Tables

Onderwerp Wat gebeurde in ECLI:NL:RBROT:2025:12637? Waarom relevant voor uw geval? Exacte woorden van de rechter
Functie van de werknemer De werknemer was statutair bestuurder én werknemer/CEO van de B.V. Als u ook statutair bestuurder én werknemer bent, is uw positie vergelijkbaar. Uw ontslag als bestuurder kan dus samenvallen met het einde van uw arbeidsovereenkomst, maar de arbeidsrechtelijke beëindiging moet nog steeds afzonderlijk aan de ontslagregels voldoen. c39 “Het arbeidsrechtelijk ontslag van een statutair bestuurder [moet] tegen de achtergrond van het vennootschapsrechtelijk ontslag worden bezien.” c39
Vennootschapsrechtelijk ontslag De bestuurder was op 25 november 2024 als bestuurder ontslagen. De arbeidsovereenkomst werd diezelfde dag opgezegd tegen 1 juni 2025. Controleer of uw ontslag als bestuurder rechtsgeldig is genomen: welk orgaan was bevoegd, wat bepaalden de statuten en is de besluitvorming correct verlopen? Een gebrek daarin kan aanleiding zijn voor vernietiging van het besluit op grond van art. 2:14 of 2:15 BW. c3,c14,c36 “Uitgangspunt is dat het rechtsgeldig ontslag van een statutair bestuurder uit zijn vennootschapsrechtelijke positie […] als regel ook opzegging van zijn arbeidsovereenkomst met zich brengt.” c39
Verdenking van fraude Het OM verdacht de bestuurder van betrokkenheid bij fraude rond commissiebetalingen. De werkgever baseerde het ontslag in belangrijke mate op die verdenking. Een verdenking, een FIOD-onderzoek of een standpunt van het OM is niet zonder meer bewijs dat u persoonlijk bij fraude betrokken was. De werkgever moet concrete feiten aanvoeren die uw eigen rol onderbouwen. c39 “Voor de door het OM ingenomen stelling dat [verzoeker] één van de ‘aanstichters’ van de fraude is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun te vinden in de overgelegde stukken.” c39
Persoonlijke betrokkenheid De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat de bestuurder de commissieafspraak zelf had gemaakt. Een getuige had zijn eerdere verklaring later ingetrokken en een andere persoon als betrokken aangewezen. Dit is voor u een belangrijk onderscheid: er moet onderscheid worden gemaakt tussen daadwerkelijke betrokkenheid bij de fraude en onvoldoende toezicht of controle. Verzamel daarom bewijs waaruit blijkt wie de commissieafspraken maakte, wie de betalingen initieerde en welke informatie u op dat moment had. c39 “[…] voldoende komen vast te staan dat [verzoeker] niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de bewuste commissieafspraak.” c39
Goedkeuren van facturen De bestuurder had na zijn terugkeer meerdere facturen goedgekeurd. De rechtbank vond dat hij vragen had moeten stellen, mede omdat hij vóór zijn vertrek wist dat er een commissieafspraak werd overwogen. Dit is het belangrijkste risico voor uw zaak. “Ik wist niets van de fraude” kan onvoldoende zijn als er duidelijke signalen waren, bijvoorbeeld afwijkende commissies, ongebruikelijke facturen, gelieerde partijen of eerdere waarschuwingen. Uw positie is sterker als u redelijkerwijs mocht vertrouwen op voorafgaande controles, parafen van andere bevoegde personen en reguliere administratieve procedures. c39 “[…] het op de weg van [verzoeker] had gelegen ten minste nader onderzoek te doen naar de achtergrond van de commissiefacturen.” c39
Naïviteit versus fraude De rechtbank kwalificeerde het gedrag als naïef en onvoldoende zorgvuldig, maar niet als bewezen betrokkenheid bij de fraude. Dit ondersteunt een verweer dat onvoldoende controle niet hetzelfde is als opzettelijke fraude. Het kan wel leiden tot kritiek, een verbetertraject of een andere ontslaggrond, maar de werkgever moet nog steeds aantonen dat de gekozen ontslaggrond voldragen is. c39 “Naar het oordeel van de rechtbank kan [verzoeker] hoogstens worden verweten in zijn rol van bestuurder te naïef te hebben gehandeld […].” c39
Verstoorde arbeidsverhouding De werkgever beriep zich op de g-grond. Volgens de rechtbank was wel sprake van spanning, maar niet van een ernstige en duurzame verstoring. Als uw werkgever stelt dat het vertrouwen definitief is verdwenen, moet hij onderbouwen waarom herstel onmogelijk is en welke herstelpogingen zijn gedaan. Een werkgever die direct na een verdenking tot ontslag overgaat, kan worden verweten te snel te hebben gehandeld. c39 “Om het bestaan van een redelijke grond […] aan te kunnen nemen is het bestaan van een verstoorde arbeidsverhouding op zichzelf echter niet voldoende.” c39
Herstelpogingen De werkgever had volgens de rechtbank onvoldoende concrete en reële pogingen gedaan om de verhouding te herstellen. Vraag na of gesprekken, mediation, een tijdelijke taakaanpassing, aanvullend onderzoek of een verbetertraject zijn aangeboden. Ontbreken dergelijke stappen, dan kan dat uw verweer tegen de g-grond ondersteunen. c39 “De werkgever dient daartoe aannemelijk te maken dat deze alles in het werk heeft gesteld dat in redelijkheid van hem mocht worden verwacht om de verstoorde arbeidsverhouding te herstellen.” c39
Afhankelijkheid van de bestuurder De werkgever had eerst besloten de bestuurder te laten aanblijven omdat zijn kennis en kunde nodig waren voor de onderneming. Tien maanden later werd hij alsnog ontslagen. Een eerdere beslissing om u ondanks de verdenking te laten aanblijven kan relevant zijn. De werkgever moet dan uitleggen welke nieuwe feiten de omslag rechtvaardigen. c39 “Juist vanwege het grote belang om [verzoeker] voor de onderneming te behouden had van [verweerster] meer inspanning mogen worden verlangd om de verhoudingen te verbeteren.” c39
Rol van het OM Na een gesprek met het OM, waarin werd gezegd dat buitengerechtelijke afdoening lastig zou zijn zolang de bestuurder werkzaam bleef, bereidde de werkgever direct het ontslag voor. Een werkgever mag rekening houden met strafrechtelijke risico’s, maar moet niet zonder eigen beoordeling een verdenking overnemen. Vraag om de concrete onderbouwing van de gestelde fraude en de noodzaak van uw vertrek. c39 “Ook op dit punt is de rechtbank van oordeel dat [verweerster] te snel de handdoek in de ring heeft gegooid door zich neer te leggen bij het standpunt van het OM.” c39
Geen strafrechtelijke veroordeling De bestuurder was slechts verdachte; er was geen strafrechtelijke veroordeling. Het ontbreken van een veroordeling betekent niet automatisch dat ontslag onmogelijk is. Wel moet de werkgever zelfstandig voldoende concrete arbeidsrechtelijke feiten aantonen. Een verdenking alleen was in deze zaak onvoldoende. c39 “Gelet op het feit dat [verzoeker] op dat moment slechts verdacht werd van betrokkenheid bij de fraude […] had van [verweerster] verlangd mogen worden […] meer tegengas te geven en ten minste om een nadere onderbouwing te vragen.” c39
h-grond: verschil van inzicht De werkgever stelde dat sprake was van een verschil van inzicht over de rol van de bestuurder en de toekomst van de onderneming. De rechtbank vond dat onvoldoende concreet. Algemene verwijzingen naar “verschil van inzicht”, “gebrek aan vertrouwen” of “niet meer kunnen samenwerken” zijn niet genoeg. De werkgever moet concreet maken waarover het verschil ging en waarom dit onoverbrugbaar was. c39 “Op zichzelf is het immers geen probleem als bestuurders een andere kijk op de zaken hebben.” c39
i-grond: combinatiegrond De werkgever beriep zich ook op een combinatie van omstandigheden. De rechtbank wees dit af omdat de afzonderlijke gronden niet voldragen waren en de combinatie onvoldoende was toegelicht. Uw werkgever kan niet zonder nadere onderbouwing meerdere zwakke argumenten optellen. De feiten moeten gezamenlijk een afzonderlijke, voldoende dragende ontslaggrond opleveren. c39 “Ook van een bijna voldragen ontslaggrond is geen sprake.” c39
Ernstig verwijtbaar handelen werkgever Omdat geen redelijke ontslaggrond bestond, vond de rechtbank de werkgever ernstig verwijtbaar handelen. Dit kan de basis vormen voor een billijke vergoeding. De hoogte is niet automatisch gelijk aan het salaris tot de pensioendatum; de rechter kijkt naar de vermoedelijke resterende duur van het dienstverband, inkomensschade, pensioenschade en andere omstandigheden. c39,c44,c45 “De opzegging is daarmee in strijd met artikel 7:669 BW en daarin ligt reeds het ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] besloten.” c39
Billijke vergoeding De bestuurder vroeg € 1.457.287,16, maar kreeg € 255.000 bruto. De rechtbank ging uit van ongeveer 18 maanden inkomensverlies en matigde de pensioenschade tot € 20.000. Een hoge beloning leidt niet automatisch tot een even hoge vergoeding. U moet uw resterende diensttijd, inkomensverlies, pensioenverlies, kansen op ander werk en eventuele andere schade concreet onderbouwen. c39,c45 “De vergoeding dient aan te sluiten bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval.” c39
Strafrechtelijke advocaatkosten De bestuurder kreeg geen volledige vergoeding van zijn kosten in de strafzaak. Er was volgens de rechtbank geen overeenkomst of andere voldoende grondslag voor vergoeding. Als uw werkgever uw juridische kosten heeft betaald, leg dan vast of dat structureel, contractueel of slechts als tijdelijke geste is gebeurd. Zonder duidelijke afspraak bestaat niet vanzelf een recht op voortzetting van vergoeding. c39 “[…] door [verweerster] onweersproken is gesteld dat het vergoeden van die kosten slechts een geste was, waaraan geen overeenkomst of afspraak ten grondslag lag.” c39
Eindafrekening en verrekening De werkgever wilde bedragen uit de eindafrekening verrekenen met vermeende schade door fraude. De rechtbank accepteerde dat niet omdat de schadeposten onvoldoende waren onderbouwd. Als uw werkgever inhoudingen of verrekening aankondigt, vraag om een gespecificeerde schadeberekening en bewijs van aansprakelijkheid. Een omvangrijke, betwiste schadevordering kan niet zonder meer met loon of de eindafrekening worden verrekend. c39 “De gegrondheid van het beroep op verrekening kan daarom niet op eenvoudige wijze worden vastgesteld.” c39
Concurrentiebeding Omdat de arbeidsovereenkomst eindigde door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, kon de werkgever geen rechten meer ontlenen aan het concurrentiebeding. Als uw ontslag eveneens ernstig verwijtbaar en zonder redelijke grond blijkt, kan dit gevolgen hebben voor de werking van uw concurrentiebeding. c39 “Op grond van dat artikellid kan [verweerster] daarom aan het concurrentiebeding geen rechten meer ontlenen.” c39