LegalLink assistent
👋 Welkom bij LegalLink!
Ik help je graag met juridische vragen over Nederlandse jurisprudentie en wetgeving.
💡 Tip: Als je zelf volledige controle wil houden over de rechtszaken die ik gebruik in mijn antwoord, kun je zelf met slimme zoek filters rechtszaken selecteren:
💡 Tip: Als je zelf volledige controle wil houden over de rechtszaken die ik gebruik in mijn antwoord, kun je zelf met slimme zoek filters rechtszaken selecteren:
Onder de drinkwaterwet is er de mogelijkheid dat een bedrijf voor bepaalde titels gelijk wordt gesteld met een drinkwaterbedrijf. Klopt dat, en waar staat dat? En wat is het gevolg van die gelijkstelling - wat mag een dergelijk bedrijf dan wel doen en wat niet? Wat is het verschil met een "echt" drinkwaterbedrijf als je kijkt naar rechten en verplichtingen onder de drinkwaterwet?
⏳ Even geduld aub, er zijn 4 AI bots aan het werk nu om uw antwoord voor te bereiden en kan tot ongeveer 60 seconden duren....
Juridische basis
Ja. Dit staat in art. 1 lid 4 Drinkwaterwet: de minister kan één of meer bedrijven aanwijzen die voor de toepassing van hoofdstuk II met een drinkwaterbedrijf worden gelijkgesteld. De gelijkstelling geldt uitdrukkelijk niet voor art. 5 lid 2 en art. 8 Drinkwaterwet.21
De parlementaire toelichting bevestigt dat hiermee een bedrijf voor bepaalde onderdelen van het wettelijke regime als drinkwaterbedrijf kan worden behandeld, zonder dat het daarmee automatisch in alle opzichten een drinkwaterbedrijf wordt (kamerstuk 30895).41
Gevolg van de gelijkstelling
Het aangewezen bedrijf valt, voor zover de aanwijzing daarop ziet, onder hoofdstuk II. Dat betekent onder meer dat de bepalingen over:
- de organisatie en zorg voor de openbare drinkwatervoorziening (art. 2 en 3 Drinkwaterwet);
- taken en verplichtingen van de eigenaar, waaronder infrastructuur, duurzaamheid en kwaliteit (art. 7 Drinkwaterwet);
- distributiegebieden en de positie binnen dat gebied (art. 5 lid 1 Drinkwaterwet);
- tarieven en voorwaarden (art. 10 tot en met 13 Drinkwaterwet);
- zeggenschap, meldingen en overdracht (art. 14 tot en met 17 Drinkwaterwet);
- fusies en rechtsvorm
op het bedrijf kunnen worden toegepast.2,4,5,12,13,14,24,28,33
Het bedrijf kan daardoor binnen de aanwijzing bijvoorbeeld als toegelaten partij binnen de openbare drinkwatervoorziening optreden. Het mag echter niet méér dan de aanwijzing en hoofdstuk II toestaan. De gelijkstelling is geen algemene vergunning en maakt het bedrijf niet automatisch bevoegd voor alle activiteiten die een drinkwaterbedrijf kan verrichten.
Belangrijke uitzonderingen
De wet sluit twee bepalingen uit:
- Art. 5 lid 2 Drinkwaterwet: het verbod om niet-drinkwater buiten het distributiegebied te leveren geldt dus niet op grond van de gelijkstelling.
- Art. 8 Drinkwaterwet: het bedrijf krijgt daardoor niet de wettelijke aansluitings- en leveringsplicht jegens iedere verzoeker. Een “echt” drinkwaterbedrijf moet binnen zijn distributiegebied wél een aanbod doen voor aansluiting en levering en redelijke, transparante en niet-discriminerende voorwaarden hanteren.7,12
Dit onderscheid is belangrijk: de gelijkstelling kan het bedrijf toegang geven tot bepaalde onderdelen van het hoofdstuk-II-regime, maar verleent niet zonder meer de volledige publieke leveringsplicht. De rechtspraak benadrukt juist dat de wettelijke leveringsplicht, exclusiviteit en tariefregulering samen het bijzondere openbare drinkwaterstelsel vormen.49,46
Wat geldt niet automatisch?
De gelijkstelling van art. 1 lid 4 betreft alleen hoofdstuk II. Zij strekt dus niet automatisch uit tot de hoofdstukken III tot en met VIII, bijvoorbeeld:
- kwaliteitseisen voor drinkwater en bronnen (art. 21 en 22 Drinkwaterwet);
- leveringszekerheid en continuïteit (waaronder art. 32);
- prestatievergelijking;
- toezicht en handhaving die specifiek aan een eigenaar van een drinkwaterbedrijf zijn opgelegd.
Een bedrijf dat feitelijk zelf drinkwater produceert of aan consumenten levert, kan echter los van art. 1 lid 4 al onder de wettelijke definitie van “drinkwaterbedrijf” vallen. Die definitie omvat ook een bedrijf dat drinkwater aan een ander drinkwaterbedrijf levert (art. 1 lid 1 Drinkwaterwet).21 In dat geval kunnen de overige hoofdstukken op die zelfstandige kwalificatie van toepassing zijn. Daarnaast bevat art. 22 lid 6 een afzonderlijke, specifieke gelijkstelling voor bedrijven die oppervlaktewater aan een drinkwaterbedrijf leveren.6
Verschil met een “echt” drinkwaterbedrijf
Een regulier drinkwaterbedrijf:
- heeft een door de minister vastgesteld distributiegebied;
- heeft binnen dat gebied de wettelijke bevoegdheid én plicht tot levering;
- moet aansluiting en levering aanbieden op grond van art. 8;
- moet kostendekkende, transparante en niet-discriminerende tarieven hanteren;
- draagt taken voor infrastructuur, kwaliteit, duurzaamheid en leveringszekerheid;
- valt in beginsel onder het volledige wettelijke stelsel, inclusief kwaliteit, toezicht, handhaving en doelmatigheid.2,7,10,12,16,19,20,24,26,31,32,33
Een op grond van art. 1 lid 4 Drinkwaterwet gelijkgesteld bedrijf krijgt slechts het hoofdstuk-II-regime binnen de grenzen van de aanwijzing. Het belangrijkste verschil is dat art. 8 en art. 5 lid 2 uitdrukkelijk zijn uitgezonderd. De precieze reikwijdte hangt daarom af van het aanwijzingsbesluit en van de feitelijke activiteiten van het bedrijf.
De rechtspraak over tarieven laat bovendien zien dat toepassing van hoofdstuk II niet vrijblijvend is: tarieven en voorwaarden mogen niet discriminerend zijn. Een drinkwaterbedrijf mocht zijn tariefstructuur wijzigen, maar werd daarvoor aansprakelijk gehouden toen recreatieparken ongerechtvaardigd als kleinverbruikers werden behandeld.48,44
Conclusie
Ja, gelijkstelling is mogelijk op grond van art. 1 lid 4 Drinkwaterwet. Zij is beperkt tot hoofdstuk II, met uitzondering van art. 5 lid 2 en art. 8. Het bedrijf wordt dus voor bepaalde organisatorische, tariefmatige en zeggenschapsregels als drinkwaterbedrijf behandeld, maar krijgt niet automatisch dezelfde volledige rechten en plichten als een regulier drinkwaterbedrijf. De aanwijzing zelf en de feitelijke activiteiten zijn daarom beslissend.
In dit antwoord heb ik gebruikt:
- Wetsartikelen: art. 1 lid 1 en lid 4, art. 2, 3, 5, 7, 8, 10-17, 21, 22, 32 Drinkwaterwet
- Rechtszaken: ECLI:NL:HR:2021:1889; ECLI:NL:HR:2021:1951; ECLI:NL:GHDHA:2020:366
Citaties
📖 Download citaties overzicht
Detail verantwoording arresten en juridische relaties
Samenvatting en statistiek alle arresten
📊 Download ECLI statistiek rapport
Relaties tussen rechtzaken en wetten
📊 Juridische relaties visualisatie
Animatie arrest verwijzingen door de tijd heen
🎬 Animatie ECLI verwijzingen door de tijd heen
Ja. Dit staat in art. 1 lid 4 Drinkwaterwet: de minister kan één of meer bedrijven aanwijzen die voor de toepassing van hoofdstuk II met een drinkwaterbedrijf worden gelijkgesteld. De gelijkstelling geldt uitdrukkelijk niet voor art. 5 lid 2 en art. 8 Drinkwaterwet.21
De parlementaire toelichting bevestigt dat hiermee een bedrijf voor bepaalde onderdelen van het wettelijke regime als drinkwaterbedrijf kan worden behandeld, zonder dat het daarmee automatisch in alle opzichten een drinkwaterbedrijf wordt (kamerstuk 30895).41
Gevolg van de gelijkstelling
Het aangewezen bedrijf valt, voor zover de aanwijzing daarop ziet, onder hoofdstuk II. Dat betekent onder meer dat de bepalingen over:
- de organisatie en zorg voor de openbare drinkwatervoorziening (art. 2 en 3 Drinkwaterwet);
- taken en verplichtingen van de eigenaar, waaronder infrastructuur, duurzaamheid en kwaliteit (art. 7 Drinkwaterwet);
- distributiegebieden en de positie binnen dat gebied (art. 5 lid 1 Drinkwaterwet);
- tarieven en voorwaarden (art. 10 tot en met 13 Drinkwaterwet);
- zeggenschap, meldingen en overdracht (art. 14 tot en met 17 Drinkwaterwet);
- fusies en rechtsvorm
op het bedrijf kunnen worden toegepast.2,4,5,12,13,14,24,28,33
Het bedrijf kan daardoor binnen de aanwijzing bijvoorbeeld als toegelaten partij binnen de openbare drinkwatervoorziening optreden. Het mag echter niet méér dan de aanwijzing en hoofdstuk II toestaan. De gelijkstelling is geen algemene vergunning en maakt het bedrijf niet automatisch bevoegd voor alle activiteiten die een drinkwaterbedrijf kan verrichten.
Belangrijke uitzonderingen
De wet sluit twee bepalingen uit:
- Art. 5 lid 2 Drinkwaterwet: het verbod om niet-drinkwater buiten het distributiegebied te leveren geldt dus niet op grond van de gelijkstelling.
- Art. 8 Drinkwaterwet: het bedrijf krijgt daardoor niet de wettelijke aansluitings- en leveringsplicht jegens iedere verzoeker. Een “echt” drinkwaterbedrijf moet binnen zijn distributiegebied wél een aanbod doen voor aansluiting en levering en redelijke, transparante en niet-discriminerende voorwaarden hanteren.7,12
Dit onderscheid is belangrijk: de gelijkstelling kan het bedrijf toegang geven tot bepaalde onderdelen van het hoofdstuk-II-regime, maar verleent niet zonder meer de volledige publieke leveringsplicht. De rechtspraak benadrukt juist dat de wettelijke leveringsplicht, exclusiviteit en tariefregulering samen het bijzondere openbare drinkwaterstelsel vormen.49,46
Wat geldt niet automatisch?
De gelijkstelling van art. 1 lid 4 betreft alleen hoofdstuk II. Zij strekt dus niet automatisch uit tot de hoofdstukken III tot en met VIII, bijvoorbeeld:
- kwaliteitseisen voor drinkwater en bronnen (art. 21 en 22 Drinkwaterwet);
- leveringszekerheid en continuïteit (waaronder art. 32);
- prestatievergelijking;
- toezicht en handhaving die specifiek aan een eigenaar van een drinkwaterbedrijf zijn opgelegd.
Een bedrijf dat feitelijk zelf drinkwater produceert of aan consumenten levert, kan echter los van art. 1 lid 4 al onder de wettelijke definitie van “drinkwaterbedrijf” vallen. Die definitie omvat ook een bedrijf dat drinkwater aan een ander drinkwaterbedrijf levert (art. 1 lid 1 Drinkwaterwet).21 In dat geval kunnen de overige hoofdstukken op die zelfstandige kwalificatie van toepassing zijn. Daarnaast bevat art. 22 lid 6 een afzonderlijke, specifieke gelijkstelling voor bedrijven die oppervlaktewater aan een drinkwaterbedrijf leveren.6
Verschil met een “echt” drinkwaterbedrijf
Een regulier drinkwaterbedrijf:
- heeft een door de minister vastgesteld distributiegebied;
- heeft binnen dat gebied de wettelijke bevoegdheid én plicht tot levering;
- moet aansluiting en levering aanbieden op grond van art. 8;
- moet kostendekkende, transparante en niet-discriminerende tarieven hanteren;
- draagt taken voor infrastructuur, kwaliteit, duurzaamheid en leveringszekerheid;
- valt in beginsel onder het volledige wettelijke stelsel, inclusief kwaliteit, toezicht, handhaving en doelmatigheid.2,7,10,12,16,19,20,24,26,31,32,33
Een op grond van art. 1 lid 4 Drinkwaterwet gelijkgesteld bedrijf krijgt slechts het hoofdstuk-II-regime binnen de grenzen van de aanwijzing. Het belangrijkste verschil is dat art. 8 en art. 5 lid 2 uitdrukkelijk zijn uitgezonderd. De precieze reikwijdte hangt daarom af van het aanwijzingsbesluit en van de feitelijke activiteiten van het bedrijf.
De rechtspraak over tarieven laat bovendien zien dat toepassing van hoofdstuk II niet vrijblijvend is: tarieven en voorwaarden mogen niet discriminerend zijn. Een drinkwaterbedrijf mocht zijn tariefstructuur wijzigen, maar werd daarvoor aansprakelijk gehouden toen recreatieparken ongerechtvaardigd als kleinverbruikers werden behandeld.48,44
Conclusie
Ja, gelijkstelling is mogelijk op grond van art. 1 lid 4 Drinkwaterwet. Zij is beperkt tot hoofdstuk II, met uitzondering van art. 5 lid 2 en art. 8. Het bedrijf wordt dus voor bepaalde organisatorische, tariefmatige en zeggenschapsregels als drinkwaterbedrijf behandeld, maar krijgt niet automatisch dezelfde volledige rechten en plichten als een regulier drinkwaterbedrijf. De aanwijzing zelf en de feitelijke activiteiten zijn daarom beslissend.
In dit antwoord heb ik gebruikt:
- Wetsartikelen: art. 1 lid 1 en lid 4, art. 2, 3, 5, 7, 8, 10-17, 21, 22, 32 Drinkwaterwet
- Rechtszaken: ECLI:NL:HR:2021:1889; ECLI:NL:HR:2021:1951; ECLI:NL:GHDHA:2020:366
Citaties
📖 Download citaties overzicht
Detail verantwoording arresten en juridische relaties
Samenvatting en statistiek alle arresten
📊 Download ECLI statistiek rapport
Relaties tussen rechtzaken en wetten
📊 Juridische relaties visualisatie
Animatie arrest verwijzingen door de tijd heen
🎬 Animatie ECLI verwijzingen door de tijd heen
Wat is de ratio van die vrijstellingsmogelijkheid?
Juridische basis
De bedoelde mogelijkheid staat in art. 1 lid 4 Drinkwaterwet. De minister kan een bedrijf voor de toepassing van hoofdstuk II met een drinkwaterbedrijf gelijkstellen, maar uitdrukkelijk niet voor art. 5 lid 2 en art. 8 Drinkwaterwet.11
Ratio
De ratio is dat de wetgever maatwerk mogelijk wil maken voor bedrijven die wel een rol spelen in de openbare drinkwatervoorziening, maar geen regulier drinkwaterbedrijf zijn dat rechtstreeks aan consumenten binnen een distributiegebied levert.
De gelijkstelling voorkomt enerzijds dat zo’n bedrijf buiten belangrijke regels valt, bijvoorbeeld over:
- publieke infrastructuur en duurzaamheid (art. 7 Drinkwaterwet);2
- tarieven en voorwaarden (art. 10–13 Drinkwaterwet);23,26,40
- zeggenschap en bescherming van het bedrijf (art. 14–17 Drinkwaterwet).5,6,12
Anderzijds voorkomt de regeling dat aan het bedrijf verplichtingen worden opgelegd die niet passen bij zijn feitelijke positie. Daarom gelden art. 5 lid 2 en art. 8 Drinkwaterwet niet. Het bedrijf krijgt dus geen distributiegebied met exclusieve leveringsplicht en hoeft niet aan iedere verzoeker aansluiting en levering aan te bieden.8,10
De regeling heeft daarmee drie functies:
1. Voorkomen van reguleringsleemtes: relevante publieke belangen kunnen worden gereguleerd, ook wanneer de onderneming niet volledig onder de hoofddefinitie van drinkwaterbedrijf valt.
2. Proportionaliteit: alleen het passende deel van het hoofdstuk-II-regime wordt toegepast; de zwaarste verplichtingen voor de openbare consumentenleverancier gelden niet automatisch.
3. Bescherming van de openbare drinkwatervoorziening: die voorziening moet duurzaam en voldoende worden uitgevoerd, wat een dwingende reden van groot openbaar belang is (art. 2 en 3 Drinkwaterwet).15,25
De parlementaire geschiedenis bevestigt dat de Drinkwaterwet ruimte laat voor beperkte gelijkstellingen en ontheffingen, maar binnen het stelsel van publieke verantwoordelijkheid, kwaliteitsborging en toezicht (kamerstuk 30895).45
De rechtspraak past bij deze ratio: de Hoge Raad benadrukt dat de Drinkwaterwet primair ziet op volksgezondheid en openbare dienstverlening, niet op een gewone commerciële marktverhouding (ECLI:NL:HR:2021:1889).49 De bijzondere positie van de openbare leverancier verklaart ook waarom wettelijke leverings- en tariefregels zwaar wegen (ECLI:NL:HR:2021:1951).48
Kort gezegd: de vrijstellings- of gelijkstellingsmogelijkheid is bedoeld als een gerichte flexibiliteitsbepaling: wel de noodzakelijke publieke regels toepassen, maar niet automatisch de volledige rechten en verplichtingen van een regulier drinkwaterbedrijf.
In dit antwoord heb ik gebruikt:
- Wetsartikelen: art. 1 lid 4, art. 2, 3, 5, 7, 8, 10–17 Drinkwaterwet
- Rechtszaken: ECLI:NL:HR:2021:1889; ECLI:NL:HR:2021:1951
Citaties
📖 Download citaties overzicht
Detail verantwoording arresten en juridische relaties
Samenvatting en statistiek alle arresten
📊 Download ECLI statistiek rapport
Relaties tussen rechtzaken en wetten
📊 Juridische relaties visualisatie
Animatie arrest verwijzingen door de tijd heen
🎬 Animatie ECLI verwijzingen door de tijd heen
⏳ Bezig met voorbereiden...
De bedoelde mogelijkheid staat in art. 1 lid 4 Drinkwaterwet. De minister kan een bedrijf voor de toepassing van hoofdstuk II met een drinkwaterbedrijf gelijkstellen, maar uitdrukkelijk niet voor art. 5 lid 2 en art. 8 Drinkwaterwet.11
Ratio
De ratio is dat de wetgever maatwerk mogelijk wil maken voor bedrijven die wel een rol spelen in de openbare drinkwatervoorziening, maar geen regulier drinkwaterbedrijf zijn dat rechtstreeks aan consumenten binnen een distributiegebied levert.
De gelijkstelling voorkomt enerzijds dat zo’n bedrijf buiten belangrijke regels valt, bijvoorbeeld over:
- publieke infrastructuur en duurzaamheid (art. 7 Drinkwaterwet);2
- tarieven en voorwaarden (art. 10–13 Drinkwaterwet);23,26,40
- zeggenschap en bescherming van het bedrijf (art. 14–17 Drinkwaterwet).5,6,12
Anderzijds voorkomt de regeling dat aan het bedrijf verplichtingen worden opgelegd die niet passen bij zijn feitelijke positie. Daarom gelden art. 5 lid 2 en art. 8 Drinkwaterwet niet. Het bedrijf krijgt dus geen distributiegebied met exclusieve leveringsplicht en hoeft niet aan iedere verzoeker aansluiting en levering aan te bieden.8,10
De regeling heeft daarmee drie functies:
1. Voorkomen van reguleringsleemtes: relevante publieke belangen kunnen worden gereguleerd, ook wanneer de onderneming niet volledig onder de hoofddefinitie van drinkwaterbedrijf valt.
2. Proportionaliteit: alleen het passende deel van het hoofdstuk-II-regime wordt toegepast; de zwaarste verplichtingen voor de openbare consumentenleverancier gelden niet automatisch.
3. Bescherming van de openbare drinkwatervoorziening: die voorziening moet duurzaam en voldoende worden uitgevoerd, wat een dwingende reden van groot openbaar belang is (art. 2 en 3 Drinkwaterwet).15,25
De parlementaire geschiedenis bevestigt dat de Drinkwaterwet ruimte laat voor beperkte gelijkstellingen en ontheffingen, maar binnen het stelsel van publieke verantwoordelijkheid, kwaliteitsborging en toezicht (kamerstuk 30895).45
De rechtspraak past bij deze ratio: de Hoge Raad benadrukt dat de Drinkwaterwet primair ziet op volksgezondheid en openbare dienstverlening, niet op een gewone commerciële marktverhouding (ECLI:NL:HR:2021:1889).49 De bijzondere positie van de openbare leverancier verklaart ook waarom wettelijke leverings- en tariefregels zwaar wegen (ECLI:NL:HR:2021:1951).48
Kort gezegd: de vrijstellings- of gelijkstellingsmogelijkheid is bedoeld als een gerichte flexibiliteitsbepaling: wel de noodzakelijke publieke regels toepassen, maar niet automatisch de volledige rechten en verplichtingen van een regulier drinkwaterbedrijf.
In dit antwoord heb ik gebruikt:
- Wetsartikelen: art. 1 lid 4, art. 2, 3, 5, 7, 8, 10–17 Drinkwaterwet
- Rechtszaken: ECLI:NL:HR:2021:1889; ECLI:NL:HR:2021:1951
Citaties
📖 Download citaties overzicht
Detail verantwoording arresten en juridische relaties
Samenvatting en statistiek alle arresten
📊 Download ECLI statistiek rapport
Relaties tussen rechtzaken en wetten
📊 Juridische relaties visualisatie
Animatie arrest verwijzingen door de tijd heen
🎬 Animatie ECLI verwijzingen door de tijd heen
⏳ Bezig met voorbereiden...