-5.20; randnrs. 3.13-3.17; 5.25].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Conclusie A-G: dient tot verwerping van cassatie; hof had de kantonrechterlijke beschikking terecht bekrachtigd en hoefde subsidiair verzoek tot billijke vergoeding niet te beoordelen; motivering voldoende begrijpelijk; cassatieberoep moet worden verworpen (conclusie A-G strekt tot verwerping cassatie) [slotzin conclusie; randnrs. 3.x en eindconclusie].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Kantonrechter in eerste aanleg: vernietigt ontslag op staande voet; ontbindt arbeidsovereenkomst per 1 juli 2021 wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (7:669 lid 3 sub g BW); toekent transitievergoeding €20.991,44 bruto; wijst billijke vergoeding af (geen ernstig verwijtbaar handelen werkgever) [Rb. Rotterdam 01-04-2021 rov. 4.19-4.29].
- Hof (15-02-2022): bekrachtigt voor zover aan zijn oordeel onderworpen de beschikking van de kantonrechter; wijst hetgeen partijen meer of anders in hoger beroep hebben verzocht af [ECLI:NL:GHDHA:2022:111, rov. 5.25].
- Cassatie (PG-conclusie): verwerping cassatieberoep bepleit; (later HR-arrest ECLI:NL:HR:2023:430 volgt).
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Hof veroordeelde partijen in kosten van het principale en incidentele beroep volgens rov. 5.25; exacte bedragen niet opgenomen in A-G conclusie. (Geen concrete kostenbedragen in deze conclusie/rov.) [rov. 5.25; FO].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet vermeld in conclusie A-G; geen uitvoerbaar-bij-voorraad genoemd in de aangehaalde rov. in deze toelichting.
RECHTER:
Hartlief, T.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (conclusie A-G)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:683 BW: ['7:683 lid 3 BW', 'herstel arbeidsovereenkomst of billijke vergoeding in hoger beroep na vernietiging van kantonrechterlijke beschikking']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 sub c BW', 'billijke vergoeding bij ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werkgever']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111: Hof Den Haag 15 februari 2022
ECLI:NL:HR:2023:430: HR 2023 (vervolg)
ECLI not known: Rb. Rotterdam beschikking 1 april 2021, zaaknummer/rolnummer: 8942823 \ VZ VERZ 20-20538
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:30:09.644908 ============================================================
Hartlief, T.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (conclusie A-G)
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:683 BW: ['7:683 lid 3 BW', 'herstel arbeidsovereenkomst of billijke vergoeding in hoger beroep na vernietiging van kantonrechterlijke beschikking']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 sub c BW', 'billijke vergoeding bij ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werkgever']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111: Hof Den Haag 15 februari 2022
ECLI:NL:HR:2023:430: HR 2023 (vervolg)
ECLI not known: Rb. Rotterdam beschikking 1 april 2021, zaaknummer/rolnummer: 8942823 \ VZ VERZ 20-20538
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:30:09.644908 ============================================================
48
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2022:333 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2022:333
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2022-02-25
- Datum publicatie: 2022-02-25
- Datum aangepast: 2026-01-06
- Zaaknummer: 21/00553
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht
- Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2022:333
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:3096, Bekrachtiging/bevestiging; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1038, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontbinding op verzoek werkgever op de g-grond. Afwijzing verzoek werknemer om toekenning billijke vergoeding. Klachten op beide onderdelen.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2022-0251; RvdW 2022/272; JAR 2022/87; TRA 2022/42 met annotatie van M.D. Ruizeveld; VAAN-AR-Updates.nl 2022-0251
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2022:333
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
25 februari 2022
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096, Hof Amsterdam, 10 november 2020 (bekrachtiging/bevestiging) [r.o. 1]
ECLI:NL:PHR:2021:1038, Conclusie A-G R.H. de Bock, 2021 (gevolgd) [r.o. 1]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoekster] (werknemer/ontslagprocedure) [titel en procespartijen]
Naam of typering gedaagde
ABN AMRO BANK N.V. (werkgever) [titel en procespartijen]
CASUS:
Geschil over ontbinding arbeidsverhouding op verzoek van de werkgever op de g-grond en vordering van de werknemer tot billijke vergoeding; werknemer voert klachten tegen hofbeslissing die het ontbindingsverzoek en afwijzing van billijke vergoeding bevestigt. [inhoudsindicatie; r.o. 1]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Toewijzing van (hoger) rechtsmiddel in cassatie; in lagere instanties: toekenning van billijke vergoeding door werknemer (bestreden). [r.o. 1]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Art. 7:685 e.v. BW/G-grond en billijke vergoeding (ontbinding arbeidscontract); art. 81 RO (beperkte motiveringsplicht ten aanzien van cassatieklachten). [r.o. 1]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
Dat ontbinding op g-grond onterecht is en dat toekenning billijke vergoeding had moeten plaatsvinden (concrete feiten niet in beschikking vermeld). [r.o. 1]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Erkend door beide partijen: samenhangende feitelijke procesgeschiedenis en uitspraken van kantonrechter en hof waarop cassatie is gericht; feitelijke inhoud van die instanties wordt in cassatie niet meer uitvoerig herdacht. [r.o. 1]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
Dat de klachten van verzoekster niet tot vernietiging van het hofse uitspraak kunnen leiden; dat beantwoording van vragen niet nodig is voor eenheid/ontwikkeling van het recht (art. 81 lid 1 RO). [r.o. 1]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie (RO) [r.o. 1]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
ABN AMRO bestrijdt de toewijzing van billijke vergoeding en de stellingen van verzoekster dat ontbinding onterecht zou zijn; betwist dat cassatieklachten geldeningsgrond bieden voor vernietiging. (concrete betwisting verwijst naar hofbeslissing) [r.o. 1]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Niet vermeld in de beschikking. [r.o. 1]
OORDEEL RECHTER:
De Hoge Raad beoordeelt de in cassatie aangevoerde klachten en stelt dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad behoeft geen motivering omdat artikel 81 lid 1 RO van toepassing is: beantwoording van de vragen is niet nodig voor eenheid of ontwikkeling van het recht. [r.o. 1]
Dragende motieven van het oordeel
- Klachten bieden geen grond voor vernietiging van het hofberispt;
- toepassing van art. 81 lid 1 RO rechtvaardigt beperkte motivering en laat vernietiging achterwege. [r.o. 1]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand. [slotformule]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Het beroep wordt verworpen. [slotformule]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
[verzoekster] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van ABN AMRO: € 913,07 aan verschotten en € 1.800,-- aan salaris. [slotformule]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet vermeld expliciet; standaard uitvoerbaar-verklaring niet opgenomen in beschikking. [tekst beschikking]
RECHTER:
Tanja-van den Broek, T.H.: voorzitter
du Perron, C.E.: raadsheer
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: in het openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beperkte motiveringsplicht/hoge raad; vragen voor eenheid of ontwikkeling van het recht']
7:685 BW: ['7:685 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werkgever/g-grond en billijke vergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096: Hof Amsterdam 10 november 2020
ECLI:NL:PHR:2021:1038: Conclusie A-G R.H. de Bock 2021
ECLI not known: Kantonrechter Amsterdam 18 juni 2019 (zaak 7547951 EA VERZ 19-115)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:46.023419 ============================================================
Tanja-van den Broek, T.H.: voorzitter
du Perron, C.E.: raadsheer
Schaafsma, S.J.: raadsheer
Wattendorff, H.M.: in het openbaar uitgesproken
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
81 RO: ['81 lid 1 RO', 'beperkte motiveringsplicht/hoge raad; vragen voor eenheid of ontwikkeling van het recht']
7:685 BW: ['7:685 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werkgever/g-grond en billijke vergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096: Hof Amsterdam 10 november 2020
ECLI:NL:PHR:2021:1038: Conclusie A-G R.H. de Bock 2021
ECLI not known: Kantonrechter Amsterdam 18 juni 2019 (zaak 7547951 EA VERZ 19-115)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:46.023419 ============================================================
49
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHDHA:2022:111 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:GHDHA:2022:111
- Instantie: Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak: 2022-02-15
- Datum publicatie: 2022-02-01
- Datum aangepast: 2024-10-02
- Zaaknummer: 200.296.398/01
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht
- Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:111
FORMELE RELATIES:
Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:430, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Beoordeling ontslag op staande voet en ontbindingsverzoek (g-grond).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2022-1050; VAAN-AR-Updates.nl 2022-1050
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:GHDHA:2022:111
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Hof (Gerechtshof Den Haag), afdeling civiel recht
Datum uitspraak
15 februari 2022
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:430, HR, datum uitspraak cassatie: 2023 (zoals door partijen aangeduid) [processtuk: formele_relations; r.o. slotzin]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoeker] (werknemer; chauffeur) [r.o. feitenoverzicht 3.1-3.4]
Naam of typering gedaagde
[verweerster] TRUCKING B.V. (werkgever) [r.o. partijen]
CASUS:
Geef samenvatting waar de casus over gaat.
Beoordeling of ontslag op staande voet van werknemer d.d. 30 oktober 2020 rechtsgeldig is en, zo niet, of ontbinding van de arbeidsovereenkomst op g-grond (ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding) gerechtvaardigd is; hoger beroep tegen vernietiging ontslag en ontbinding; discussie over herplaatsing, opzegverbod en toekenning transitie- en billijke vergoedingen [r.o. inleiding en 4.x].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Primair: vernietiging ontslag op staande voet; herstel in functie per 1 juli 2021 en doorbetaling salaris vanaf 30 oktober 2020; subsidiair billijke vergoeding (€87.709,30) en overige vergoedingen; vordering tot proceskosten en uitvoerbaarverklaring [r.o. vorderingen eerste aanleg en hoger beroep].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Ontslag op staande voet/7:678 BW en ontbinding g-grond/7:669 BW worden betwist; opzegverbod 7:671b lid 6 BW is aangevoerd door verzoeker [r.o. beoordeling ontslag en g-grond; 7:678 BW, 7:669 BW, 7:671b lid 6 BW vermeld].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [verzoeker] stelt ziek te zijn (diabetes, schommelende bloedsuikers) en zich ziek te hebben gemeld op 30-10-2020; meldingen aan leidinggevenden en bedrijfsarts; klachten over pesterijen en discriminatie; opname van brieven en correspondentie van september-oktober 2020 [r.o. feiten 3.6-3.12].
- [verzoeker] betwist dat zijn gedragingen en brieven zodanig waren dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd was en betwist herplaatsings- of eerste-spoorbeoordeling [r.o. grieven verzoeker].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Feiten vermeld door kantonrechter onder 2.1 t/m 2.13 zijn niet in geschil en als uitgangspunt genomen (erkend door beide partijen) [r.o. 2].
- Werkverband sinds 2001, functie, salaris en uren (erkend) [r.o. feiten 3.1].
- Mediation en afspraken van maart 2019 (erkend) [r.o. 3.3].
- Loop van verbetertraject en eerdere incidenten tussen 2013-2018 (erkend) [r.o. 3.2-3.4].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Primair: ontslag op staande voet rechtsgeldig wegens dringende redenen (ongeoorloofde afwezigheid, smaad/laster, bedreiging, niet-naleven mediationafspraken) [r.o. brief werkgever 30-10-2020; incidenteel hoger beroep].
- Subsidiair: indien ontslag ongeldig, ontbinding op e-grond of behoud ontbinding g-grond; matiging billijke vergoeding of nihil [r.o. verweerschrift hoger beroep].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- Beroep op dringende reden/ontslag op staande voet (7:678 BW impliciet), ontbinding op e-, g- en i-grond (7:669 BW), opzegverbod (7:671b lid 6 BW) [r.o. beoordeling].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat [verzoeker] ziek was op 30-10-2020; stelt ongeoorloofde afwezigheid en onaanvaardbaar gedrag vast (dreiging, smaad/laster) en dat dat dringende reden voor ontslag oplevert [r.o. verweer en grief 1-2 van verweerder].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen specifiek aanbod tot herstel of schadeloosstelling vermeld in het dossier voor de dag van het ontslag; verbetertraject was vooraf opgenomen maar niet effectief uitgevoerd [r.o. verbetertraject 3.5].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Hof beoordeelt eerst geldigheid ontslag op staande voet: toets of gedragingen en omstandigheden samen zodanig ernstig waren dat werkgever redelijkerwijs niet kon worden gevergd het dienstverband voort te zetten (7:678 BW-criteria in licht van dienstverbandduur) [r.o. beoordeling ontslag].
- Hof sluit aan bij kantonrechter: ontslag op staande voet niet rechtsgeldig wegens onvoldoende bewijs door werkgever dat werknemer op 30-10-2020 niet ziek was en dat de gedragingen een dringende reden opleverden; AWV/UWV-deskundigenoordeel en medische omstandigheden (diabetes, contra-indicatie voor beroepsmatig rijden) ondersteunen ziekteverklaring; werkgever had bedrijfsarts in moeten schakelen maar deed dat niet [r.o. beoordeling ontslag parafrasering 4.x].
- Ten aanzien van ontbinding g-grond: toets of arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord is (7:669 BW). Hof onderschrijft kantonrechter dat opeenstapeling van brieven, niet-nakomen mediationafspraken, patroon van escalatie en arbeidsdeskundig oordeel leiden tot conclusie dat voortzetting redelijkerwijs niet kan worden verlangd [r.o. beoordeling g-grond].
- Herplaatsing en re-integratie: herplaatsing in andere passende functie op grond van 7:669 lid 1 BW niet in de rede; detachering en tweede spoor vallen buiten de herplaatsingstoets; werkgever niet gehouden tot outplacementonderzoek in deze omstandigheden [r.o. herplaatsing 4.x].
- Opzegverbod (7:671b lid 6 onder a BW): geen verband tussen ontbinding en ziekte dat opzegverbod zou inroepen; verzoek tot ontbinding ziet op langdurige verstoorde verhouding, niet op ziektegerelateerde beëindiging [r.o. beoordeling opzegverbod].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Ten aanzien van ontslag op staande voet: onvoldoende bewijs van werkgever dat werknemer op 30-10-2020 niet ziek was; zwaarte van ontslag en lange diensttijd maken terughoudendheid geboden; medische omstandigheden (diabetes) en UWV-advies wegen in voordeel werknemer; werkgever had bedrijfsarts moeten raadplegen [r.o. motivering ontslagonrechtmatigheid].
- Ten aanzien van ontbinding g-grond: langdurige escalatie, herhaalde schending van mediationafspraken door werknemer (brieven e.d.), advies arbeidsdeskundige dat werksituatie niet in stand kan worden gehouden, en gebrek aan wederkerigheid/reflectie door werknemer; belangenafweging leidt tot onvermogen werkgever het dienstverband te laten voortduren [r.o. motivering ontbinding].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hof bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover onderworpen aan haar oordeel: vernietiging ontslag op staande voet door kantonrechter blijft in stand; ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding per 1 juli 2021 blijft gehandhaafd; transitievergoeding toegekend door kantonrechter blijft staan [r.o. slotbepalingen].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Verzoeken van [verzoeker] in hoger beroep (herstel per 1 juli 2021 en overige vorderingen) worden afgewezen voor zover hoger beroep strekt tot wijziging van bestreden beschikking; grieven van partijen falen; bestreden beschikking wordt bekrachtigd [r.o. slotsom].
- Kantonk rechter had ontslag op staande voet vernietigd en ontbinding op g-grond uitgesproken; hof bekrachtigt deze uitkomst voor zover aan oordeel hof onderworpen [r.o. eindbeslissing].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- [verzoeker] veroordeeld in de kosten van het principale beroep aan de zijde van [verweerster]: € 2.106,- (verschotten) en € 1.671,- (salaris) = totaal € 3.777,- [slotbeslissing].
- [verweerster] veroordeeld in de kosten van het incidentele beroep aan de zijde van [verzoeker]: € 772,- (verschotten) en € 1.671,- (salaris) = totaal € 2.443,- [slotbeslissing].
- Beide kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard [slotbeslissing].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Ja; de kostenveroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de bestreden beschikking was door kantonrechter uitvoerbaar bij voorraad verklaard (bevestiging/handhaafbaarheid door hof) [r.o. slot; uitvoerbaarverklaring].
RECHTER:
Thiessen, R.J.F.: plaatsvervangend raadsheer
van Cleef-Metsaars, M.J.: raadsheer
Schild, A.J.P.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:678 BW: ['7:678 BW', 'ontslag op staande voet/dringende reden']
7:669 BW: ['7:669 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst e-, g-, i-grond']
7:671b BW: ['7:671b lid 6 BW', 'opzegverbod bij ziekte / uitzondering bij ontbinding']
7:669 lid 1 BW: ['7:669 lid 1 BW', 'herplaatsing in passende functie (toets)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111: Gerechtshof Den Haag 15 februari 2022 (zaaknr 200.296.398/01)
ECLI:NL:HR:2023:430: Hoge Raad (cassatie), 2023 (zoals in formele relaties vermeld)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-03 22:51:46.419755 ============================================================
Thiessen, R.J.F.: plaatsvervangend raadsheer
van Cleef-Metsaars, M.J.: raadsheer
Schild, A.J.P.: raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:678 BW: ['7:678 BW', 'ontslag op staande voet/dringende reden']
7:669 BW: ['7:669 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst e-, g-, i-grond']
7:671b BW: ['7:671b lid 6 BW', 'opzegverbod bij ziekte / uitzondering bij ontbinding']
7:669 lid 1 BW: ['7:669 lid 1 BW', 'herplaatsing in passende functie (toets)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHDHA:2022:111: Gerechtshof Den Haag 15 februari 2022 (zaaknr 200.296.398/01)
ECLI:NL:HR:2023:430: Hoge Raad (cassatie), 2023 (zoals in formele relaties vermeld)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-03 22:51:46.419755 ============================================================
51
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:PHR:2021:1038 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:PHR:2021:1038
- Instantie: Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2021-10-15
- Datum publicatie: 2021-11-03
- Datum aangepast: 2023-06-06
- Zaaknummer: 21/00553
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht
- Bijzondere kenmerken: None
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2021:1038
FORMELE RELATIES:
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:333, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3 onder g BW). Geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door werkgever. Werkneemster heeft (intern en extern) geklaagd over discriminatie en seksuele intimidatie, is dat de ware reden voor beëindiging van haar dienstverband?
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; JAR 2022/87
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:PHR:2021:1038
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Parket bij de Hoge Raad (Conclusie A-G)
Datum uitspraak
15-10-2021
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:333, Hof Amsterdam: ECLI:NL:GHAMS:2020:3096 (10-11-2020), Kantongerecht Amsterdam: ECLI:NL:RBAMS:2019:4756 (18-06-2019). Conclusie parket bij HR bij arrest Hoge Raad.
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoekster] (werknemer/senior director)
Naam of typering gedaagde
ABN AMRO Bank N.V. (werkgever)
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van verstoorde arbeidsverhouding (7:669 lid 3 onder g BW). Werknemer stelt dat de ware reden voor beëindiging haar klachten over discriminatie en seksuele intimidatie (intern en CRM) waren, en vordert daarnaast billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Kantonrechter en hof ontbinden arbeidsovereenkomst en wijzen billijke vergoeding af; cassatie richt zich op uitleg van feiten, toelating tegenbewijs en ernstig verwijtbaarheid van ABN AMRO.
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Primair herstel van arbeidsovereenkomst; subsidiair billijke vergoeding en transitievergoeding; betaling buitengerechtelijke en proceskosten.
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
7:669 lid 3 onder g BW; 7:671b lid 9 onder c BW; relevante bewijsregels (Rv art. 152 lid 2 jo. 166); overige verwijzingen (o.a. 7:611, 7:658 BW; 7:646 lid 6 BW; art. 1a AWGB; art. 8a AWGB) [rov. 3.5-3.16; 4.71].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [verzoekster] klaagt sinds 2012 over discriminatie, ongelijke behandeling, loopbaanschade en (seksuele) intimidatie, inclusief incidents in 2012/2013 en december 2015 [rov. 1.4-1.14; 3.12].
- Zij stelde mediation voor; werkgever startte eerst intern SIM-onderzoek; mediation later mislukt; zij diende klacht in bij CRM [rov. 1.14-1.20].
- Zij stelt dat wijziging rapportagelijn en beëindigingsstreven samenhangen met haar klachten en CRM-procedure [rov. 3.15; griefen sub 1 en 2].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- [verzoekster] ontving goede inhoudelijke beoordelingen door de jaren heen; aspecten samenwerking werden in beoordelingen als verbeterpunt genoemd [rov. 3.5] (erkend door beide partijen).
- Incident december 2015 door [betrokkene 6] heeft plaatsgevonden en is gemeld; excuses zijn aangeboden door [betrokkene 6] [rov. 1.7, 3.11] (erkend door beide partijen).
- SIM heeft onderzoek gedaan en geconcludeerd dat feitenonderzoek onvoldoende mogelijk was, en aanvankelijk geen verder onderzoek is verricht; later alsnog onderzoek naar ski-incident 2013 en gesprekken met leidinggevenden en [betrokkene 2] [rov. 1.18-1.24, 3.12] (erkend door beide partijen dat onderzoek heeft plaatsgevonden).
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Werkgever betwist causaliteit tussen klachten en ontbinding; stelt dat verstoorde arbeidsverhouding bestond door gedrag van werknemer; ontbinding op g-grond gerechtvaardigd; geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van ABN AMRO [rov. 3.4-3.7; 3.16].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
7:669 lid 3 onder g BW; 7:671b lid 9 onder c BW; bewijsregels Rv art. 152 lid 2 jo. 166; verwijzingen naar arbeidsrechtelijke normen (7:611, 7:658 BW e.a.) [rov. 3.5-3.16; 4.71].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat wijziging rapportagelijn en beëindigingsstreven het gevolg zijn van CRM-klacht; stelt wijziging rapportagelijn volgde uit e-mail en eerdere besluiten en dat beëindigingsvoorstel al in januari 2018 gedaan was [rov. 2.13, 2.16, 3.15].
- Betwist dat ABN AMRO onzorgvuldig of nalatig onderzoek heeft gedaan dat causale relatie met ontbinding oplevert; stelt wel pogingen tot oplossing (coaching, overplaatsing) en SIM-onderzoek [rov. 3.6, 3.12].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- ABN AMRO deed in januari 2018 beëindigingsvoorstel; mediation en schikkingsonderhandelingen gevolgd door verzoek tot ontbinding door werkgever (18-02-2019) [rov. 2.13; 1.24-1.26].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- A-G concludeert dat beoordeling van g-grond (7:669 lid 3 onder g BW) en beoordeling ernstig verwijtbaar handelen (7:671b lid 9 onder c BW) onderscheiden moeten worden; feitenrechter heeft ruime beoordelingsvrijheid; toekenning billijke vergoeding vergt ernstig verwijtbaarheid en causaal verband [rov. 3.5-3.13].
- Hof heeft feiten en omstandigheden aangemerkt die de verstoorde arbeidsverhouding dragen: verklaringen van meerdere (voormalig) leidinggevenden, teamverklaringen, mislukte herplaatsingpogingen, coaching en overplaatsing door werkgever [rov. 3.4-3.7].
- Hof vond dat ABN AMRO op onderdelen tekortschiet (onderzoek ski-incident 2013) maar dat dat niet leidt tot ernstig verwijtbaarheid en causaliteit voor ontbinding; bewijslastverdeling: werkgever draagt stelplicht voor ontbindingsfeiten, werknemer voor stellingen over ernstig verwijtbaarheid [rov. 3.12-3.16; 4.30-4.42].
- Rechtsregels en HR-jurisprudentie (o.a. ServiceNow en Woondroomzorg) toegepast: hoge drempel voor ernstig verwijtbaarheid; geen algemene omkering bewijslast bij onvoldoende onderzoek naar intimidatie; rechter kan bewijsvermoeden ontlenen aan omstandigheden maar geen algemene omkering invoeren [rov. 3.5, 3.13, 4.61-4.71].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Dragende motieven: zwaarte van verklaringen van leidinggevenden en teamleden dat samenwerking ernstig moeizaam was; werkgever nam maatregelen (coaching, overplaatsing, SIM-onderzoek) en deed pogingen tot oplossing; gebrek aan causaal verband tussen tekortkomingen in onderzoek en ontbinding; hoge norm voor ernstig verwijtbaarheid en feitelijke beoordelingsruimte van hof [rov. 3.4-3.7; 3.12-3.16; 4.61-4.71].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Conclusie A-G strekt tot verwerping van het cassatieberoep; hof heeft beschikking van kantonrechter bekrachtigd; kantonrechter ontbond arbeidsovereenkomst per 1-8-2019 en kende transitievergoeding toe; billijke vergoeding afgewezen; beschikking uitvoerbaar bij voorraad [rov. 1.24; 1.26; 3.16].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Ontbinding arbeidsovereenkomst: toegewezen (kantonrechter en bekrachtigd door hof).
- Transitievergoeding: toegewezen aan [verzoekster] € 53.725,23 bruto (kantonrechter, bekrachtigd).
- Billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever: afgewezen (kantonrechter en bekrachtigd).
- Herstel arbeidsovereenkomst: afgewezen.
- Proces- en buitengerechtelijke kosten: in eerste aanleg gecompenseerd; in hoger beroep [verzoekster] veroordeeld in kosten van geding in hoger beroep (hof) [rov. 1.24; 1.26].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Transitievergoeding € 53.725,23 bruto toegekend.
- Buitengerechtelijke kosten en gevorderde proceskosten door [verzoekster] niet toegewezen; in hoger beroep [verzoekster] veroordeeld in kosten van het geding in hoger beroep; exacte bedragen proceskosten in beschikking en griffie (zie vindplaatsen) – in conclusie A-G geen nieuw exact kostenbedrag genoemd behalve eerder gevorderde posten (buitengerechtelijke kosten € 43.326,21; salaris gemachtigde € 14.463,44) die niet zijn toegewezen [rov. 1.24; 1.26].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Ja: ontbinding en transitievergoeding zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard door kantonrechter en bekrachtigd [rov. 1.24].
RECHTER:
De Bock, R.H.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, conclusie 15-10-2021
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 BW', 'ontbindingsgrond verstoorde arbeidsverhouding']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 onder c BW', 'billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:646 BW: ['7:646 lid 6 BW', 'verbod seksuele intimidatie (verweerd door verzoekschrift)']
1a AWGB: ['1a AWGB', 'algemene wet gelijke behandeling - discriminatieverbod']
7:611 BW: ['7:611 BW', 'goed werkgeverschap/plichten']
7:658 BW: ['7:658 BW', 'zorgplicht werkgever voor veilige arbeidsomstandigheden']
8a AWGB: ['8a AWGB', 'victimisatieverbod (verbod benadeling bij klachten)']
152 Rv: ['152 lid 2 Rv', 'bewijsaanbod en toelating tegenbewijs']
166 Rv: ['166 Rv', 'bewijsregels civiel proces']
81 RO: ['81 RO', 'toepassing art. 81 RO bij Hoge Raad toetsing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096: Hof Amsterdam 10-11-2020
ECLI:NL:RBAMS:2019:4756: Ktr. Amsterdam 18-06-2019
ECLI:NL:HR:2018:220: HR 16-02-2018
ECLI:NL:HR:2018:2218: HR 30-11-2018
ECLI:NL:HR:2019:203: HR 08-02-2019
ECLI:NL:HR:2018:1045: HR 29-06-2018
ECLI:NL:HR:2022:333: HR 2022 (arrest voortvloeiend uit cassatieproces)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:31:26.063970 ============================================================
De Bock, R.H.: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, conclusie 15-10-2021
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 BW', 'ontbindingsgrond verstoorde arbeidsverhouding']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 onder c BW', 'billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:646 BW: ['7:646 lid 6 BW', 'verbod seksuele intimidatie (verweerd door verzoekschrift)']
1a AWGB: ['1a AWGB', 'algemene wet gelijke behandeling - discriminatieverbod']
7:611 BW: ['7:611 BW', 'goed werkgeverschap/plichten']
7:658 BW: ['7:658 BW', 'zorgplicht werkgever voor veilige arbeidsomstandigheden']
8a AWGB: ['8a AWGB', 'victimisatieverbod (verbod benadeling bij klachten)']
152 Rv: ['152 lid 2 Rv', 'bewijsaanbod en toelating tegenbewijs']
166 Rv: ['166 Rv', 'bewijsregels civiel proces']
81 RO: ['81 RO', 'toepassing art. 81 RO bij Hoge Raad toetsing']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096: Hof Amsterdam 10-11-2020
ECLI:NL:RBAMS:2019:4756: Ktr. Amsterdam 18-06-2019
ECLI:NL:HR:2018:220: HR 16-02-2018
ECLI:NL:HR:2018:2218: HR 30-11-2018
ECLI:NL:HR:2019:203: HR 08-02-2019
ECLI:NL:HR:2018:1045: HR 29-06-2018
ECLI:NL:HR:2022:333: HR 2022 (arrest voortvloeiend uit cassatieproces)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:31:26.063970 ============================================================
54
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:GHAMS:2020:3096 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:GHAMS:2020:3096
- Instantie: Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak: 2020-11-10
- Datum publicatie: 2020-11-17
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 200.266.107/01
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Hoger beroep
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:3096
FORMELE RELATIES:
Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:333, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Diverse beschuldigingen van werknemer aan werkgever; geen herstel arbeidsovereenkomst en geen billijke vergoeding.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2020-1512; NJ 2022/167; VAAN-AR-Updates.nl 2020-1512
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096 [zaakgegevens slotbeschikking]
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Gerechtshof Amsterdam, afdeling civiel recht en belastingrecht, team I [slotbeschikking]
Datum uitspraak
10 november 2020 [slotbeschikking]
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:333 (cassatieprocedure genoemd) [formele_relaties]
Hoger beroep ter bekrachtiging van de kantonrechterlijke beschikking van 18 juni 2019 (rechtbank Amsterdam, zaaknr 7547951 EA VERZ 19-115) [1.1-1.25; slotbeschikking]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[appellante] (werknemer / voormalig Senior Director ECT Clients I) [1.1-1.25]
Naam of typering gedaagde
ABN AMRO BANK N.V. (werkgever) [1.1-1.25]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Geschil over beëindiging van de arbeidsovereenkomst na vaststelling van een verstoorde arbeidsverhouding; appellante vordert primair herstel van de arbeidsovereenkomst en betaling van salaris vanaf hersteldatum, subsidiair billijke vergoeding; kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en kende alleen transitievergoeding toe; hof behandelt hoger beroep en bekrachtigt de beschikking. [1.1-1.25; overwegingen over verstoring en bekrachtiging]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Primair: herstel van de arbeidsovereenkomst en betaling van salaris vanaf hersteldatum (met wettelijke verhoging en rente) of voorziening. Subsidiair: billijke vergoeding € 850.737,90 bruto of een in goede justitie vast te stellen bedrag. Proceskostenvergoeding. [beroepschrift; slotbeschikking]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Niet expliciet in beroepschrift genoemd, maar geschil betreft gevolgen van ontbinding en vorderingen die zien op herstel of billijke vergoeding; kantonrechter en hof hebben ontbinding behandeld op grond van 7:669 lid 3 sub g BW [7:669 lid 3 sub g BW; overwegingen verstoring].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Appellante stelt jarenlang ongewenst seksueel gedrag en preferentiële behandeling door collega’s te hebben ervaren (incidenten 2012/2013, 2 dec 2015) en onvoldoende behandeling door werkgever; uitgebreide tijdlijn en 295 bijlagen ingediend bij CRM. [2.14; CRM-klacht; 1.1-1.25]
- Appellante stelt toezeggingen over loopbaan en beloning niet nagekomen; lagere bonussen sinds 2016. [overweging over loopbaan/bonussen; 3.9]
- Appellante stelt dat SIM/ABN AMRO tekort is geschoten in onderzoek en behandeling van klachten, en dat verstoring geheel door werkgever is veroorzaakt. [overwegingen over SIM-onderzoek; 3.9; randnummer 16]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Een aantal feiten (feiten onder 1.1–1.25) zijn door de kantonrechter als vaststaand genomen en zijn (behoudens feit 1.16) niet in geschil gesteld; het hof gaat daarvan uit: geboortejaar, dienstverbanden, functienaam en laatstverdiend salaris, interne gebeurtenissen zoals het incident van 2 december 2015 en de proceduregang (mediation, CRM-klacht, SIM-onderzoek, verzoek ontbinding door ABN AMRO). Erkend door beide partijen. [1.1-1.25; 2.17]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- ABN AMRO voert aan dat sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding waardoor voortzetting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van haar kan worden verlangd (ontbinding op grond van 7:669 lid 3 sub g BW). [7:669 lid 3 sub g BW; overweging verstoring]
- Verweer dat werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld; alleen op enkele punten tekortgeschoten maar niet zodanig ernstig dat billijke vergoeding of andere aanvullende rechtsgevolgen gerechtvaardigd zijn. [overweging ernstig verwijtbaarheid]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- 7:669 lid 3 sub g BW als grond voor ontbinding door werkgever. [7:669 lid 3 sub g BW; overwegingen]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- ABN AMRO betwist dat de werknemer de oorzaak van de verstoorde verhouding uitsluitend bij de werkgever ligt; voert aan dat meerdere leidinggevenden en teamleden de samenwerking met appellante als moeizaam ervoeren en dat maatregelen en pogingen tot oplossing (coaching, overplaatsing, vooronderzoek door SIM, mediationpoging) zijn ondernomen. [overwegingen verstoring; 1.1-1.25; 3.9]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- ABN AMRO heeft in januari 2018 een voorstel tot beëindiging gedaan (niet leidend tot overeenstemming); mediator verklaarde mediation mislukt (21 feb 2019). In eerste aanleg door ABN AMRO verzoek tot ontbinding ingediend (18 feb 2019). Geen concrete aanbod tot herstel van dienstbetrekking. [procesgang; 21 feb 2019; 18 feb 2019]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Het hof sluit aan bij de kantonrechter: uit verklaringen van (voormalige) leidinggevenden en overige processtukken volgt dat de samenwerking tussen appellante en leidinggevenden/collega’s langdurig moeizaam en uiteindelijk slecht was; herplaatsing niet in de rede lag; van ABN AMRO kon niet worden gevergd het dienstverband voort te zetten. Het betreft ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding op grond van 7:669 lid 3 sub g BW. [7:669 lid 3 sub g BW; overwegingen verstoring; 1.1-1.25; 2.17]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Draagkracht: schriftelijke verklaringen van meerdere leidinggevenden tonen dat samenwerking langdurig problematisch was; enkele vertrekkende medewerkers wezen op appellante als oorzaak; appellante ontkent niet de juistheid van die verklaringen; eerdere goede functioneringsbeoordelingen laten samenwerkingstekorten als terugkerend verbeterpunt zien; ABN AMRO heeft pogingen tot oplossing ondernomen (coaching, overplaatsing, vooronderzoek SIM, mediationpoging). Gecombineerd weegt dit zwaarder dan appellantes verwijten. [overwegingen verstoring; 3.9; 1.1-1.25]
- Ten aanzien van ernstige verwijtbaarheid: hof oordeelt dat ABN AMRO op één punt tekortgeschoten is (behandeling van de mededeling over het incident van januari 2013 door SIM) maar dat die tekortkoming niet leidt tot ernstig verwijtbaar handelen of nalaten dat toekenning van billijke vergoeding rechtvaardigt. Andere verwijten (preferential treatment, onvoldoende afhandeling van 2015-incident, zogenaamd monddood maken, zijspoor na CRM-klacht) zijn onvoldoende komen vast te staan of zijn door feiten en verklaringen weerlegd. [overwegingen ernstig verwijtbaarheid; 3.9; randnummer 16]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de kantonrechter van 18 juni 2019; het primaire en subsidiaire primair ingestelde herstelverzoek en de meer subsidiaire verzoeken, waaronder billijke vergoeding, worden afgewezen. [slotbeschikking]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Bekrachtiging van de beschikking van de kantonrechter; het primaire/vervolgverzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen; het verzoek om billijke vergoeding wordt afgewezen; transitievergoeding in eerste aanleg door kantonrechter toegekend blijft in stand (kantonrechter kende transitievergoeding toe van € 53.725,23 bruto). [slotbeschikking; kantonrechterlijke beschikking; 1.1-1.25]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Appellante wordt veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep: aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 741,- aan verschotten en € 2.148,- voor salaris; deze kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten in eerste aanleg worden gehandhaafd zoals de kantonrechter heeft bepaald (iedere partij draagt eigen proceskosten / compensatie overeenkomstig beschikking). [slotbeschikking]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Ja; de veroordeling in proceskosten is verklaard uitvoerbaar bij voorraad. [slotbeschikking]
RECHTER:
Akkaya, M.L.D.: raadsheer
Toorman, J.C.: raadsheer
Boot, G.C.: raadsheer
rolraadsheer: rolraadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 sub g BW', 'ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096: Gerechtshof Amsterdam 10 november 2020, zaaknr 200.266.107/01
ECLI:NL:HR:2022:333: HR 2022 (cassatie)
ECLI not known: Rechtbank Amsterdam 18 juni 2019, zaaknr 7547951 EA VERZ 19-115
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-22 00:17:26.102269 ============================================================
Akkaya, M.L.D.: raadsheer
Toorman, J.C.: raadsheer
Boot, G.C.: raadsheer
rolraadsheer: rolraadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 sub g BW', 'ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3096: Gerechtshof Amsterdam 10 november 2020, zaaknr 200.266.107/01
ECLI:NL:HR:2022:333: HR 2022 (cassatie)
ECLI not known: Rechtbank Amsterdam 18 juni 2019, zaaknr 7547951 EA VERZ 19-115
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-22 00:17:26.102269 ============================================================
56
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBGEL:2020:3882 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:RBGEL:2020:3882
- Instantie: Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak: 2020-07-24
- Datum publicatie: 2020-07-31
- Datum aangepast: 2024-10-02
- Zaaknummer: 8397799
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3882
INHOUDSINDICATIE:
Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2020:2574 Vernietiging ontslag op staande voet, ontbinding g-grond, ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werkgever, billijke vergoeding, uitgebreid gemotiveerd, 5.000,- Euro.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2020-0935; VAAN-AR-Updates.nl 2020-0935
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:RBGEL:2020:3882 [procesgegevens header]
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Rechtbank Gelderland, kanton (Team kanton en handelsrecht), zittingsplaats Arnhem [procesgegevens header]
Datum uitspraak
24 juli 2020 [slotregel]
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Hoger beroep/andere beslissingen: tussenbeschikking van 8 mei 2020 (beslissingen en overwegingen daarvan gehandhaafd) [inleiding; tussenbeschikking]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoeker] (werknemer) [partijbeschrijving kop]
Naam of typering gedaagde
Evrew Ednav B.V. (h.o.d.n. Easy Medical Devices / werkgever) [partijbeschrijving kop]
CASUS:
Geschil over vernietiging ontslag op staande voet van 6 februari 2020, betaling achterstallig loon, wettelijke verhoging, ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van verstoorde arbeidsrelatie (7:669 lid 3 sub g BW), transitievergoeding en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van de werkgever (7:671b lid 9 BW). [inleiding; Ontbinding arbeidsovereenkomst; Billijke vergoeding]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
- Vernietiging van ontslag op staande voet en betaling achterstallig salaris met wettelijke rente en wettelijke verhoging; [dictum eerste deel]
- Ontbinding arbeidsovereenkomst per 1 september 2020 (tijdelijk aangehouden; EMD gegeven gelegenheid tot intrekking); [Ontbinding arbeidsovereenkomst]
- Betaling wettelijke transitievergoeding over dienstverband vanaf 1 september 2018 tot 1 september 2020; [Transitievergoeding]
- Toewijzing billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever, gevorderd op basis van 7:671b lid 9 BW (gevraagd: bruto jaarsalaris €19.370,12). [Billijke vergoeding]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
7:669 lid 3 sub g BW; 7:671b lid 9 BW; relevante bepalingen van boek 6 BW (begroting schade). [Ontbinding arbeidsovereenkomst; Billijke vergoeding; Oordeel rechter]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- [verzoeker] stelde in dienst te zijn getreden op 1 september 2018 en dat EMD feitelijk werkgever was; overgelegd: arbeidsovereenkomst met iMMC.nl Limited per 1 sept 2018 en e-mail van [naam 1] d.d. 9 aug 2018; en in de op 1 maart 2019 getekende arbeidsovereenkomst is opgenomen dat eerdere mondelinge/schriftelijke afspraken vervangen worden, wat opvolgend werkgeverschap ondersteunt. [Transitievergoeding]
- [verzoeker] stelt PTSS-klachten te hebben en bevooroordeling in het netwerk waardoor zij moeilijker werk vindt; stelt geen vervangende inkomsten te hebben. [Billijke vergoeding]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Startdatum dienstverband 1 september 2018 is onbetwist en aangenomen; erkend door beide partijen. [Transitievergoeding]
- Het is niet (voldoende) betwist dat [verzoeker] bij EMD bekend was met PTSS; erkend door beide partijen. [Billijke vergoeding]
- Bij tussenbeschikking reeds vastgesteld dat ontbinding op grond van 7:669 lid 3 sub g BW aan de orde is; tussenbeschikking gehandhaafd. [tussenbeschikking]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren
- Betwisting ernstig verwijtbaar handelen door EMD; betoog dat de billijke vergoeding niet op bruto jaarsalaris moet worden vastgesteld en dat reeds toegewezen wettelijke verhoging in mindering zou moeten komen; betoog van (gedeeltelijke) schuld of medeveroorzaking door [verzoeker] (zij had zich coöperatief moeten opstellen). [Billijke vergoeding; verweer akte]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- EMD beroept zich niet op specifieke aanvullende wetsartikelen in de akte; algemene verwijzing naar gevolgen van toekenning en matiging van reeds toegewezen wettelijke verhoging. [verweer akte]
Feitelijke betwistingen vanuit perspectief gedaagde
- Betwist dat EMD zich zodanig ernstig verwijtbaar heeft gedragen; betwist dat negatieve uitlatingen in netwerk hebben plaatsgevonden (en stelt dat bewijs hiervoor op weg van [verzoeker] lag); betwist stelling over marktsituatie (tekort ergotherapeuten) als onvoldoende onderbouwd. [Billijke vergoeding]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Geen concreet aanbod tot herstel of vergoeding in gedingstukken; EMD is wel in gelegenheid gesteld verzoek in te trekken (procedurele regeling). [dictum; Intrekking]
OORDEEL RECHTER:
Beoordeling en toepasselijke rechtsregels:
- Vernietiging ontslag op staande voet en toewijzing betaling loon vanaf 6 februari 2020 wegens onrechtmatige ontslaghandeling; handhaving tussenbeschikking. [dictum eerste deel]
- Ontbinding op verzoek EMD gegrond te achten op 7:669 lid 3 sub g BW (verstoorde arbeidsrelatie) met ingang van 1 september 2020; deze ontbinding volgt uit de verstoorde arbeidsrelatie als rechtstreeks gevolg van het handelen/nalaten van EMD, met name door [naam 1]. [Ontbinding arbeidsovereenkomst; 7:669 lid 3 sub g BW]
- Toekenning billijke vergoeding op grond van 7:671b lid 9 BW bij ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever; begroting van de billijke vergoeding volgens Hoge Raad-criteria (New Hairstyle HR 30 juni 2017 ECLI:NL:HR:2017:1187 en HR 8 juni 2018 ECLI:NL:HR:2018:878) en conform bepalingen van boek 6 BW. [Billijke vergoeding; jurisprudentie]
Dragende motieven:
- Het ontslag op staande voet was onjuist en het voorafgaande gedrag van [naam 1] (veelheid telefoontjes, gedrag in trappenhuis) heeft de arbeidsrelatie verstoord en kwalificeert als ernstig verwijtbaar; dat maakt toekenning van billijke vergoeding passend. [Billijke vergoeding; tussenbeschikking]
- Bij begroting van de billijke vergoeding moeten worden meegewogen: mate van verwijtbaarheid, hypothetische voortzetting van dienstverband zonder verwijt (welk inkomen zou zijn genoten), mogelijkheden van werknemer om vervangend inkomen te verwerven, en de transitievergoeding als matigend element; punitief karakter is niet een zelfstandig verhoogend bestanddeel. [Billijke vergoeding; New Hairstyle; HR Zinzia; 6 BW]
- Concreet werd aangenomen dat zonder het verwijtbaar handelen het dienstverband naar verwachting tot circa 1 juni 2021 zou hebben voortgeduurd (gelet op studie van [verzoeker]); echter is niet voldoende onderbouwd dat zij tot dat moment geen ander passend werk zou vinden; uitgangspunt dat vervangend werk redelijkerwijs rond 1 december 2020 vindbaar zou zijn. Deze aannames bepalen de inkomensschadecomponent. [Billijke vergoeding; feitenvaststelling]
- PTSS staat vast maar is onvoldoende onderbouwd als blijvende belemmering voor werkhervatting; daarom beperkt meegewogen. [Billijke vergoeding]
Toepassing op feiten en schadeberekening:
- Uitgangspunt inkomensschade: ontbinding per 1 september 2020, vervangend werk per 1 december 2020 => drie bruto maandsalarissen + vakantiegeld (maandsalaris €1.744,20), afgerond ca. €5.232,60 bruto. [Billijke vergoeding; berekening]
- Weging: ernstige verwijtbaarheid heeft ophogend effect; transitievergoeding werkt matigend. Gevolg: billijke vergoeding vastgesteld op €5.000,- bruto. [Billijke vergoeding; oordeel]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (exacte formulering, toe- of afwijzing vorderingen)
- Vernietigt het ontslag op staande voet van 6 februari 2020. [dictum eerste regel]
- Veroordeelt EMD tot betaling van het (achterstallig) salaris (exclusief studiekosten, inclusief vakantiegeld) vanaf 6 februari 2020 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal eindigen, met wettelijke rente vanaf respectieve vervaldata en wettelijke verhoging. [dictum loonbetaling]
- Veroordeelt EMD in proceskosten aan de zijde van [verzoeker]: €236 aan griffierecht, €720 aan salaris gemachtigde en €120 aan toekomstige kosten; verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. [kosten en uitvoerbaarheid]
- Stelt partijen in kennis van voornemen de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2020 te ontbinden en veroordeelt EMD, indien het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken, tot:
- betaling van de wettelijke transitievergoeding berekend over dienstverband vanaf 1 september 2018 tot 1 september 2020; en
- betaling van een billijke vergoeding van €5.000,- bruto. [dictum ontbinding en vergoedingen]
- EMD krijgt de gelegenheid het ontbindingsverzoek uiterlijk 10 augustus 2020 schriftelijk in te trekken; bij intrekking blijft EMD veroordeeld in kosten ad €720 (salaris gemachtigde). [intrekking en gevolgen]
- Indien EMD niet intrekt: ontbinding met ingang van 1 september 2020, veroordeling tot transitievergoeding en €5.000,- billijke vergoeding, en betaling van kosten ad €720; beschikking uitvoerbaar bij voorraad. [dictum condities]
- Verzochte overige vorderingen worden afgewezen of aangehouden zoals in tussenbeschikking bepaald. [slotbepalingen]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- EMD veroordeeld in kosten van de procedure aan zijde van [verzoeker]: totaal specifiek genoemd €236 (griffierecht) + €720 (salaris gemachtigde) + €120 (toekomstige kosten). Daarnaast in de afzonderlijke ontbindingsprocedure kosten van €720 aan zijde van [verzoeker]. [kostenafwikkeling]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Ja; de beschikking (deel over vernietiging ontslag en deel bij ontbinding) is verklaard uitvoerbaar bij voorraad. [dictum uitvoerbaarheid]
RECHTER:
de Groot, E.W.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 sub g BW', 'ontbinding wegens verstoorde arbeidsrelatie']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 BW', 'billijke vergoeding bij ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
6 BW: ['6 BW', 'algemene schadebegrip/begroting (toepassing boek 6 BW bij berekening billijke vergoeding)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBGEL:2020:3882: Rb. Gelderland 24 juli 2020
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30 juni 2017 (New Hairstyle)
ECLI:NL:HR:2018:878: HR 8 juni 2018 (Zinzia)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-21 13:53:04.377083 ============================================================
de Groot, E.W.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 sub g BW', 'ontbinding wegens verstoorde arbeidsrelatie']
7:671b BW: ['7:671b lid 9 BW', 'billijke vergoeding bij ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
6 BW: ['6 BW', 'algemene schadebegrip/begroting (toepassing boek 6 BW bij berekening billijke vergoeding)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:RBGEL:2020:3882: Rb. Gelderland 24 juli 2020
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30 juni 2017 (New Hairstyle)
ECLI:NL:HR:2018:878: HR 8 juni 2018 (Zinzia)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-21 13:53:04.377083 ============================================================
57
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2020:1312 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2020:1312
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2020-07-17
- Datum publicatie: 2020-07-16
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 19/02387
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht; Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2020:1312
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:516, Bekrachtiging/bevestiging; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:360, Gevolgd
INHOUDSINDICATIE:
Arbeidsrecht; procesrecht. Vervolg op HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187. Vordering billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Klacht over behandeling bij hof door combinatie met twee raadsheren-plaatsvervangers. Positie raadsheer-plaatsvervanger (Wet RO).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2020-0834; NJB 2020/2014; NJ 2020/309; RvdW 2020/931; Prg. 2020/205; JAR 2020/199; JIN 2020/130 met annotatie van Merks, A.; VAAN-AR-Updates.nl 2020-0834
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2020:1312
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR (Hoge Raad)
Datum uitspraak
17 juli 2020
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:HR:2017:1187, HR, 30 juni 2017 (verwijzing / vervolg) [rov.1]
ECLI:NL:GHSHE:2019:516, Hof 's-Hertogenbosch, 14 februari 2019 (bestreden beschikking) [rov.1]
ECLI:NL:PHR:2020:360, Conclusie PHR/AG, datum conclusie; (AG-conclusie strekt tot verwerping) [rov.1]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[werkneemster] — werkneemster; verzoekster tot cassatie; verweerster in incidenteel beroep [beginstelling]
Naam of typering gedaagde
HAIRSTYLING 2000 B.V. (New Hairstyle) — werkgever; verweerder in cassatie; verzoekster in incidenteel beroep [beginstelling]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Vordering van de werkneemster tot (verhoging van) billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever; na eerdere HR-beslissing (ECLI:NL:HR:2017:1187) uitgevoerd door hof dat de kantonrechter-beschikking bekrachtigde en €4.000 bruto toekende; cassatie gericht tegen oordeel en tegen samenstelling van de meervoudige kamer (één vaste raadsheer en twee raadsheren-plaatsvervangers) en het voorafgaand informeren van partijen over die bezetting [rov.1–5.32].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Toekenning van een billijke vergoeding van ten minste €100.000, dan wel een naar redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag; in geding na verwijzing: bevestiging hogere vergoeding dan €4.000 [rov.1].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
Verwees naar normen inzake billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever (arbeidsrechtelijke rechtspraak; verwijzing naar eerdere HR-zaak ECLI:NL:HR:2017:1187) [rov.1].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
Werkneemster stelt ernstig verwijtbaar handelen van werkgever en betoogt dat aard en ernst van handelen hogere billijke vergoeding rechtvaardigen (stelders samengevat in cassatiechrift) [rov.1–5.32].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
Erkend door beide partijen: het feit dat het hof de kantonrechter-beschikking heeft bekrachtigd en €4.000 bruto heeft toegekend; de samenstelling van de meervoudige kamer met één raadsheer en twee raadsheren-plaatsvervangers, waarbij één plaatsvervanger een aanwijzing had (zegeling griffier 21 mei 2019) [rov.1; feit vermeld in procesverloop].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
Primair: verweer tegen cassatieklacht dat inzet van twee raadsheren-plaatsvervangers schending van fundamentele beginselen zou zijn; subsidiair: betoog dat partijen niet vooraf geïnformeerd hoefden te worden en dat geen aanleiding bestaat tot vernietiging van oordeel over billijke vergoeding [rov.3.2–3.2.4].
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
Art. 1 RO (definities), art. 2 lid 1 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, art. 5f W RPA (oproep/aanwijzing), art. 6 leden 1-2 RO, art. 8 RO; Grondw. art.117 in verbinding met W RPA — aangevoerd door de HR in beoordeling van rechtspositie rechters-plaatsvervangers [rov.3.2.1–3.2.4].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
New Hairstyle betwist dat de inzet van twee raadsheren-plaatsvervangers in strijd is met beginselen van behoorlijke rechtspleging dan wel dat voorafgaande informatie en mogelijkheid tot verzoek tot andere bezetting verplicht waren; betwist dat dit tekortkoming rechtvaardigt cassatie of vernietiging van het vonnis [rov.3.2.1–3.2.4].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
Geen aanbod tot herstel of aanvullende vergoeding door New Hairstyle vermeld in het arrest.
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
De Hoge Raad beantwoordt de klacht over samenstelling meervoudige kamer door uitleg van RO en W RPA: rechters-plaatsvervangers zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast (1 RO; W RPA); bestuur van het gerecht bepaalt samenstelling kamers (6 lid 1, 6 lid 2 RO) en kan rechters-plaatsvervangers oproepen (8 RO); de wet stelt geen beperking aan aantal plaatsvervangers in meervoudige kamer; inzet van meer dan één plaatsvervanger is derhalve niet per se onrechtmatig [rov.3.2.1–3.2.4].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
Dragende motieven: wettelijke definitie en benoemingswijze van rechters-plaatsvervangers; bevoegdheid van bestuur gerecht om kamerbezetting te bepalen; ontbreken van wettelijke beperking op aantal plaatsvervangers; professionele standaarden achten inzet van >1 plaatsvervanger onwenselijk maar onverenigbaarheid met recht volgt daaruit niet; verschillen tussen plaatsvervangers (aanwijzing, achtergrond, specialistische kennis) legitimeren keuze van bestuur; klachten hierover steunen niet op recht en falen daarom [rov.3.2.1–3.2.4; AG-conclusie 4.30 e.v.; 4.66–4.77].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
Hoge Raad verwerpt het principale cassatieberoep [slotbepaling].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
Het principale beroep wordt verworpen; het incidentele beroep behoeft geen behandeling (failliet verklaard wegens falen principale klacht) [slotbepaling; rov. laatst].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
Werkneemster ([werkneemster]) wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van New Hairstyle: verschotten €882,34 en salaris advocaat €1.800,-- [slotbepaling].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
Niet uitdrukkelijk vermeld; geen aanduiding van uitvoerbaar bij voorraad in de beschikking.
RECHTER:
Numann, E.J.: Vicepresident en voorzitter
Snijders, G.: raadsheer
du Perron, C.E.: raadsheer
Kroeze, M.J.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer
Polak, M.V.: openbaar uitgesproken door raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1 RO: ['1 RO', 'definities rechterlijke ambtenaren en rechters-plaatsvervangers']
2 W RPA: ['2 lid 1 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren', 'benoeming voor het leven (in verbinding met Grondwet art.117)']
5f W RPA: ['5f leden 1-3 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren', 'oproep/aanwijzing van rechters-plaatsvervangers (urenregeling)']
6 RO: ['6 lid 1-2 RO', 'bestuur bepaalt samenstelling kamers; samenstelling meervoudige kamer']
8 RO: ['8 RO', 'bestuur kan rechters-plaatsvervangers oproepen']
117 GW: ['117 GW', 'benoeming rechters bij koninklijk besluit in verbinding met W RPA']
GENOEMDE RECHTZAKEN: {'ECLI:NL:HR:2017:1187':'HR 30 juni 2017', 'ECLI:NL:GHSHE:2019:516':'Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 februari 2019', 'ECLI:NL:PHR:2020:360':'Conclusie AG (16 juli 2020 / datum publicatie dossier)'} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:30.819726 ============================================================
Numann, E.J.: Vicepresident en voorzitter
Snijders, G.: raadsheer
du Perron, C.E.: raadsheer
Kroeze, M.J.: raadsheer
Lock, F.J.P.: raadsheer
Polak, M.V.: openbaar uitgesproken door raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
1 RO: ['1 RO', 'definities rechterlijke ambtenaren en rechters-plaatsvervangers']
2 W RPA: ['2 lid 1 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren', 'benoeming voor het leven (in verbinding met Grondwet art.117)']
5f W RPA: ['5f leden 1-3 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren', 'oproep/aanwijzing van rechters-plaatsvervangers (urenregeling)']
6 RO: ['6 lid 1-2 RO', 'bestuur bepaalt samenstelling kamers; samenstelling meervoudige kamer']
8 RO: ['8 RO', 'bestuur kan rechters-plaatsvervangers oproepen']
117 GW: ['117 GW', 'benoeming rechters bij koninklijk besluit in verbinding met W RPA']
GENOEMDE RECHTZAKEN: {'ECLI:NL:HR:2017:1187':'HR 30 juni 2017', 'ECLI:NL:GHSHE:2019:516':'Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 februari 2019', 'ECLI:NL:PHR:2020:360':'Conclusie AG (16 juli 2020 / datum publicatie dossier)'} METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:30.819726 ============================================================
65
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:2218 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:2218
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-11-30
- Datum publicatie: 2018-11-29
- Datum aangepast: 2026-01-06
- Zaaknummer: 18/00373
- Rechtsgebieden: Civiel recht; Arbeidsrecht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:2218
FORMELE RELATIES:
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:4337, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen; Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1029, Contrair
INHOUDSINDICATIE:
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3, onder g, BW) wanneer ontbinding wegens disfunctioneren (art. 7:669 lid 3, onder d, BW) wordt afgewezen omdat de werknemer onvoldoende gelegenheid heeft gekregen zich te verbeteren. Toepassing criterium dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; verwijtbaarheid handelen werkgever. Billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever, art. 7:671b lid 8, onder c, BW. Motivering; meewegen te verwachten duur arbeidsovereenkomst zonder de ontbinding. HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle).
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2018/2261; RvdW 2018/1294; JAR 2019/15 met annotatie van Vegter, M.S.A.; AR-Updates.nl 2018-1350; Prg. 2019/43; RAR 2019/41; NJ 2019/173 met annotatie van E. Verhulp; VAAN-AR-Updates.nl 2018-1350
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2018:2218
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
2018-11-30
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
ECLI:NL:GHAMS:2017:4337, Hof Amsterdam, 2017-10-24 (gedeeltelijke vernietiging en verwijzing)
ECLI:NL:PHR:2018:1029, Conclusie P-G Hoge Raad, 2018 (contrair)
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
Werknemer (geboren 1962), Senior Solution Development Manager (eiser tot cassatie)
Naam of typering gedaagde
ServiceNow Nederland B.V. (werkgever, verweerder in cassatie)
CASUS:
Dispuut over ontbinding arbeidsovereenkomst. Werkgever vordert ontbinding wegens disfunctioneren (7:669 lid 3 sub d BW); kantonrechter en hof ontbinden uiteindelijk op grond van verstoorde arbeidsverhouding (7:669 lid 3 sub g BW). Geschil over toerekening van de schuld aan werkgever wegens gebrek aan voorafgaande verbeterkansen en over omvang billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever (7:671b lid 8 sub c BW). [rov. 3.1.1; 3.2.2; 3.3.2; 3.4.2]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Ontbinding arbeidsovereenkomst en toekenning billijke vergoeding aan werknemer.
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
7:669 lid 3 BW (ontbinding wegens d: disfunctioneren; g: verstoorde arbeidsverhouding)
7:671b lid 8 sub c BW (billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever)
7:683 lid 3 en lid 4 BW (herstel/geen aanspraak op vergoeding bij herstel)
(ook relevante overwegingen New Hairstyle: HR 30-6-2017 ECLI:NL:HR:2017:1187) [rov. 3.2.1; 3.2.2; 3.4.2]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Werknemer in juni 2015 in dienst op onbepaalde tijd; korte dienstbetrekking. [concl. AG 1.1-1.14; rov. 3.2.2]
- Vanaf eind 2015/ begin 2016 signalen over onvoldoende functioneren door collega’s/leidinggevende. [concl. AG; rov. 3.2.2]
- Op 16 maart 2016 voorstel tot beëindiging; werknemer op non-actief gesteld; verwezen naar advocaat; later gevraagd werkzaamheden te hervatten en PIP voor 2 maanden per 12 mei 2016; werknemer startte traject maar verbetertraject faalde volgens werkgever; op 5 juli 2016 opnieuw beëindigingsvoorstel. [concl. AG i-xiv; rov. 3.2.2]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Werknemer in dienst sinds juni 2015 en functieomschrijving; (erkend door beide partijen) [concl. AG 1.1]
- Data van gesprekken, op non-actiefstelling en voorliggende PIP en dat verbetertraject niet volgens werkgever is geslaagd; (erkend door beide partijen) [concl. AG 1.6-1.14; rov. 3.2.2]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Ontbinding gevorderd op grond van disfunctioneren (7:669 lid 3 sub d BW). Hof oordeelt dat d-grond niet is voldaan omdat werkgever werknemer niet tijdig van kritiek op de hoogte stelde en geen voldoende gelegenheid gaf tot verbetering; voert tevens aan dat g-grond wel op haar merites kan slagen ondanks verwijt aan werkgever. [rov. 3.2.2; 3.3.2-3.3.3]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- 7:669 lid 3 BW (d en g), 7:671b lid 8 sub c BW, 7:683 BW; verwijzing naar parlementaire geschiedenis. [rov. 3.3.2; 3.4.2]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Gedaagde stelde disfunctioneren en heeft betoogd dat ontbinding terecht is; hof en kantonrechter hebben ontbinding toegewezen op g-grond ondanks tekortkomingen in procedure door werkgever. ServiceNow vordert verwerping cassatie (zij verdedigt beslissingen in lagere instanties). [rov. 3.2.1-3.2.2; slotbeschikking]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Werkgever heeft in onderhandelingen een vaststellingsovereenkomst voorgesteld; onderhandelingen liepen stuk; geen blijvend herstelaanbod als ter zake genoemde PIP; geen concreet herstelaanbod dat door werknemer is geaccepteerd. (onderhandelingen en voorstel tot vaststellingsovereenkomst genoemd) [concl. AG 1.11; 1.13]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Hoge Raad bevestigt dat g-grond (7:669 lid 3 sub g BW) ook kan leiden tot ontbinding wanneer werkgever de werknemer niet in gelegenheid heeft gesteld zich te verbeteren; wetgever heeft dat bedoeld en werkgever loopt dan risico op betaling van billijke vergoeding als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Rechter moet bij toepassing van g-grond de mate van verwijtbaarheid van de werkgever betrekken en kan daarbij meenemen of werknemer (voldoende) gelegenheid tot verbetering is gegeven. (parl. geschiedenis aangehaald) [rov. 3.3.2]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Motieven: parlementaire geschiedenis laat ruimere toepassing van g-grond toe; het feit dat verstoring (grotendeels) aan werkgever is te wijten sluit ontbinding op g-grond niet uit; echter rechter moet verwijtbaarheid betrekken bij de vraag of van werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd de overeenkomst te laten voortduren. Praktische afweging: ondanks tekortkomingen van werkgever waren leidinggevende/collega’s niet bereid voort te werken met werknemer, waardoor voortzetting onredelijk is. [rov. 3.3.2-3.3.3]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hoge Raad vernietigt het arrest van Hof Amsterdam d.d. 24-10-2017 en verwijst de zaak naar Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. ServiceNow wordt veroordeeld in cassatiekosten. [slotbeslissing]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Vernietiging beschikking Hof Amsterdam van 24 oktober 2017; verwijzing naar Gerechtshof Den Haag. (vernietigd en verwezen) [slotbeslissing]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- ServiceNow veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie: verschotten € 374,38 en salaris € 2.200,-- ten gunste van werknemer. [slotbeslissing]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet expliciet vermeld; standaard beschikking Hoge Raad zonder uitvoerbaar bij voorraad-aanduiding in slottekst. [slotbeslissing]
RECHTER:
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: uitsprekende raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst: gronden d (disfunctioneren) en g (verstoorde arbeidsverhouding)']
7:671b BW: ['7:671b lid 8 BW', 'billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:683 BW: ['7:683 lid 3 en lid 4 BW', 'herstel van de arbeidsovereenkomst en gevolgen voor vergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30 juni 2017 (New Hairstyle)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:35.700618 ============================================================
Streefkerk, C.A.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
Wattendorff, H.M.: Raadsheer
Polak, M.V.: uitsprekende raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 3 BW', 'ontbinding arbeidsovereenkomst: gronden d (disfunctioneren) en g (verstoorde arbeidsverhouding)']
7:671b BW: ['7:671b lid 8 BW', 'billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:683 BW: ['7:683 lid 3 en lid 4 BW', 'herstel van de arbeidsovereenkomst en gevolgen voor vergoeding']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30 juni 2017 (New Hairstyle)
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-05-19 19:29:35.700618 ============================================================
72
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2018:220 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2018:220
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2018-02-16
- Datum publicatie: 2018-02-16
- Datum aangepast: 2026-01-06
- Zaaknummer: 17/02563
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:220
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1256, Contrair; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:1984, Bekrachtiging/bevestiging
INHOUDSINDICATIE:
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3, onder g, BW). Belang van (ontbreken) verwijtbaarheid aan zijde werknemer en werkgever. Toepasselijkheid van wettelijke bewijsregels; vaststaan dan wel voldoende aannemelijk zijn van feiten en omstandigheden. Mogelijkheid van herplaatsing (art. 7:669 lid 1 BW), maatstaf. Transitievergoeding (art. 7:673 BW), overgangsrecht bij opvolgend werkgeverschap (HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:1198 (Constar)). Billijke vergoeding (art. 7:671b lid 8, aan onder c, BW); verband tussen ernstig verwijt en ontbinding.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; NJB 2018/457; RvdW 2018/271; TRA 2018/41 met annotatie van D.J. Buijs; RAR 2018/61; Prg. 2018/87; JIN 2018/108 met annotatie van C. van Puffelen, M.A.H.M. van der Velden; NJ 2018/395 met annotatie van E. Verhulp; JAR 2018/73 met annotatie van mr. L.B. de Graaf; AR-Updates.nl 2018-0216 met annotatie van F.G. Laagland; VAAN-AR-Updates.nl 2018-0216
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
METADATA:
- Created at: None
- Last modified: 2026-04-08 08:30:13.485693
============================================================
75
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:HR:2017:1187 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:HR:2017:1187
- Instantie: Hoge Raad
- Datum uitspraak: 2017-06-30
- Datum publicatie: 2017-06-29
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 16/03200
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Cassatie
- URL: https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2017:1187
FORMELE RELATIES:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:414, Gevolgd; In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:2601, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
INHOUDSINDICATIE:
Arbeidsrecht, Wet werk en zekerheid. Billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:681 lid 1, onder a, BW (vernietigbare opzegging). Omvang billijke vergoeding; punitief karakter; gevolgencriterium; verhouding tot transitievergoeding. Vergoeding van eerder gemaakte kosten rechtsbijstand werknemer? Goed werkgeverschap, art. 6:96 BW, art. 7:686a lid 3 BW.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; RAR 2017/121; Prg. 2017/228 met annotatie van J.J.M. de Laat; NJ 2017/298 met annotatie van E. Verhulp; AR 2017/6114; NJB 2017/1523; RvdW 2017/764; AR 2017/3360; TRA 2017/92 met annotatie van mr. dr. M.S.A. Vegter; AR 2018/198; JIN 2017/171 met annotatie van I.H. Kersten; TvPP 2017, afl. 4, p. 146; JAR 2017/188 met annotatie van Mr. dr. A. van Zanten-Baris; AR-Updates.nl 2017-0826 met annotatie van P. Kruit; UDH:TvAO/14818 met annotatie van mr. K. Teuben en mr. A.A.T.M. de Jong; Brightmine 2017-20000667
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2017:1187
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
HR
Datum uitspraak
30-06-2017
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Conclusie parket Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2017:414 (gevolgd) [conclusie AG R.H. de Bock; rov. vermeld] [r.3.1-3.2]
In cassatie op (onderliggende hofsaak): ECLI:NL:GHARL:2016:2601 (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2016) (vernietiging en verwijzing) [slotbeschikking en rov. verwijzingen] [slot]
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoekster] (werknemer/kapster sinds 1989) [i), iv)] [feiten]
Naam of typering gedaagde
HAIRSTYLING 2000 B.V. handelend als New Hairstyle (werkgever) [ii)] [feiten]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Betwist beëindiging van arbeidsovereenkomst door werkgever via opzegging zonder schriftelijke instemming; werknemer vordert op grond van 7:681 lid 1, aanhef en onder a BW toekenning van een billijke vergoeding wegens vernietigbare opzegging; hof kende €4.000 bruto; Hoge Raad vernietigt en verwijst voor nieuwe beoordeling met richtlijnen over omvang billijke vergoeding, punitief karakter, rol van transitievergoeding en vergoeding van kosten rechtsbijstand. [i)-xiii); rov. samenvatting 3.4 e.v.]
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Toekenning van een billijke vergoeding ter grootte van €57.699,07 bruto (subsidiair netto equivalent of anderszins billijke vergoeding) op grond van 7:681 lid 1, aanhef en onder a BW. [eis]
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
7:681 lid 1 BW (billijke vergoeding bij vernietigbare opzegging) [rov. 3.4.2-3.4.5]; aanvullend genoemd: 7:673 BW (transitievergoeding) [rov. 3.4.1-3.4.3]; 6:95 e.v. BW (schadevergoedingregels) [rov. 3.4.3]; 7:680a BW (matiging loonvordering) [rov. 3.4.3]; 7:686a lid 3 BW en art. 6:96 BW (goed werkgeverschap, vergoeding kosten rechtsbijstand) [rov. 3.4.4 laatste alinea]
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- Werkgever wilde van verzoekster af en heeft bewust opgezegd in strijd met wettelijke voorschriften; werkgever nam de gevolgen op de koop toe (“er klaar mee”): door partijen erkend in procesverklaring van werkgever en door hof vastgesteld. [rov. 5.7]
- Verzoekster werkte sinds 1989 en had 4,5 uur per week; laatste salaris €224,51 bruto p/m; gezins- en zorgsituatie (gehuwd, vier schoolgaande kinderen, echtgenoot beperkt door bouwvak) [i), iii)]
- Werkgever had in januari 2014 vaststellingsovereenkomst zonder vergoeding aangeboden; verzoekster weigerde; daarna gedragsmaatregelen (schoonmaakwerk) en later aanvraag UWV ontslagvergunning geweigerd [v), vi), vii)]
- Vakantiegeschil (weigering door werkgever van week 31-32) en werknemer ongewijzigd afwezig; werkgever zette op non-actief en opzeggingsbrief 4-8-2015 [viii)-xii)]
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Langdurig dienstverband sinds 1989 en arbeidsovereenkomst 4,5 uur per week, salaris €224,51 bruto p/m: erkend door beide partijen [i)]
- Verzoekster was in week 31-32 2015 niet op het werk verschenen; werkgever had geen toestemming gegeven: feitelijk vaststaan in processtukken [xi), ix)]
- Werkgever heeft transitievergoeding €1.596,-- bruto betaald: erkend door beide partijen/hof vaststelling [rov. 5.20]
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- New Hairstyle heeft betoogd dat beëindiging (opzegging) plaatsvond met inachtneming van wettelijke opzegtermijn (regelmatig) en dat werknemer over periode 4-8-2015 tot 1-12-2015 financieel heeft gekregen waar zij recht op had (7:672 lid 1 en 2 BW). Geen onregelmatige opzegging in de zin van 7:672 lid 9 BW. [rov. 5.22]
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- 7:672 lid 1, 2 en lid 9 BW (opzegtermijn en onregelmatige opzegging) [rov. 5.22]
- CAO Kappersbedrijf (toestemming en opnemen vakantiedagen) in arbeidsovereenkomst van toepassing (art. 7 CAO) [iv)]
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van de gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Werkgever stelt dat vakantieopname roostertechnisch niet kon en dat afwezigheid van verzoekster oncollegiaal was; er ontstond onhoudbare situatie en impulsieve beëindigingshandeling; werkgeverszijde meent handelen niet juridisch geëxpliciteerd te hebben maar was “er klaar mee”. [proces-verbaal; rov. 5.7 & feiten]
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Werkgever betaalde transitievergoeding €1.596,-- bruto; geen aanbod herstel of aanvullende vergoeding vóór procedure geaccepteerd; vaststellingsovereenkomst in januari 2014 zonder vergoeding aangeboden door werkgever (geen instemming werknemer). [v), rov. 5.20]
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- Hoge Raad geeft uitleg van art. 7:681 lid 1 BW: billijke vergoeding is mogelijk naast transitievergoeding; rechter moet vergoeding bepalen aansluitend bij uitzonderlijke omstandigheden en motiveren welke omstandigheden leidden tot hoogte. [rov. 3.4.2]
- Uitleg over rol van gevolgen van ontslag: uitgangspunt Wwz is dat gevolgen veelal door transitievergoeding worden bestreken, maar bij vernietigbare opzegging (7:681 lid 1 onder a) kunnen de gevolgen van het ontslag voor zover toe te rekenen aan het aan de werkgever te maken verwijt meewegen bij omvang billijke vergoeding; de loonvordering die bij vernietiging zou bestaan kan bij de billijke vergoeding worden betrokken. [rov. 3.4.3]
- Over punitief karakter: parlementaire toelichting geeft niet signalen dat wetgever een specifiek punitief karakter wilde toekennen; derhalve mag bij vaststellen van billijke vergoeding geen rekening worden gehouden met een op punitie of afschrikking gericht uitgangspunt. Het doel is compensatie voor ernstig verwijtbaar handelen/nalaten. [rov. 3.4.2-3.4.5]
- Over duur dienstverband en gevolgen: hof mocht de duur van het dienstverband en gevolgen van het ontslag niet buiten beschouwing laten; deze factoren kunnen relevant zijn bij begroting van billijke vergoeding omdat strekking Wwz niet uitsluit dat gevolgen worden betrokken indien toerekenbaar aan werkgever. [rov. 3.4.3-3.4.5]
- Over kosten rechtsbijstand: advocaatkosten die vóór procedure zijn gemaakt behoren niet tot art. 237 Rv-kosten (niet gemaakt met het oog op deze procedure); vergoeding daarvan kan wel worden gevorderd op grond van goed werkgeverschap (6:96 BW) en 7:686a lid 3 BW. Hof had verzoek daartoe niet mogen passeren; na verwijzing moet dat verzoek worden beoordeeld. [rov. 3.4.4]
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Motieven: wils- en stelseloverwegingen van Wwz (beperking transitievergoeding, doelstelling om vaste contracten te bevorderen) maar behoud van rechtsbescherming tegen ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Balans tussen compensatie voor werknemer en vermijden van dubbele punitieve effecten; erkenning dat gevolgen van ontslag al (deels) door transitievergoeding worden bestreken maar niet in alle gevallen volledig, zeker niet bij vernietigbare opzeggingen waar keuze werknemer om vernietiging of vergoeding te vorderen relevant is. Daarom: geen punitief uitgangspunt maar wel rekening houden met toerekenbare gevolgen en met loon dat werknemer zou hebben genoten bij vernietiging. [rov. 3.4.1-3.4.5]
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 31-03-2016 en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. [slotbeslissing]
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Niet inhoudelijk toegewezen/afgewezen door HR; zaak terugverwezen ter herbeoordeling van omvang billijke vergoeding en verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van 6:96 BW en 7:686a lid 3 BW. [slot; rov. oordeel over onderdelen]
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- New Hairstyle veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van verzoekster: verschotten €866,18 en salaris advocaat €2.200,--. [slot]
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Niet expliciet vermeld in beschikking; geen uitvoerbaar-bij-voorraad-aanduiding in slottekst van HR. [slot]
RECHTER:
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (uitspraak in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot)
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:681 BW: ['7:681 lid 1 BW', 'billijke vergoeding/vernietigbare opzegging en keuze werknemer tussen vernietiging en vergoeding']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
6:95 BW: ['6:95 e.v. BW', 'schadevergoedingregels (toepasbaarheid bij elementen van schadevergoeding)']
7:680a BW: ['7:680a BW', 'matiging van loonvordering']
7:672 BW: ['7:672 lid 1 en 2 en lid 9 BW', 'opzegtermijn en onregelmatige opzegging']
6:96 BW: ['6:96 BW', 'goed werkgeverschap/verplichting werkgever']
7:686a BW: ['7:686a lid 3 BW', 'mogelijkheid vergoeding van kosten op grond van goed werkgeverschap in kantonzaken']
237 Rv: ['237 Rv', 'proceskostenveroordeling (kosten gemaakt met het oog op procedure)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2016:2601: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2016
ECLI:NL:PHR:2017:414: Conclusie AG, datum conclusie vermeld in dossier
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30-06-2017
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:22.341000 ============================================================
Numann, E.J.: Vice-president en voorzitter
Snijders, G.: Raadsheer
de Groot, G.: Raadsheer (uitspraak in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot)
du Perron, C.E.: Raadsheer
Kroeze, M.J.: Raadsheer
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:681 BW: ['7:681 lid 1 BW', 'billijke vergoeding/vernietigbare opzegging en keuze werknemer tussen vernietiging en vergoeding']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
6:95 BW: ['6:95 e.v. BW', 'schadevergoedingregels (toepasbaarheid bij elementen van schadevergoeding)']
7:680a BW: ['7:680a BW', 'matiging van loonvordering']
7:672 BW: ['7:672 lid 1 en 2 en lid 9 BW', 'opzegtermijn en onregelmatige opzegging']
6:96 BW: ['6:96 BW', 'goed werkgeverschap/verplichting werkgever']
7:686a BW: ['7:686a lid 3 BW', 'mogelijkheid vergoeding van kosten op grond van goed werkgeverschap in kantonzaken']
237 Rv: ['237 Rv', 'proceskostenveroordeling (kosten gemaakt met het oog op procedure)']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI:NL:GHARL:2016:2601: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2016
ECLI:NL:PHR:2017:414: Conclusie AG, datum conclusie vermeld in dossier
ECLI:NL:HR:2017:1187: HR 30-06-2017
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2025-10-09 15:09:22.341000 ============================================================
77
=== RECHTSZAAK: ECLI:NL:RBGEL:2016:7110 ===
INFORMATIE IN DE UITSPRAAK:
- ECLI_number: ECLI:NL:RBGEL:2016:7110
- Instantie: Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak: 2016-12-12
- Datum publicatie: 2017-01-17
- Datum aangepast: 2025-03-22
- Zaaknummer: 5398402
- Rechtsgebieden: Civiel recht
- Bijzondere kenmerken: Beschikking
- URL: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:7110
INHOUDSINDICATIE:
Verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3 onder g BW). Ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer. Deze verstoring is in hoge mate veroorzaakt door het handelen en nalaten van de werkgever, waarbij de werkgever veel te snel gericht is geweest op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Omdat de rol van de werknemer niet volledig afwezig is, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. De kantonrechter kent een transitievergoeding toe en een billijke vergoeding van € 50.000,00.
VINDPLAATSEN:
Rechtspraak.nl; AR 2017/282; AR-Updates.nl 2017-0048; VAAN-AR-Updates.nl 2017-0048
SAMENVATTING VAN DE UITSPRAAK:
ZAAKIDENTIFICATIE:
ECLI-nummer
ECLI:NL:RBGEL:2016:7110
Rechterlijke instantie (Rb / Hof / HR)
Rechtbank Gelderland (kanton) — zittingsplaats Arnhem
Datum uitspraak
12 december 2016
FORMELE RELATIES LEGALLINK:
Geen hoger beroep of eerdere instantie vermeld; geen formele relatie opgenomen in het dossier.
PARTIJEN:
Naam of typering eiser (bv. consument, verhuurder, aannemer)
[verzoeker] Exploitatiemaatschappij B.V. (werkgever) [inleidende feiten en aanstelling MT-lid; zie 2.6] [2.6]
Naam of typering gedaagde
[verzoeker] (werknemer; Bedrijfsleider Sloopwerken en Infra; in dienst vanaf 1 november 2012; salaris €4.947,00 bruto p.m.; MT-lid) [2.6]
CASUS:
Samenvatting waar de casus over gaat.
Verzoeker verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding als bedoeld in 7:669 lid 3 onder g BW; geschil ontstond na beoordelingsgesprek 25 aug. 2016 en verslechterde na telefoongesprek 27 aug. 2016 en vervolghandelingen tot en met inlevering bedrijfseigendommen 13 sept. 2016; werkgever heeft volgens de kantonrechter het escaleren en snelle inzet op beëindiging in hoge mate zelf veroorzaakt maar werknemer droeg niet volledig afwezig verantwoordelijkheid; ontbinding met transitievergoeding en billijke vergoeding gevorderd en toegewezen [2.6] [2.8] [2.12] [45] [46].
VORDERING (EISER):
Beoogd rechtsgevolg (ontbinding, schadevergoeding, herstel, betaling, e.d.)
Ontbinding arbeidsovereenkomst per beschikking; toekenning transitievergoeding; toekenning billijke vergoeding; vernietiging of ontheffing concurrentiebeding subsidiair; proceskostenveroordeling [vorderingsoverzicht verzoekschrift; zie procedurele paragraaf].
Juridische grondslag (relevante wetsartikelen)
7:671b lid 1 BW jo. 7:669 lid 3 onder g BW; voorts 7:671b lid 8 sub a BW; verzoek vermeld tevens 7:673 BW (transitievergoeding) en 7:671b lid 8 sub c BW (billijke vergoeding) [tekstvoering verzoekschrift].
Feitelijke stellingen ter onderbouwing
- beoordelingsgesprek op 25 augustus 2016 verliep heuristisch met discussie over door werknemer zelf opgesteld memo en vermeend oncollegiale houding; werkgever maakte schriftelijke bijlage met nadere vastlegging en functioneringstraject [2.6].
- telefoongesprek werkgever met werknemer op zaterdagavond 27 aug. 2016 verstoorde relatie verder; werkgever heeft eenzijdig medegedeeld nadere vastlegging te zullen doen [2.6].
- werknemer weigerde ondertekening beoordelingsformulier en werd op 6 sept. naar huis gestuurd met opdracht schriftelijk te reageren; daarop volgde gesprek op 9 sept. met advocaat werkgever en mededeling dat werknemer op non-actief wordt gesteld; inlevering bedrijfseigendommen 13 sept. leidde tot discussie en bleek kantoor grotendeels leeggehaald; nadien geen contact; werkgever deed voorstel mediation op 31 okt. 2016 [2.8] [2.12].
Vaststellingen: markeer erkende / bewezen / onweersproken stellingen met “erkend door beide partijen”
- Dienstverband werknemer vanaf 1-11-2012 en functie/salaris: erkend door beide partijen [inzake functie/salaris; 2.6].
- Beoordelingsgesprek d.d. 25-8-2016 en nadere schriftelijke bijlage bestaan: erkend door beide partijen [2.6].
VERWEER (GEDAAGDE):
Juridische verweren (te late klacht, overmacht, geen tekortkoming, partiële ontbinding, enz.)
- Arbeidsverhouding is niet duurzaam verstoord en kan worden hersteld; alternatieven (herplaatsing/mediation) mogelijk.
- Indien verstoring wordt aangenomen: deze zou geheel of overwegend aan werkgever te wijten zijn, zodat ontbinding niet voor werkgever toerekenbaar is.
Aangehaalde wetsartikelen of algemene voorwaarden
- Verweerder betwist ontbindingsgrond krachtens 7:669 lid 3 onder g BW; stelt herstel mogelijk; verwijst impliciet naar herplaatsingseisen 7:669 lid 1 BW en herplaatsingsregeling 7:671b lid 2 BW [verweerschrift; 2.8].
Geef de feitelijke betwistingen vanuit het perspectief van het gedaagde. Met welke punten is de gedaagde het niet eens?
- Betwist dat de verhouding onherstelbaar is; betwist toerekenbaarheid van escalatie aan werknemer; ontkent dat mediation ongeschikt is en verzet zich tegen snelle focus op beëindiging [verweerschrift; randnrs. 45–46].
Eventueel gedaan aanbod tot herstel of vergoeding
- Werknemer deed voorstel tot mediation op 31 oktober 2016; werkgever bood geen vergoeding voorafgaand aan ontbinding; geen aanbod tot financiële compensatie aangetroffen [2.12].
OORDEEL RECHTER:
Wat is de wijze waarop de rechter de rechtsvraag beoordeelt, inclusief uitleg van relevante wetsartikelen of jurisprudentie.
- De kantonrechter neemt het legaliteitskader van 7:669 lid 1 BW in acht: ontbinding alleen bij redelijke grond en onmogelijkheid/relevantie van herplaatsing; verstoorde arbeidsverhouding valt onder 7:669 lid 3 onder g BW [wettelijke maatstaf vermeld in beschikking].
- Relevante feiten worden geweegd: normale verhoudingen vóór 25 aug. 2016; beoordelingsgesprek leidde tot irritatie; telefonische escalatie op zaterdagavond door werkgever was onhandig en valt de werkgever aan te rekenen; werkgever heeft te snel op beëindiging ingezet en medewerkers (werknemer) later op non-actief gesteld; werknemer droeg evenwel bij door halsstarrige weigering ondertekening, maar die bijdrage is niet dusdanig dat werkgever geen ernstig verwijt kan worden gemaakt; herplaatsing niet aan de orde wegens uniciteit functie en aard verstoring [2.6] [2.8] [2.12].
- Conclusie: sprake van ernstige en duurzame verstoring in de zin van 7:669 lid 3 onder g BW; ontbinding gerechtvaardigd met toepassing van 7:671b lid 1 BW en termijnregeling 7:671b lid 8 sub a BW; werkgever toerekenbaar ernstig verwijtbaar handelen rechtvaardigt toekenning billijke vergoeding op grond van 7:671b lid 8 sub c BW [beoordeling en rechtsgrondslag; overwegingen beschikking].
Wat zijn de dragende motieven van het oordeel: waarom oordeelt de rechter zoals hij doet? Wat is de afweging tussen de belangen?
- Belanghebbende motieven: werkgever schoot tekort in de-escalatie (telefonisch contact avond/zon-uur, geen tussentijdse inhoudelijke bespreking tijdens werkoverleg), snelle focus op beëindiging en non-actiefstelling; werknemer gedroeg zich terughoudend en weigeraarig maar dat compenseert het verwijt aan de werkgever niet; uniciteit functie en diepgang verstoring maken herplaatsing niet reëel; daarom ontbinding proportioneel; billijke vergoeding passend wegens ernstig verwijtbaar handelen en punitief/afschrikwekkend en vanwege inkomensnadeel (salaris boven WW-max) [2.6] [2.8] [2.12] [45].
UITSPRAAK SAMENVATTING:
Wat beslist de rechter uiteindelijk? (bijv. vordering toegewezen, vernietiging, bekrachtiging, etc.)
- Indien verzoek niet wordt ingetrokken: ontbinding arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2017; toekenning transitievergoeding €7.408,63 bruto; toekenning billijke vergoeding €50.000,00 bruto; wettelijke rente over beide vergoedingen vanaf opeisbaarheid tot voldoening; proceskosten: partijen dragen eigen kosten; werknemer ontheffing concurrentiebeding toegezegd door werkgever maakt vernietiging verzoek door werknemer niet-ontvankelijk/zonder belang indien ontbinding plaatsvindt; mogelijkheid intrekking verzoek uiterlijk 28-12-2016 door werkgever (termijn i.v.m. 7:686a lid 6 BW) [beschikking dispositief; laatste overwegingen].
Toe- of afwijzing vorderingen (exact formuleren)
- Ontbindingsverzoek: toegewezen (indien niet ingetrokken).
- Transitievergoeding: toegewezen €7.408,63 bruto + wettelijke rente [toewijzing].
- Billijke vergoeding: toegewezen €50.000,00 bruto + wettelijke rente [toewijzing].
- Vernietiging concurrentiebeding: verzoek afgewezen wegens gebrek aan belang of toezegging ontheffing; zie overwegingen [3:303 BW en 7:653 lid 4 BW; overwegingen beschikking].
- Proceskosten: compensatie door partijen elk eigen kosten; anders (bij intrekking) werkgever veroordeling in proceskosten aan zijde werknemer €600,00 aan salaris gemachtigde [dispositief en alternatieve bepaling].
Proces-, buitengerechtelijke en nakosten. Wie betaalt welke kosten inclusief bedrag?
- Partijen dragen eigen proceskosten. Indien werkgever het verzoek intrekt: werkgever veroordeling in proceskosten tot aan deze uitspraak begroot op €600,- (salaris gemachtigde) [dispositief].
Uitvoerbaar-bij-voorraad?
- Verzoek bij beschikking; uitspraak bevat mogelijkheid tot intrekking en dispositieve bepalingen bij niet-intrekking; geen expliciete uitvoerbaar-voorraadbepaling voor de ontbinding vermeld (beschikking).
RECHTER:
Engberts, B.J.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 1 BW; 7:669 lid 3 onder g BW', 'ontbindingsgrond; verstoorde arbeidsverhouding']
7:671b BW: ['7:671b lid 1 BW; 7:671b lid 2 BW; 7:671b lid 8 BW', 'ontbindingsprocedure; herplaatsing; termijn en billijke vergoedingsubsidies']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
7:653 BW: ['7:653 lid 4 BW', 'gevolgen concurrentiebeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:686a BW: ['7:686a lid 6 BW', 'bevoegdheid verzoeker tot intrekking verzoek']
3:303 BW: ['3:303 BW', 'belang bij vernietiging beding / verzoekschriftenregels']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI not known: geen in de beschikking genoemde andere rechtzaken
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-29 19:53:40.578209 ============================================================
Engberts, B.J.: kantonrechter
GENOEMDE WETSARTIKELEN:
7:669 BW: ['7:669 lid 1 BW; 7:669 lid 3 onder g BW', 'ontbindingsgrond; verstoorde arbeidsverhouding']
7:671b BW: ['7:671b lid 1 BW; 7:671b lid 2 BW; 7:671b lid 8 BW', 'ontbindingsprocedure; herplaatsing; termijn en billijke vergoedingsubsidies']
7:673 BW: ['7:673 BW', 'transitievergoeding']
7:653 BW: ['7:653 lid 4 BW', 'gevolgen concurrentiebeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever']
7:686a BW: ['7:686a lid 6 BW', 'bevoegdheid verzoeker tot intrekking verzoek']
3:303 BW: ['3:303 BW', 'belang bij vernietiging beding / verzoekschriftenregels']
GENOEMDE RECHTZAKEN:
ECLI not known: geen in de beschikking genoemde andere rechtzaken
METADATA: - Created at: None - Last modified: 2026-06-29 19:53:40.578209 ============================================================